In stilte van de dialoog hoor ik mezelf ademen

In de door zonnestralen aangelichte stilte van Kunstlokaal No.8 is het sereen rumoerig. De werken in die ruimte zijn zwijgzaam onderling in gesprek. Roezemoezig staan ze elkaar in beeld te woord. Als bezoeker aan de tentoonstelling voel ik mij een indringer. Echter probeer ik niet al teveel onrust te brengen. Ben ik angstvallig afzijdig. Loop op kousenvoeten zodat mijn schoenzolen niet piepen op de krakende houten vloer. Het storende geluid zal de werken opschrikken uit hun samenspraak en mij geen toegang tot hun duiding geven. Daarom ben ik contemplatief aanwezig, zoek de rust als van een kloosterling in mezelf om de kunst te kunnen beleven. Meditatief beschouw ik wat het kunstlokaal mij doet zien. Kijk ik in gedachten verzonken om het gesprek te volgen tussen de werken onderling. Dan richt het werk zich als vanzelf tot mij, word ik één met de tentoonstelling. Dan hoor ik zoals ik nog nooit gezien heb.

Spannende ondertoon

Ditmaal converseren de foto´s van Hans Sas met de tekeningen van Bowe Roodbergen. Bevraagt de stilte het vergezicht. Beantwoordt een tijdloos weidse horizont een zinnig diep-kijken. Hans Sas beziet met zijn cameralens objectief de natuurlijke ruimte. In de grootsheid vangt hij net het detail dat ongezien is maar hem de aandacht trekt. Met een scherp oog voor het creatieve element in de verder gewoon zakelijke omgeving. De creatie wordt recreatief ingevuld. In wat we dagelijks om ons heen zien merkt Sas de spannende ondertoon. Wij kijken wel maar zien niet, wij horen wel maar luisteren niet. De fotograaf ziet voor ons waar wij allang overheen en -langs kijken. Afgevallen blad op bewortelde grond. Bekalkt krathout. Naambordjes in bloembed zichtbaar door het glas van een antieke tuinkas. Je merkt het niet op, maar wordt er door Sas bij bepaald. Hij trekt mij in de sfeer van het landschap. Hij laat mijn blik bewegen over zijn uitzicht. In stille gewaarwording roept de bevroren stemming spanning op. De meerpaal lijkt de einder te stutten, laat zich spiegelen in het water en vormt met een dijkje een rustig perspectief.

Het werk van Hans Sas rijmt met dat van Bowe Roodbergen. Het vormt geen kwatrijn of sonnet, heeft geen refrein of rondeel. Maar is een vrij vers waarin de beeldspraak het ritme bepaald. De gestileerde ollekebollekes en haikus zijn in balans. Er is halfrijm, volrijm en eindrijm. En, dat is het meest interessant, er is binnenrijm. In de versregels van de fotografie bijvoorbeeld rijmen twee gelieerde prenten. Dat uit zich vooral in de beelden van het landschap. Groene basaltblokken van een pier weerklinken in de groene greppel tussen geploegde aarde. Verrotte dubbele rij palen waaieren naar de einder zoals een stroompje meanderend een weg zoekt in het waddenslik. Het rijm schept rust, de stilte is niet ver weg. De werken zingen samen een woordloos lied, declameren zwijgzaam een regelloze volzin.

De realiteit laat zich vertalen

In zijn werk maakt Bowe Roodbergen de stilte voelbaar zoals Hans Sas het zichtbaar maakt. Vooral in de tekeningen van Roodbergen is de poëzie nooit ver weg. Ritmisch bewegen vlakken zich over de ruimte op papier. De vijftig tinten grijs worden onderbroken door zwarte lijnen of een lichte kleurtoets, welke de compositie spannend maken. Het breekt schreeuwend de fluisterende sfeer van het potlood open. Het stileert de werkelijkheid in abstracte vormgeving. De realiteit laat zich vertalen door een aandachtig opmeten van vormen, uitmeten van vlakken. Het landschap is verkaveld, de omgeving is opgedeeld in segmenten aarde. De wereld gerubriceerd. In ´BR 24-5´ geeft een rasterende ruitvorm een nieuwe kijk op een plantaardige vorm en rijmt op de gouden en zilveren ´Vierkantjes Ag´, die zich spiegelt in het papieren object ´BR 21.12´. Ook hier heeft de dichter, samensteller van de expositie, gezorgd voor een beroerende binnenrijm.

En natuurlijk grijpen de foto´s de aandacht, waar de tekeningen een dieper inlevingsvermogen eisen. Wanneer beide kunstenaars zich spiegelen aan een voorganger wordt de poëtische inslag meer dan voelbaar. Het landschap van Willem van Althuis vertaalt zich in enkele composities van Roodbergen, terwijl Sas de visafslag van Laaxum ter hand heeft genomen. Nevel omhult het met een filter opgenomen gebouwtje. Het vervallen pand is meermalen door Van Althuis geportretteerd, gerenoveerd door olieverf in een serie stillevens. Daarop sloeg Hans Sas aan en heeft een rij foto´s bewerkt waarop de afslag letterlijk beeldend in de vergetelheid schijnt weg te zakken. Bowe Roodbergen raakte onder de indruk van het consequent reduceren van de werkelijkheid. Van Althuis liet op meerdere van zijn werken alles verdwijnen in een waas, alleen de essentie van de atmosfeer bleef over. De wereld is klein op zijn schilderijen, zoals deze beperkt is in mist met 50 meter zicht. Maar ondertussen mysterieus groot, omdat je niet weet wat er achter dat begrensde zicht zich afspeelt. Roodbergen legt over de zwarte nevel op de einder een witte lijn, daarmee tekent hij een horizon waardoor de omgeving handzaam blijft, tastbaar en begrijpelijk.

Stilte, ademen. Expositie werken van Bowe Roodbergen en Hans Sas bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. 6 tot en met 28 april 2024.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *