Kuierverhalen

In Museum Belvédère ben ik op stap met Anne Feddema. Al eerder nam hij mij eens als reisgenoot mee op zijn wandelingen door het leven. Want zijn kuiers zijn een metafoor voor de tijd. De tijd van leven. Het zijn van bestaan. En wanneer lijf en leden lange tochten in de weg staan is de eigen tuin plek van verpozing. Dichtbij huis is schoonheid volop te vinden dat beeld krijgt in tekeningen. De Hof van Feddema, zijn speelveld waarin ik lustig vertoef. De juiste weergave van de begroeiing van zijn hof doet er niet toe, wel belangrijk is het gevoel dat hij bij het onderwerp heeft. In de verscheidenheid van het terrein dient zich altijd wel ergens een vondst aan, een detail dat liever onopgemerkt was gebleven. Buiten de hof op ongebaande paden – want Anne kleurt graag buiten de lijntjes – neemt Feddema mij aan de hand mee door zijn wereld. Ik voel me, zolang ik de composities mag bekijken, zijn aangelijnde hond tijdens een blokje om. Al wandelend beleeft hij de vorm, het ritme en de kleur in de omgeving.

Voettochten

Anne Feddema droomt zich de wereld nadat het is gezien. Met gesloten ogen blikt hij terug op de werkelijkheid. In gedachten vormen zich tuinen en parken om van te watertanden. Zelf beeldt hij zich af in een hoek of aan de rand van de beeltenis als wandelaar met hond, de pet op, of als schilder, achter de ezel of tekentafel. Als een persoonlijke handtekening onder het werk. Maar het draait niet om de man met hond of de man achter ezel, het is het moment van gaan. Gaan lang ’s Heeren wegen, als eenzame monnik in stilte genietend van de natuur. De details worden opgemerkt wanneer je aldus contemplatief door de wereld gaat. Je ogen de kost geeft.

De blik van Feddema vreet de omgeving. Kauwt en herkauwt het om een aangenaam beeld uit te spuwen. Het beeld is niet altijd zo gezien, maar wordt gevormd door de indruk die de kunstenaar er op het moment en later bij uitwerking ervan heeft. ‘De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas, met stralend oog en blijde zin.’ Deze beginregels van een bekend oubollig marsliedje klinkt in mijn gedachten bij die kleurige beeltenissen van Anne Feddema. Hij ervaart een wereld op zijn wandelingen en maakt mij op een vrolijke manier daarvan deelgenoot. Het zijn positieve beelden die in zijn rugzak meegaan en mij worden voorgeschoteld. Ik geniet ervan. Het is de kunst om me te laven aan deze omgeving.

Op zijn voettochten bij nacht en ontij, zon en regen, zomer en winter wordt Feddema wel vergezeld door een vogel, gelijkend de kraai van Jan Mankes, die al krassend vanaf een tak hem van commentaar voorziet – stel ik me zo voor. Of springt een kat uit de struiken wanneer hij in de achtertuin bloemen plukt om als stilleven in een Keulse pot te vereeuwigen. Want niet telkens gaat de schilder verder de laan uit, maar blijft ook wel op steenworp afstand bij huis om inspiratie op te doen. En dan staat hij aan de kade om de langs varende schepen, meestal driemasters die tijdens een zeilshow de golven trotseren, op doek vast te leggen. Het werk is gelaagd. Niet alleen in zichtbaarheid, maar ook in emotie. Tastbare lagen schuiven over elkaar, zodat er een landschap ontstaat waarin het gevoel welig tiert. Het domein belandt erdoor van de werkelijkheid zo in de abstracte weergave.

Verdroomde wandelingen

In gedachten verandert de werkelijkheid in een fantasie. Planten zijn aanleiding anders te denken, bloemen scheppen relaties in mijmeringen. Vormen roepen zinnebeelden op, patronen en profielen leiden tot beeldspraak. Zijn tuin denkt hem een paradijs, het park filosofeert een religieuze kijk op de dingen. De schoonheid van zien bespiegelt een hoger wezen, een buitenaards zijn. De toeschouwer treedt uit zichzelf en beschouwt het eigen ik in de omgeving, zoals een overleden persoon uittreedt en het eigen lijf van een afstand aanschouwt. Anne Feddema is God in zijn paradijs, dat lustoord schept hij zichzelf en mij, en al die anderen die een moment zich begeven in de composities. Even lopen in zijn tuin, kuieren over het pad, slenteren langs een haag en verstrooid het leven observeren.

Voor mij zijn het geen droomachtige tovertuinen, zoals het tekstbord bij de tentoonstelling in het museum aangeeft, maar is aan de werkelijkheid in overdrachtelijke zin vorm gegeven. Eerder lees ik er een bijbelse openbaring uit af, verhaalt de beeldspraak over het paradijs zoals dit in beginsel bedoeld was. En ooit weer zal worden in een nieuwe wereld. In de hof van Feddema lijkt Anne de profeet Jesaja die voorziet dat een wolf bij een lam zal verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerligt, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee bij elkaar zullen zijn, en een kleine jongen ze zal drijven. Geen tovertuin derhalve, maar een droom over een nieuwe wereld en van een nieuwe aarde. Feddema creëert deze aarde al in zijn composities. Doet al de voorspelling hoe het ooit weer zal en kan zijn, wanneer maar voorbij de ellende en de zorgen van nu wordt gekeken en een blik wordt geworpen naar de zon achter de wolken. Daarmee is Feddema zelf een profeet en orakelt een betere toekomst. Hij ziet dat in de bestaande flora met oog voor de schoonheid van de natuur. Deze stijgt jegens tegenslagen als een feniks op uit malheur, verzet zich tegen menselijkheid en overwint het kwade. Er is licht aan het eind van de tunnel, kleur gloort boven de horizon. De schepper verlokt mij aangenaam, maar roept ook wel een broeierige spanning op, citeer ik nogmaals het tekstbord.

En Anne? Hij ziet, hij kijkt, hij beschouwt. Hij laat mij beter kijken, zien wat ik niet dacht. In de expressieve zoekplaten vind ik een samenraapsel aan belevingen. Ervaringen die niet in een enkele nacht zijn verdroomd of op enige tocht zijn doorleefd. En dus ook niet tijdens een eenmalig bezoek aan het museum kunnen worden ondergaan. Het werk van Feddema biologeert dermate dat ik nog eens een rondgang zal doen, en nog eens. De poëtische tekeningen, de esthetische composities, intrigeren om de blik die deze in de toekomst geven. En om de naïeve stijl die deze kunst laagdrempelig maakt. Ik stap op, maar kom terug.

Kamertentoonstelling in de westvleugel: Anne Feddema – Voor zover. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, Heerenveen / Oranjewoud. Van 5 april tot en met 22 juni 2025.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *