Krabbé overwint opgelegde beperking

Gewend aan reizen om daardoor geïnspireerd te worden, landschappen ver weg en dichtbij. Verwend zijn eigenlijk om in de wereld beelden te mogen en kunnen ontdekken, in gedachten of bij schets te bewaren en thuis deze herinneringen uit te werken. Dat stopt opeens en hij valt uit zijn ritme van schilderen en van leven. Hij is uit zijn doen. Op het toneel en voor de film kan de veelzijdige kunstenaar als acteur in een rol onderduiken, niet zichzelf zijn maar de ander. Thuis in het atelier is Jeroen Krabbé nooit de ander, heeft alleen met zijn gedachten van het eigen doen en laten te stellen. Door dat vervelende virus echter, dat de wereld stil zet en het leven op de kop, is hij werkelijk teruggeworpen op zichzelf. Hij kan niet meer stiekem vanaf een script leven of zich verschuilen in filmische zoektochten naar collega’s in de kunst. Eenzaam en alleen zit hij er, fysiek afgesloten van de buitenwereld. Daar gaat dit verhaal over dat is ingegeven door het lezen en bekijken van de uitgave “Stilte, mijn atelier in lockdown”. Die van bovenaf opgelegde beperking steekt en wringt, het schuurt het vermogen te creëren.

Giorgio Morandi

Hoe zal de Italiaanse schilder Giorgio Morandi dat ervaren hebben, denk ik bij het bladeren door de uitgave en het lezen van de teksten daarin. Morandi legde zichzelf een quarantaine op, kwam zelden de deur uit en ging al helemaal niet op reis. Hij had genoeg aan en nam genoegen met de beschermde omgeving van zijn atelier. Daar was zijn inspiratie voorhanden in de schappen vol verzamelde potten, borden en vazen. Hij schilderde vrijwel alleen stillevens met over het algemeen dezelfde potjes, bordjes en vaasjes. Steeds opnieuw van een andere kant of met gewijzigd invallend licht. Door die beperktheid echter is zijn werk wel tot grote hoogte in kwaliteit en uitstraling gekomen, wereldberoemd. Maar Jeroen Krabbé ervaart de beperking als een handicap. Hij moet zijn vleugels kunnen uitstrekken om de wereld te verkennen, en daaruit inspiratie opdoen om de werken te maken die hij voorheen deed.

Jeroen Krabbé

Opnieuw op oude eerder beschilderde doeken

Bij jezelf zijn maar wel weg kunnen is een ander ding dan op jezelf zijn en nergens naartoe mogen. De opgelegde gebondenheid, de voorgeschreven beknotting weegt zwaarder dan een zelf in alle vrijheid opgedragen begrenzing. Krabbé werkt alleen op zichzelf in zijn atelier maar kan uitvliegen wanneer hij wil, met anderen spreken en overleggen zonder maat. Maar nu het niet anders kan en de deur gesloten moet blijven voelt het als een dwangbuis, een keurslijf en dat werkt nooit prettig, in geen enkel geval. In deze inperking beseft Krabbé des te beter de essentie van het leven. Want wat moet hij nu? Hij loopt stuk, maar raapt toch vol goede moed zijn delen bij elkaar.

Hij begint opnieuw op oude eerder door hem beschilderde doeken. Zijn vroegere gedachten krijgen een nieuwe betekenis. Hij recyclet als het ware zijn eigen kunst. Noodgedwongen, want in de lockdown kan Krabbé geen nieuwe doeken aanschaffen want alles zit immers op slot. Gelukkig heeft hij nog een voorraad door hemzelf afgekeurde doeken. Hij likt zijn wonden en gaat min of meer opgewekt door. Want eigenlijk betekent de lockdown dus een nieuw begin, een geluk bij een ongeluk. Zijn toets wordt losser, het verhaal gaat dieper. Raakt de kern van zijn wezen op dat moment. Ik zie de man in zijn werkplaats, veelal met lege doeken op statische ezels. De doeken smeken erom beschildert te worden lijkt het wel. De sfeer is geladen, want de zin is opeens verdwenen. Nieuwe moed moet in stilte worden gevonden. Gaandeweg wordt het grijze bestaan ingekleurd. Krijgen de doeken kleur, wordt de spanning doorbroken. Want je kunt wel bij de pakken blijven neerzetten, maar daar schiet geen mens iets mee op.

Jeroen Krabbé

Krabbé schildert met realistische toets

In de beperking, wanneer deze eenmaal is geaccepteerd als kwade noodzaak, vindt Krabbé voldoende vrijheid om in de kunst bij zichzelf te blijven. Op zelf onderzoek te gaan en te ontdekken wat de betekenis van deze periode voor zijn werk kan zijn. Hij kan en durft meer van zichzelf te laten zien, de beteugelde schilderijen hebben diepgang. In werkelijkheid een dubbele laag, want geschilderd over oude doeken. En in sommige composities is die geschiedenis en zijn die gedachten van toen nog zichtbaar in de schildering van nu. Maar ook in de abstractie is er een gelaagdheid. Krabbé schildert nog wel met een realistische toets, maar met een expressionistische ondertoon. Zijn werken komen dichter bij de mens, het ik, want de invloeden van buitenaf zijn verdwenen. Hier en nu kan hij zichzelf zijn. Voordien zou hem dat nooit gelukt zijn, maar in de lockdown moet hij wel wil hij verder en voort. In de stilte van het atelier en zijn omgeving kan hij bij zichzelf blijven, dat moet wel want er is niets anders. Het atelier is zijn landschap, de natuur van dat leven, de essentie van dit zijn.

Jeroen Krabbé

Vader Jeroen en zoon Jasper

Voor de uitgave, de catalogus bij de tentoonstelling in Museum de Fundatie, is zoon Jasper met vader Jeroen in gesprek gegaan. Zij delen de smart. Beide zijn mensenmensen, altijd onder de mensen. Het leven wordt bepaald door de ander, want de kunst is voor de massa. De zoektocht naar bepaalde kunstenaars moet uitgedragen. De gescripte rolprenten moeten de filmzalen in. De eigen communicatie, de pr, dient mensen te trekken. Het ego verdient applaus. Dus laten ze zich zien daar waar mensen zijn of toegang toe hebben. In het bevragen van zoon tot vader komt naar voren dat beide het er moeilijk mee hebben. Het is lastig zo niet onwerkbaar om in de verplichte stilte, de gedwongen afzondering, tot een toppunt te geraken. Maar niets is minder waar blijkt uit de afgedrukte werken in het boek. Het zijn veelzeggende composities waarvan de beelden zich afspelen binnen de muren van het atelier. Dat is zijn omgeving, door de kier van de deur kan hij nog de buitenwereld beschouwen maar dat is het dan.

Jeroen Krabbé, Jasper Krabbé

De mannen hebben het over hun kunst in het algemeen, maar in het bijzonder over wat nog werkbaar is tijdens de lockdown. Het is een wonderlijke gave, dat schilderen in de kunst, want ondanks dat Krabbé niet meer weet wat hij moet en zal doen, komt hij tot emotioneel werk. We zien de man die het niet meer zo denkt te zien zitten in zijn atelier. Zeulend met, kijkend naar en voortdurend met een penseel in de hand. Wie is die figuur. Is het Krabbé zelf of is het zijn alter ego, de figurant in de film die “mijn atelier in lockdown” heet. Met dit werk doorbreekt hij zijn eigen stilte. Het kon weleens een breekpunt in zijn oeuvre zijn. Met de beperkte middelen en nauwelijks onderwerp komt hij tot een veelzeggende productie. Zoals Morandi zich door eigen toedoen liet beperken tot steeds dezelfde stillevens in een ander licht te zetten, zo heeft Krabbé zich moeten laten beperken tot de attributen in zijn atelier. Daarmee maakte hij stillevens, experimenteerde hij met vorm en kleur, lichtval en schaduwwerking.

De magie van kunst

Het boek is een document van een periode in veelzeggende beelden. Een documentaire met stille momenten, het ondergaan van een beperking. Maar je daar bovenuit werken met het enige wat voorhanden is als beeldend kunstenaar. Jouw gedachten vorm geven in verf op doek. De beperking heeft Krabbé goede dingen gebracht, zijn uitingen ogen wel opgeruimd en geven beeld aan op welke manier beperkt onbeperkt kan werken. Het portret dat zoon Jasper van zijn vader Jeroen maakte schetst het beeld van de man die volgens mij aan het begin van zijn opsluiting staat. Hij is zichtbaar verbolgen en overdenkt het doel en wat nog mogelijk is. De ernst is moedeloosheid. Maar eenmaal aan het werk komt de kleur in het leven terug. Daar getuigen de platen in het boek van. De magie van kunst.

Jeroen Krabbé. Stilte. Mijn atelier in Lockdown. Teksten Ralph Keuning en Jasper Krabbé. Fotografie Annemarieke van Drimmelen. Waanders Uitgevers / Museum de Fundatie, 2021.

Jeroen Krabbé

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *