Poëzie, het denken op een andere manier uitschrijven, maakt de woordenschat waardevoller. Zuivert de kijk op het leven, mijn leven. Met de dichtbundel ‘weg van verlangen’ leert Maartje Roos mij anders observeren. Anders te kijken, dwars te lezen. Mijn zicht raakt verfijnd. De dagelijkse dingen komen in een ander licht te staan. En daardoor zie ik de omgeving anders, interpreteer ik fragmenten van leven van een diverse kant. Het is me bekent, maar heb het zelf nooit zo benoemt, bedacht. En ik geef me over en laat me meevoeren in haar denkbeelden.
Deze bundel draait om verlangen. Verlangen, dat is een nerveuze handeling. Zenuwachtig reik je naar wat je wenst. Het is zo’n verlangen, een denken te willen hebben, maar niet daadwerkelijk wensen te bezitten. Je moet kunnen blijven hopen, geloven. Het is een hunkeren, een smachten in gedachten. Een abstracte beleving die zelden de realiteit wordt zoals woordloos gehoopt. Verlangen is als geloven, een rusteloos snakken naar houvast, kennen, weten, hopen. Het is wachten op wat komen gaat, maar dat je hoopt nooit zal komen. Niet weten geeft zin, weten is zinloos.
Maar ook dat verlangen naar zonder het te hebben daar ben ik weg van. Dat is eigenlijk het mooiste wat er is, graag willen maar niet hebben. En wanneer het er is verdwijnt de magie. Dan is de lol er af, valt het hebben tegen. Want je kunt erg naar iets verlangen, gouden bergen verwachten. Maar zijn deze beklommen dan blijkt het achterland een moeras van onvervulde wensen. Het verlangen is mooier dan het bezitten. In de toekomst te kijken is fijner dan in het heden te zijn. Hopen, dus verlangen, geloven, doet leven.

Zij is een stratenmaker
Verlangen naar geborgenheid. Verlangen naar een houvast in het leven, na dit leven. Maartje Roos doorleeft dat gevoel en weet er de juiste woorden aan te geven in haar dichtbundel. Zo zodat ik alleen maar ja en amen weet te zeggen. Haar poëzie maakt mij stil, want ik hoef er niets aan toe te voegen. Het zegt alles, dit is het hele verhaal, mijn vertelling. Ze neemt me de woorden uit de mond, beneemt mij de moed nog iets te zeggen. Zij legt mij de woorden in de mond, woorden die ik zelf graag had willen bedenken om verlangen te beschrijven.
Zij is een stratenmaker. Ze plaveit voor mij de weg. Legt woorden als stenen bij elkaar op een bed van hoop. Klopt ze vast en leert mij lopen over dat pad. De weg van verlangen. Ze zoekt voor mij de mooiste stenen. Zo gesneden dat het in mijn straatje past. Maartje Roos wijst mij waar ik langs moet, welk spoor ik zal volgen om mijn begeren te bevredigen. Het pad er naartoe geeft de vreugde, de eindbestemming is niet het doel.
Maartje Roos observeert haar zijn. En schrijft dat zo op dat ik me waan in haar omgeving. Dat ik al lezende door haar zijn wordt opgenomen. Dat ik in haar zijn ben. Zij probeert mij het verlangen uit te leggen, te verwoorden. In rake woorden die een dromerige ondertoon hebben. De gemaakte zinnen dansen door mijn geest. Het zijn haar gedachten die eenvoudig in mijn hoofd indalen. Er zijn metaforen en symbolisch omschreven feiten en handelingen, maar de taal wordt nergens zo abstract dat het niet meer begrijpelijk is.
Ze weet de kleinste van de kleine dingen te beschouwen. Het meest gewone van normale zaken te benoemen. Ze observeert en registreert. Geeft hier woorden aan, maar ook beelden. Deze tekeningen lijken schetsmatige weergaven, terwijl de gedichten de gedachten tot in de punt en de komma uitwerken. De illustratie onderstreept het woord, dat overigens uitstekend zonder deze uitleg in beeld kan bestaan. Het verlevendigt het beeld dat in mijn gedachten boven komt, maar kan ook wel a-productief werken. Dat ik mijn eigen beeld wil vormen, maar dat Roos mij met haar tekening een bepaalde richting in duwt. Daarom is het fijn dat de schetsen niet op lijn en vlak nauwkeurig zijn uitgewerkt, er valt altijd nog iets te raden over. Interactief kan ik mijn eigen gedachten bij de woorden erin aanvullen. Ik kan een eigen tekening maken bij het vers. In mijn denken haar verlangen illustreren. Zo wijst ze mij de weg, op die weg van verlangen ben ik weg van verlangen.

Beeld perfect verwoorden
Maartje Roos schrijft zoals ze probeert te beelden. Of net andersom, ze probeert te beelden zoals ze schrijft. Zij opent mijn geest waar ze de woorden dicht. Symbolisch voor wat ik bedoel is haar gedicht ‘kwaliteit’: “Tastbaar maken, doorgronden, / eromheen draaien, verduidelijken / benoemen, preciseren / / vormen gezocht in / beschilderde lagen en / weggeschraapte delen / / de essentie gevonden in verf / / een vorm zonder overbodige details / ontdaan van gewicht en zwaarte / / een vorm die uitnodigt tot helderheid en inzicht / een nieuwe manier van denken”.
Maar ze weet ook een beeld perfect te verwoorden, bewijst ze in het loflied ‘Pieter de Hooch’. Ze omschrijft wat ik zie maar niet ontdek in het benoemde schilderij. Zij beeldt dat in woorden voor mij uit. Zij omschrijft het gevoel. De emotie van een bijfiguur. Zij geeft in haar woorden mijn gedachten vleugels. Zie ik in vogelvlucht de door haar beschreven papaver als een universum, de wereld van de bij die voor deze noeste werkster verre van denkbeeldig is. Door Roos stel ik het me voor en ben de bij, erbij.
En dan bladerend in de bundel draait verlangen van de toekomst af naar het behouden van de verleden tijd. Het verlangen om geborgenheid vast te houden. De laatste gedichten laten diepe sporen achter op de weg van verlangen. Ik lees de woorden nauwlettend alsof ik de details nauwkeurig voor mezelf wil zien. Maartje vertelt meer dan ze lief is. En ik lees daarin meer dan mij lief is. Dan is verlangen naar een wezen dat verdwenen is groter dan het hebben van het zijn. Dat zijn is niet meer compleet waardoor verlangen het verdriet invult. Wat losse flarden uit diverse gedichten leiden mij naar de slotzin, die eigenlijk het gevoel weerspiegelt van de totale bundel. “In de stoel waar je in zat, de afdruk van je hoofd en de versleten plekken op het tapijt” (…) “ik pak de telefoon en bel een nummer dat niet meer bestaat” (…) “der Wingerd werd schön rot / dahinten ist der Tod”.
En het eindigt stemmig en waardevol met ‘daar ben jij’. Zij, de moeder, vindt zij, de dochter, in alles terug. Ieder element om haar heen, alles doet aan haar denken. De gele boom, de waterhoentjes, de doornige takken, de ijle tonen van de blokfluit, de regen op de bosgrond. In de verhalen die vertelt worden over een leven dat geleefd is, een volledig leven. Voor mij is dit weg van verlangen, had de bundel alleen dit enkele specifieke gedicht kunnen zijn. Niet meer en niet minder. “niet in de koude grond / maar in de warmte van mijn hart / daar ben jij”.
weg van verlangen. Dichtbundel. Tekst en illustraties Maartje Roos. Uitgave Probook, 2023.

Geef een reactie