Hij is een vreemde eend in de bijt. Voor zover je de kunstenaar als eend kunt benoemen en de kunstwereld als bijt betitelen. Hij sloeg zelf dat wak in het harde vakgebied. Geboren in de oorlog als Peter Zwier, de zoon van kunstschilder Dick Zwier. Omdat hij niet de zoon van wil zijn, en de Zwier-werken niet verward worden, laat hij zich vanaf dat moment Zoltin Peeter noemen. Het is de tijd na de middelbare school, wanneer hij het kunstnijverheidsonderwijs gaat volgen. Maar voordien valt zijn talent al op, dat door zijn ouders is gestimuleerd. Peter is een geboren kunstenaar, voor de kunst in de wieg gelegd, het is zijn bestemming. De kunst is zijn leven.
Dus natuurlijk wint hij prijzen in tekenwedstrijden. De kenners zien een begaafde jongen in hem, die aan het begin staat van een belangrijke carrière. De kunstacademie maakte hij niet af. Peeter kan niet tegen de schoolse atmosfeer, de presentielijst, de toegepaste kunst. Het is 1963. Het is het begin van een eigenwijs pad in de kunst. Op eigen kracht gaat hij zichzelf het vak eigen maken. Ambachtelijke kennis had hij wel opgedaan aan de academie. Maar de techniek zet hij naar zijn eigen hand.

Eigen grammatica ontwikkelen
Zo is het formaat van de etsplaten, want hij is voor eerst en al een graficus, die passen op de pers te beperkt voor hem. Hij plakt verschillende zinkplaten aan elkaar, zodat het zijn horizon verbreedt en er lange rechthoekige afbeeldingen ontstaan. Toen al in een eigen beeldtaal, nauwelijks beïnvloedt door bestaande waarden en normen in de kunst. Peeter heeft er succes mee, maar het gaat hem te makkelijk af vindt hij. Men is lovend over het werk van dit jonge talent en het hangt meteen al in gerenommeerde musea. Hij wordt de hemel in geprezen bij wijze van spreken. Het benauwt hem. De jonge kunstenaar verlaat deze smeltkroes om voor een korte tijd zijn tent op te slaan bij de zuiderburen. Geldgebrek drijft hem terug Nederland in.
Zoltin experimenteert met licht en schaduw in wiskundige vormen. Eerst op papier, later in de ruimte. En weer zijn de kenners enthousiast. In 1976 verlaat hij voorgoed de drukke randstad om naar het stille Friesland te vertrekken. Eerst in een klein huis, later kan hij een grote boerderij op het platteland betrekken. In het Friese ontwikkelt de eigen beeldtaal, kristalliseert uit. Maar Peeter blijft zijn hele leven bezig een eigen grammatica te ontwikkelen. Hij probeert al experimenterend grip te krijgen op zijn werk, de beeldtaal vast te houden om er een verhaal mee te kunnen vertellen. Die taal krijgt gaandeweg minder woorden, het beschreven blad heeft steeds meer lege ruimte nodig om beter aan te spreken. Van de wilde hond die hij was in zijn beginjaren, heeft hij zichzelf getemd om als gedomesticeerd wezen ijle kunstwerken te maken. Zijn taal is verfijnd en spreekt met een handvol letters duidelijk aan.

Het soortelijk gewicht van de verbeelding
Het staat allemaal beschreven in het dikke boek ‘ZOLTIN PEETER, tussen romantiek en modernisme‘. Zijn ganse biografie als kunstenaar. Door journalist Dirk van Ginkel, die nauwgezet het leven en werk van Zoltin Peeter belicht. Fotograaf Dolph Kessler, bij leven als testamentair executeur aangewezen door de kunstenaar, is initiatiefnemer van het boek. Zoltin Peeter liet zich ruim twee jaar geleden euthaniseren, nadat vier maanden daarvoor een ongeneeslijke keelkanker was gediagnosticeerd. Kessler zet Peeter in kunsthistorisch perspectief, terwijl dichter en schrijver Peter van Lier voor het boek een essay schrijft met als titel “het soortelijk gewicht van de verbeelding”. Hij bekijkt een gene zijde in de biografie en zet Peeter neer als romantisch modernist. Verder is de dikke pil gevuld met een greep uit het omvangrijke oeuvre van de kunstenaar. Vanaf het prille begin tot het laatste werk voor het moment van zijn dood. In het boek is dat, naast de vele etsen, tekeningen en objecten, stijlvol gesymboliseerd in een krantenartikel over zijn deelname aan de vijfde Parijse Biënnale en de laatste tekening op zijn eigen rouwkaart.
En dan die vreemde eend. Zoltin Peeter koos zelf voor een plek buiten de kunstwereld. Met zijn uiterst persoonlijke werk, wars van stromingen maar wel onder invloed van heersende ismen. En met zijn woonplek buiten de randstad. Eerst al door van het westen naar het noorden te trekken. Van de omgeving waar je moet zijn om alles te beleven, naar een rustige plek ver weg van deze opgeblazen wereld. Hij interesseert zich niet langer voor het werk van vakgenoten, maar is vooral benieuwd naar wat er in zijn eigen atelier ontstaat. Van diverse reizen naar Noorwegen en IJsland komt hij terug met stapels tekeningen en de fascinatie voor stromend en dynamisch vallend water.

Een vorm van hardop denken
Ter plaatse maakt hij kleine schetsen in boekjes om een eerste indruk van de omgeving vast te leggen. “Tekenen is de snelste manier om een entree te vinden in een grote hoeveelheid materiaal. (…) Het tekenen is vooral belangrijk op het moment zelf, als een vorm van hardop denken.” Deze kladvormen worden later of zelfs al tijdens de reis, opgezet in grotere tekeningen terwijl hij thuis in het atelier op metershoge vlakken een en ander verder uitwerkt. Zo groot als de man lang is, om de beeltenis nog te kunnen reiken binnen de kaders van het papier. Het zijn eigenaardige uitingen die van top tot teen de emotie van de maker verbeelden. In een beeldtaal die zijn weerga niet kent.
Het boek geeft een goed beeld van het werk, en in mindere mate maar toch vrijwel compleet van het leven van deze bijzondere eigengereide kunstenaar. Een lijvig naslagwerk waarin de lezer, of beter de kijker, stapsgewijs wordt ingevoerd in de geheimen van de abstracte uitingen van Zoltin Peeter. Want emotie is niet te beelden, niet anders dan op de manier die deze kunstenaar heeft gedaan. Daarom is het niet altijd even gemakkelijk het werk te doorgronden. Naast de etsen en tekeningen, die het grootste aandeel in de uitgave hebben, zijn er een groot aantal objecten en installaties in beeld gebracht. Objecten uit restmateriaal, maar even ijl en veelzeggend in uiting: minder is meer. Daarnaast zijn in het boek nog foto’s uit de oude doos en momentopnames van atelier en werkruimte opgenomen. Het boek wil niet volledig zijn, maar geeft toch wel hoegenaamd een afgerond beeld. Wie het doorbladert kijkt in de geest van deze kunstenaar. Veel van de composities zijn echter verloren gegaan, omdat Zoltin de laatste weken voor zijn dood zelf een selectie heeft gemaakt uit zijn werk. De tekeningen en objecten die Peeter niet zo belangrijk vond om te bewaren gingen in de vuilcontainer. Uit de grote hoeveelheid aan werken die mochten behouden blijven heeft de samensteller van het boek nog een keuze gemaakt. Deze mogen dus als representatief voor het totale werk van Zoltin Peeter beschouwd worden.

Een persoonlijk werkstuk
Een twee maanden voor zijn sterven in mei 2019 mocht ik Zoltin samen met Han Steenbruggen van Museum Belvédère een morgen lang bezoeken. Om de audio van een interview vast te leggen, en om in en rondom de boerderij video-opnames te maken. Voor een korte film die ik later maakte over leven en werk van de kunstenaar in opdracht van het museum. In vogelvlucht door zijn leven, in eigen woorden door zijn werk. Relativerend met een snuf humor, maar ook de eigen plaats in de kunst wetend. Als buitenstaander, einzelgänger, kijkend naar de kunstwereld en de bobo’s daarin. Het is een persoonlijk werkstuk geworden. Ik kende Zoltin Peeter voordien niet anders dan van openingen voor tentoonstellingen, want interesseerde het werk van anderen hem in mindere mate een vernissage liet hij zich niet ontgaan. Een gedenkwaardig bezoek derhalve. Later sprak ik hem nog toen hij aanwijzingen gaf bij de inrichting van een kabinet van Museum Belvédère met zijn werk. Het bleek later één van zijn laatste openbare acties te zijn.
Ooit beschouwde ik onder de kop ‘De boodschappenlijstjes van Zoltin Peeter’ zijn werk in de tentoonstelling ‘het oog dient te reizen’ bij Galerie Hoogenbosch op dit weblog. Onder meer schreef ik het volgende: “Geven de tekeningen meer duidelijkheden prijs, dan is het mysterie verdwenen. Teveel werkelijkheid biedt houvast, waardoor het een emotioneel kijken in de weg staat. Dan kan de realiteit de kijker op het verkeerde been zetten, en struikel ik over de hoge drempel zo het wonderlijke atelier van Zoltin Peeter in. Als speler in een spel, pion op het bord. Peeter dobbelt en zet de lijnen uit, markeert het pad waarlangs ik mijn idee laat afdwalen. Voel warmte bij het doek als drager en een koude rilling bij werk op papier. De kunstenaar speelt met het tastbare gevoel en de voelbare emotie van zijn toeschouwer. En ik laat het toe, laat mezelf gaan in mijn kijken, mijn zien. Het is een belevenis!” En het boek ZOLTIN PEETER is een belevenis. Het stond al een jaar in mijn kast, maar er was telkens maar geen goede gelegenheid het te bespreken. Die is er nu wel bij de uitzending van de documentaire over deze kunstenaar dit laatste weekend van oktober op NPO2 en Omrop Fryslân. En op vijf plekken in Nederland zijn kleine verkooppunten van het werk van Zoltin ingericht. Het boek is dus actueel nu, uitgegeven door het ZP Fonds dat de nalatenschap van de kunstenaar beheert en de vreemde eend binnen de bijt houdt.
ZOLTIN PEETER, tussen romantiek en modernisme. Teksten van Dirk van Ginkel, Dolph Kessler en Peter van Lier. Uitgave Mauritsheech Publishers, 2020.

Geef een reactie