Een ijle tentoonstelling, denk ik wanneer ik over de drempel stap de ruimte van Kunstlokaal No.8 binnen. Niet als in vluchtig, of vaag en schraal. Maar als etherisch, onwezenlijk. Helemaal in de stijl van deze galerie, denk ik ook nog. Een stijl dat zich beweegt op het snijvlak van minimalisme en abstractie, maar ook best eens van het padje raakt de werkelijkheid in – in kunstkennerskringen het realisme genoemd. Over het algemeen wordt de bezoeker van deze lokaliteit kunst getoond die beroep doet op inleving, ervaring en gevoel. Inleving om de composities op waarde te schatten. Ervaring, de geoefendheid in het kijken naar non-figuratief werk. En gevoel om de belevenis objectief te beleven. Dat heeft tijd nodig bij de ongeoefende kijker, maar is er eenmaal doorzicht in wat gezien is, begrip te doorgronden dan komt het beeld tot leven. In de tweede dimensie ga ik dan als beschouwer de diepte in. De vormgeving aan de oppervlakte geeft gelaagdheid in de verschillende niveaus prijs. Om de compositie te doorzien moet ik staanblijven en verderkijken. Meen ik.
Over de drempel gestapt de ruimte in krijg ik het er koud van, de rillingen lopen me over de rug. Is het werk zo ijl als in ijzig en kil of afstandelijk en gereserveerd. Welnee weet ik, wegens de oplopende energierekening staat de kachel op spaarstand en zullen de stralen van de waterige lentezon in het lokaal de sfeer moeten brengen. Van het getoonde werk evenwel word ik warm van binnen, het streelt mijn blik en mijn beschouwing. In eenvoud is het namelijk in topvorm, vind ik. Andermaal een geslaagde duo-presentatie hier in Kunstlokaal No.8 noteer ik daarom.

Onder de S van de Stijl, veronderstel ik
Maar warm, terwijl ik zwart zie en wit aanvoel. Valère Wittevrongel eert namelijk het zwart in zijn composities. De kleur die lange tijd verboden leek in de kunst, althans werd mij op de academie ontraden het in het palet op te nemen. Het zou geen kleur zijn eigenlijk, maar zwart is alles tegelijk weet ik nu. Filosofisch, spiritueel, miserabel, chic, snobistisch, modieus, radicaal, somber, angstaanjagend. Het is een rode draad door de kunstgeschiedenis, zwart. Het is een mysterieuze tint die treurnis uitstraalt, maar paradoxaal ook een voorname inborst heeft. Het is de kleur van de schijnbare tegenstelling tussen licht en donker. Zwart brengt mij als toeschouwer dan weer wel uit mijn evenwicht. Wat moet ik ermee wanneer het donkere vlak magnetiseert als een zwart gat, alles naar zich toetrekt en niets loslaat. Ik kan er zo in verdwijnen, het neemt maar geeft niet.
De composities van Wittevrongel zitten in de kast onder de S van de Stijl, veronderstel ik. Maar passen ook onder de Z van het Zwart, of beter Zero. Het heeft de strakke vormgeving van Mondriaan. Een voortborduren op die nieuwe kunst vanuit de jaren 30 van de vorige eeuw. Waar Mondriaan het wit met zwarte lijnen en primaire tinten adopteerde, maar aan het slot van zijn leven in de nieuwe wereld onder invloed van speelse muziek minder afgemeten werd, is Wittevrongel een tegenpool in zwart met gezwarte kleuren rood en grijs. De opbouw is van een zelfde kwaliteit, rechtlijnig, vlak. Het zwart laat hij werken door mat en glanzend in een enkele compositie af te wisselen, naast elkaar te plaatsen. En het rood en het grijs maken daarin een figuur zonder te figureren. Wittevrongel werkt in een thema met variaties. Hij speelt met de rechthoeken in het platte vlak. Door plaatsing ontstaat diepte of hoogte. Perspectief in de eerste dimensie. Soms oogt het grijs wel blauw of groen door het verdwijnen van het licht in de schemering.

Een afgedraaide rol papier
Het werk van Katharina Fischborn oogt fragiel en teer. Het voelt wit en doorzichtig aan. Althans naast de robuuste en stevig in de verf zittende schilderijen van Wittevrongel. Haar materiaal is het potlood en de fineliner. Daarmee tekent zij lijnen tot gearceerde vlakken. Niet netjes strak getrokken maar speels uit de hand gezet. In een stramien van elkaar kruisende lijnen, waardoor er als het ware een diepte in de patronen ontstaat. Vlakjes als een plattegrond van de gedachte. Bij de ragfijne lijnen bewegen zich banen in blinddruk. Een grafische combinatie. Zo speelt Fischborn met het licht in het platte vlak. Dat licht laat ze ook als metafoor door de lijnen schieten als flitsen kleur. Het onderbreekt het stramien, doorbreekt motief alsof een blikseminslag het beton splijt. Het is een creatief speelse variatie op het thema. Een tekening die fijntjes tot collage wordt.
In het centrum van de ruimte staat een afgedraaide rol papier. Daarop heeft de kunstenaar op de voorkant en aan de achterzijde een ononderbroken lijn gezet. Prins vertelt me het verhaal achter dit object. De doorgaande lijn volgt het spoor van de boer die zijn land ploegt. De agrariër die zijn akker bewerkt en voren trekt, als maar door. Heen en weer, en vice versa. Wanneer de landarbeider in het weekend ook eens vrij is staat de ploeg stil maar gaat de lijn door. Niet meer van hier naar daar, maar in een recht spoor langs de rand van het witte vlak. Na de rust weer door van links naar rechts. Het is als de lijn van de seismograaf die daarmee de beweging van de aarde registreert. Het werkstuk op zich weerklinkt in een eronder geplaatste spiegel, zodat de lijn als het ware tot in de eeuwigheid rond kan gaan. En de boer hij ploegde voort, in het zweet zijns aanschijns. Zoiets, denk ik.

Fischborn is vooral bekend om haar blinddrukken in combinatie met transparant gekleurd papier, vertelt galeriehouder Prins mij. Deze geven het idee van architectuur, hoge flats waarin de ramen doorkijken zijn in het niets – ins Blaue hinein. In deze tentoonstelling echter toont zij enkel haar tekenwerk en is een wand behangen met vertalingen van die abstracte gebouwen, waarvan er nog een enkele is achtergebleven. De glazen in de vensters zijn de vlakken die vorm krijgen. Gestapeld maar ook gelaagd. Een overzetting van het gegeven in verstilde transparantie.
“Ritme en rijm” is de tentoonstelling getiteld. Het ritme van kleur en lijn, het rijmt. De omslag van het bijbehorende boekje, een ultra kleine catalogus denk ik met een glimlach, laat dat al exemplarisch zien. De werken van beide kunstenaars schuiven in elkaar. Zijn in ritme, strak in de maat maar niet zo onbuigzaam dat het maatwerk is. Beide scheppers van het ongeziene kunnen experimenteren en naast gebaande wegen stappen. Hun eigen bestrate paden. De groei in de kunst rijmt met de voortgang in werken. Warm resonerend, vibrerend in de ruimte. Als moderne composities klinkend in beeld gebracht. “Ritmes van de stilte, als het schrijven van tijd”, besluit de tekstschrijver in het boekje.
Ritme en Rijm, schilderijen van Valère Wittevrongel en tekeningen van Katharina Fischborn. Tentoonstelling bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 26 februari 2023.


Leave a Reply