Met het boek “verzamelde werken” laat Museum Belvédère zien wat deze in huis heeft. Geeft inzicht in zijn verzamelbeleid en toont in meer dan 300 afbeeldingen en een volledige lijst van kunstobjecten een collectie met een geheel eigen signatuur. En met die lijvige catalogus in de kast kan ik zo weer het depot inlopen, zoals ik destijds deed als collectiebeheerder van dat museum. Voor mij is het een feest van herkenning, daar ik vele van de werken letterlijk door mijn handen heb gehad bij het inrichten van tentoonstellingen. Iedere bezoeker die zich het boek heeft aangeschaft kan al bladerend achter de schermen kijken, in het heilige der heiligen zeg maar. Daar waar weinig mensen een blik mogen werpen en een kijkje kunnen nemen, staan met het boek de deuren van deze opslag figuurlijk wagenwijd open.
Vele van de opgeslagen werken zullen nauwelijks van de stellingen van het depot komen, vooral omdat dit veelal eenlingen zijn die welhaast nergens aan relateren, waarmee de conservator geen verbinding kan leggen om een evenwichtige presentatie op te bouwen. De collectie van Belvédère is een verzameling namelijk met oneindig veel verbindende lijnen die per tentoonstelling gekoppeld kunnen worden. Vanuit bijna ieder kunstwerk is wel een verbinding te maken met een of meerdere composities elders in de schappen. Of een relatie te leggen met werk buiten het museum wat dan in bruikleen wordt genomen voor de duur van een tentoonstelling. Maar enkele blijven toch achter gesloten deuren, terwijl het wel belangrijke stukken zijn. Met “verzamelde werken” van Museum Belvédère heb ik dus het museum in huis, opgeslagen in de boekenkast.

Dwarsdoorsnede omvangrijke verzameling
Op dit moment toont Belvédère een dwarsdoorsnede van die inmiddels voor een relatief klein museum omvangrijke verzameling. Werk van de kunstenaars die de kern van de collectie vormen krijgen daarin extra aandacht. Om die werken heen is verzameld en wordt nog steeds verzameld. De pit heeft een dikke schil gekregen in de loop van het bestaan van het museum, nu bijna 20 jaar. Begonnen als verzameling bruiklenen is het nu een uitgebreide museumcollectie. Het collectieboek zoals het er nu uitziet is echter een momentopname. Over enige tijd zal er een nieuwe uitgave moeten komen of kunnen aan deze katernen worden toegevoegd.
De Friese kunstverzamelaar, kunsthandelaar, galeriehouder en curator Thom Mercuur stond aan de wieg van Museum Belvédère. Het was zijn verzameling waarvoor hij een passend onderkomen zocht. Hij spande zich daarom jarenlang in om ergens in Friesland een museum voor hedendaagse kunst te stichten. Een plek waarin zijn collectie kon worden getoond, en waarmee verbindingen gelegd zouden kunnen worden met dat wat er in de kunst rondom gebeurd. Uiteindelijk werd het de plaats waar het museum nu staat, op de rand van de bebouwde kom van Heerenveen in de lommerrijke omgeving van de bossen van Oranjewoud. Een stille karaktervolle plek uitkijkend op nieuw aangelegd water waar ooit vroeger een min of meer natuurlijk meer lag. Het museum werd ook een plek van rust, het museum van stilte waarin vooral de interpretaties op het Friese landschap een plek hebben gekregen. Een plek van wind, water en wad – eb en vloed.

Acht Friese kunstenaars
Het museum is een kijkdoos, een lang gerekt gebouw met zichtlijnen. Waarin het de bedoeling was om iedere kunstenaar binnen de verzameling van toen een kabinet te geven. Zo zag Mercuur dat voor zich, dat op huiskamerformaat de kunst kon worden bekeken. Het zijn uiteindelijk twaalf aparte ruimten geworden, die in de westvleugel plaats kunnen bieden aan het tonen van de vaste collectie. Zo was dat in de beginjaren toen Mercuur nog directeur was, bij het aantreden van Han Steenbruggen heeft deze een herschikking gedaan en wordt de vaste collectie ook elders in het gebouw getoond terwijl de kabinetten plaats kunnen bieden aan bruiklenen en gastkunstenaars.
Van de acht kunstenaars ‘van het eerste uur’ wordt nu werk getoond dat zichtbaar is in acht kamers. Met de verplaatsbare wanden in de oostvleugel namelijk kan worden gespeeld met de indeling van de zaal. Deze kan bij iedere tentoonstelling een ander aanzicht hebben, maar op dit moment is het de verdeling zoals Mercuur dat in de beginne voor zich heeft gezien. Onder de noemer “Acht Friese kunstenaars” toont Museum Belvédère karakteristiek werk van deze kunstenaars.
De mist op de nevelende horizon van Willem van Althuis, die op een half uur afstand lopen van het museum atelier hield. Het draadstaal en de golfplaten als dragers van de abstracte landschappen van Harmen Abma. De imaginaire landschappen van Jan Snijder, waarin het water stroomt en de atmosfeer trilt en die veelal de Wadden als inspiratiebron hebben. Het monumentale Friese land in de vertaling van Gerrit Benner, expressief emotioneel met beide benen in de klei verzot op de hoge luchten. De rietkragen van het natuurgebied De Deelen door Sjoerd de Vries gekerfd in karton van boekbanden. Zijn poëtische weeklaagsters gaan zichtbaar door merg en been. Van Jan Mankes, op een steenworp afstand van het museum gewoond hebbende, worden de bekende werken uit eigen collectie getoond; dieren, landschappen en mensen. Het werk van Jan Mankes is wel de kurk waarop het museum drijft. Maar ook het Friese kubisme van Boele Bregman is een belangrijk onderdeel in de verzameling. Mercuur, De Vries en Bregman hebben in de jaren 50 van de vorige eeuw het plan opgevat een museum in te richten. Waarvan Thom directeur zou zijn en waarin Sjoerd en Boele, en daarnaast al hun schildervrienden, hun werk konden laten zien.

Waarnemen, beleven en denken
Als laatste is van de constructivistische schilderijen en meubels van Thijs Rinsema een stijlkamer ingericht. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling verzuchtte een bezoekster wat die Rietveld daar deed. Een vreemde eend in de bijt, die overbekende leunstoel naar model van de bekende ontwerper? Net als het sculptuur van Tony Cragg misplaatst lijkt te zijn in deze opstelling. Maar het past naadloos aan de werken. Het heeft evenveel speelse creativiteit. Het is een toonbeeld van de verbindingen die gelegd kunnen worden.
Heeft de tentoonstelling een indeling naar kunstenaar, het boek is opgedeeld in hoofdstukken naar thema’s. In combinaties die in tentoonstellingen zijn beproefd en in combinaties die nog niet eerder zijn toegepast. Aldus is het een tentoonstelling op papier waardoor naar hartenlust gebladerd kan worden. En openen, volgens Han Steenbruggen in zijn voorwoord, de afgebeelde kunstwerken hun eigen werkelijkheid en nemen de toeschouwer mee in het waarnemen, beleven en denken van hun makers. De huidige directeur gaat in op het ontstaan van het museum en legt het verzamelbeleid en de manier van presenteren van de collectie uit. “Met de verzameling kunstwerken die Thom Mercuur in de oprichtingsfase bijeen bracht als inhoudelijk geweten, heeft Museum Belvédère in de jaren die volgden zijn grenzen verlegd.” Het zou een kunstcollectie zijn die een afspiegeling is van de moderne en eigentijdse kunst in het noorden van Nederland, die in relatie tot kunst van elders permanent wordt getoond. “Nu de belangrijkste modernisten uit Noord-Nederland met één of meerdere werken vertegenwoordigd zijn in de verzameling van Museum Belvédère, mag het collectieboek verschijnen, (…) als verantwoording van zo’n 25 jaar museaal verzamelen.”
Museum Belvédère, verzamelde werken. Bezorgd door Nico Gijsbers en Han Steenbruggen. Uitgave Museum Belvédère in samenwerking met Uitgeverij Noordboek, 2022.
Tentoonstelling “8 Friese kunstenaars” bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerrenveen – Oranjewoud. Tot en met 4 juni 2023.




Geef een reactie