Bloemlezing als dwarsdoorsnede van de Fryske dichtkunst

Een heikele onderneming een bundel samen te stellen met een serie dichtende schrijvers. Friese dichters in de 21ste eeuw in dit geval. Het ijs is glad. Want in een of andere keuze valt altijd iemand tussen wal en schip. Dat vindt deze iemand uiteraard zelf, dan wel de bekenden om hem of haar heen. Welke mensen selecteert de samensteller van een dergelijk boek om representatief voor het onderwerp te blijven. In het geval van de uitgave “Naar gelang het Noorden” worden tien Friese dichters naar voren geschoven. Deze zijn vooral in de provincie Fryslân erkend als gevestigde schrijvers. Zo stellen de samenstellers, want de serie werd vanuit diverse standpunten bekeken en de dichters gekozen. De tien verdienen naast Friese roem ook landelijke aandacht zo vindt de redactie. Een dwarsdoorsnede derhalve van wat er in Fryslân op het gebied van de poëzie gaande is. Het vertegenwoordigt de dichtkunst, maar is ze niet. Want zoals hierboven geopperd is het een netelige onderneming om deze schrijfstijl te kenmerken door een aantal uit de reeks te nemen. Er is dan ook kritiek uit het veld gekomen. “Naar gelang het Noorden” is niet een top tien van beste dichters. Het is een afspiegeling van wat er op dit gebied gebeurt in de provincie Fryslân.

Tweetalige bundel

De brochure, een bundel op broekzak formaat, is gemaakt op verzoek van It Skriuwersboun. Deze Friese schrijversvakbond is een vereniging van Fryske schrijvers, dichters, vertalers, publicisten en mensen die loyaal zijn aan de Fryske schrijverij. De bond levert een bijdrage aan het verbeteren van het literaire klimaat en behartigt de belangen van auteurs in het Frysk door contacten te onderhouden met allerlei organisaties, lees ik op hun website. Geschreven in het Frysk uiteraard, want daarvoor staat it Bûn. De bundel is echter tweetalig, want de gekozen schrijvers verdienen immers landelijke aandacht. Met een enkel in de Fryske taal gedrukte uitgave zal het niet veel verder reiken dan de provinciegrenzen. Ook daar zit een adder onder het gras. De dichters dichten in de memmetaal, de moederstaal. In dat woordgebruik schuilen hun gevoelens, kunnen ze zich ten diepste uiten. Om deze emotie te vertalen, in dit geval in het Nederlands, moet je van goede huize komen. Immers iedere taal heeft de eigen karakteristiek, het eigen idioom. Niet elke uitdrukking valt een-op-een over te zetten, het boet meestal aan kracht in.

Beleving wordt herbeleving

Het Frysk is een dynamische taal, onstuimig soms en rauw meestal. Het schijnt minder beschaafd in vergelijking met het Hooghaarlemmerdijks. Maar juist in die boerse uitdrukkingen gaat een diepe bewogenheid schuil. De Fries neemt geen blad voor de mond, zegt waar het op staat. Maar kan daarnaast heel bevlogen uit de hoek komen. De formulering mag dan ruw en grof zijn, het windt er geen doekjes om. Dat recht door zee gevoel kan niet altijd tot uitdrukking komen in de vertaling. Er dient wel gekozen te worden voor verzachting omdat verharding in de overzetting tot niets leidt. Voor een vertaling ga je niet over één nacht ijs. Het verdient evenveel aandacht en empathie als dat de dichter zelf had. De creatie wordt recreatie, de beleving een herbeleving. Maar de lezer moet al tweetalig zijn om onderscheid te maken. Wanneer de maker dan het eigen maaksel overschrijft is de emotie uit de eerste hand, blijft de kracht in indruk en uitdrukking bij hem of haar zelf. De Fryske dichter zelf is een geboren taalschakelaar. Voortdurend moet gewisseld worden van thuistaal naar schooltaal om het resultaat van de schrijverij een groter verspreidingsgebied te kunnen geven.

Evenwichtige uitgave

In “Naar gelang het Noorden” worden de tien geselecteerde dichters in leven en werk toegelicht. Naast een fotografisch portret in zwartwit is kort een biografie opgesteld. De tekst legt de manier van schrijven van de persoon uit en op welke podia en media het werk te vinden is. De waardering wordt uitgesproken in een aantal citaten van recensenten. En een bibliografie om in de bibliotheek of de boekhandel eens gepubliceerde bundels na te trekken. Het is dan lastig om een tweetal gedichten uit het oeuvre van de geselecteerde dichters te lichten. Weer zo’n hachelijke zaak. Welke teksten zijn representatief voor de schrijver. Toch hebben de samenstellers een evenwichtige uitgave weten te maken. Daarbij is niet gekozen voor een enkele stijl, maar komt iedere poëtische uiting voor het voetlicht.

De titel van de bundel is geschreven uit een dichtwerk van Eppie Dam: neigeraden it noarden. Hij is één van het tiental. “Neigeraden it noarden wint de taal oan / ûntkenning en promket in lippetsjinst / oan it hillich net-neamen de mûle syn n-en.” In dit in 2004 gepubliceerd gedicht spreekt de dichter zich onbarmhartig uit over zijn geboortegrond volgens recensent Jabik Veenbaas in het Fryske De Moanne. ‘Rekent hij ongenadig af met het ijskoude noorden, met de baggerboerengeest die de verbeelding vertrapt en de vreugde neerhaalt.’ Het zet niet de toon van deze bloemlezing, maar geeft wel aan dat de Fryske dichtkunst serieus genomen dient te worden. “Naar gelang het noorden wint de taal aan / ontkenning en pruimt in lippendienst / aan het heilig niet-noemen de mond zijn  n-en.”

Naar gelang het Noorden. Tien Friese dichters in de 21ste eeuw. Brochure gemaakt op verzoek van It Skriuwersboun. Uitgave Utjouwerij DeRyp, 2023.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *