De volksverkakkerlakkerij van Rikkert en Marius

Ze liggen me voor, ik heb ze gelezen. In tien dagen, zo´n veertig per dag – ik heb het niet geteld. Maar die meer dan vierhonderd diergedichten nodigen uit tot eigen creativiteit. Zal ik het dan zelf eens proberen een trijntje fop op te schrijven? Wel ja, wat zal het, het kan verkeren en ik kan een potje breken.

Een hippe kikker uit Vledderveen

ontstemde toen zijn stem verdween.

Kwaakte niet meer op hoge toon,

bromt nog schor in een megafoon:

“Ik zoek een veld in het zuiden

om mijn leven ruim te duiden.”

Maar ach nee, laat ik het toch beter over aan de tekstenschrijver pur sang, die zich op velerlei terreinen en rijmelarijen al meermalen heeft bewezen. Nu dan met de uitgave ‘Door de wolf geverfd’, dat in de titel dezelfde schijnbare verspreking heeft als diverse verzen in de bundel deze hebben.

Gedroomde dichter des vaderlands

Rikkert Zuiderveld, mijn gedroomde dichter des vaderlands, stelt met deze verzameling weer eens duidelijk vast dat hij bovenaan de ranglijst prijkt van spelers met het Nederlandse woord. Naast serieuze sonnetten en diepzinnige liedteksten, waarvoor hij al eens gelauwerd is, leeft hij zich uit in het lichte vers. De door Peter Knipmeijer bedachte topo heeft in Zuiderveld daarbij een fanatiek luchtige beoefenaar. De diergedichten in ‘de wolf’ verdienen dan ook een gouden plak. Deze zesregelige gedichten hebben de lachers op de hand, maar het is toch telkens Rikkert die het laatste lacht. Herhaaldelijk neemt hij de lezer bij de neus (au) en word ik talig beduveld.

Door het weglaten van letters of het draaien van lettergrepen moet ik overlezen wat er staat om de samenhang te achterhalen. Er ontstaan nieuwe woorden, scherpzinnige vondsten, Rikkert-uitdrukkingen. Vele ontdek ik in dit werk, een handjevol zijn te noemen: volksverkakkerlakkerij, vogeltrekharmonica, amfibitieus, bodybuildier en mailodrama. Het spel heeft weg van letterkeer, maar is geen anagram naar de letter gezet. De diergedichten nodigen uit tot meermaals lezen om in de duiding door te dringen. Hoewel het eenvoudige rijmelarijen lijken is het zaak aanhoudend de gedachten te concentreren om geen kwinkslag te missen. Vooral die woordvondsten en regelvindingen maken het dichtwerk een genot om te lezen. Het nodigt uit anders naar de moerstaal te kijken, de eigen spraak opnieuw te interpreteren. Creatief te denken kortom.

Rikkertiaans

Consequent noemt Zuiderveld de rijmen geen fops, maar diergedichten. Want de echte trijntje fops werden door Kees Stip onder pseudoniem gemaakt. Rikkert geeft aan het begrip een nieuwe draai. Hij luist me er wel in, zoals Stip mij een poets bakte, maar doet dat als taalhaspelaar op zijn Rikkertiaans. Op het Zuiderveld dansen en springen Noachs ark vol dieren rond, die door de dichter bij de horens worden genomen en een menselijke trek krijgen. Want de diergedichten zijn op de keper beschouwd fabelachtige rijmen. De dieren zijn net mensen, en in de laatste regel zit veelal een moraal. Aan die slotregel zit soms geen eind, dat vult de lezer zelf wel aan. Of is een woord uiteen getrokken om een tegendraadse betekenis uit te lokken.

“Door het toegankelijke taalgebruik is de bundel voor een breed publiek geschikt”, lees ik in een boekbespreking van een collegarecensent *. “De gelaagdheid zit hem vooral in Zuidervelds vermogen de menselijke eigenaardigheden en onhebbelijkheden in diergedichten vast te leggen en zo op luchtige en vermakelijke wijze het menselijk gedrag te becommentariëren en ridiculiseren.“ Had ik het beter kunnen omschrijven? Wat zal het, het kan verkeren en ik kan een potje breken.

Haast alle dieren in Oostwoud

doen mee aan speeltuin-onderhoud.

Het repareren van de schommel

is een klusje voor de hommel

en konijnen gaan met stip

voor het maken van de wip.

Beschaafd dichter

Is het sporadisch wel eens op de rand, platvloers en ordinair wordt het nooit. Rikkert Zuiderveld is een beschaafd dichter. Maar ook het spel tussen man en vrouw hoort bij het leven, dus dat hij daarover omfloerst dicht en verbloemend op zinspeelt is om het even. Het is humor met een dubbele bodem, maar vaak ook met een ernstige ondertoon. Hij is het niet die lacht als een boer met kiespijn, dat ben ik omdat hij mij op mijn nummer zet. Rikkert mag evenwel met liefde de boel enigszins opschudden, want de gegrijsde protestzanger heeft nog altijd een scherpe tong:

De oude vaderlandsche leeuw

zingt het Wilhelmus eeuw na eeuw

gewillig mee, maar op 4 mei

is hij er met zijn hoofd niet bij

en weet niet waar hij kijken moet

wanneer men zingt: “Van Duitschen bloed”.

Humorvolle kijk

Zo zet de dichter aan tot nadenken, overdenken en doordenken. De diergedichten zijn geen vrijblijvende rijmelarijen. Het zijn lichtvoetige karikaturen, die humoristische illustraties verdienen. In de kunstenaar Marius van Dokkum heeft Zuiderveld een zielsverwant gevonden. Woord en beeld sluiten naadloos op elkaar aan. De tekening bezit eenzelfde humorvolle kijk op het leven als het gedicht dit heeft. Ook in de illustratie krijgt het dier menselijke trekjes en licht daarmee de tekst helder toe. Ik zie het al voor me: Rikkert staat als sneldichter à la Willy Alfredo op het podium, Marius als sneltekenaar aan zijn zijde. ‘Roept u maar!’ klinkt het luid door de microfoon. Een trefwoord vliegt door de zaal en Rikkert schudt zo een kort gedicht uit zijn mouw terwijl Marius daarbij snel een cartoon tekent. Want beide heren zijn door de wol geverfd en weten van aanpakken. In jaren hebben zij ervaring, woord en beeld zijn hen verre van vreemd.

Een dove kwartel in Berlijn

kan wel zeker erg dartel zijn.

Hij zet zijn beste beentje voor

onder de Brandenburger Tor.

Blij danst de vogel evenwel

op hele maat en drie kwart tel.

Wat dunkt u, lezer, is dit een gedicht uit Rikkerts pen of heeft de recensent zich weer niet bij zijn leest gehouden.

Tekstschrijver en liedjessmid

Zal de echte Zuiderveld opstaan en in de lach schieten. Zoals hij, stel ik mij zo voor, aan het haardvuur in de kamer samen met Elly lacht over weer een volgend door hem bedacht rijm. Hij was al een gevierd tekstschrijver, een liedjessmid, een creatief toondichter. Al langer een rammelaar met woorden, een taalbrouwer, een zinsbouwer. Zijn woordspelige bezem veegt de Nederlandse taal schoon. Als Van Dale wacht ik op antwoord tot zijn nieuwe woorden in de volgende uitgave van de dikke staan opgenomen: aanlegstijger, pedrofiel, olifanterlant, krokodildo, handiclap. Een favoriet heb ik niet, maar deze is het citeren meer dan waard. Het heeft alles in zich om een trijntje fop te zijn; een vormvast dierversje van zes regels, iedere versregel heeft vier heffingen, het rijmschema is aabbcc, er wordt een plaatsnaam genoemd en het bevat een ouderwets geformuleerde moraal:

Een druggebruiker uit Hawaï

werd opgegeten door een haai

die hier zo machtig stoned van werd

dat ik u waarschuw: wees alert,

gaat u bij uw chinees naar binnen,

neem geen soep van highevinnen.

Door de wolf geverfd. Verzameling diergedichten. Rikkert Zuiderveld. Illustraties Marius van Dokkum. Uitgave Ark Media, 2024.

*Inge Boulonois op Het Vrije Vers

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *