Na beschouwing en bespreking van de eigen uitgave “Solidariteit / Solidarity”, door Edwin Smet in beperkte oplage van 50 exemplaren gedrukt – ik bezit nummer 16, is mijn interesse voor zijn werk gewekt. Dat hij met eenvoudige middelen, de schildertape en de tafel als basisvorm, meervoudige uitdrukkingen weet te maken. Prettig is het daarom dat de uitgever Van Spijk ArtBooks mij het boek “For the Longest Time” wilde sturen om meer werk van de hand van Edwin Smet te kunnen beleven. In dit boek vind ik echter geen tafels zoals in het genoemde vlugschrift. Tafels die met hun poten en blad symbool staan voor samenwerking in samenzijn. In de gebonden uitgave tref ik vooral boomvormen aan die een boslandschap vormen. Mogelijk als vingerwijzing hoe de mens met de natuur in negatieve zin kan omgaan. Smet probeert met zijn kunst dat idee van onnadenkend misbruik om te buigen naar verantwoord gebruik van de middelen die ons op deze aarde ten dienste staan. Een druppel op een gloeiende plaat? De tijd wijst het uit.

Achter elke boom een vraagteken
Met schildertape en het gieten van acrylverf in lagen bouwt Smet zijn werken gevoelsmatig op, althans bouwt de compositie zichzelf intuïtief op. De schilder heeft wel de leiding door de manier waarop de tape wordt geplakt, maar de verf neemt het over wanneer het wordt gegoten. Er ontstaan onverwachte mogelijkheden doordat de lagen zich gaan mengen. “Soms verbinden de kleuren zich met elkaar tot een nieuwe, soms geven ze elkaar vriendelijk voorrang, andere keren trekken ze samen op”. In dat proces kan Smet nog enigszins sturen, tempert felle kleuren met houtskool, maar laat het resultaat liever over aan het materiaal. Het moet een verrassing blijven. De vormgeving is een constructie die herinnert aan een bestaande wereld. Het laat de kunstenaar denken aan de bossen van zijn jeugd. Bomen inspireren hem, intrigeren, trekken aan en laten niet meer los. Want zit, citeer ik uit de begeleidende tekst van Kees Verbeek in het boek, “achter elke boom een vraagteken, een verhaal, een veelheid aan voorbije seizoenen”. En in de boom, de stam, staat meen ik een uitroepteken waarin de geschiedenis in jaarringen is vastgelegd. Zo vertelt de boom, iedere boom, een eigen persoonlijk verhaal. Elke boom reageert anders en op een eigen manier op de omstandigheden van binnenuit maar vooral van buitenaf. Bomen, het zijn net mensen.

Wat Smet evenwel het meest aangrijpt en wat hij maar niet kwijtraakt in het thema bos is het beroemde veld nabij het Belgische Ieper, dat leed onder de druk van de wereldoorlog, de eerste. In dat beeld, daarvan heeft Smet een oude foto, in dat krachtige beeld van verwoesting zijn de bomen verworden tot zwarte stakige sculpturen. Gereduceerd tot objecten. “Op een verwarrende manier is het prachtig. Het is dit bos, vol boomachtigen in wanorde, dit landschap van menselijk falen, dat een basis vormt voor zijn vormentaal”. Want ja, die staketselvormige bomen zie ik terug in het werk van Smet. Ik bekijk in het boek geen sublieme landschappen waarin bomen luisterrijke kronen dragen en vogels zich welhaast verstaanbaar laten horen. Het werk van Smet verbeeldt geen paradijs, maar meer een Hof van Heden. Een tuin waarin niet de boom van goed en kwaad de mens op het verkeerde pad brengt maar waarvoor dit creatuur zelf een bedreiging vormt voor boom, dier en plant. Om met Smet te spreken: “We planten zielloze loodsen langs snelwegen, we vervuilen ons milieu, we tasten ons leefklimaat aan en in de binnensteden woekert eenvormigheid”.
Zijn kunst heeft tijd nodig te botten
Lang heeft Edwin Smet zijn werk voor zichzelf gehouden. Nadat hij in de kunsten academisch geschoold is valt zijn oog op andere vormen en is vrij werk eerst nog bijzaak. Maar woord en beeld blijven hoog in het vaandel staan, toch. Voordat zijn werk echter onder ogen van anderen dan enkel intimi kon komen moest hij eerst klaar zijn met de beeldtaal en de kleurstellingen. Het is een jarenlang ploeteren om de juiste vormen te vinden in de meest bij hem passende techniek. Voor hemzelf is het werk de moeite waard, maar of het voor anderen sterk genoeg is om er naar te kijken blijft voor hem de vraag. Pas een acht jaren geleden vond hij de tijd rijp en het werk zover gekristalliseerd dat het volgens hem de wereld in kon. De inspiratie heeft voldoende voedingsbodem, het talent genoeg reden te groeien en het werk grond om te bloeien en te boeien. Smet is geen laatbloeier, zijn kunst heeft tijd nodig te botten voordat het tot bloei komt en vrucht gaat dragen. Verbeek besluit zijn introducerende bijdrage dan ook als volgt: “Bomen komen traag tot wasdom en bereiken pas na jaren hun volle schoonheid. Edwin Smet had geen haast en heeft geen haast. Althans, dat vertelt hij zichzelf. Zijn werk, dat heeft de tijd”.

‘For the Longest Time’ is het boek getiteld. Want Edwin Smet heeft zijn werk gemaakt voor de langste tijd. Het heeft een lange voorbereidingstijd gehad en zal daardoor voor langere tijd uitwerking hebben. Vooral in het actuele thema waarin het is gezet. Eerst bouwt hij zichzelf een wereld. Een omgeving die niet bestaat, maar wel realiteit had kunnen zijn. Het is het bos in zijn gedachten. De herinnering aan plekken waar hij ooit was of in een foto of boek heeft gezien. Het bekeken beeld vertaald in zijn hoofd, het krijgt fictieve toevoegingen passend bij de stemming van het moment of in het verhaal dat moet worden verteld.
Meestal is een en ander goed zichtbaar in voorstelling, maar al experimenterend versplintert het beeld in een expressieve abstractie. Met de boomvorm als uitgangspunt vindt Smet veel variatie op het thema. Maar het zijn alle dode bomen. Bomen zonder blad krijgen kleur door het veelzijdige palet van de kunstenaar. Soms valt het beeld open door een schijnsel van de zon, maar meestal is de sfeer donker en in zichzelf gekeerd. Veelal lijdt het bos in het werk van Smet, roept het om hulp: kijk door de bomen en zie het bos, maar raak door de bomen te zien het bos niet uit het oog. Ondanks de minder prettige aanleiding zijn de werken goed om te zien. De opgaande lijnen breken wel af, in het bos moet dood hout terug naar de natuur – ashes to ashes, dust to dust. Het zijn hoekige en daardoor letterlijk prikkelende vormen, die bij het doordachte maar soms toevallige kleurgebruik een vriendelijk karakter krijgt. In de werken van Smet herstelt de natuur zich. Goed nieuws verpakt in een ‘slecht’ verhaal.
Het sprookje eindigt nooit al goed
Wel weet Edwin Smet de waterige verf en de gesnipperde tape zo naar zijn hand te zetten dat er vreemdsoortige velden ontstaan. Met de idee van een landschap, de zee, gestapelde stenen. Maar al snel komt de boom in het werk terug. De boom als zichzelf, maar ook als symbool in het verhaal, een metafoor voor de vernietigende krachten van de mens. Die mens wordt als letterlijk persoon niet gezien in het werk van Smet, maar is er wel als geest figuurlijk in aanwezig. De geest van afbraak en verval. Het bos als proces in de productie verliest de kracht om de wereld te laten leven, het is een ingeklapte long.
Edwin Smet is een verteller van verhalen met slechts één groot verhaal met legio hoofdstukken. Steeds met die drie woorden om mee te beginnen ‘er was eens’ en telkens als afronding ‘en ze leefden nooit meer lang en gelukkig’. Het sprookje eindigt nooit al goed, er heerst een sfeer van ondergang, het verliezen van aardse waarden. Maar tussen de regels door is er hoop, vertrouwen in de toekomst dat het anders kan gaan. Wanneer dit werk maar gezien wordt zodat de boodschap overkomt, duidelijk is. But don’t shoot the messenger. Door het mistroostige karakter sijpelt toch veel plezier uit het boek. De manier waarop is geëxperimenteerd met het materiaal, is onderzocht hoe het verhaal sprekend uit te beelden. In een bijzondere om niet te zeggen unieke techniek. Het plakken van de tape en het laten vloeien van de acrylverf.

Dat Smet zich alleen zou interesseren voor bomen doet tekort aan zijn werken tot nu. Het vormt wel een groot deel van zijn oeuvre, maar overheerst het niet. De stammen en takken zijn voor hem een middel zich te uiten. Maar er wordt meer zichtbaar om het verhaal kracht bij te zetten. Zo hebben huisvormen inhoud, treden ruimtelijke vormen buiten dragers, is een ovaalvormig element van zwart gat tot verkwikkende bron. In alle onrust van de compositie treedt mysterieus verstilling op. Zijn werk is een punt van aandacht, iedere keer opnieuw vergt het concentratie. De uiting leidt de opmerkzaamheid, oplettend stuurt het mijn blik. Zijn werken inspireren mij, intrigeren, trekken aan en laten niet meer los.
For the Longest Time. Selectie werken Edwin Smet 2016 tot 2021. Met een inleidende tekst van Kees Verbeek. Uitgave Van Spijk ArtBook, 2021.


Geef een reactie