Is het een brug of is het een poort. Zijn het tafels of zijn het steigers. Wanneer je iets voor het eerst ziet, het nieuw is aan je ogen, dan zoekt je blik aanknopingspunten in de beeltenis. Onwillekeurig, om het oog scherp te stellen, de gedachte te stroomlijnen. Mijn ogen moeten wennen. Ermee geconfronteerd kan ik niet meteen en direct mijn verstand op nul zetten en alleen maar het gepresenteerde ondergaan als is het een vorm zonder de betekenis te weten, te hoeven weten. Dat is jammer, want zo kun je niet direct het abstracte waarderen, de versimpelde waarheid doorgronden. In elk geval zie ik, of denk ik te zien, dat hoge staken een latei torsen, een draagconstructie die de hemel stut. Een onderdoorgang waarachter ik een nieuwe wereld denk te zien, een onbekend en ongerept landschap. Mijn aandacht maakt van het abstracte gegeven een werkelijke waarheid, in eerste instantie.

Met velen, in gezamenlijkheid schragen de verticalen het horizontale beleg. Beschouw ik in de schilderijen. De benen zijn lotsverbonden om in verband de last te dragen. Het abstracte werk van Edwin Smet, want dat is wat ik voor ogen heb, heeft ieder voor zich een heldere titel. Een korte omschrijving van het beeld, zodat ik houvast heb aan wat ik zie. Aan iedere titel ‘solidariteit’ is een nummer toegevoegd, maar goed beschouwd zijn het naamloze werken. Hebben de composities in principe voldoende aan een ‘zonder titel’ aanduiding. Want in realisme is het beeld flinterdun, maar in abstracte zin spreken deze emotioneel dubbel en dwars aan. Ieder werk is een variatie op het gekozen thema. Een thema dat universeel is, Smets werken zullen alom aanspreken. Solidariteit kent geen grenzen. Abstractie spreekt overal aan, want het duidt eenzelfde taal.
De pijlers dragen het brugdek
Het is in de composities één voor allen en allen voor één. De totale opbouw bepaalt het karakter. Dat is solidariteit. Valt er een poot weg dan wordt de last voor de anderen zwaarder en zelfs misschien wel te zwaar. Ieder element is onmisbaar, elk detail maakt het geheel. Zo is het al, het alom, in kracht groter dan de enkeling. De pijlers dragen het brugdek, de beren steunen de stadspoort, de poten onder houden het tafelblad boven, de leuningen schoren het platform. Altijd maken meerdere handen het werk licht, eensgezind gaat men aan de slag om elkaars last te dragen. Dat kan werkelijk zo zijn zoals Smet in zijn schilderijen laat zien, maar het kan ook een metafoor zijn voor de moeiten die het leven maken. De horizontale balk is de oorlog die de slachtoffers samen moeten dragen, het is de aardbeving waarna voor de wederopbouw veel mensen een financieel steentje bijdragen.

Op de eerste pagina van het genummerde met een paktouwtje hand gebonden boekje, in eigen beheer een beperkt gedrukte oplage van 50 stuks – mij ligt het 16e voor, is een smalle reep schildertape geplakt. Van die tape die door huisschilders en thuisschilders wordt gebruikt om bijvoorbeeld het glasraam in het kozijn te behoeden voor verfvlekken en -druipers. Het is een verwaarloosbaar massaproduct, 13 rollen voor de prijs van 10, maar kunstschilder Edwin Smet geeft het betekenis en laat in zijn werk het onooglijke materiaal de alledaagsheid overstijgen. Het heeft in de kunst opeens gewicht en inhoud, het was al bruikbaar maar is nu relevant om een verhaal te vertellen. Het tafelblad, het brugdek en het platform zijn alle een strook plakband gestut door overlangs gesneden delen tape. Een enkele keer heeft de kleefband de originele geelachtige tint behouden, maar in andere gevallen kleurt het mee met het schilderij of is het er complementair aan. Ook worden wel de randen de kaders waarbinnen de structuur van het tape verwezenlijkt. En in de achtergrond zie ik een soort van landschap, een tafereel dat door de mens is aangetast. Zo zijn de tafels toch poorten tot een dieper zijn. En ook weerklinken de bouwwerken wel achter in het schemerlicht, staan er kleinere vormen onder de grotere. Ik zie ladders die naar boven leiden langs steigers, want wij mensen willen alsmaar hoger tot we de hemel kunnen aantippen. Een toren van Babel, het onbereikbare bereikbaar maken – althans proberen het jammerlijk mislukken te boven te komen.
Smet zet de gedachte op een sokkel
Zo hebben de werken van Smet meerdere duidingen, meerdere lagen. Sec zijn het platformen op hoge poten die zich laten spiegelen in hun eigen achtergrond. Mijmerend en filosoferend draagt het de emotie van een actie in saamhorigheid. Het steunen en stutten van een hoger goed. Terwijl we positief solidair moeten zijn aan de verloederende wereld, de afbraak die we zelf gezamenlijk voortdurend negatief in gang zetten. Smet probeert het tij op zijn eenvoudige manier te keren, in protest het spandoek hoog te houden. Zo zijn de bouwwerken op de schilderijen ook wegversperringen, tot hier en niet verder.

Smet inspireerde zich op de structuur van gestapelde tafels in een vanwege de pandemie gesloten en daardoor verlaten restaurant. Het schiep voor hem een abstracte metafoor. Die tijd van ongeopende deuren testte de saamhorigheid van de mensen onderling, stelde ze op de proef. Daaruit, met dat beeld, kon de kunstenaar zijn gedachten ordenen om de instabiliteit van de omgeving als wel de mensenmassa te duiden. De manier waarop de mens zich verhoudt tot zijn naaste of in de groep. Dat gegeven probeert Smet te verbeelden in zijn kunst. De solidariteit, de eensgezindheid, die men toont in tijden van rampspoed en tegenslag. Om het streven, het bereiken van de horizon, hoog te houden. We zien allen die stip op de horizon, de uitgang van dit zijn waar we naartoe leven. De enige zekerheid die we hebben. Dat zekere voor het onzekere op een voetstuk zetten. De dood zien als hoger goed, en wat daarna komt is onzeker. Voor de een waarlijk zeker, voor een ander valse schijn. Smet zet die gedachte, dat hopen, op een sokkel, fundeert het. Een geloof dat we samen dragen. En geloven we er niet in dan torsen wij samen die last van dat er niets is achter die horizon, niks na de einder, een zwart gat. Gegoten in een ijzige stilte, een omgeving waaruit de kleur schijnt weggetrokken. Hopend op het licht aan het eind van de tunnel. Soms schemert een kleur in de eenzaamheid van het beeld. Edwin Smet laat het zijn dragen door de mensheid, de poten stutten het leven dat monumentaal lijkt maar even breekbaar is als een stuk tape. Het scheurt je zo bij de handen af.
Solidariteit / Solidarity. Edwin Smet, schilderijen. Eigen uitgave in een gelimiteerde oplage, 2023.

Geef een reactie