Het is dikwijls zo. Dat iets eenvoudiger lijkt dan dat het is. Dat het makkelijker is een sinterklaasgedicht te rijmen, dan poëzie te schrijven. Maar hoe zit ik niet te zweten om bij een cadeau de juiste woorden te vinden. Woorden die grammaticaal correct passen in zinnen die toch nog wel ergens op slaan. Want de boodschap moet toch wel overkomen. Niet in een of ander Bargoens of fout dialect opgesteld, maar steekhoudend de ontvanger tot uitpakken verleidend. Het kan scherts zijn. Iemand anoniem op de hak nemend, want de ondertekening is toch altijd de bekende Sint en Piet. Maar komt de lezer niet goed uit de door de gever gebralde woorden, dan gaat deze laatste er zich mee bemoeien en geeft de ware Sint zich prijs.
Het plezierdichten lijkt meer eenvoudig dan dat het in werkelijkheid is. Het schijnt zo makkelijk geschreven, ex-tempore. In het light verse zijn diverse vormen te onderscheiden. Maar altijd gaan ze net een sport hoger dan die 5 december rijmelarij. Want dat kan een ieder beoefenen. Iedere analfabeet zoals dat heet. Zolang het maar over het geschenk gaat, sprekend loopt en zingend rijmt. Maar van een versvoet of een metrum heeft de amateur in deze nog nooit gehoord. Wanneer het op het oog goed lijkt en op het gehoor juist klinkt krijgt het dichtwerk een voldoende. Maar de echte poëet wil toch een treetje hoger, een stapje meer. Deze wenst een format waarbinnen het schrijven gepast en gemeten kan worden. Deze wil een uitdaging.

Geografische aanduiding op Google Maps
Het light verse dus of in beter Nederlands het lichte vers kent verschillende verschijningsvormen. Onlangs is aan de reeks van limerick tot ollebolleke een nieuw fenomeen toegevoegd. De topo. Bedacht door dichter Peter Knipmeijer. Een dichtvorm die toegesneden is op de moderne technologie van het internet. Het onderwerp van het vierregelig gepaard rijmende gedicht is een plek op de wereldkaart. Ofwel een geografische aanduiding op Google Maps of een soortgelijke app of site. Deze screenshot vormt dan het laatste woord of een gedeelte van de slotzin van het gedicht. Het verliest echter de eigenlijke aardrijkskundige betekenis en is niet enkel een bijwoordelijke bepaling van plaats. In het beste geval heeft het vers een link met de omgeving van het gekozen dorp, de stad of de streek. Het metrum tot slot is de jambische parameter.
Op reis door Duitse gewesten ontdekte Knipmeijer een groot aantal met eigenaardige namen benoemde dorpen. Als plezierdichter was hij van mening dat deze namen schreeuwden om een bijpassend vers. Dus vond hij tussen neus en lippen door een versvorm die aansloot op zijn idee. Deze noemde hij de topo. Of #topo in vaktaal. Een aantal mededichters raakte enthousiast door het eenvoudige maar lastige rijmschema. En nog steeds dijt de groep van beoefenaars van dit vrije vers uit. De resultaten zijn vooral te vinden op de sociale media. Van de eerste lichting topo’s liet Knipmeijer een bundel samenstellen. Zijn productiviteit en dat van de andere dichters ligt hoog. Er kan en zal zo wel een tweede of derde bundel volgen. Er zijn namelijk geografische aanduidingen in overvloed. De ene nog poëtischer dan de andere. Onderwerpen in ruime mate voorhanden.

Godfried Bomans overtreffen
Hoewel Peter Knipmeijer de bedenker is van deze versvorm, vindt hij dat de eer naar Godfried Bomans gaat. Deze schrijver heeft zonder het te weten een prototopo geschreven. Aan het slot van een limerick, we schrijven het jaar 1961, bediende hij zich van een topografische woordspeling die model kan staan voor de moderne topo. Als schrijver kan ik volgens voorstel van Knipmeijer de uitdaging aangaan om Bomans te overtreffen. Hijzelf en een dertiental met hem deden dat. Maar liever geniet ik gewoon van de diverse spitsvondigheden en flauwe woordgrappen die in de bundel TOPO de revue passeren.
Het zijn er welgeteld 95 stuks die door de ballotage in de bundel terecht zijn gekomen. Ze lezen makkelijk weg, voor de vuist zoals dat klinkt. Hebben een begrijpelijk slotwoord waarvan ik de duiding in een enkele gedachte begrijp. Maar er zijn erbij die ik een paar maal moet lezen voordat het kwartje valt. En er zijn erbij die te flauw en afgetrokken zijn voor woorden. Met het grote aantal plaatsnamen die er op de aarde zijn lijkt de inspiratie schier onuitputtelijk. Vooral wanneer diverse dichters een eigen vers op eenzelfde plaatsnaam maken. Bekeken vanuit een ander standpunt.

Schreeuwt om geciteerd te worden
Je zou de topo een omgekeerde limerick kunnen noemen. Maar in de limerick behoudt de plaatsnaam de geografische betekenis. Terwijl in de topo deze dat juist verliest en de woordelijke dan wel letterlijke betekenis van het woord krijgt. Het is aanlokkelijk om op deze plek te strooien met voorbeelden. Want de ene topo is nog lyrischer en geestiger dan de andere. Het schreeuwt om geciteerd te worden. Echter zonder de screenshot, zodat eigenlijk de bal naast het doel geschoten wordt. Maar toch, het zij te proberen. Ik lepel een tweetal op van de meester hemzelf. “Ik was laatst in een eethuis hier aan zee / Bestelde zacht gegaarde tongfilet / Die obers daar, die moesten mij wel haten! / Ik kreeg geen vis, ik kreeg alleen Margraten.” “Mijn buurman, Canadees, spreekt enkel Frans / En Frans voelt zich daardoor nu heel wat mans / Zelfs boven Jan maar dat is niet zo gek / Want Jan is een enorme Jan Québec.”
Op Facebook worden de topo’s veelvuldig gepost. Het digitale platform is een mooie manier om de verzen de wereld in te krijgen. Knipmeijer zelf als godfather van het genre roert zich er. Maar bijvoorbeeld ook de meer serieus geachte Rikkert Zuiderveld leeft zich uit in het vrije vers, het plezierdichten. Hij weet sublieme topo’s op schrift te stellen, maar was er te laat enthousiast mee om de gedrukte bundel te halen. Maar wie weet staat hij in een volgende druk met “De Haagse euj, de Vlaamse zachte g, / het Mokums aai, de scherpe Grunn’ger t, / dat alles heeft zijn eigen logica. / Maar eentje hoor je noot: de Drentsche Aa.” Maar voor de bundel had Knipmeijer zich daar al over gebogen, dat mag de pret echter niet drukken: “In Tilburg woont mijn tante Desiree / Zij heeft zo’n hele mooie zachte g / In Assen woont mijn tante Agatha / Zij heeft een niet te harden Drentsche Aa.”
En ik dacht stoutmoedig toen ik de topo’s op internet zag, dit genre in een handomdraai wel aan te kunnen. Had ik in het verleden immers weleens een haiku geschreven en me gemeten met een ollebolleke. Maar niet op de hoogte zijnde van de regels en voorschriften, werd ik terecht schoolmeesterlijk terecht gewezen. Maar na het lezen van Knipmeijer’s bundel wil ik dan nog een poging wagen:
In Friesland daar is de eend het haasje / De jager noemt dit ferdivedaasje / De jonge kuikens vinden er de dood / Omdat de onverlaat de

Topo, Peter Knipmeijer e.a. Uitgeverij Trojka (Brave New Books), 2023.

Leave a Reply