Wanneer ik de ruimte binnenloop is het alsof ik over de drempel van een stoffenzaak stap. In deze ruimte geurt het als in die winkel, vergeven van raam- en vloerbekleding. Het ruikt er geurig natuurlijk naar wol. Niet naar schaap, maar naar het bewerkte product van deze viervoeter. Het ruikt zoet en huiselijk. Na enige tijd is de neus er echter aan gewend en lijkt de lucht neutraal te geuren, ruik ik niets meer. Of het moet de vers gezette koffie in het naast deze kunstruimte gelegen museumcafé zijn. Ik ben de drempelloze dependance van Museum Belvédère binnen gelopen. Zonder drempel is de kunst die daar wordt getoond echter niet. In Afslag BLV, gelegen in het centrum van Heerenveen, laat het museum hedendaags werk zien om podium te zijn voor jonge talentvolle kunstenaars. Talent wordt bewezen door afgestudeerd te zijn en werkbijdragen te ontvangen. Het talent heeft een voedingsbodem gevonden, maar moet nog groeien en bloeien. Heeft nog niet altijd de vaste vorm gevonden. De kunstenaar zoekt naar een bij hem of haar passende duiding, die sluit aan de idee van de bezoeker – de kijker naar het werk.

De voorstelling is ongrijpbaar
Terug naar de geur die de ruimte bij eerste betreden vult. Het blijkt te komen van de getufte wol die is gebruikt door de daar op dit moment exposerende kunstenaar voor een eigentijdse wandbekleding. Uiteraard bekleedt tweedimensionale kunst altijd de wand. Dit getuft wollen werk heeft echter het karakter van een reliëf dat in elementen uiteen kan vallen. De abstracte uiting beschouw ik als losse vormen, niet als beeltenis op zich. Dat betekent niet dat het niets voorstelt, van die simpele gedachte over een abstract werk moeten we af. De voorstelling is ongrijpbaar. In de gegeven vorm is een beeltenis te zien, maar die verstandelijke vanzelfsprekendheid geeft het objectief kijken een rugzak. Een last om vrijuit van de compositie te genieten, zonder meer. Het menselijk verstand wil herkenning, wenst iets tastbaars te zien dat schakelt aan een begrip. Maar dat bevatten, dat inzicht, wordt in deze vervangen door gevoel. De presentatie is ongrijpbaar, hoewel de inspiratie grijpt aan de werkelijkheid. De realiteit is het water waaruit geput wordt, de grond waarin gewoeld wordt, de lucht waarin de bezieling zweeft. De ervaren beelden worden opgeslagen en komen als beeldend kunstwerk tevoorschijn, wanneer de tijd er rijp voor is. De abstractie heeft daarom een kern van waarheid, een werkelijkheid in zich. Dat is de waarheid van de kunstenaar. De kijker naar het werk moet een vertaalslag maken om de essentie te achterhalen, te sluiten aan de duiding om het te begrijpen.

Geen band met de ruimte
Om mijn verstand te vriend te houden wens ik datgene wat ik bekijk te benoemen, te identificeren. Mijn ogen zoeken onderscheid, dat is een natuurlijk proces – het valt niet tegen te houden. In eerste blik kan ik daarom niet onbevangen kijken. Het verstand tuurt naar invulling, zingeving, verklaring. Deze drang naar interpretatie moet ik uitschakelen om fris en afstandelijk te kunnen beschouwen. Verstand op nul, blik op oneindig, zoiets. Echter, geeft de maker mij wel een handvat door het werk een titel te geven. Lastig, want dan word ik een richting in gestuurd die ik misschien helemaal niet wil. Leidt de kunstenaar mij naar een besloten duiding, een afgesloten toelichting. Gaat de compositie zonder titel dan kan ik neutraal kijken. Kan ik zien wat ik wil zien. En dat is in het geval van Dieke Venema een verademing.
Naast de zacht aanvoelende composities in getufte wol heeft Venema enkele metalen objecten en een tweetal monotypes op canvas in de ruimte gebracht. De verwerking van het wandkleed in aan elkaar gerelateerde elementen is monumentaal maar weinig indrukwekkend. Het materiaal geeft niet de degelijke fijnheid die de figuratie verlangd. De groots bedrukte canvas vormgeving heeft wel van een imposante kwaliteit. De werken met een enkele drukgang getekend toont een sferische massa kolkende non-figuratie. Daarin figureren vormen die niet getekend lijken. Ik zie ze, maar kijk ik anders dan zijn ze verdwenen. Het aluminium, brons en betonstaal heeft eenzelfde structuur als het wol. In abstracte zin dan wel te verstaan. Het zijn vormen zonder een vermeend doel, buiten een denkbeeldige betekenis. Ze vullen de ruimte maar hebben er geen band mee. De vormen staan op zichzelf, maken geen verbinding met de omgeving. Kunnen echter wel aanleiding zijn voor een reactie en een vervolg, lees ik in de bijgeleverde tekst. Maar is dit niet altijd het geval, dat de kunstenaar werk laat groeien op wat hij of zij daarvoor heeft gemaakt. Dat ieder volgende compositie een reactie is op het vorige, dat het eerdere aanleiding is om nieuw werk te maken. De expositie in Afslag BLV is te klein van omvang om die voortgang in de beleving van Venema te onderkennen.
paper, scissors. Expositie werk van Dieke Venema bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 3 maart tot en met 19 mei 2024.



Geef een reactie