Het is het zout in de pap. Het kruid dat het gerecht smaak geeft. Zonder dat is het flauw. Zouden er geen musici en muzikanten zijn die buiten de lijntjes kleuren, dan zou de scene niet spicy zijn. Dan is er geen avontuur, blijft het circuit een gemeenplaats. Middle of the road, dertien in een dozijn, de creatieve geesten daargelaten. Vrijdenkers in muziek lopen niet over het midden van de weg. Vallen over randen, maar krabbelen toch steeds weer op om nieuwe wegen te ontdekken en te begaan. Het zijn geen kauwgom kauwende mensen die lekker in het gehoor liggende deuntjes produceren. Het is geen achtergrondmuziek, het zijn klanken en tonen waarnaar geluisterd moet worden. Spits de oren om het alternatief voor de hitlijsten te horen en doorgronden. De vrijdenker is de luis in de pels, de kok die naar smaak het eten kruidiger maakt.
Aan deze vrijdenkers, de muzikanten die de kantjes er niet aflopen maar juist de randen opzoeken om beter te presteren, aan deze vrije geesten heeft Edwin Hofman een boek geweid. Edwin Hofman mag zichzelf een autoriteit van de popmuziek noemen. Hij schrijft al lange tijd voor het online magazine ‘Written in Music’ en verzorgde daarvoor een 26-delige serie over postpunk. Een eerder boek van zijn hand nam de avonturiers van de Nederpop onderhanden, 40 jaar eigenzinnige Nederlandse popmuziek van Solex tot The Ex en Bettie Serveert tot Hallo Venray. Bekeek Hofman in 2020 nog het hele landschap, in zijn nieuwe boek zoomt hij in op een enkele boom of een eenzame struik. Met een dertiental kopstukken van de alternatieve Nederpop van 1980 tot nu heeft hij het er over.

Alternatieve musici
Het is vooral het plezier in en de moeite met het leven als vrijdenker wat in de gesprekken naar voren komt. Het vrije denken zonder aan de leiband te lopen van een maatschappij die voorschrijft hoe het volgens hen werkt of zou moeten werken. “Een band wordt nu meteen ge-brand en een carrière wordt vaak meteen al uitgestippeld. Dat autonome/eigenwijze van ons was wel heilig ja, dat is tegenwoordig minder”, weet Berend Dubbe, één van de dertien gesprekspartners. De vrije hand hebben in opzet en uitwerking, productie en distributie. Wat nog weleens kan betekenen dat de gemaakte muziek het grote publiek niet bereikt. “Ik denk wel dat mijn muziek supermoeilijk in iets te plaatsen valt, dat is soms ook echt een nadeel”, beseft Chantal Acda. “Ik voel me heel vrij; ik kan ook projecten doen met klassieke muzikanten. Ik heb ook een plaat gemaakt met jazzmuzikanten (…) Maar het is ook moeilijk. Niet alleen voor de mensen, de luisteraars, maar ook voor journalisten, zalen en platenmaatschappijen. Die weten soms echt niet waar ze mij moeten plaatsen.” Maar zoals er alternatieve musici zijn, zo zijn er ook non-conformistische studio’s en uitgevers die hart hebben voor het experiment. Die graag wat meer zout gebruiken om het gerecht te peperen, om de muziekwereld iets op te schudden en smakelijker te maken. “In onze tijd moest je echt sparen en lenen om naar een studio te gaan`, vertelt Marc de Reus. “Nu heb je Apple GarageBand, dat is gewoon een studio. Dus die barrière heb je ook niet meer. Het nadeel is wel dat iedereen ontzettend gaat zitten knippen.”

Geluidsdragers over de toonbank
Het boek bestrijkt een periode van meer dan 40 jaar. Een periode waarin de nodige veranderingen optreden. Dus gaat het in de gesprekken over de bewegingen die niet altijd verbeteringen blijken. In 1980 werkte men nog offline en waren de radio en hitlijsten nog veelzeggend en spraakmakend. In 2020 gaat het online en speelt de competitie zich af in podcasts, blogs en streaminglijsten. Online kan de muziek miljoenen keren beluisterd zijn, terwijl offline nauwelijks nog geluidsdragers over de toonbank gaan. “Er is constant twijfel”, zegt Hans Vandenburg die de meest interessante versies de demo’s vindt. ”Waarom zou je weer moeite doen een plaat te maken? Je moet er heel veel werk voor verzetten en je verdient er niet veel mee. Maar het is gewoon leuk om teksten en vinyl te maken.” Er zijn anekdotes en weetjes te over. Van labelbaas Jos Haijer: “Ik kreeg heel veel demo’s natuurlijk. En soms nam je beslissingen waar je later van dacht: oei, dat had ik misschien wél moeten doen. Een cassette van Skik bijvoorbeeld. Ik weet nog wel dat ik in de auto daarnaar zat te luisteren. Mijn dochter, toen nog klein, vond er niets aan. Misschien heb ik het daarom wel niet gedaan.”
Niet elke naam in het boek zegt mij iets. Dat zal mijn tekortkoming zijn, omdat ik minder oog had en heb voor het alternatieve circuit. Maar ondanks dat blijven de verhalen over het vallen en weer opstaan, over het experimenteren en optreden, over de verhalen van achter de schermen en op het podium boeiend om te lezen. Het geeft weer dat vrijdenkers voortrekkers zijn, kunstenaars die voor de massa uitlopen. Zich bezig houden met dingen waaraan het grote publiek dan nog niet toe is, maar het later zal omarmen en weten te waarderen. “Het leuke van de beginsituatie, de tijd van het eerste album, was: je wist het zelf niet allemaal, de mensen kenden je niet, je was onbekend en je moest alles maar uitvinden”, blikt Erik de Jong terug, “dat stadium kan niet blijven natuurlijk, dat is logisch. Je krijgt ervaring, je leert dingen bij, maar je leert ook dingen af.”

Inspirerend muzieklandschap
“De vraag ‘Waar gaat het over?’ krijg ik voornamelijk in Nederland”, gaat Erik de Jong verder. “In België vragen ze nooit ‘Waar gaat dit liedje over?’ Het is een levensgevoel, het spreekt je aan of niet. Maar waar het over gaat is niet relevant. In Nederland wel.” Het blijkt niet altijd even makkelijk om de eigen muziek buiten de repetitieruimte te krijgen. Net als iedere beginnende band die zonder steun en toeverlaat het pad zelf moet effenen is de vrijdenker voortdurend bezig zichzelf aan de wereld te brengen. Veelal blijven zij dan steken in dat beginnersgeluk, omdat ze zich niet willen conformeren aan de grote gemene deler. En natuurlijk is er een markt voor, zijn er mensen die deze muziek kiezen boven de mainstream. “Je kan niet stellen dat er echt groot geld binnenkwam bij Top Hole”, zegt Jos Haijer. “Je bent en blijft een soort ‘voetbalclub Heerenveen’: als je scoort met een speler, dan is die speler vaak al gauw weg. (…) Daarnaast heb ik een haat-liefdeverhouding met Spotify en YouTube en al die andere diensten. Het levert niets tot weinig op, maar ja, als je er niet op aanwezig bent, dan ben je tegenwoordig qua muziek volkomen onvindbaar.” Tot slot meent Arjen de Vreede: “Een band wordt nu beloond als men zichzelf kan bedruipen. Vroeger ging het om de creativiteit. Nu gaat het om de marketing.” En bij de vrijdenker die de alternatieve pop bezigt blijft het en zal het blijven gaan om de creativiteit. Met een open blik, zeg ik met Edwin Hofman, met lef en dadendrang blijven zij onmisbaar voor een levenskrachtig en inspirerend muzieklandschap.
Vrijdenkers in muziek. Alternatieve Nederpop van 1980 tot nu. Een bundeling van 13 levendige gesprekken met boegbeelden uit de ‘alternatieve Nederpop’. Edwin Hofman. Uitgeverij Kleine Uil, 2024.

Leave a Reply