De catalogus “50 jaar Stripschapprijs” van Museum of Comic Art in Noordwijk aan Zee is een boek die past in de bibliotheekkast onder de titel geschiedenis. De uitgave bij de tentoonstelling leidt de lezer door het Nederlandse striplandschap van 1974 tot 2024. Wie het gelezen heeft is helemaal op de hoogte van het wel en wee, het doen en laten, leven en werken van de vaderlandse striptekenaars. Althans het neusje van de zalm. Door het bezoeken van de tentoonstelling in MoCA kan de lezer die dan kijker is zich vergapen aan originele schetsen en tekeningen. Hoewel de Stripschapprijs ‘slechts’ een halve eeuw bestrijkt zijn dit wel de meest belangrijke jaren dat het beeldverhaal uit de kinderschoenen in volwassenlaarzen terecht is gekomen. Werd er eerst wat minzaam naar het fenomeen gekeken, tegenwoordig is het een volwaardig literair en kunstzinnige uiting.
Elk jaar vanaf 1974 heeft Het Stripschap een prijs uitgereikt aan de striptekenaar die volgens een jury op dat moment toonaangevend het beeldverhaal vorm gaf. In het eerste jaar is dat een uitgever van oude strips en kan MoCA daarom in de catalogus met Het Stripschap teruggaan in de tijd. Want “in de jaren zestig van de vorige eeuw is de eerste naoorlogse generatie striplezers volwassen geworden en als gevolg hiervan verandert de kijk op het beeldverhaal in Nederland”. Vol weemoed en nostalgie wordt omgekeken en terugverlangd naar de kapiteins, piloten, ridders, detectives en piraten – hoofdpersonen en bijfiguren uit de strips van kort na de oorlog. De herdrukken vinden gretig aftrek en worden verslonden door de fans.

Het Stripschap
Het Stripschap zag in 1967 het levenslicht met als doel de acceptatie van het beeldverhaal te bevorderen. Door middel van een tijdschrift en speciale winkels, de stripantiquariaten, krijgt deze vorm van recreatieve media extra aandacht. Door de instelling van een prijs, die tijdens de jaarlijkse Stripdagen wordt uitgereikt, wringt en dwingt de strip zich op een relevante plek in de samenleving. De strip doet ertoe. Vanwege Margreet de Heer, Stripmaker des Vaderlands van 2017 tot 2020, staat het beeldverhaal op de literatuurlijst.
Door de jaren heen heeft Het Stripschap vele gevestigde namen geëerd met een prijs. Maar na verloop van tijd komen ook jonge talenten boven drijven in de kweekvijver en kan de lezer naar hartenlust vissen vangen, groot en klein. Van iedere striptekenaar of -schrijver wordt in het boek het doopceel gelicht in vlugschrift. En wordt uiteraard het juryrapport aangehaald en uitgelegd. Op deze manier is, zoals geschreven, de catalogus een wegwijzer door stripland. Met talloze afdrukken van door de diverse prijswinnaars gemaakte tekeningen is het naast een reisgids een atlas, een platenboek die het oeuvre van de vertellers in beeld brengt. Eigenlijk een portfolio voor Het Stripschap, daarmee kunnen ze de boer op om hun doel na te streven: de erkenning van het beeldverhaal.

De stripbladen
Naast de opsomming van prijswinnaars geeft het boek inzicht op en uitleg van wat er nog meer speelt binnen de grenzen van stripland. Zo komen onder meer de krantenstrip en graphic novels, strips in publiekstijdschriften en de strip voor volwassenen in tekst en beeld aan bod. Een bijzondere periode in de opleving van het beeldverhaal langs de paden van de literatuur vormt het underground tijdperk. De strip wil zich los maken van het kinderlijke imago en richt zich op onderwerpen voor volwassenen. Het vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten en Frankrijk en Nederland pikt er een handvol graan van mee. Er worden tekeningen gemaakt en tijdschriften opgericht die niet bepaald voor een jong publiek bedoeld zijn maar uitsluitend voor de meest gerijpte lezer. “Dit soort strips past uitstekend in de vrijgevochten sfeer van de protestgeneratie van de jaren zestig”, lees ik. Maar zoals die jaren veel beloven en weinig waarmaken, komen de vrijgevochten stripmakers bovengronds en wordt de strip na de eeuwwisseling weer braaf – op een enkele uitspatting na.
De stripbladen die in de jaren 60 de poten onder de kruk van de Donald Duck proberen door te zagen blijken kweekplaatsen voor nieuw talent. Hoewel de Nederlandse Disneystal en zeker de studio van Marten Toonder zich in deze niet onbetuigd laten. Beide zijn een leerschool voor tekenaars die eerst de meester volgen, later uitvliegen en zelf aan de slag gaan. Het meest bekend van de bladen is de Pep die naast de Sjors een oudere leeftijdsgroep aanspreekt. Later fuseren beide tijdschriften tot Eppo. Vele jonge abonnees hebben ongeduldig iedere week de postbode afgewacht om de nieuwe avonturen van hun striphelden te volgen en te beleven. Ik was daar één van en het Stripschapprijsboek is dan ook een trip down memorylane voor mij. Kreeg ik rode oortjes bij Tante Leny en Titanic, ik voelde me een volwassen lezer met De Vrije Balloen en Eppo. Het Stripschap opent mij echter de ogen, omdat er veel meer is op het gebied van de Nederlandse strip dan ik ooit kon vermoeden.

Het MoCA
Met de uitgave door het MoCA, het enige échte stripmuseum van Nederland, krijgt de Stripschapprijs, de belangrijkste stripprijs van Nederland, smoel voor de eeuwigheid. Ook internationaal spreidt het de wieken, want de tekst in het boek kreeg een Engelse vertaling. Het MoCA is sowieso autoriteit op dit gebied, want het bracht eerder standaardwerken uit over het beeldverhaal. Naslagwerken als ‘Covers, adventures in comic art’, ’80 jaar Toonder Studio’s’, ‘Grensverleggers, innovative dutch comic artists’ en ’70 jaar vrolijk weekblad Donald Duck’. En het organiseert daarbij spraakmakende tentoonstellingen. Het museum is derhalve een eldorado voor de stripliefhebber en een paradijs voor creatieve geesten.
50 jaar Stripschapprijs 1974-2024, the most important dutch comic award! Catalogus bij de tentoonstelling in het Museum of Comic Art te Noordwijk aan Zee, 30 november 2024 tot 18 mei 2025. Uitgave MoCA, november 2024.

Geef een reactie