Bij de titel krijg ik al zo het vermoeden, je leest de nieuwe bundel van dichter Annet Zaagsma niet zomaar door en uit. “Opgelet. Het materiaal moet ademen”, ofwel denk eraan de geest moet lucht hebben. Om de kracht van de woorden, de sterkte van de zinnen en de bedoeling van de verzen te doorzien, moet ik me stil en ongestoord op de letters concentreren. Woord voor woord dien ik de gedichten te wegen op inhoud en betekenis. Ik lees daarom de poëzie luid op aan mezelf voor, want stil in gedachten de regels opnemen is voor een terecht doorzien weinig zinvol. De woorden vervliegen in het laatste geval, dringen niet door zoals wanneer ik mijn eigen stem spreken hoor.

Mijn eigen stem die de woorden weegt, de juiste toon aanslaat, stil is bij lege regels. Pauzeer om daar dan het voorgaande te overwegen, te overdenken dat wat komen gaat op de volle regels vooruit. Zo als het stiltegebed in de vespers van de kloostergetijden. Voor momenten gedachten ruimen om te bezinnen, reflecteren, mijmeren. De regel zonder woorden is een rustpunt, een meditatief moment. De blik op oneindig, het verstand op nul, als het ware. Maar de blik echter overdenkt starend het opgeroepen beeld, terwijl het verstand tuurt in de verste verte van het zijn. Diep in mij.
Opletten is het leidende woord
Lees ik de gedichten hardop voor dan krijgen deze grond en word ik minder snel van de pagina afgeleid door interrumperende verstoringen. Opletten is het leidende woord. Het materiaal, de poëzie, moet ademen wil het voor mij gaan leven. En leeft het dan, is het er, dan zie ik beelden uit de woorden opstijgen. Krijgt het geschreven woord een gebeeldhouwde taal. Huiver ik bij het gewicht van de woorden die in zinnen de toekomst waarzeggen of vergane herinneringen oproepen.

De gedichten van Annet Zaagsma zijn als surrealistische schilderijen. Ik moet verder kijken dan mijn neus lang is. Dieper door de lagen wroeten. Laag voor laag de poëzie determineren. De anatomie van het vers doorgronden, en niet enkel er een platonische verhouding mee krijgen. Doorleven veel meer dan doorlezen. Het werk van Zaagsma vraagt concentratie en inlevingsvermogen. Maar wanneer je de stijl dan begrijpt, de gang van zaken doorziet, zijn de beschreven beelden tastbaar, is de opgewekte kracht voelbaar.
Het is geen abstracte realiteit
Een schilderij van Dali, Ernst of Arp zal ik niet meteen begrijpen. Het verdient empathie voordat ik doorzie, begrijp en beleef. Maar de poëzie van Zaagsma staat niet boven de werkelijkheid, het verlangt wel dat ik mijn visuele verbeeldingskracht losmaak van mijn verstand waardoor mijn onderbewustzijn de tijd kan oprekken en de ruimte kan vinden aan de grenzen van het gedichte verhaal. De gedichten staan middenin de werkelijkheid, ordenen de omringende ruimte. In eerste instantie die van de dichter zelf al schrijvende. In de tweede plaats die van mij terwijl ik lees en opneem.

Het is geen abstracte realiteit. Zaagsma omschrijft luid en duidelijk waar het op staat. Ze heeft echter een andere inrichting van de werkelijkheid, zij schikt de woorden zo dat er een nieuwe waarheid ontstaat. En doorzie ik de feiten van het zijn, dan is er een aha-erlebnis – een ervaring van o-ja, zo zit dat. Bijna een déjà vu, wat Zaagsma schrijft schijn ik in mijn beleving te hebben opgeslagen, als een herinnering aangemaakt. Of een voorspellende gedachte.
Zaagsma als reisleider door de taal
Zij beschrijft en maakt voor mij de illusie van wildernis waarin ik droom te leven, terwijl ik als stadsmens de natuur juist als onkruid uitdrijf. Maar planten zijn goed voor ons zo betoogt zij. De dichter heeft groene vingers. Daarom leeft zij zich voor mij in het groene geluk in. Het karakter van buitenleven dat zich binnenshuis kan afspelen wordt in detail beschreven. Van de koe op het hakblok in de keuken tot de plagende oorwurm die tinnitus graaft in mijn hoofd. Ergens in de bundel lees ik dat de plant geen hart heeft en leeft zonder hersens, maar wel in dezelfde atomen als de mens uiteen valt. Een ontdekking; Zaagsma als reisleider door de taal, ik volg en ben drager van letters tot woorden. Zo staar ik op de tekst en mijmert Zaagsma door over zandbij en libanonceder. De natuur is haar muze, maar ook de actualiteit inspireert. Bootvluchtelingen, plasticsoep, aangespoelde consumptie artikelen. Wij zetten de wereld naar onze hand, althans dat is het proberen waard, en roepen vrolijk ‘na ons de zondvloed’. Dus is het advies “zorg dat de boot klaarligt”.

En kijkt ze dan naar zichzelf om mijn materiaal te laten ademen, dan komen symbolen als in vanitas uit de beeldende kunst voorbij. Verwerkt in een rijk stilleven komt onopgemerkt de leegheid aan het oppervlak, staat de dood aan de deur. Zover wil ik met het werk van Annet Zaagsma niet gaan, maar de representatie van onbedachte ongeordende ruimten in mijn brein geeft zij beeld in haar poëzie. Die zinnebeelden moet ik eerst doorzien om de strekking ervan te begrijpen. En wendingen in betekenis en inhoud naar een voorbereid plot kunnen mij op een verkeerd been zetten, dat kan. Ook spring ik weleens figuurlijk opzij voor een addertje onder het gras.
Puzzelen op het gedicht
Het zijn wel als voorschriften of handleidingen geschreven overdenkingen, die gedichten in “Opgelet”. Het programma van het concert des levens. Zaagsma heeft de partituur en slaat als dirigent de maat, zolang ik me maar aan haar notenschrift houd. En dan in galop verder, een sierlijke draf op de koop toe. Je leest weer en nog eens, en meer serieus, aandachtig. Zoals het stijlfiguur van een cryptogram eerst moet indalen voordat de betekenis van de omschrijving ontrafeld kan worden. Zo puzzel ik op het gedicht van Annet Zaagsma, totdat me alles opeens duidelijk wordt. Het is er ineens, als in een flits, de inspiratie om te doorzien.

“correct halthouden is niet hetzelfde als vierkant staan / eerst moet aan alle voorwaarden worden voldaan / daarna kan men correct halthouden / nageeflijk, zonder holle rug / / zowel de voor- als achterbenen naast elkaar zetten / niet te ver, dus onder massa / zodat ze het lichaam kunnen dragen / / sommigen blijven drijven terwijl ze inhouden / terwijl het zinloos is / twee hulpen tegelijk te geven”
Opgelet. Het materiaal moet ademen. Annet Zaagsma. Gedichtenbundel. Uitgeverij Opwenteling, 2022.

Leave a Reply