Het is niet eenvoudig in de geest van de dichter te komen. Ik lees de nieuwe bundel van Elmar Kuiper van voor naar achter en terug en nog een keer. Langzaam beginnen de woorden mij betekenis te geven. Het is als een surrealistisch schilderij waarvan de beelden tijd nodig hebben bij mij in te dalen. De woorden zweven boven de werkelijkheid. De gedichten zijn niet abstract, maar kunnen wel in metaforische zinnen wonderlijk normale ervaringen duiden. Want hoe kan een woord, hoe kan een combinatie van woorden abstract zijn. De haan is een mannelijke kip of staat bovenop de kerktoren. Verandert pas van betekenis en inhoud wanneer er een bijvoeglijk naamwoord aan is toegevoegd: blauwe haan. Sommige woorden hebben dan wel een dubbele betekenis, het maakt de Nederlandse taal minder eenvoudig voor de buitenlander. Die haan kan namelijk heel goed ook het slagstuk in een pistool zijn. Ik kan haantje de voorste willen zijn of de gebraden haan uithangen. In elk geval laat ik bij het lezen van onderhavige bundel poëzie Elmars haan koning kraaien.

Met de titel van het boek en de beeldende omslag zet de dichter mij meteen al op het verkeerde been, dat achteraf best wel het goede zal kunnen zijn. De woorden van realisme worden in abstracte zinnen gegoten, in de zin van andere in betekenis onverwachte woorden voor eenzelfde strekking. Ik dien me er een beeld bij te vormen wil de bedoeling tot mij komen. Maar dat beeld kan wel heel goed een andere vorm hebben dan in beginsel bedoeld is. Is de blauwe haan een geheelonthouder of ergert hij zich blauw terwijl hij rood aanloopt, zoals de letters op het omslag van de dichtbundel.
In de geest van de dichter kruipen
Onderwijl het lezen zie ik Elmar in gedachten, mijn gedachten, in het Friese gras liggen levend in zijn jeugd, een strootje tussen de tanden mijmerend over wat komen gaat. De verleden tijd toen alles nog op orde leek, alles vanzelfsprekend scheen. En concentreer ik mij op de woorden dan word ik deze jongen die daar in het gras ligt denkend aan toen, toen geluk heel gewoon was.

Maar moet je dan wel in de geest van de dichter proberen te kruipen? Wil je een verhaal begrijpen dan vereenzelvig je je met de hoofdpersoon. Je maakt figuurlijk aan de lijve mee wat de schrijver heeft geschreven. Ga je zo op in het verhaal dan gaat het over jezelf, is het jouw verhaal. Dan ga je op avontuur buiten jezelf bij jezelf. Ben je letterlijk van de wereld zolang als dat je leest. Is het boek uit, het verhaal klaar, dan sta je weer met beide benen op de grond. Is het verhaal een herinnering.
Om een gedicht tot me te nemen stel ik mij de ploeterende dichter voor, de poëet die met het zweet op het voorhoofd al nagels bijtend dat probeert te verwoorden wat zijn geest ziet. En is het daar, staat het op papier, lees ik het en zwoeg me positief door de woorden. Ik lees en ik ben die hij is. In de korte spanningsboog van dat ene gedicht. Langer hoeft mijn aandacht niet te zijn. Maar in die enkele regels ga ik diep door het denkbeeldige stof. De dichter is diep in zichzelf gegaan om in een paar zinnen een compleet verhaal te vertellen. Poëzie is ingedikte proza. Het gedicht is de essentie van het verhaal.

Als in een abstract kunstwerk
Zo lig ik in het hoge gras van mijn bed te filosoferen. Ondertussen de bundel “blauwe hanen” doorbladerend houd ik het boekje open op de bladzijden die me aanspreken. Die meteen na eerste lezing in mijn hoofd blijven spelen. Het zijn vluchtige bewerkingen die nog even naklinken in mijn gedachten maar al snel plaats maken voor de dagelijkse inspiraties. De gedichten die niet meteen duidelijk zijn en nadere aandacht verdienen, ik lees ze nog eens weer. Ik weeg de woorden, streep betekenissen tegen elkaar weg. Dan opeens, als een donderslag bij heldere hemel – waar komt het vandaan, het is er plotseling, doorzie ik de gedachte en doorvoel de bedoeling van de kunstenaar. Als in een abstract kunstwerk, bij toverslag zie ik er iets in en wordt het beeld de mijne – mijn blik.
Kuiper beschrijft zijn gedachtewereld, dicht zijn herinneringsbeeld. Die is uiteraard niet universeel, maar schurkt wel tegen het algemene aan. De dichter heeft de kracht zich in de lezer in te leven, waar de lezer de macht moet hebben zich in de dichter te verplaatsen. Hij speelt met woorden, dolt met betekenissen en danst met de regels van het spel. Een kort verhaal zet hij om in dichtwerk. Het lijkt een short story maar is een long poem. Het omschrijft niet in ellenlange hoofdzinnen met slingerende bijzinnen welke weg het personage moet gaan om van proloog tot epiloog te komen. Maar heeft ook niet de kleurige uiteenzetting van het zijn en handelen op detail. In nauwelijks meer dan een halve pagina moet de toon gezet zijn en een afronding gemaakt. Het lijkt een onmogelijke stijl die nog eens weer in het ‘gewone’ gedicht is uitgewerkt. Dan vallen alle schillen weg en blijft de kern over. Sprankelend en glanzend. En dat behoeft dan niet altijd in rijm of volgens de regels van de algemene poëzie te zijn, als het maar woorden tot beelden brengt in de gedachte van de lezer. Dat het speelt met de realiteit, in betekenis zweeft boven de werkelijkheid. Ik moet mij figuurlijk uitrekken om het letterlijk te vatten.

Tweemaal daags een gedicht
In zijn gedichten leeft Elmar Kuiper zijn leven nog eens opnieuw. Daar ruggelings gelegen tussen de grashalmen kauwt hij op een strootje. Het zijn trekt als een film aan hem voorbij. Hij zet er de herinneringen stil en geeft het woorden. Herinneringen die aanspreken, mij roepen en de betekenis influisteren. Alsof het geheimen betreffen. De mysterieuze verzen dansen aan mij voorbij, de beeldspraak komt spelenderwijs bij mij binnen. Onberedeneerd zet Kuiper woorden op papier die intuïtief hout snijden. Hij beeldhouwt de gedachten in woorden. Kleit zijn wortels tot zinnen. Hij spit het verleden om voor vruchtbare grond waarop de toekomst kan groeien. Hij herinnert, observeert en denkt zich het zijne ervan door een achterdeurtje te vinden om uit het hersenspinsel te ontsnappen.
En waar hij een uitweg heeft gevonden zoek ik een ingang. Is die eenmaal gevonden dan stuit ik telkens weer op een doodlopend pad om uiteindelijk het doel te bereiken: het doorzien van de metafoor blauwe hanen. Veelal zijn het notities om belevenissen te omschrijven, handleidingen om uit het geestelijke doolhof te komen. De gedichten lijken therapeutische ingevingen om het verleden af te kunnen schudden en vol goede moed de toekomst in te gaan. De bundel krijg ik als recept voorgeschoteld om met mijn verleden in het reine te komen, te genezen van de wonden uit vroeger tijd. Tweemaal daags een gedicht. En om af te wennen start ik de kuur eens opnieuw en pas het naar behoefte aan. En wanneer dan het medicijn aanslaat lees ik met plezier de hele bundel nog eens van voor tot achter. Wordt het medicijn een drug, een geestverruimend middel.
Wanneer de gedichten blijven hangen heeft de dichter zijn doel bereikt. De blauwe hanen hebben zich geëtst in mijn gedachten. Ik blijf er aan denken, omdat eens de meest abstracte woordspelingen mij overkomen als realistische aanhalingen. De eerste haan kraait en ik verwacht de tweede onderwijl tastend in het duister naar de derde, maar er is licht aan het eind van de tunnel. “blauwe hanen / schokken licht (…) blauwe hanen / luisteren loom (…) blauwe hanen / tokken zacht / en rekken hun halzen zo uit tot ze / gemakkelijk bij de sterren kunnen” Ik ben een blauwe haan.
Blauwe hanen. Gedichten van Elmar Kuiper. Uitgeverij Atlas Contact, 2023.

Geef een reactie