Breitner: een levenlang twijfelen aan eigen kunnen

Je maakt nu eenmaal vóór je veertigste betere dingen dan daarna.” Met deze uitspraak kwalificeerde George Hendrik Breitner zijn eigen werk. In de uitgave ‘Breitner schilderbeest’, catalogus bij de tentoonstelling in Singer Laren, richt gastconservator Suzanne Veldink haar blik daarom op zijn werk van voor 1900. En inderdaad ontwikkelde zijn werk in die periode zich door alsmaar te kijken en steeds weer te oefenen tot het niveau waarop Breitner als schilder bekend geworden is. In het boek en bij de tentoonstelling beschouw ik het verhaal over wat ik zie wanneer ik naar de schilderijen en de tekeningen kijk. En op welke manier Breitner vlak, vorm en kleur heeft geschikt kan ik tevens door de tentoonstelling en in het boek gewaarworden aan de hand van vijf thema´s die binnen de alledaagse kunstenaarspraktijk in elkaar overlopen: oefenen, figuur, licht/donker, lijn, kleur. Daaraan kan ik na het lezen en bekijken nog het experiment toevoegen, en, niet onbelangrijk: de inspiratie.

Nadruk op vlak en kleur

De uitgave van WBOOKS, het boek “BREITNER schilderbeest”, is een tentoonstelling op zichzelf. Door details uit schilderijen over een spread van twee pagina’s af te drukken zit de lezer bij wijze van spreken met de neus op het doek. De afzonderlijke penseelstreken zijn zichtbaar, de contourlijnen na te gaan. Maar ook de complete werken als illustratie bij de teksten zijn subliem opgenomen en afgedrukt. Helemaal naar Breitners doelstelling om de nadruk te leggen op vlak en kleur, lijnvoering en stofuitdrukking. Ieder schilderij en elke tekening is voor de beschouwer een lust zich in de verbeelding te begeven. Maar natuurlijk verdient een bezoek aan Singer Laren om de werken live te zien de voorkeur. Het boek is een uitstekend surrogaat, hoewel de kwaliteit absoluut niet minder is.

In zijn twintiger jaren was Breitner zoekende en bleef eigenlijk zijn hele schildersleven naarstig op zoek de juiste vorm en het beste uitdrukkingsvermogen te vinden. Op het moment van zijn niet wetende dat deze allang gevonden is. Want al tijdens zijn leven wordt hij door vriend en vijand gewaardeerd en geprezen. Altijd blijft echter de twijfel. Het uitdrukken van wat gezien is komt daarmee op een hoger plan. De onderscheidende artistieke kwaliteiten van Breitner en de vernieuwende bijdragen aan de Nederlandse schilderkunst rond 1900 staan buiten kijf. Niet beseffend dat hij een pioniersrol vervulde hield hij vast aan zijn eigen manier van zien. Elk genre dat hij onder handen nam maakte hij zich eigen en vernieuwde deze door voorbij te gaan aan bestaande regels en gewoontes in de kunstwereld. Daardoor had zijn artistieke ontwikkeling geen rechtlijnig karakter, het wisselde van onderwerpkeuze en aanpak, gedurfd kleurgebruik en expressief lijnwerk.

Brutaler en vrijer omgaan met de regels

Hoewel het impressionisme in zijn tijd werd gezien als een schetsmatige schilderstijl, paste het helemaal aan bij zijn manier van kijken en werken. Hij nam als basis het tonale palet en de losse penseelstreek van de kunstenaars van de Haagse School en voegde daar eigenheid aan toe. Door weinig academische ervaring kon hij brutaler en vrijer omgaan met de regels. Misschien dat zijn gebrek aan een voltooide academische opleiding zijn voortrekkersrol positief heeft beïnvloed, hoewel in het geval van Breitner niet van een gebrek als wel van een voordeel gesproken kan worden. Hij haalde zijn kennis en vaardigheden uit het veld, bij kunstenaars die hem inspireerden. In verschillende fases van zijn carrière bleef hij echter wel op zoek naar een grondige technische scholing, in de hoop zo de sluimerende onzekerheid over zijn eigen kunnen te beteugelen. Daardoor kon hij een eigen weg gaan en was het hem mogelijk zonder klassieke ballast te experimenteren en te komen tot waar hij de geschiedenis in is gegaan, als Nederlands impressionist – de kopman van de avant-garde. Zoals hij zelf zei: “Mij dunkt voortbrengingskracht en verbeeldingskracht maken de kunstenaar + een groote X.

Rauwe werkelijkheid tot stemmige impressie

Schilderachtig wilde hij historiestukken neerzetten. Op detail de realiteit vangen. Maar hij besefte al snel dat hij het juist moest hebben van de dingen die hij om zich heen zag gebeuren in plaats van anekdotes uit het verleden aan te halen. Dynamisch en met brede verftoets bracht hij figuren in beeld. Het beeld werd monumentaal. Hij voelde zich steeds meer aangetrokken tot een opkomende, anti-academische richting in de Haagse schilderkunst. Het vastleggen van een bepaalde sfeer op een zeker moment was daarbij meer belangrijk dan een verhalend onderwerp. Voor Breitner was een verhaal vertellen met veel details en een correcte tekening gaandeweg van minder belang dan kleur, lijn en expressie. Hij schetste de rauwe werkelijkheid tot een stemmige impressie. Zijn werk oogt speels en spontaan. Eerst nog modelleerde hij zijn beeld zorgvuldig met oog voor detail, later werd zijn penseelvoering krachtig en sprekend. Alledaagse figuren werden met ferme streken in soms hoekige vormen en met harde contouren tegen een donkere achtergrond geplaatst. Gebeeldhouwd in verf, uit de verf ontstaan. Na een zichtprobleem viel hij terug op het detail in de nauwkeurige stofuitdrukking. Hij leek geland op zijn artistieke basis, maar vandaar uit werd hij colorist. Hij had voordien de werking van kleur en vorm perfect onderzocht en kon opnieuw loslaten. Het werk robuust in kleurvlakken opbouwend.

Nieuwe realiteit

In kleurrijke, vrij geschilderde werken lijkt Breitner, na jaren van zoeken, zijn artistieke streven te hebben verwezenlijkt. Door thema’s telkens opnieuw onder handen te nemen en zichzelf bij elke versie uit te dagen was hij op dit punt aangekomen, steeds zoekend naar vooruitgang. Met de nadruk op kleur en expressie in plaats van vormvastheid was Breitner zijn tijd vooruit. Hij maakte een nieuwe realiteit door bestaande en bedachte elementen te combineren. Inspiratie kon Breitner vinden in een bijzondere vorm, opvallende kleur of toevallige beweging. Hij zette geen feitelijke weergave op doek, maar koos bewust voor wat hij de kijker wilde laten zien. Selecteerde en componeerde naar hartenlust, daarbij proberend zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven. Hij gebruikte later zelf genomen foto’s als instrument bij het componeren van zijn schilderijen. Maar maakte ook getekende en geschilderde schetsen en plein air, daardoor kon hij in zijn atelier diezelfde sfeer oproepen als dat hij ter plekke had ervaren.

Zijn beeldopbouw lijkt eenvoudig, maar met enkele verfstreken kon Breitner doeltreffend een figuur neerzetten. Hij wist een schetsmatige uitvoering perfect te combineren met een volwaardige compositie. In dit vrije schilderen maakten de figuren zich los en ontstonden op afstand gezien ‘uit de verf’ – een ruimtelijke illusie. Men had kritiek op de schetsmatige wijze van schilderen en het ogenschijnlijk onvoltooide karakter van zijn werk. De beoordeling op stijl en techniek boven het onderwerp bleef hem levenslang achtervolgen. Breitner werkte vanuit zijn eigen visie op de werkelijkheid, waarin hij de schoonheid van het dagelijkse leven zonder hang naar nostalgie uitdrukte in gedurfde heldere kleuren en een brede markante verftoets. Hij zocht stug door naar een eigen handschrift. Zo vond hij uiteindelijk zijn ‘groote’ X.

BREITNER schilderbeest. Tekst Suzanne Veldink. Voorwoord Jan Rudolph de Lorm. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in Singer Laren van 15 mei tot en met 8 september 2024. Uitgave WBOOKS Zwolle in samenwerking met Museum Singer Laren, 2024.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *