Als de dood, een saluut aan het leven

…als je in je slaap overlijdt, zul je nooit weten dat je dood bent.’ De dood, die is mij gegeven. Zoals het leven mij is gegeven. Ik krijg het allebei. Behoef het niet te verdienen. Het is er. Mijn leven heeft een begin en een eind. Begonnen uit het niets, want ik weet niet wat er voor mijn leven was. En het eindigt in het niets, hoewel ik daar niet in geloof. De dood is een zekerheid in het leven, maar tegelijk is het erg onzeker. Wat is daar dan, je zou even willen kijken. Even proeven, een tel weten en dan weer terug het leven in. In de groepstentoonstelling “Als de dood” bij Museum Belvédère laten de kunstenaars mij bij wijze van spreken even voelen aan de dood. Laten mij in hun werken even kennis maken met het afscheid dat eens komt.

In de uitgave bij de tentoonstelling raakt mij een tekst: ‘Ik stel me elke dag voor hoe het is om er niet meer te zijn. Maar dat weet je dan niet. Je kunt er alleen over nadenken als je leeft. Het is hetzelfde als slapen zonder dromen. Alles gaat op zwart. Denk aan hoe het was voor je geboorte.’ In dat boek vind ik veel terug van wat ik zie in het museum. Het is dan ook de catalogus van de tentoonstelling. In woord en beeld geven kunstenaars een gezicht aan de dood. Als buitenstaander, getuige, want ervaringsdeskundig zullen ze nooit zijn. Hoe ze ook hun best doen ze kunnen het leven nooit terug geven in het beeld dat ze schetsen. Echter in woorden slagen de schrijver en de dichter daar nog het best in. Dan kan ik zelf het beeld erbij voegen.

Museum Belvédère, tentoonstelling, Egberta Veenhuizen

We zijn als de dood voor de dood

Alles is geworden uit stof en alles keert weer tot stof’, lees ik verder nog. Ik moet vooral niet vergeten dat ik sterfelijk ben. Of juist wel. Want ik kijk de dood niet graag in de ogen. Ik houd van het leven en wie je lief is doe je niet graag weg. Een tentoonstelling met de dood als onderwerp is dan ook een griezelige keuze. De titel is goed gekozen, dat wel. Want we zijn als de dood voor de dood. Maar in Museum Belvédère gaat het niet letterlijk over het levenseinde. Het gaat eerder om verval en afscheid. En vooral om de emotie bij die drempel waar iedereen vroeg of laat over moet. Daar helpt geen helpen aan. Want dood dat zul je altijd zijn en het leven duurt maar even. Kunst is vooral een gevoelswaarde en raakt dus uitstekend aan een onderwerp als de dood. Kunst maakt van niets iets, want je kunt je nauwelijks voorstellen hoe dat is, dood. Kunst geeft daar beeld aan.

Kunst kan dat ook, want het is een metafoor van het leven. Het is niet het leven zelf, maar een beeld daarvan. Realistisch of abstract, rakend aan het gevoel. De kunstenaar geeft in woord en beeld weer wat wij denken, maar niet kunnen omschrijven. De tentoonstelling geeft ons ruimte om te gaan met de dood. “Als de dood” is niet griezelig. De rillingen lopen niet over de rug, ik krijg geen kippenvel. Hoewel de beelden soms meer dan duidelijk zijn, kan ik ze bekijken van een afstand. Ik word er door geraakt. Maar het raakt niet omdat het in mijn volle leven nog ver van m’n bed lijkt. Echter, niets is minder waar.

Museum Belvédère, tentoonstelling

Hoe wrang wil je het hebben

Het is inmiddels weids bekend dat samensteller en inrichter Susan van den Berg niet heeft geweten dat zij bij de selectie van het werk de dood letterlijk in de ogen heeft gekeken. Gelukkig maar, want dat zou haar alleen maar hebben belemmerd er de stijlvolle opstelling van te maken die het geworden is. Net na de voltooiing en kort voor de opening is een autorit haar fataal geworden. Door oorzaken die er achteraf nauwelijks meer toe schijnen te doen is zij frontaal tegen een tegemoetkomende vrachtauto gebotst. Hoe wrang wil je het hebben. Maak je een tentoonstelling over de dood, raak je er zo mee verweven dat het (nood)lot toeslaat en jij deel wordt van jou onderwerp. Het is haar zwanenzang. Ze heeft er groots afscheid mee genomen. Want er staat iets daar in Museum Belvédère! Een prachtige dwarsdoorsnede van hoe de Nederlandse kunst omgaat met verval en afscheid, de dood. En niet alleen beeldhouwers, schilders en fotografen. Ook schrijvers en dichters krijgen in het museum de ruimte. De tentoonstelling is nog maar kort te zien, maar gelukkig is er daarna die catalogus. De dood in de boekenkast.

Museum Belvédère, tentoonstelling, Miriam Knibbeler

De kraai als boodschapper van de dood

Maar zolang het mogelijk is vind ik het een noodzaak om op de grens van bebouwde kom en bos langs te gaan. Het niemandsland tussen Heerenveen en Oranjewoud, op de drempel van mens naar natuur. Als metafoor van de onbekende omgeving van leven naar dood. Om er de emotie van het afscheid te ervaren. Bij wijze van spreken aan te raken. Want is dat uitgestrekt liggende paard werkelijk dood of slaapt het slechts. Natuurlijk is het geen paard, het is er een beeld van. Gevormd uit dode materie waarin de mens geen leven kan blazen. Toch is het er eng echt. Zo is dat ook met het bataljon spreeuwen. Maar het kunnen evengoed kraaien zijn. De kraai als boodschapper van de dood. Op de rug liggend strak in het gelid. De snavel fier in de lucht stekend. Gekromde pootjes staan nog net niet rechtop, want ik kijk naar een stilering van een leven dat is vervlogen. Soms krijgt de dood een humoristische blik in de ogen. Humor maakt het leven minder zwaar en daarmee kun je de traan weglachen. Een mop verzacht de smart. In de tentoonstelling komt op diverse plekken de grap om de hoek gluren. Vaak wel is het de lach van die boer met kiespijn. Maar toch. Door de ernst belachelijk te maken is het makkelijker ermee om te gaan.

Museum Belvédère, tentoonstelling, Sabine Liedtke

Alles draait in een cirkel rond

Er is veel te zien in “Als de dood” en vooral veel te beleven. Het is een smaakvol ingerichte tentoonstelling. De diverse kabinetten waarin de westvleugel van het museum is opgedeeld hebben ieder een eigen signatuur. Een motief uit het hoofdthema. Het onderwerp lijkt vaak te worden omzeilt, niet benoembaar gemaakt maar toch genoemd. Natuurlijk is het zinnebeeld van de dood het skelet. Of meer tot de verbeelding sprekend is dat de schedel, de doodskop. In de opstelling komen deze in verschillende hoedanigheden voor. Niet alleen de dode mens, ook het dode dier. Een makkelijk model, want het ligt waar het ligt en verroert zich niet. Dode dieren wekken medelijden op. Verdorde planten horen bij het leven. Zo draaien de seizoenen elk jaar weer om leven en dood. De normaalste zaak van de wereld. Verval komt voor de dood. De herfst voor de winter. Een plant verdort en sterft af voordat er nieuw leven kan ontstaan.

Eigenlijk draait alles zo in een cirkel rond. Oud maakt plaats voor nieuw. Je weet het, maar een afscheid blijft zwaar. De wetenschap iets of iemand nooit meer in de bekende aanraakbare status te zullen zien is werkelijk ondraaglijk. Maar toch herstelt het leven zich dan weer en gaat verder, schijnbaar of er niets aan de hand is. Werkelijk dood ben ik pas wanneer niemand meer aan mij denkt of over mij spreekt, mij is vergeten.

Museum Belvédère, tentoonstelling, Sjoerd Janzen

Iedereen kan het

De tentoonstelling “Als de dood” is een saluut aan het leven. De dood wordt niet verheerlijkt, maar ook niet weg geschoven. In allerlei hoedanigheden wordt verval, sterven en afscheid alledaags gemaakt. Normaal, het hoort erbij en iedereen kan het, moet het. De werken waarop zojuist gestorven en opgebaarde mensen staan afgebeeld komen wel heel nader. Een laatste groet aan wat eens een leven was. Dodenportretten, alsof de geportretteerde slaapt. Het mombakkes van de dood echter maskeert het leven. De kunstenaar schilderde het leven eruit.

Er zijn zoveel namen, er worden legio werken gepresenteerd. Het is ondoenlijk deze in dit artikel te noemen. Toch wil ik er een enkele uit het boek citeren. Hans Kuyper namelijk raakt emotioneel aan waartoe de kunstenaar in staat is, of juist niet. ‘Je hebt van die dagen… / Dan ben je er niet, / en dan moet ik iets doen / met dat stille verdriet. / / Dus dan pak ik de verfdoos / en stevig papier, / dan maak ik je zelf wel, / ik verf je naar hier… / / Penseel in het water, / penseel in de doos. / Hoe moet ik verder? / Ik weet al een poos, / / ik weet al nog voor ik / met verven begin: / het blauw van jouw ogen… / het zit er niet in.’

Als de dood. Tentoonstelling en catalogus. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, Heerenveen – Oranjewoud. Tot en met 11 juni 2023.

Museum Belvédère, tentoonstelling

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *