Eerlijk moet ik bekennen dat bij het vallen van de naam Röling ik als eerste dacht aan de extravagante Marte. De beeldhouwer en schilder die onder meer ook platenhoezen, postzegels, theaterdecors, wandschilderingen, affiches, kostuums, reliëfs en films ontwierp en zelfs een tram beschilderde. Een vrouw in de kunst derhalve die haar mannetje staat. Zij is echter de nicht van Matthijs Röling, over wiens werk onlangs een lijvig boek is verschenen. Matthijs wordt geroemd als de jongste van de oude meesters en is vorig jaar op 81-jarige leeftijd overleden. Zijn dromerige tuingezichten had ik als collectiebeheerder bij Museum Belvédère eerder door de handen om in een tentoonstelling aldaar op te hangen. Dat was dus mijn eerste kennismaking met zijn werk. Ik maakte er in coronatijd zelfs een korte film van, waarbij de mijmerende tuin van Matthijs Röling naast het realistische pruimenboompje van Jan Mankes werd getoond.
De kunst waart door de familie Röling. Neef en nicht zijn begiftigd met het juiste talent om het leven te verbeelden. Meerdere leden hebben creatieve gaven. Weet Marte zich luidruchtig te manifesteren, Matthijs houdt zich min of meer afzijdig: het stille water met de diepe grond. Hij is een geboren schilder, die sentiment in zijn werk legt zoals Jan Mankes verstild en poëtisch zijn omgeving benaderde. Het onlangs verschenen boek, dat een catalogus bij zijn oeuvre zou kunnen zijn maar de gehele Röling-collectie van het Drents Museum bevat, geeft een goed inzicht in leven en werken van Matthijs Röling. Niet alleen is deze collectie van zijn schilderingen en tekeningen afgedrukt, ook wordt zijn leven in verhalen uitgedrukt. En tevens is er een beeldessay die een indruk geeft van het kleurige interieur van zijn huis in Ezinge. Aan de hand van de foto´s van Mischa Keijser kun je inlevend op de bank bij de haard gaan zitten, zoals ik langs de paden door de geschilderde tuin van Röling loop. Een totaalbeleving derhalve.

Röling-collectie
“Wat altijd opviel was Matthijs’ grote liefde voor de schilderkunst die ontleend was aan de waarneming van de zichtbare werkelijkheid”, schrijft museumdirecteur Harry Tupan in het voorwoord. Tupan mag als een autoriteit op het gebied van het werk van Röling gezien worden. Hij houdt zich al 40 jaar intensief bezig met het werk van de kunstenaar en onderhield nauw contact met hem – was er kind aan huis zou je kunnen zeggen. In 2005 organiseerde Tupan de overzichtstentoonstelling Mimesis in het Drents Museum, waar in 1965 al de eerste museale tentoonstelling van de schilder plaats had. Mede door een schenking van achterneef Cees Röling bezit het Drents Museum, dat een podium van betekenis is voor Nederlandse figuratieve kunst, 114 schilderijen, tekeningen en schetsboeken van de meester, de grootste en meest belangrijke Röling-collectie ter wereld.
De grote wens van het Drents Museum en niet in de laatste plaats die van Harry Tupan is in vervulling gegaan, namelijk om de gehele Röling-collectie samen te brengen in een boek. “Met deze publicatie eren wij één van de grootste Nederlandse kunstenaars die de moderne figuratieve kunst heeft voortgebracht”, prijst de algemeen directeur van het Drents Museum de uitgave dan ook aan. En het is met recht een eerbetoon daar het een prachtig boek is geworden, waar het museum trots op is en waar de kunstenaar – was hij nog in leven – ongetwijfeld verguld mee zal zijn geweest. Zijn werk komt er goed in uit, hoewel het uiteraard in het museum op zaal de beste beleving geeft.

Een rebelse kunstliefhebber
In de biografie “een rebelse kunstliefhebber” duikt kunsthistoricus Floor van Heuvel in het leven van Matthijs Röling en houdt diverse afgemeten perioden tegen het licht. Het ouderlijk huis, de kunstacademie, de eerste successen, het docentschap en de stormachtige samenwerkingen tot een rustiger leven geven onder meer een compleet beeld. Voor Röling was schilderen een vorm van therapie, schrijft Van Heuvel. “Dagenlang kon hij zich verliezen in een schilderij, om in de dagen erna weer mateloos enthousiast aan zijn studenten over kunstgeschiedenis te vertellen.” Bijna niemand had zoveel talent en kennis als Röling, daardoor kroop hij al te vaak in zijn eigen wereld en vergat zijn directe omgeving. Hij leefde de kunst en de kunst leefde hem. Hij was als het ware de kunst zelf. Hij is dood, maar leeft voort in zijn schilderijen. Bekijk ik de tuin in Ezinge door hem geschilderd, kan ik hem zo zien wandelen over het pad tussen de hagen en loop ik een stukje met hem mee. Of kijk over zijn schouder mee wanneer hij liggend naakt op gestreepte doek in olieverf op paneel zet. “In mijn schilderijen schijnt de zon, zijn geurige kruiden, vriendelijke dieren, mooie landschappen. Daar hoeven onze gedachten niet zo veel verder te gaan dan waar het heerlijk zwemmen is en waar de wijn overstroomt.”

Plekken waar je wilt zijn
In het essay “Plekken waar je wilt zijn” betrekt Gijsbert van der Wal het zijn van Röling op het eigen wezen. Dat maakt zijn verhaal persoonlijk, tussen de regels door kan ik me er zelf in vinden. Van der Wal zoekt op internet een nieuwe woning, waarin hij kan leven en werken. Een woning in oude stijl, een huis als dat van Matthijs Röling, zo blijkt. Met de geschilderde interieurs in gedachten kijkt hij onbewust bewust in de woning om zich heen en keurt het al snel af wanneer oorspronkelijke details door moderne elementen zijn vervangen. Hij erkent dat hij geen ouderwets huis zoekt, maar een tijdloos onderkomen, een wereld vol welbehagen. Dat lijkt nu te verdwijnen en verleden tijd, terwijl het in de jaren dat Röling het vastlegde er gewoon was. “Een kalme, wat dromerige hippiewereld vol natuur, zonlicht en vanzelfsprekend naakt, die je ook kunt binnengaan in, noem eens wat, de gedichten van Rutger Kopland, de liedjes van Boudewijn de Groot, de verhalen van Fritzi Harmsen van Beek en Herman Pieter de Boer. (…) Er hangt wel af en toe een wietlucht in zijn interieurs en tuinen, maar er liggen goddank nooit yogamatten, en Boeddhabeelden uit de Xenos vind je er ook niet. Het is een wereld van ver voor de zelfhulpboeken en de life coaches op Instagram en TikTok.”
Van der Wal vindt dat huis niet waarnaar hij op zoek is. Zijn eigen woning heeft namelijk al die sfeer van Röling, het komt althans het dichtst in de buurt van wat hij zoekt. Hij heeft er een koninkrijkje van boeken, kunst en gezellige rommel gesticht, “hier zijn ook vloeren en vensterbanken waarover schaduwen schuiven. De blik waarmee ik naar mijn interieur kijk is mede door het werk van Matthijs Röling gevormd.” Als zijn kamers eenmaal in je hoofd zitten zie je er overal iets van terug, ervaart Van der Wal. Schilders als Röling herinneren ons eraan dat je eigen dagelijkse omgeving een onuitputtelijke bron van kijkplezier en levensvreugde is.

Wat wil je nog meer?
In het gesprek dat Harry Tupan een jaar voor zijn dood met Matthijs Röling heeft komen ook biografische elementen naar voren. Op deze manier, gegoten in een interview, leert de lezer de kunstenaar beter kennen omdat het zijn eigen woorden zijn waarin hij het leven vat. “Ik heb een heerlijk beroep. Soms vind ik een mooi plankje, schilder ik heerlijk een aantal uren in de tuin en dan krijg ik daar ook nog een paar duizend gulden voor. Wat wil je nog meer?” Tupan stelt duidelijke vragen waarin het lijkt of hij de gesprekspartner woorden in de mond legt. De heren kennen elkaar echter zo goed dat ze voor elkaar kunnen spreken. “Voor mij is het de realiteit proberen te vatten. dat is voor mij de essentie van mijn vak. (…) De fantasie mag je nooit vergeten, natuurlijk. En abstracte waarden spelen in alle kunst een rol. Alle kunst is abstract, maar niet non-figuratief.”
Met de woorden van de schilder krijgen de beelden in het boek een leven. Ze komen bij wijze van spreken in beweging door de formulering van de kunstenaar, door zijn zienswijze legt hij de beeldtaal in mijn ogenblik. “Ik heb altijd graag getekend. Dat is wel de basis van je werk, tekenen, zeker. Tekeningen zijn spontaner en directer dan schilderijen. (…) Ik heb het grote geluk gehad dat ik niet gehinderd ben in datgene wat ik het leukste vind en het beste kon. Enorm geluk.”
Matthijs Röling. Teksten Harry Tupan, Floor van Heuvel, Gijsbert van der Wal, Barber van der Laan. Beeldessay Mischa Keijser. Uitgave Drents Museum / Waanders Uitgevers, 2025.


Geef een reactie