Jezelf verliezen in een kerngedicht

Hoe ver kun je gaan met het versimpelen van de werkelijkheid om nog een figuratie uit te drukken. Want dat is wat abstraheren van realisme is. Zo ver gaan tot enkel de essentie overblijft, de ziel van het onderwerp. De overbodige zaken weg laten en toch nog datgene met het werk zeggen wat nodig is in het gesprek van maker tot kijker. Dat de kijker nog snapt wat jij bedoelt. Daar moet de beschouwer dan wel de nodige moeite voor doen, zoals jij de moeite moet nemen om jou minst favoriete betekenissen te schrappen om tot de meest versimpelde uitdrukking te komen. Dat de kijker de indruk heeft te zien wat jij voorzag. Hoe ver kun je gaan. Kom je dan uit op De Stijl, op Cobra of Zero? Minimaal, monochroom. In elk geval heeft Willem Adelaar dat met tekst gedaan. Zoveel woorden weggelaten om de essentie van zijn verhaal te bereiken.

De kern bloot leggen zonder omhaal, recht op het doel af. Gekscherend zou ik kunnen schrijven dat hij die teveel aan woorden heeft verloren in Berlijn. Maar dat is te flauw, want dat is de titel van zijn tekst dat als eerste uitgave van de Stichting Narteks handmatig is gedrukt in de Nartiden Reeks. Willem Adelaar toont zichzelf in een kerngedicht. In deze korte tekst, net meer lettergrepen dan een haiku, legt hij zijn ego open, is hij eerlijk en oprecht over zichzelf. Ontdoet de blanke pit van de ruwe bolster. Om zijn wezen te raken heeft hij weinig woorden nodig. Woorden die een diepere laag vrij geven. Woorden die voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

lino © kine brettschreider
lino © kine brettschreider

Verborgen bronnen aanboren

Op deze plaats kan ik ieder woord op een gouden schaal wegen, deze ontdoen van de magie wanneer ik wil verklaren, verhelderen en duiden. Een gedicht heeft geen toelichting nodig, verdient geen commentaar. Net als een beeldend kunstwerk spreekt het voor zichzelf. Het is. Het wordt gelezen en geeft ruimte aan de gedachte. Er vallen stiltes tussen de woorden, maar deze zijn geen leegtes, het is zwijgen dat er toedoet. Kalmte om over wat gelezen is na te denken, te overwegen. Als een stilte in een gebed, om te bezinnen wat gedaan is en nog moet worden. Eigenlijk is het stil vallen zodat de gedachte vrij is om de volgende woorden binnen te laten komen. Om bedacht te zijn op wat volgt, door de aanrollende golf te worden verfrist. Zoals een stilte voor de storm. In die stilte je te wanen in het oog van de storm. In het centrum van de woorden die de kern raken. Die abstract het wezen Adelaar omschrijven. De Adelaar die zichzelf op een moment terugvond in Berlijn, hoewel hij er verloren was.

Met schrijven probeert Adelaar de in hem verborgen bronnen aan te boren. De pendel draait rond in de stilte van de tekst en wijst de basis aan die niet wordt uitgesproken. Hij is de boeman, de vogelverschrikker in het weiland van de poëzie. Dat is zijn wezen. Maar ik ben nu al te ver gegaan in het uitschrijven van zijn is. Ik ben die ik ben, is het kortste kerngedicht dat de essentie in de roos raakt. Dat is de ziel van de mens. Adelaar dicht verder, legt meer uit. Zo weinig woorden kunnen net als het non-figuratieve beelden door een ieder op gevoel worden geïnterpreteerd. De emotie geeft meerdere redenen van opvatting. Zo kunnen de illustraties bij de tekst de woorden verduidelijken, maar mij ook op een ander been zetten, het verkeerde misschien.

lino © kine brettschreider

What’s in a name

De druksels kunnen het abstracte realistisch maken, de versimpeling in de werkelijkheid trekken. Waar de illustrator op aanslaat is duidelijk. Het is het wezen van Adelaar, de kern van het zijn als dichter, schrijver, beeldvormer in woorden. Feitelijk is de illustrator woordvormer in beelden. Voegt in beeldmerken de tekst aan. Logo’s die de kern raken. Even dichterlijk als de poëzie. Een twee-eenheid. Een dubbele uitleg van de gedachte. Op dezelfde lijn, maar met ander materiaal. Een parallel in woord en beeld.

De narthex, soms ook atrium of paradijs genoemd, is de voorhal of het portaal van een kerkgebouw. Of de Stichting Narteks daar de inspiratie vandaan heeft gehaald blijft vooralsnog onduidelijk, ook het logo geeft daartoe geen aanwijzing. Is ook van minder gewicht – plat gezegd, als het beestje maar een naam heeft en “what’s in a name”. Narteks wil ruimte bieden aan poëzie die de rand opzoekt. Wat die rand is wordt op de website toegelicht door de mensen achter Narteks – Harry en Angeline van Doveren. Zij twijfelen wel om het exact te benoemen, maar dat is ook van ondergeschikt belang dat precies te weten. De rand, de marge, kan voor iedere dichter anders in het bereik liggen of zelfs onbereikbaar zijn. De laatste categorie zal zich bij Narteks niet thuis voelen. Maar deze kunnen bij voldoende alledaagse uitgeverijen terecht. Wie met een miniem aantal woorden durft te zeggen hoe hij of zij zich als dichter ziet zit warm bij Narteks. Poëzie in de marge zou excentrisch genoemd kunnen worden. Dichters langs de rand zijn excentriek en zullen door de communis opinio als ongewoon, vreemd, abnormaal of onbehoorlijk worden beschouwd. Minder worden begrepen, zoals dat in algemeenheid kleeft aan het abstracte in de beeldende en beschrijvende kunst. Onbegrip maakt onbemind.

Het is tekenend hoeveel woorden die enkele regels losmaken. Zoveel impact heeft een kerngedicht dat zich langs de rand van de poëzie begeeft. Weinig tekst geeft genoeg te overdenken. De ruimte, de leegte en de stilte, tussen de woorden – het zwart van het wit – zou tot contemplatie moeten aanzetten. Het werkt echter averechts, want het staren door het venster naar een geestig elders geeft dan wel stof tot nadenken en zeker grond om te uiten. Het geeft veel reden tot overdenken en die heb ik dan ook overvloedig genomen. Het minimale maakt mijn tong los, terwijl ik eigenlijk stom en attent moet luisteren naar mijn gedachten. Het is de twijfel die daarop toeslaat, zal ik wel of moet ik niet. Schrijf ik leeg of is het genoeg en leg ik de pen terzijde, mijn wichelroede om een woordenstroom aan te slaan. Op de website van Narteks vind ik een illustratie uit de bundel, maar Angeline heeft daar letters overheen gedrukt die aangeven dat het nu genoeg is. Tot hier, anders verlies ik mezelf in mijzelf.

Verloren in Berlijn. Willem Adelaar, kerngedicht. Nartiden Reeks 1, Uitgave in beperkte oplage Stichting Narteks, 2025.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *