Documentatie van een verwrongen schrikkeljaar

Het werk van Ed van der Kooy kende ik niet. Tot mijn schaamte, moet ik bekennen, want de man is toch al zeker meer dan enige jaren aan het werk en maakt naam in binnen- en buitenland. Waarom hij dan onder het maaiveld blijft wat mijn kennis van de kunsten betreft is onzeker. Zo komen er voor mij telkens en voortdurend parels in de zee boven drijven. Wel sloeg ik in de catalogus van de uitgever Van Spijk Art Books aan op zijn boek dat in 2021 verscheen. Interessant, al wat gedateerd misschien maar nog altijd reden het te bespreken. Evenwel is gedateerd nauwelijks toepasbaar bij het fenomeen kunst. Een kunstwerk is een detail uit de tijd, een monument voor de tijd, dat op een moment in de tijd is gemaakt. Dat moment is universeel en van alle tijden. Er valt te constateren van welke tijd dat is, maar het is nooit gedateerd in de zin van verouderd of ouderwets.

Dus na het bladeren door en het ervaren van zijn kunst in de uitgave “Vervormde werkelijkheid”, bezocht ik de website om me beter te oriënteren op zijn doen en laten, leven en werk. Hoewel ik enkel dat werk wil beschouwen wat mij voorligt of dat ik zie in een tentoonstelling, en eigenlijk geen reden en voorgeschiedenis wens te weten om objectief te blijven. Het werk spreekt, de kunstenaar heeft erdoor gesproken; dat is voldoende om erover te spreken. Het verhaal erachter is daarbij van geen belang. Het werk in het boek vormt op die houding voor mij geen uitzondering. Het spreekt voor zich en heeft voldoende verhaal in zich om woordloos maar beeldend zich te uiten. Toch ben ik nieuwsgierig naar wat voor dit project heeft plaats gevonden, en wat eventueel nu nog aan de hand is.

Schilderij op papier

Eerder was hij een fotografisch realist, zo ontdek ik. Hij maakte bijna gevoelloos werkelijke portretten waarin hij de psyche van de modellen exact weet te raken en aldus perfect weergeeft. De mensen op zijn schilderijen lijken zo uit het kader te kunnen stappen. Het is bijna eng zoals de modellen mij aanstaren en welhaast door me heen kijken. Levensecht, ware kleuren, sublieme stofuitdrukking. Het coronajaar 2020 lijkt een keerpunt te zijn in werkwijze en stijl van Ed van der Kooy. Technisch maakt acryl plaats voor olie, linnen voor papier, grote afmetingen voor klein formaat. Nog wel is hij realist in hart en nieren, dat laat je niet los ben je er eenmaal mee behept, maar lengt zijn verf op het palet en in de compositie nu aan met emotie. Het fotorealisme is nu emorealisme. De werkelijkheid is echt werkelijk geworden, menselijker. Met een speelse kijk op de zaken treedt hij de wereld tegemoet. Wel met negatieve gedachten en zwarte uitzichten, want het covid19virus houdt het zijn in de greep, de wereld in bedwang. De mens is opgesloten en dreigt het wezen kwijt te raken. De figuren in Van der Kooys werken ogen eenzaam, lijken van kind en kraai verlaten. Kijken verwezen de toeschouwer aan, ontdaan en van de wereld. Het coronajaar is voor iedereen een vervormde werkelijkheid.

In een jaar iedere week, één schrikkeljaar lang dus 53 weken, maakt de schilder een schilderij op papier in bescheiden formaat. Hij was gewend grote werken te maken, slechts vier per jaar. Het fijnzinnige karakter maakt het namelijk onmogelijk korter dan drie maanden aan een compositie te werken. Door het hyperrealisme los te laten, losjes en met meer expressie het onderwerp tegemoet te treden, krijgt het werk meer ziel en zaligheid. De kunstenaar lijkt zich met hart en ziel in te zetten om de essentie van het wezen te bereiken. Dat is dan niet al het overbodige zijn weg te laten, maar het innerlijk aan te boren. Een vinger achter de uiterlijke schijn te krijgen om zijn verhaal in de ervaring van dat welhaast uitzichtloze moment te verbeelden. Van der Kooy vervormd de werkelijkheid om de waarheid te kijk voor het voetlicht te zetten. De figuren in zijn composities zijn wel samen maar toch eenzaam, ogen verloren, blik op oneindig. Zij durven niet meer in de toekomst te kijken en zien achterom zonder over hun schouder te kijken. Ik zie hen hunkeren naar wat was, ooit in een tijd toen het leven nog goed was. De als herkenbare mensen afgebeelde figuren maken zelden contact en al helemaal niet met mij als voyeur, ze kijken dwars door of straal langs me heen. Het ernaar kijken is ongemakkelijk en zet tot nadenken.

Doemdenkerij

In de serie van 53 werken zit een chronologische opbouw naar tijd, een doorlopend verhaal als documentatie. Geen los zand maar een hechte brok steen waaruit het coronajaar is gehouwen. Een verslag van hoe de kunstenaar het vervormde jaar heeft ervaren. Niet woord voor woord te begrijpen, maar abstract in afbeelding waarbij de werkelijkheid nooit op afstand is gehouden. De beeltenissen zijn zwaarmoedig in figuratie, maar de vrolijk gekleurde decors buigen het pessimisme positief. Een leven zonder perspectief, met zorg en verlies. Maar ook een tijd voor zelfreflectie, solidariteit en herwaardering. En niet alleen het killervirus is bron van inspiratie, ook al die andere negatieve zaken die er op de wereld spelen werken door in de schilderijen van Van der Kooy. Het was meer dan pandemie en covid19 die de klok sloeg en de tijd stil zette. De klimaatcrisis klopte steeds luider aan de deur – op veel plekken rondom stond de natuur in brand. Er waren protesten, rassenrellen en demonstraties. Een chaotische presidentsverkiezing in de VS, een historische breuk in de EU. En er speelde meer, redenen genoeg om te beelden en te verbeelden.

Al die tegenslagen zijn echter niet als realisme geschilderd, deze doemdenkerij is tussen kleur en vlak door merkbaar. De emotie is voelbaar. De tijd van toen ligt besloten in de gelaagde schilderijen. De grauwe onderschildering is kleurrijk overschilderd. Nog zie je sporen van de duistere tijd wanneer je goed kijkt en beter doorziet. Evenals in het superrealisme bedekt de huid een diepe wond in het zachte vlees. Ook de eerder in het oeuvre geschilderde realistische portretten maskeren een gevoelige ziel, maar vervormen niet de werkelijkheid waar deze composities metaforen zijn en surrealistisch ogen, dramatisch zijn. Verschillende details gelicht uit de werkelijkheid zijn samengevoegd als in een collage de aan elkaar wezensvreemde zaken een eenheid vormen.

Wederkerige anonieme ontmoeting

Het boek is als een expositie, een ingebonden tentoonstelling. Met blankwitte pagina’s als rustpunten tussen de reproducties. Het geeft poëzie de kans en de ruimte zich te plaatsen. Dochter en tekstdichter Floortje boog haar lettering om tot op haar vaders werk geïnspireerde woorden. In vrije verzen versificeert zij de beeltenissen, pakt de essentie van het zichtbare. Abstraheert als het ware de werkelijkheid van beeld naar woord. In haar zinnen klinkt niet altijd de inspiratie door, maar het is wel de bron waaruit zij put. Die bron is een overvloedige stroom aan composities. “Don’t look back / Don’t forget / Straight ahead / Who are you? / One step to the left / I have known you / Don’t look back / Straight ahead / Who are you? / One step to the left / I think you have known me too” typeert de platen in het boek. Het schijnt dat ik de afgebeelde figuren ken, dat ik ze onderweg op straat of in een wachtruimte als bus of trein ooit heb ontmoet. Enkelingen in de massa die me opgevallen zijn, waar de herinnering aan kleeft. En die mij denkbaar ook hebben opgemerkt in het voorbijgaan. Een wederkerige anonieme ontmoeting.

Niet de figuur als mens is herkenbaar, wel de emotie die houding en mimiek oproept. Het is zo tekenend weergegeven, zo kenmerkend voor dat specifieke jaar. Maar ook treffend voor de trieste mens die nauwelijks uitzicht denkt te hebben op een zekere toekomst. Want het is de gedachte die de mens kleineert en in een ho(e)kje drukt. De onzekerheid zit zichtbaar tussen de oren. De ogen zoeken houvast in het niets, meer een blik op oneindig hangend tussen hoop en vrees. De twijfel is al uit de mens geslagen, het is zeker dat er geen heldere morgen meer is. Dus mijmert de mens, peinst in gedachten verzonken en is afwezig in het hier en nu. Een toestand die aanschouwend beschouwend is, persoonlijk ervaren. De figuren van Van der Kooy staren, wachten af met een zoekende blik. Op ontdekkingsreis in het eigen ik. Alleen in het geheel of samen maar eenzaam.

De mensen kijken mij doordringend aan alsof ik zal weten wat de uitkomst is, waar het naartoe gaat. Waarom de herkenbare werkelijkheid zich onwerkelijk vervormd. Een retorische vraag die daarom onbeantwoord blijft. Het waarom is eenzaamheid, in wezen en zijn, in denken en doen. Het boek vangt aan met afwezige blikken, ontroerende mimiek, 53 koppen geknipt uit de daarop volgende composities. Het zet al meteen de toon van het project. De taak die Ed van der Kooy zichzelf heeft opgedragen om een periode achter gesloten deuren zonder kleerscheuren door te komen. Doorheen het boek worden details van composities uitgelicht en opgeblazen om nog meer drama in de beklemmende sfeer te brengen. Bij iedere plaat is de vraag te stellen wat valt er te zien, is het werkelijkheid of is het fantasie. Het is een verwrongen en gebogen gewaarwording. Waarheid in gedachten, een document van ervaring. Een catalogus van ondervinding. Dit is hoe de kunstenaar het heeft beleeft, daarin kan ik mezelf heel goed vinden. Het is een belevenis.

Vervormde werkelijkheid. Ed van der Kooy. Schilderijen. Tekst Kees Verbeek. Poëzie Floortje van der Kooy. Van Spijk Art Books, 2021.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *