“Deze stad is zo lek als een vergiet, / het tocht hier en beschutting is er niet. / Overal is er die snijdende wind, / die ons in elk portiek weer vindt. / Dit is geen stad, dit is een gat.” Aarzelend schrijf ik nu hem toen alleen te kennen van de liedjes voor Herman van Veen. Eerst zijn vertaling van Leonard Cohens Suzanne, later Girl on the Bicycle van Ralph McTell en Windmills of your Mind. “Rond als de wijnvlek van eergister op het vuile tafelblad, / spelen gouden druppels zonlicht op het koude tegelpad. / En de rimpels in de vijver en het vangnet van een spin, / zijn allemaal maar cirkels zonder einde of begin.” Het echoot in mijn hoofd en spiegelt mijn gedachten. Het is bijzonder zinnen te dichten die melodieus blijven hangen, ook jaren later nog zo meegezongen kunnen worden. “En de tijd verslijt de dagen met de wijzers van de klok, / die de uren traag vermalen, heel geruisloos zonder schok. / Er bestaat geen medicijn / tegen oud en eenzaam zijn.”
Om de welluidende Engelse taal om te zetten in het zoetklinkend Nederlands is geen sinecure. Vooral niet wanneer de strekking hetzelfde moet blijven, de toon eender, de emotie passend. Hij, Rob Chrispijn, dichtte vooral teder en klein, maar rijmde tevens cynisch en kritisch. Dat tedere paste bij Herman die de liederen op de planken bracht. Want Rob past bij Herman, zoals Lennaert een eenheid was met Boudewijn. Natuurlijk schreef hij wel voor anderen, even zo gevoelvol en doordacht. “Probeer je te herinneren hoe het was / in december, toen we want in want / een kerstboom kochten, / warmte zochten, bij elkaar.” Ik was fan en schreef de teksten fanatiek uit in een schrift, terwijl ik de melodie zachtjes voor me uit neuriede.

Spelen met de taal
Aarzelend schrijf ik dit nu, want ik moet me diep schamen. Hij is zoveel meer dan dat, later en nog. Het boekje “Geluksvogels hebben makkelijk praten” krijg ik onder ogen als bewijsstuk en ter verdediging. Teksten over het zijn en bestaan, leven daar en toen, hier en nu. Een terugblik, details uit een autobiografie, flarden uit zijn eigen levensverhaal. Om het wezen van zich af te schrijven, het doen en laten nog eens in woorden te herhalen. En ik hang aan zijn lippen, zoals ik destijds volledig opging in de liedteksten. Ik ben een liefhebber. “Weet je wat er rijmt op aan alles komt een eind. / Geen idee, maar het is iets met verdwijnen, / zomaar zonder jou, oh mijn hou rijmt niet op trouw, / toch hou ik van jou, hoe valt dat nou te rijmen.”
Spelen met de taal, dat zit Chrispijn in de genen. Hij is een geluksvogel, want hij heeft makkelijk praten ofwel kan met de minste moeite schrijven. Dat is een voordeel wanneer je dicht om te zingen, dat knippen en plakken met woorden naar eigen idee zonder ChatGPT. Dan beklijft het lied beter en galmt nog een tijd door in het brein. Het blijft hangen, zoals gezegd, want het heeft diepgang in gelaagdheid. “De rechters linkerhand beeft / weet niet wat de rechter doet. / De rechters rechterhand leeft, / van hetgeen de rechter doet. / En ieder doet de ogen dicht / en houdt zich maar gedeisd, / liever laf en levend dan een held tot elke prijs. / Getuigen zijn zelden helden, / echte helden getuigen zelden.”

Jeugdherinneringen
En dat stoeien met woorden tot betekenisvolle zinnen zet de tekstdichter door in voornoemde bundel proza met ultrakorte verhalen. De paar duizend zinnen zijn te onregelmatig voor een liedtekst, maar passen naadloos aan vertellingen in telegramstijl. Na 22 jaren in dit leven maak ik het testament op van mijn jeugd, schreef een andere liedjessmid voor een tweede zanger. Rob Chrispijn maakt na 80 jaren schoon schip en probeert niet uit nostalgie met zichzelf en het leven in het reine te komen. De voorvallen en ontwikkelingen, verwikkelingen en standpunten, zijn puur persoonlijk maar zo universeel dat het de lezer aanspreekt alsof het de eigen memoires zijn. Niet dat de schrijver een 13 in een dozijn mens is, maar hij kan zo de herinneringen beschrijven dat deze schuren aan mijn geheugen.
Het vangt aan met jeugdherinneringen, zoals omdat de jongeling voorbode is van een volwassen leven. Maar de gedachtenissen zijn niet strikt chronologisch uitgeschreven. Tussen latere vertellingen kan ook eenvoudig weer iets van eerder doorschemeren. Ik zie hem in gedachten zitten voor zijn raam van de werkkamer, achter de geraniums die vruchtbaar bloeien. Uitkijkend over de landerijen van Vledderveen, mijmerend – flodders van vroeger tijden doemen in gedachte beelden voor zijn ogen op. Het is stil om hem heen, dus de zinnen hebben de ruimte binnen te komen. Hij raakt een eerste letter op het toetsenbord, zet het denken op oneindig zodat het schrijven vanaf A begint te vloeien. Hoewel hij van in de oorlog is komen deze herinneringen van geweld en onderdrukking helder binnen en nemen plaats in zijn memoires. Dat zijn de grote dingen die het hem doen. Maar ook de kleine dingen zijn evenzo belangrijk en kleuren het leven, schilderen de vertellingen, maken een mens gelukkig.

Haatliefde verhouding met filosofie
Er valt genoeg te beleven in deze verhalenbundel. Teveel om in één adem uit te kunnen lezen. Voor iedere dag zal een enkele tekst voldoende zijn, om te overdenken, om over na te denken. Niet alleen is de historie een werkelijk meegemaakte gebeurtenis, ook denkt Chrispijn na over het leven en vult dit naar eigen believen in als een filosofietje van de koude grond met een meer diepgaande betekenis. Ondanks dat hij een haatliefde verhouding heeft met de filosofie laat hij deze levensbeschouwing zelden ongemoeid. Mensen die hem na aan het hart liggen, figuren die hij ontmoette langs het levenspad, krijgen een herinnering in een of andere anekdote. In gezette beschrijvingen is Chrispijn emotioneel, want een afscheid is voorgoed – het leven is geleefd, een klok kan worden teruggezet maar de tijd niet. Hij neemt de tijd echter wel met een korrel zout, maar dat zout maakt het leven smaakvol, kruidigt het bestaan.
Vol liefde kan hij vertellen van de aarde en het behoud daarvan. Dat we moeten koesteren wat ons lief is of zou moeten zijn. “Landschappen die het door hun ongereptheid en hun ouderdom verdienen om bewaard te blijven, net als een Rembrandt, een Vermeer of een Monet.” Chrispijn is een meester in het maken van vergelijkingen, het leggen van relaties, het strooien met metaforen. Daardoor worden de vertellingen welhaast gelijkenissen om in Bijbelse termen parallellen te trekken. Iets beeldend te beschrijven zodat het past aan mijn denken en zijn, doen en laten. Chrispijn is dan niet belerend maar probeert mij wel de werkelijkheid onder ogen te laten zien. “(…) Het leerde me opnieuw dat aandacht in het leven cruciaal is. De wereld opent zich als je er beter naar gaat kijken: meer details, meer inzicht, meer voldoening.” En zo lees ik Makkelijk Praten, zo neem ik de woorden tot mij. Zijn wereld opent zich doordat ik de zinnen beter lees en nog eens lees, want dan gaat de tekst langer mee en beklijft het verhaal.

Gedachten die beelden krijgen
“De schepping heeft zichzelf geschapen uit stof en spuug en vindingrijkheid. Met toeval had het niets te maken. (…) De schepping heeft zichzelf geschapen uit een niet te stuiten drang naar samenhang.” Het zijn zo van die gedachten die beeld krijgen in dit boek, die woorden verdienen en deze door de geest van Rob Chrispijn ook krijgen toegemeten. In een toegift aan de Geluksvogels, zoals iedere succesvolle voorstelling een extraatje krijgt wanneer het publiek maar hard genoeg staande applaudisseert. De toegift van Chrispijn krijg ik er voor hetzelfde geld bij. Daarin liet hij meest recente liedteksten afdrukken en monologen uit laatstelijk geprogrammeerde voorstellingen. Daarin kan hij actuele zaken op de korrel nemen en er welwillend tegenaan schoppen om mij een spiegel voor te houden. En er zijn nogmaals mooie vertalingen van liederen van Leonard Cohen en Fragile van Sting: “We weten hoe een hart dat breekt / Vergaat van de pijn / Keer op keer vertelt ons hart / Hoe kwetsbaar we zijn”. Zo kwetsbaar is de schrijver zelf en daarom heeft hij makkelijk praten – met een lach en een traan, rozengeur en maneschijn.
Een minpunt aan de bundel die enkel pluspunten heeft, zijn de illustraties van Annet Kossen die op postzegelformaat en zonder kleur zijn afgedrukt. Dat is jammer en helaas, want zo kan de kwaliteit van de schilderijen en tekeningen niet worden gezien. Het boek had zoveel meer waarde gekregen wanneer de beelden evenveel aandacht hadden gehad als de teksten. Daarom is het omslag zo karakteristiek: de jongen met het blauwe oog. De werken zijn in alle kleuren van de regenboog te bekijken op de website www.annetkossen.nl. Helaas is Annet Kossen in oktober 2024 overleden, de vrouw van Rob Chrispijn.

“Wat heb je nou aan eerbewijzen die er na jouw dood verrijzen / Daarvan wordt toch niemand wijzer, wie je was en wat je deed / De wind neemt alles mee / / Maar ieder spoor van mededogen, elke traan in onze ogen / De woorden die er niet om logen, als liefde bloeit van lieverlee / Neemt de wind ook met zich mee / Over land en over zee / Reist de liefde met ons mee” Alles is ijdelheid om met Prediker te spreken, ijdelheid der ijdelheden. Woorden van anderen in je mond nemen geeft vreugde en verdriet, daarom kan ik met plezier Chrispijn citeren die uit zichzelf teksten laat vloeien maar niet nog eens het wiel uitvindt.
Geluksvogels hebben Makkelijk Praten. Een leven in ruim 2000 zinnen. Rob Chrispijn. Een uitgave van ’t Land van Elk i.s.m. Stichting Hypoxylon, 2024.

Leave a Reply