Vreemde bouwsels verspreid over en in het landschap. Hoog oprijzend maar niet passend tussen bomen en struikgewas, dus daarom de aandacht op zich vestigend. Onwezenlijk in de omgeving als ongedefinieerde bouwwerken van een verleden tijd. Voor en door die tijd open gewerkte torens in een experimentele architectuur. Zijn het follies? Met een decoratief, kunstzinnig of ludiek karakter, zonder doel dan er enkel te zijn. Of dienen ze ergens toe, hebben ze een serieuze functie. Dat hadden ze, ooit, de luchtwachttorens. Want dat zijn het, bouwsels om op hoogte de hemel in de gaten te houden, te speuren naar niet geïdentificeerde vliegende objecten van vijandelijke makelij. Tijdens de Koude Oorlog, waarbij west en oost gescheiden door een muur als kemphanen tegen over elkaar stonden, waren er honderden verspreid over het land opgericht. Nu zijn er nog een paar handenvol van die verdedigingswerken over, als beschermde monumenten vooralsnog aan de sloophamer ontkomen.
Bij het tot stand komen van het netwerk torens om de veiligheid van het land te dienen was de betekenis ervan voor de verdediging van luchtruim en grondgebied eigenlijk al achterhaald. De uitkijkposten dienden geen functie meer. Werden ongewild en onbedoeld excentrieke toevoegingen in het landschap. In aantal vanuit de lucht gezien een dreiging vormend, onderwijl ze de wacht hielden over het land. Wij konden rustig gaan slapen, want de manschappen – vrouwen kregen geen toegang – van de dienst KLD (Nederlandse Korps Luchtwachtdienst), beschikkend over een best gezichtsvermogen – ofwel behept met arendsogen, speurden handmatig de lucht af op vermeende vijandelijke handelingen. In die tijd van de Koude Oorlog. Er was immers de dreiging van Rusland.

Het belang en gewicht verloren
Slechts een enkele maal drong een ongewenst schijnend vliegend object het luchtruim binnen – het bleek een tuig vliegend onder Russische vlag komend van een vliegshow in Frankrijk die enkele luchtfoto’s van de natuur in Limburg wilde maken. Voor de rest van de tijd draaiden de manschappen duimen, onderwijl turend door kijkers met blocnotes in de hand en mobilofoons aan het oor. De wapenwedloop was de torens echter te snel af, want berekent op door propeller aangedreven vliegtuigen bleken de nieuwerwetse straalvliegtuigen te rap voor het blote oog. En was het contact over een mogelijke vijandelijke overtreding te langzaam op de juiste plek om adequaat in te kunnen grijpen.
De torens verloren het belang en gewicht, werden gesloopt of overgeleverd aan de tand des tijds. Zeventien staan er nog hier en daar door Nederland. Alle met eenzelfde architectonische structuur op de tekentafel ontworpen door Marten Zwaagstra. Wanden met een honingraatstructuur van prefab schokbeton te hergebruiken wanneer de dienst van de torens erop zou zitten. Want de luchtafweer zou tijdelijk zijn, de dienst wist dat de tijd het functionele karakter zou inhalen. Maar dat ging sneller dan gedacht en verwacht. Welgeteld achttien jaren hielden de torens de wacht. Er gebeurde al die jaren niets, de mannen zaten daar op hoogte bij wijze van spreken uit hun neus te vreten in ploegendiensten van drie uren – want ze moesten wel scherp blijven. Ze zagen alleen spreeuwen, uilen en wilde ganzen. Maar vogelkijkhutten behoeven niet door het Rijk worden opgericht en onder bevel vallen van de Koninklijke Luchtmacht.

Koude Oorlog
Volgens de uitgave “Het kunstwerk als kunstwerk, luchtwachttorens in Nederland” werden de torens spelers in een absurdistisch theater. Fotograaf Herman van den Boom zette de overgebleven torens op de gevoelige plaat, omdat hij gefascineerd raakte door de surrealistische bouwwerken en het fantastische verhaal erachter. “Een militaire organisatie die haar eigenlijk nutteloze ideeën met grote toewijding realiseert, haar leden in zinvolle uniformen steekt en ze verheft tot redders van het vaderland.” Waar een klein land groot in probeert te zijn, maar te sloom tot actie overgaat. “Een schelmenstreek”, noemt Van den Boom het, “een politiek gemotiveerd theater over een ernstige Russische bedreiging voor de bevolking of gewoon geldbelangen?”
De Russen zijn tot nu nooit komen opdagen. Op dit moment is de dreiging meer voelbaar dan tijdens de Koude Oorlog. Rusland heeft de oorlogstaal uit de koelkast gehaald en opgewarmd tot niet te pruimen kost. Nu zouden de torens van meer belang zijn, ware het niet dat deze tegenwoordig beschouwd kunnen worden als uitgestorven dinosaurussen. Het skelet steekt nog fier boven de bomen uit, maar de kracht is er allang uit verdwenen. Het kunstwerk heeft de huid afgedaan en dient ontveld geen enkel doel meer, anders dan dat het herinnert aan voorgewende spannende tijden met een denkbeeldige vijand. Pas nu is deze fantasie werkelijkheid geworden en beheerst dit het wereldbeeld negatief.

Verdedigingswerken
Herman van den Boom heeft met de fotocamera in de aanslag de resterende militaire follies bezocht. Er van alle kanten platen van geschoten om de historische waarde in beeld te brengen. Hoewel deze rotte tanden vloeken in de omgeving zijn ze van onschatbare waarde voor de geschiedenis van Nederland. Doordat ze eigenlijk nooit een duidelijk omschreven doel hebben gediend, omdat de dreiging enkel op papier bestond. Theoretisch was er een noodzaak, terwijl in de praktijk het een onnodige actie was. De foto’s in het boek lichten deze bijzondere angststoornis uit. Vanuit de vrees voor de oost heeft het verleden unieke bouwwerken nagelaten. De erfenis van de Koude Oorlog, die pas decennia na de val van de muur warm is geworden, laat een indruk achter van angst en vrees.
De verdedigingswerken trekken sporen in de omgeving, maar doordat het overgrote deel is verdwenen kan het bedoelde netwerk niet meer worden ontdekt. Achteraf gezien is het jammer dat er zoveel al zijn verdwenen, maar niet verwonderlijk omdat zonder functie de torens eerder een sta in de weg waren dan ter meerdere eer en glorie van het landschap beschouwd konden worden. Over horizonvervuiling gesproken. De betonnen bouwsels kunnen nu worden bezien als kunstwerken in de zin van cultureel waardevolle herinneringen. “Men herkent er een torenachtige structuur in, of een klimhek, of misschien iets voortgekomen uit de bouwdoos van een gigantisch kind…”
Het zijn spelingen van een maatschappij die werd gedreven door angst voor een vermeende vijand. Laten we deze bouwwerken koesteren, hoewel ze te lelijk zijn om aan te zien zijn deze te mooi om neer te halen. Het boek vertelt naast de verbeelding het verhaal van de luchtwachttorens. Daardoor is het een fotoboek, maar ook een historisch verantwoorde uitgave. Heb ik me met de fotograaf ooit verbaasd over het bestaan ervan, nu ken ik het doel en de veronderstelde noodzaak. Het is een bladzij in het geschiedenisboek die niet hoort te worden uitgescheurd. Met zijn uitgave stelt Van den Boom dit vast en voegt juist een pagina toe. Een katern in de canon van Nederland.
Het kunstwerk als kunstwerk. Luchtwachttorens in Nederland. Herman van den Boom, fotografie. Uitgave Verbeke Foundation, 2021.

Geef een reactie