“Het schilderij dat gemaakt moet worden. De inspiratie die het verdient een afbeelding te krijgen. Iedere keer wanneer Daniëlle van Broekhoven voor een leeg doek staat, is er de drang dit te vullen. Te bekladden met ervaringen die ze opdeed gaande langs stad en land, over berg en dal, de paden op de lanen in. De beelden die ze tijdens wandelingen opdoet gisten in haar gedachten. De ideeën voor weer een nieuw schilderij borrelen uit dat proces op. Als in een roes gaat ze aan de slag, want de verbeelding moet een afbeelding gaan krijgen.” Zo begon ik in november 2021 mijn beschouwing over de uitgave ‘Layers’: De natuur in verf vertaald en gelaagd. Ik zou dat stuk vrijwel een-op-een hier kunnen overnemen, want het standpunt van Daniëlle van Broekhoven om te schilderen is niet veranderd. Met dezelfde daadkracht gaat zij te werk, dat blijkt uit de kamerpresentatie in Museum Belvédère. Maar overschrijven of herschrijven doet haar werk geen eer aan, dus ik begin opnieuw.
Het is niet toevallig dat de kunstenaar een schepper is. Want uit niets maakt de kunstenaar iets, zoals de Schepper van een woest en ledige wereld een vruchtbare aarde maakte, een land van melk en honing. Maar is dat niets werkelijk niks, nul, nada. Of schijnt in de donkerte toch een puntje licht al. Zit in het zwart toch een stipje wit. Is in de leegte toch een sprankje hoop. De beeldhouwer legt in de klomp steen een beeltenis bloot. Die figuratie zat altijd al in de ruige hardheid verborgen. Het was er al maar niemand anders dan de kunstenaar zag het. Zo is het beeld dat Daniëlle van Broekhoven op het lege doek vastlegt al aanwezig zonder dat het voordien zichtbaar was. Dat wat zij zag in de natuur, herinneringen en gedachten bij situaties, komt ogenschijnlijk intuïtief op het linnen te staan.

Expressief en vol levenslust
“Mijn werk toont een weergave van natuur, maar misschien nog meer de actie van het schilderen”, schrijft zij in een magazine dat Van Broekhoven in eigen beheer uitbracht als catalogus bij haar kamerpresentatie in Museum Belvédère. Daar toont zij enkele representatieve composities uit haar oeuvre. Aan de doeken is de drift tot schilderen af te lezen. Het is geen heilig moeten dat scheppen van Daniëlle van Broekhoven, maar veel eerder en meer een gemeend willen. Ze ziet er niet tegenop aan het werk te gaan. Verzint geen andere werkzaamheden, zoals het atelier opruimen en verfpigmenten op volgorde leggen, om de dagelijkse arbeid maar zo lang mogelijk uit te stellen. Zij gaat juist graag en veel aan het werk. Het is een hoger goed waarmee ze bezig is. Ze kan niet anders maar ze wil ook niet anders. Dit is haar leven, haar zijn, haar natuur. En die levenslust straalt ze in en door haar werk af op de beschouwer. Deze wordt er vrolijk van. Weet zich opgenomen in de kleuren en de verflagen.
Expressief en vol levenslust staan plantaardige figuraties op de schilderijen. In iedere verfstreek klinkt het plezier van de kunstenaar. Door het riet en de oeverplanten ruist de zin in het scheppen, de lol van het creëren. Althans ik denk dat ik naar riet en planten kijk. Deze verfstreken geven de idee van vegetatie, maar de flora is abstract weergegeven. De aanleiding, de inspiratie, ligt in de natuur. Maar wat Van Broekhoven ermee doet heeft, zoals ze zelf opmerkt, minder met de werkelijkheid te maken dan met het werken in een abstracte atmosfeer.

Waarneembare realiteit en abstracte ervaring
Ik stel me haar zo voor bezig in het atelier. Het opgespannen linnen wordt op de vloer gelegd. Het is maagdelijk wit, onbevlekt, onaangetast. Er schijnt geen figuratie te zijn nog, geen beeltenis op het doek. Maar Daniëlle kijkt ernaar, sluit haar ogen en stelt zich een herinnering voor. Er verschijnt achter haar oogleden en in gedachten een kleurig beeld. Ze opent de ogen en dat beeld wordt als het ware geprojecteerd op het doek. Ze hoeft het alleen nog maar over te trekken. Zoekt de penselen, kwasten en de verf bij elkaar, sorteert de kleuren en gaat aan het werk.
Er is geen schets, enkel de gedachte projectie, voordat ze bezig gaat. In het hoofd houdt zich de impressie schuil, deze moet bevrijd en er via handen en armgebaren uit. De gedachte kan al werkend worden aangepast en bijgeschaafd. Ze schildert nat in nat met olieverf en acrylverf. Laag over laag. Ze schuurt delen weg en vult details in. Zo boetseert zij het beeld op doek, ontstaat uit het schijnbare niets een herkenbaar iets. In lengte en breedte een monumentaal werkstuk, in diepte een tastbare abstractie. En van de natuurlijke waarneming blijft weinig over, deze is alleen nog vaag in de achtergrond zichtbaar.
Deze werken begeven zich tussen waarneembare realiteit en abstracte ervaring. Op die grens kan de aandacht de kant van contemplatief contact opvallen of vervliegt de voeling in het voorbijgaan naar een andere kamer in het museum. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit werk een iemand niets doet of een ander persoon koud laat. De expressiviteit die van de impressie uitgaat is bindend. Het kleurgebruik overheerst niet, maar is zo overwogen in balans met de figuratie dat het dwingt tot kijken. En kijk je dan, dan houdt het de blik magnetisch vast.

Magazine bij presentatie
Het magazine bij de presentatie toont naast de werken die daar te beschouwen zijn een handvol foto’s. Het zijn platen van momenten van inspiratie. Deze fotografie past welhaast naadloos in het plaatje van wat Van Broekhoven met haar schilderijen wenst te duiden en wil vertellen. In deze foto’s zie je als het ware het schilderij opdoemen. Deze vastgelegde waarnemingen in snapshots zijn terug te vinden in haar kunst. De kunst die invoelbaar is. Waarbij ik het moment ervaar.
Er is een foto waarop hoogwater sporen heeft achtergelaten tussen beplanting, kiezels heeft aangevoerd en achtergelaten. Voor mij is dit residu een metafoor voor de kunst van Daniëlle van Broekhoven. Haar beeld op doek is een overblijfsel van waarneming. Een bezinksel van de emotie bij de plek, het gevoel van wat de natuur te bieden heeft. En die ontroering brengt zij over op de beschouwer. Ik noem in deze de compositie ‘Pines’ bij name omdat ik het meermalen met witte handschoenen aan heb mogen vatten. In mijn tijd als collectiebeheerder van Museum Belvédère heeft deze instelling het aan de verzameling mogen toevoegen. Het bos met dennen lijkt ondergesneeuwd. Ik krijg het er koud van. Dat is wat kunst met je kan doen. Het werkt op je zintuigen. Maar in die kou is warmte, enkele verftoetsen geel en rood brengen een behaaglijke sfeer waarin ik mijn ogen te goed doe.
Tot slot eindig ik door mijn eigen woorden van toen te citeren: “De compositie is een botanische rijkdom. Vooral wild als een vroege scheppingsdag, niet gecultiveerd en ontgonnen door de geëvolueerde mens. Het is er woest binnen de kaders, maar nooit ledig en altijd in evenwicht. Een lust voor het oog, zo moet het paradijs er hebben uitgezien, ooit eens. Het is een imaginair beeld, een onwerkelijk voorkomen. Daniëlle combineert gedachten tot een bedacht geheel. Maar het kan best wel zo bestaan.”
Van nature. Kamerpresentatie schilderijen Daniëlle van Broekhoven bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud. Van 25 januari tot 30 maart 2025.


Leave a Reply