Voor mij was zij een onbekende, hoewel Marije Hage niet ver van mijn woonplaats wekelijks diensten leidt als protestants predikant. Een kleine wereld, maar ook heel erg groot. Mijn kennismaking met haar was via de televisie in het programma “De verwondering”. Een programma dat ik zie en beluister wanneer ik de kerk die zondagmorgen niet heb bereikt. Wanneer de kerkgang minder weegt dan een verdieping via de beeldbuis. Zij als mens intrigeerde en haar verhaal wekte mijn aandacht.
In het gesprek met Annemiek Schrijver zocht ze om woorden voor haar wezen en zijn. Zo onzeker maar zorgvuldig abstracte gedachten duidelijk formuleren, dat komt mij bekend voor. Met een roeping als predikant en de vrijheid van de kunstenaar is ze geen redenaar. Hoewel het brengen van de boodschap een rappe tong vereist, maar je bij de kunst juist dient te zwijgen om te maken en stil en bedachtzaam te kijken.

Pleidooi van Hage
Marije Hage schreef een dun boek vol over nut, of eigenlijk het tegengestelde daarvan: Pleidooi voor het nutteloze. Haar naam zocht ik op Google, want dat genoemde boekje zal ik graag hebben om erover te schrijven. Zoals ik via meerdere kanalen geïnteresseerd raak in boeken om te recenseren. Niet alles heeft mijn belangstelling, waardoor de knop omgaat is ook voor mij een mysterie. Maar het pleidooi van Hage zal ik graag lezen en beschrijven. Ik vond geen uitgever, want het bleek een uitgave in eigen beheer. Van haar website kon ik de tekst als PDF downloaden. Het is geen verdienmodel. Dus nutteloos? Onzin! Ik zie het nut er wel van in, dus eigen mij de tekst toe en neem de woorden tot mij.
Maar eerst sloeg ik aan op haar afscheid van de sociale media, terwijl ze daar voordien volop op aanwezig was met gedachten en overdenkingen, beelden en nabeelden. Het werkt bevrijdend, mijmert ze voor zich uit starend de camera in, wanneer je niet meer mòet posten ben je ongebonden, los van de macht van het logaritme. Bevrijd van het nut. Daarom zal ze mijn bespreking wel niet onder ogen krijgen, want deze bestaat bij de gratie van het internet, bij het wezen van het world wide web.

IJdelheid maakt het leven leefbaar
Hoewel het schijnt dat de woorden klaarblijkelijk minder makkelijk zich vormen in het gesprek, staan deze luid en duidelijk op papier. Ze zoekt dus vaak naar woorden om zinnen te vormen, zinnen die soms onafgemaakt vervliegen in gedachten. Dat is in praten min, maar in schrijven meer. “Woorden leggen routes af. Je moet ervoor gaan zitten. Dan klimmen ze in je.” Wel is ze live – onder de warme lampen van de studio – ook niet altijd zeker van de zaak, ‘misschien’ leek een stopwoord of ‘ik denk’. Hage is dan ook eerder een schrijver dan een prater, meer een beeldmaker. Een spreker preekt wat eerder is geschreven, dat voordien is overdacht en genoteerd, de woorden, de zinnen.
In het pleidooi verdedigt ze het nutteloze, datgene dat geen goedkeuring krijgt van de grootste gemene deler. Alles dat consensus heeft is zinvol, althans hoort bruikbaar, dienstig en constructief te zijn. De tijd dient welbesteed, geen moment mag verloren gaan aan doelloos en onnodig tijdverdrijf. Maar juist die ijdelheid maakt het leven leefbaar. Het nutteloze te omarmen maakt het leven vruchtbaar. Op die grond kan het zijn groeien en bloeien. Overbodige werken zijn het fundament voor de ‘echte’ prestaties. Ontspanning wordt gezien als onnodig vermaak, op cultuur kan fors worden bezuinigd. Het kabinet zou eigenlijk het betoog van Marije Hage moeten lezen en uitwerken, er beleid op maken.

In je eigenste ik ben je klein
In het pleidooi gaat zij in haarzelf terug naar de kindertijd, haar periode van het leven waarin ze kind is. “In het midden-leven ervaar ik plotseling dat ouder worden ook een teruggaan is”, schrijft ze. “Vallen wordt weer landen. Ik voel in mij de omtrek van het kind dat ik ooit was. Nee beter, ik vind haar alsof zij nooit is weggeweest.” De kindertijd, een tijd die voor de volwassene van minder nut schijnt, maar door de jeugdige mens als bijzonder waardevol wordt ervaren. Dat gevoel van het zijn verkennen wil ze terug en krijgt ze van voren af in gedachten. Herinneringen aan de fijne, geborgen en beschermde tijd. Maar ook komt ze terug in het heden met de wetenschap van dat verleden. Je zou willen dat het eeuwig was, nooit ophield dat kind zijn. Voor de buitenwereld houd jij je groot, maar binnen in je eigenste ik ben je klein, blijf je op de vrije en ongeziene momenten kind. Want er is drukkende haast, je hebt nog zoveel te doen, er is een hoop nuttigs te verwerken. Maar diep in jouwzelf, in mijzelf, is het nutteloos mijmeren een hoogste goed.

Lezen boekje totaal nutteloos
Het beschouwen van de beginneling in het leven, de novice die alles nog moet meemaken, het welhaast onbeschreven blad. Dat is wat kind-zijn is. Niet alles hoeft perfect te zijn, want je moet het immers nog leren, het leven. Niet het resultaat is belangrijk, de dood, maar het leven daarnaar toe, het werken, het zijn. Deze gedachten blijven boven mij hangen wanneer ik de teksten van Hage lees en tot me neem. Zij geeft de aanzet tot het begin van een gedachte. En met haar woorden rolt als vanzelf deze tekst uit mijn pen. Zij geeft mij een begin aan, waarop ik door kan gaan. Met vallen en opstaan, want lees ik het terug is er meer onduidelijk aan wat ik probeer uit te leggen van mijn gevoel bij haar proza en poëzie. Niet alles hoeft beter en anders, er mag een steekje los zitten. Dat is de kunst van de gedachte, van het schrijven. Hage laat het perfecte nut los, laat het gaan, en begint het leven onbevangen te ontdekken om terug te komen bij het kind in haarzelf. En ik volg haar, op de voet. Het is een helder recept, de ingrediënten zijn voorhanden.
Ze heeft me gewaarschuwd, voor aanvang, dat het lezen van het boekje totaal nutteloos is. Zonde van de tijd. “Je wordt er niet productiever van, je wordt niet beter in het managen van to-do lijstjes en het gaat je niet in zeven stappen helpen om een opgeruimder mens te worden.” Het is een lofzang op de ineffectiviteit van mens-zijn, schrijft Hage, op ons gezamenlijke en persoonlijke gestuntel, en op alle lieve, frustrerende, warme, irriterende, soms verdrietige, maar vooral ook ontroerende gevolgen daarvan. Het is ijdel, het is nutteloos, maar het is geen onzin. Het is najagen van wind, richten van pijlen op de storm. Deze sport verdient een olympische status.
“Gevoel van achter de feiten aanlopen. / Kwijtgeraakt zijn. / Teruggaan. / Terugvinden. / Onschuld en goede bedoelingen. / Ergens voor staan en waar dan voor. / Nog steeds grijpen, / misgrijpen, / nergens aankomen. / Wel vaker: / jezelf herkennen. / Iets meer weten, wat leven is.”
Pleidooi voor het nutteloze. Marije Hage. Uitgave in eigen beheer te downloaden van haar website, 2024.

Geef een reactie