In het boek “De wereld is mijn atelier” ga ik op reis met kunstenaar Erik van Ommen. Hij is mijn reisleider, hij trekt voor mij de wereld in om dieren van divers pluimage in verschillende technieken op papier en linnen vast te leggen. Zodat ik er daarna van kan genieten. Van al die pracht en praal van Moeder Natuur. Het kijkt als amateur vogelaar vooral naar de gevederde vrienden, maar schuwt ook niet om Afrikaanse viervoeters of een ijsbeer langs de Noordpool te portretteren. Maar het boek is vooral een vogelgids, en voor mij een handboek op een virtuele reis. Met het boek opengeslagen voor mij op tafel maak ik namelijk een papieren trip en kan ik de beschreven dieren determineren en de afgebeelde vogels onderscheiden.
Van Ommen heeft deze daadwerkelijk opgezocht en vastgelegd, want de wereld is zijn werkruimte. Zo hoef ik in principe de deur niet uit om de verre reis te maken. De kunstenaar heeft voor mij gekeken en met een fotografische manier van werken opgetekend. Met vaste hand schets hij de beweeglijke vogels, terwijl op zijn olieverven iedere veer in de compositie is gefixeerd. Daardoor lijkt de vogel zo van het papier weg te kunnen vliegen. In andere technieken is het resultaat meer speels, hoewel Van Ommen de werkelijkheid nooit uit het oog verliest.

Niet voor niets is het boek uitgebracht bij KNNV Uitgeverij. De uitgever van informatieve en inspirerende boeken over onder meer natuur en duurzaamheid. De uitgeverij geeft waardevolle kennis door aan een breed publiek en draagt zo bij aan de bescherming van de Nederlandse natuur en aan het plezier dat je eraan beleeft. Hoewel Van Ommen zich niet enkel richt op de binnenlandse leefomgeving, maar ook zijn blik richt ver over onze grenzen.
Lijfelijk aanwezig, geuren ruik, geluiden hoor
Met hem ga ik op safari en ontdek dieren waarvan ik het bestaan eerder niet wist. Niet alleen komen olifanten, neushoorns en gemsbokken naar de drinkplaats, ook secretarisvogels en kroonkraanvogels vliegen over, staren geelsnaveltokken en krokodillen me grimmig aan. Ik schouw in gedachten zebra’s, buffels, wrattenzwijnen en een nijlpaard. Niet allemaal op hetzelfde moment op dezelfde plek, maar al bladerend gaandeweg door het boek. Door de gedetailleerde beschrijvingen is het alsof ik lijfelijk aanwezig ben, de geuren ruik, de geluiden hoor.
Wanneer ik ooit de Zambezi met een kano zal bevaren herken ik de dieren langs de oevers en de vogels in de lucht, omdat ik ze eerder zag op mijn trip thuis met gids Erik van Ommen. Ik ontdek de driekleurige glansspreeuw en de ornaathoningzuiger, herken het mannetje van de paradijsvliegenvanger aan zijn verlengde middelste staartveren en vergaap me aan de prachtige kleuren van de vorkstaartscharrelaar. Het is een vogelparadijs waar de kunstenaar mij mee naar toeneemt. In diverse technieken legt hij de levendige natuurlijke schoonheid vast.
Eigenlijk is het daarmee ook een document, want helaas zullen vooral vele van de door hem vastgelegde vogels er over een aantal jaren niet meer zijn. Door de door de mens over zichzelf afgeroepen klimaatverandering en opwarming van de aarde zullen populaties minderen en uiteindelijk uitsterven. Zo eindigt althans het boek, wanneer Van Ommen afscheid neemt van poolijs en ijsbeer. Maar eerder in het boek is het zover nog niet en kan ik me voorstellen hoe Adam zich in het paradijs voelde toen hij iedere vogel een eigen naam mocht geven.

Beter kijken naar wat vliegt, trippelt en hipt
Wat een diversiteit aan schoonheid, waar ik hier met mussen, mezen en vinken in eigen tuin geen weet van had. Ik was al blij met de overvliegende Vlaamse gaai en een kort bezoek van de bonte specht. Van Ommen bleef op een kwaad moment ook thuis om zijn tuinpopulatie noodgedwongen vast te leggen. Het coronavirus hield hem in eigen land. Maar daar valt ook genoeg te beleven getuige zijn waarnemingen. Het houdt hem dichtbij huis. Eigen tuin, de regio niet ver van huis, de streken in de omgeving. Bos en veld die ik op zondagse ommetjes ook weleens doorkruis. De vogels komen mij bekend voor, zelf spot ik ze ook bij tijd en wijle of merk ze op wanneer deze overvliegen. Echter door de registratie van Erik van Ommen ga ik beter kijken naar wat er zoal vliegt, trippelt en hipt. Want dat is ook een taak van de kunstenaar, de beschouwer beter te laten kijken. Oplettend de wereld in turen, anders leren kijken.
Hij is geen vogelschilder, geen vogelaar of wetenschapper schrijft Van Ommen over zichzelf in het boek. De bioloog vergaart informatie door te observeren en te noteren, de kunstenaar verzamelt ideeën door te kijken. Wat hem boeit legt hij vast in een schetsboek. “Daarna komt het aan op creativiteit, doorzettingsvermogen en soms een ingeving.” Hij maakt geen foto’s om later na te tekenen, zijn ervaring is dat je dan slechter kijkt en minder goed het geziene onthoudt.
Hij uit zich in verschillende technieken, waarvan hij de werkwijze in het boek en aan de hand van korte films uit de doeken doet. Deze video’s zijn door een afgedrukte QR-code in te scannen af te spelen. Dus heeft het boek naast gids te zijn en handleiding om vogels te herkennen nog een functie, namelijk een educatief karakter in technieken om op kunstzinnige manier de wereld vast te leggen. “Vanwege de tijdsdruk en het feit dat vogels beweeglijk zijn, gebruik ik geen potlood, dat duurt te lang, maar penseel en zwarte aquarelverf”, beschrijft hij zijn aanpak en plein air. “Daarmee zet ik in een paar streken een vogel op papier, dat is dus het werk niet. De meeste tijd gaat op aan kijken, concentreren en wachten op een boeiende pose. Wat ik noteer zijn slechts vlekken en lijnen die een suggestie van een vogel weergeven.”

Van die schetsen in potlood en met inkt zijn, naast de uitgewerkte resultaten in waterverf en met olie- of acrylverf, gesneden in hout of geëtst op koper, veel voorbeelden in het boek afgedrukt. Zo krijg ik inzage in de opzet en het ontstaan van de schilderingen en de grafiek. Een kijkje in de keuken zo gezegd, een blik in het atelier.
Andere technieken dan tekenen schilderen
Erik van Ommen heeft een gedegen klassieke opleiding, hoewel hij op de kunstacademie geen vogels schilderde maar portret, model en stilleven. Dit heeft een basis gelegd, een voedingsbodem om zijn oeuvre op te laten groeien en bloeien. “Ik stak veel op over het gebruik van lijnen, vlakken, kleuren en het maken van een compositie. Ik leerde er tekenen, schilderen en etsen en ervoer het als een inspirerende tijd die mijn behoefte om nieuwe dingen te onderzoeken stimuleerde.”
In het verwerken van zijn inspiraties onderzoekt Van Ommen andersoortige technieken dan het tekenen en schilderen. Hij legt de natuur vast in grafische technieken als het etsen en de houtdruk. Maar bijvoorbeeld ook in de Japanse sumi-e techniek, het schilderen met inkt. Dat is een meditatieve bezigheid – voordat er ook maar een streek op het rijstpapier staat moet de afbeelding in zijn hoofd gevormd zijn.
Net als de trek de vogels op de wind welhaast rond de wereld voeren, zo brengt de liefde voor de gevederde en gevleugelde dieren Erik van Ommen over de aardbol. Voor het boek trok hij door verschillende landen op het Afrikaanse continent en langs kusten en over eilanden in Europa. Hij is wadwachter op Richel en cursusleider in Helgoland. Hij doet een vogelrondreis over IJsland en is artist in residence op Spitsbergen. En overal merkt hij het gedrag op en legt de vogel in de eigen habitat vast.
Hij is geen indringer, want oogt van een afstand door zijn kijker het natuurlijke schouwspel. Zijn zuivere blik voor de schoonheid maakt dat het werk indringend aanvoelt. Het boek is een must voor de vogelaar, de vogelspotter en de natuurliefhebber, maar zeker ook voor alle anderen die ieder jaar meedoen aan de nationale vogeltelling, gewoon genieten van vogels gelokt door de winterse voedertafel. Feitelijk is het boek voor iedereen die op ontdekkingsreis in de vogelwereld wil gaan.
De wereld is mijn atelier. Erik van Ommen, kunstenaar op reis. KNNV Uitgeverij, 2022.





Geef een reactie