Dansen van Herbert Nouwens in de Belvédère Suite

Het is een hot item in de circulaire economie. Om gebruikte en voor het oorspronkelijke doel afgeschreven producten te recyclen. In de kringloop van het zijn gaat niets verloren. Want dat is immers de letterlijke betekenis van circulair: cirkelsgewijs. Maaksels verliezen hun waarde en worden in het geheel hergebruikt. Of in delen gesplitst en verwerkt tot grondstof voor een nieuwe creatie. De cirkel is rond. Bedrijven houden zich ermee bezig, de maatschappij is er vol van, van hergebruik en recyclen. Het scheiden van afval om waardevol materiaal niet af te stoten en geenszins te vernietigen.

Kunstenaars lopen voor op de massa. Zij zijn de kopgroep, de massa is het peloton. Ze zetten een tandje bij om het tempo te versnellen of knijpen de handrem aan om de beweging even stil te laten vallen. Want de massa moet weleens wennen aan de vooruitgang, aan de snelheid in de tijd. Zich het nieuwe stilaan en geleidelijk eigen laten worden.

Hergebruik

Kunstenaars zijn meesters in het hergebruik. Zij recyclen de zichtbare werkelijkheid tot een platte realiteit die uit de verf komt. Dat is een hergebruik van emotie, terugwinnen van sfeer en stemming. Letterlijk hergebruiken zij de verf als materiaal, de modder aan een kwastje wordt uitgesmeerd over een doek. De dode materie gaat leven, krijgt de adem van de kunstenaar ingeblazen. Door de manier waarop de kunstenaar dat doet, welke techniek daarvoor wordt aangewend, ontstaat er in het platte vlak een ruimte. De tastbare waarheid wordt tot zichtbare realiteit gerecycled. Dat deed de kunstenaar al lang voordat circulair en recycle in zwang raakten.

Er zijn kunstenaars die in het klein recyclen door aan het strand of langs de weg te jutten, in de bouw of op het land te speuren. Op zoek naar producten die zijn afgedaan en weggegooid en in collage achtige kunstwerken kunnen worden verwerkt. Herbert Nouwens is er zo een die  dit in het groot doet. Hij hergebruikt scheepsrompen bijvoorbeeld om deze een nieuw leven aan te meten. Hoewel je van dood materiaal maar amper kunt zeggen dat deze in een andere vorm tot leven komt. Het is bij wijze van spreken en taalkundig gezien op de keper beschouwd een hergebruik van woorden. Niet de vorm wordt teruggewonnen, deze heeft afgedaan. Het is de grondstof die tot een andere gestalte wordt gesmeed.

Muziek inspiratiebron

De beelden van Herbert Nouwens staan imposant in het buitengebied van Landgoed Oranjewoud. Uitgestrooid in het veld, maar niet lukraak geplaatst. De kunstenaar hecht aan de plek waar een beeld is neergezet waarde en betekenis. Het is dat punt waar dit beeld tot recht komt. Bijvoorbeeld de “Vier constructies voor een plek” staan niet zomaar langs de oostgrens van het park. Deze bijzondere objecten doen denken aan anti-tank obstakels en staan in slagorde als een verdedigingslinie. Je zou er zo een rol prikkeldraad langs uittrekken. Een concertina als militair begrip. Past overigens stemmig in de sfeer van de titel van deze presentatie: Belvédère Suite.

Muziek is voor Herbert Nouwens een inspiratiebron om in en naar te werken. De suite als metafoor voor de plaatsing van negen sculpturen. De suite is een meerdelige danscompositie, waarbij verschillende dansen worden geordend naar hun contrastwerking. Dit samenspel, deze ordening en dat contrast, is terug te vinden in het museumpark op dit moment. Het park is de suite, de beelden zijn de diverse dansen. De beelden verhouden zich met het strakke symmetrische ontwerp van het parklandschap, zoals de dansen zich scharen in het gestileerde schema van de muziek. De logge beelden dansen als het ware lichtvoetig door de natuur. De massieve elementen zijn door Nouwens zo geplaatst dat de sculpturen een open karakter hebben. Het zijn transparante scheppingen, open constructies, als tekeningen in de ruimte. Een choreografie waarin het cortenstaal opveert van de sokkel, een compositie die de zwaartekracht uitdaagt.

Ruimtelijke gedichten

Volgens Albert Oost, curator buitenpresentaties van Museum Belvédère, maakt Herbert Nouwens zijn werk vanuit een rauwe behoefte aan activiteit. Oost schrijft een voorwoord in de kleine catalogus bij de tentoonstelling. “Elk beeld is Herberts beeld, aan elkaar gelaste en gestapelde stukken ijzer, een opeenvolging van ogenblikken en overpeinzingen.” In de uitgave worden de diverse dansen in de Belvédère Suite door Juliska Kok van commentaar voorzien. Zij beschrijft de bewegingen en figuren, de passen en posities. “Ruimtelijke gedichten, een vertaling van de spanning tussen het rationele en irrationele” zegt de kunstenaar er zelf van. Hij werkt associatief en vertaalt indrukken in vormen die hij laat groeien door staal te snijden, vervormen, smeden en assembleren. In onderzoek naar de relatie tussen mens, materie, ruimte en tijd. Geïnspireerd door het menselijk bestaan en eeuwen van cultuurgeschiedenis.

In de binnenruimte van een kamer in de westvleugel presenteert Herbert Nouwens kleine figuren. Tussen de verhalende kunstenaars van “Verhaald – Verbeeld” heeft hij ook iets te zeggen. De kleine beelden in een boekenkast opgetast zijn modellen voor het grote werk. Deze worden echter niet alle uitgewerkt op groot formaat, omdat Nouwens ze benadert als vingeroefeningen. Om een bepaalde vorm in de vingers te krijgen. Het zijn dus kleine werken met een eigen karakter. “Niet letterlijk een model”, zegt hij, “maar meer een globale richtlijn voor het grote beeld.” In deze vormen op handzaam formaat zie je de kunstenaar stoeien met het materiaal. De twee grotere formaten in de kamer zijn een eenvoudig voorspel op wat buiten te zien is, of andersom in tijd een stemmige nabeschouwing. Lectori salutem of post scriptum. Proloog of epiloog. Prelude of naspel. Heb je het buiten gezien, kom je binnen nog eens terug, of andersom.

Levende representatie

Lopend over de verharde paden en door het gras tussen de beelden in de open lucht, met de catalogus als aangename wegwijzer op zak, kan ik de gegeven betekenis tegen mijn persoonlijke waarde leggen. Wat ik zou kunnen zien volgens het boekje en wat ik beschouw in eigen ervaring. Beelden als collages van eens gebruikte materialen, samengevoegde onderdelen van ooit werkende installaties. Eerder dichte constructies die door Nouwens geometrisch tot een levende representatie van de werkelijkheid zijn opgebouwd. Abstracte vormen die natuurlijk in de ruimte staan. Alsof deze daar altijd geweest zijn en er nooit meer vandaan zullen gaan.

Een toren van Babel geplaatst net na de laatste huizen aan de Woudsterweg waar het open veld zich uitvouwt en het museumgebouw opdoemt. “Der Strom”, reikend tot de hemel, geeft de richting aan, een uithangbord voor de presentatie. Daarna doemt de “Poort van Belvédère” op, een object voor deze plek en omgeving gemaakt. Zal later elders een even goede standplaats kunnen krijgen. Want de beelden van Nouwens reizen en zijn in beweging, voordat deze neerstrijken en hun rustplaats vinden.

Het zijn op zichzelf stille bouwwerken waarin de wind een muzikale compositie kan spelen. De huid van het levende staal is bont kleurig in bruinen, of spiegelt de omgeving in het gepolijste metaal. Materiaal met een leven dat blijft voortleven door de constante corrosie van het staal. De natuur probeert het ijdel, maar weer en wind krijgen er geen vat op. Het materiaal verzet zich hevig en houdt stand. Dolend door deze voor nu tot 22 september gecreëerde beeldentuin stuit ik op een creatie dat bijgeluid maakt. Boven de zucht van de wind klinken melodieuze klanken. Het is “Lamento” waar in een opengewerkte geroeste cilinder gefrommeld plaatstaal hangt. Deze elementen maken op de maat van de natuur een compositie.

“Kunst is een vorm van denken”

Titus, zoon van, is getuige van vaders werkwijze. “IJzersterke constructies die zich staande houden onder alle omstandigheden en fungeren als statische markering in de ruimte”, prijst hij de werken van de kunstenaar aan. “Zijn artistieke praktijk is een continu proces van opbouwen en afbreken, om vervolgens weer opnieuw, of beter gezegd verder, te bouwen.” En dan gaat de kunstenaar zelf los in het boekje. Beschrijft zijn doen en geeft verantwoording aan zijn laten. Een achtergrond die niet strikt noodzakelijk is om te kennen, maar door te weten wel de bouwwerken meer reden van bestaan geven.

Kunst is een vorm van denken”, zegt hij en spreekt mij daar meteen mee aan, “denken in vorm, kleur, ruimte of klank. Het is verwant aan denken in taal. Taal bestaat uit allerlei ingevingen waar je begrippen aan hecht en gevoelens die je omzet in woorden. Door die woorden uit te spreken of op te schrijven, probeer je grip te krijgen op de achterliggende complexiteit.” Ik hang aan zijn lippen en voel me verbonden met zijn werken wanneer hij verder gaat: “Op een gegeven moment denk je, wat ik opgeschreven heb dekt wel ongeveer de lading. De output, of het nu dus een stuk tekst, muziek of een beeldend kunstwerk is, is bijna nooit 100% van wat je als schepper in je hoofd hebt.” Ik lees mijn voorgaande tekst nog eens over en ik ben het met Nouwens eens. Op mijn weg door de tuin en in het museum had ik een ander verhaal in gedachten dan hier uiteindelijk op het blog is terecht gekomen. “Omdat het mij dus ook nooit helemaal lukt, ga ik er mee door.”

Belvédère Suite. Uitgave bij de tentoonstelling in Museum Belvédère, 22 juni tot 22 september 2024. Herbert Nouwens. Museum Belvédère, 2024.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *