Veenhuizen in Drenthe, dat is als het Vaticaan in Rome. Namelijk wat in het Vaticaan gebeurt blijft in het Vaticaan. Zo ook in Veenhuizen, daar gebeuren dingen die het daglicht niet zien. Althans zo is het lange tijd geweest: tussen tralies en tucht, in het ritme van slot en sleutel. Daar is het, daar blijft het. Er was geheimhoudingsplicht voor bewaarder en verpleegde. Eerst waren de bewoners van de vrije kolonie, gesticht door filantroop generaal-majoor Johannes van den Bosch als zelfvoorzienende gemeenschap, landlopers, bedelaars en drinkebroers, ofwel mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het had een reden dat ze plek vonden in Veenhuizen en daar werden verpleegd om ze te genezen van luiheid, armoede en doelloosheid. Later, toen die daklozen minder in getal waren en Nederland een cellentekort had, werd Veenhuizen een gevangenisdorp en gingen de toegangswegen op slot. Vanaf die tijd was Veenhuizen een vesting met een slotgracht er omheen bij wijze van spreken. Wat zich daar binnen die muren afspeelde kwam niet over de slotbrug.

The middle of nowhere, of in goed Nederlands een of ander godvergeten gat. Het bestond al langer, zelfs van voor de middeleeuwen, maar in het begin van de 19e eeuw werd het echt op de kaart gezet. Veenhuizen. Een landstreek in het veen tussen het Friese Oosterwolde en het Drentse Assen, waar zich ooit al eens enkele boeren hadden gevestigd in de hoop er goede grond te vinden. Dat arme veen werd na de stichting van de kolonie gedwongen ontgonnen door de verpleegde gevangenen. Eerst waren het de nietsnutten die nut kregen in Veenhuizen. Later, toen de armoede meer naar de achtergrond gedrongen werd, kreeg het dorp een bijzondere plek op de kaart van Nederland. Het werd een bajesdorp, een plek waar mensen met een criminele inborst voor korte of lange duur uit noodzaak onderdak vonden. Veenhuizen staat ook nu nog te boek als gevangenisdorp. Hoewel vandaag de dag het complex voor een groot deel als museum is ingericht om de unieke plek die Veenhuizen in de geschiedenis inneemt ook in de toekomst te bewaren, want Veenhuizen boeit. Nog altijd.
Dat dacht Clemens van den Brink ook toen hij aan zijn trilogie over Veenhuizen als bajesdorp begon: de verhalen moeten bewaard blijven voordat de mensen die er werkten en leefden uit de tijd verdwenen zijn. Een bijzonder stukje historie in de vaderlandse geschiedenis. Van den Brink opent deuren die voor mij gesloten blijven. Althans voor zolang ik niet dronken achter het stuur ga zitten of in de nacht met breekijzer en zaklamp op pad ga. Want nog altijd is een deel van Veenhuizen een goede plek voor mensen die straf verdienen.

Geanimeerde verhalen
Clemens van den Brink is een geboren en getogen Veenhuizer, de zoon van een bewaarder. Hij heeft dus als het ware zien gebeuren wat in de boeken staat beschreven. De kolonisten maakte hij niet meer mee, maar wel de gevangenen die er verpleegd werden. “Voor mij als kind was dat de normaalste zaak van de wereld. Het verschil zat ‘m alleen in de kleding, maar voor mij waren het allemaal aardige mensen”, schrijft hij in de nieuwe uitgave “Bajesverhalen Veenhuizen” – de vierde op rij. Eerder was er al dat drieluik over de geschiedenis van het dorp en met verhalen uit de gevangenis. Want langzaamaan wordt de slotgracht gedempt en komt de spanning naar buiten. Zoon Ivo neemt het stokje van pa Clemens over. De vertellingen uit de eerdere bundels en nieuwe niet eerder gepubliceerde verhalen zijn doorgelicht en herschreven met behulp van AI. Dit vierde boek is dan weer de eerste van een nieuw drieluik. Want bewaarders en gevangenen worden steeds loslippiger, het taboe van de geheimhouding is er af.
Met zijn boeken geeft Van den Brink inzicht in het reilen en zeilen van deze gevangenis, verhalen om met rode oortjes te lezen. Grappige momenten, sappige ogenblikken en zware tijden, treurige dagen. Vooral het drama van opname, verblijf en uitbraak zijn kleurrijk beschreven, want AI geeft een picturale draai aan de verhalen. In de reeds verschenen trilogie zijn de vertellingen uit de eerste hand nog aantekeningen, losjes uitgeschreven anekdotes. In het nieuwe deel is de tekst enigszins onnatuurlijk en gekunsteld, want het mechanische brein dient ook getraind te worden om spreektaal te formuleren. De eerder verschenen trilogie brengt de verhalen dichtbij, zo nader alsof je als lezer zelf achter de tralies zit. Het onlangs verschenen Bajesverhalen creëert in taalgebruik dan toch meer een afstand. Echter blijven het nog wel steeds speelse en geanimeerde verhalen.

Verhaal met een gouden randje
Zoon Ivo heeft de slimme software ook aan de illustraties laten sleutelen. Zijn het eerst originele foto’s uit het museumarchief en eigen kiekjes die de tekst beeldend toelichten, nu zijn geënsceneerde beelden bewerkt naar het origineel en is er een authentiek decor achter geplaatst. Het heeft niet aan geloofwaardigheid ingeboet en zet de toch al levendige tekst in een historische context, geeft het extra cachet. Kortom, beeldende verhalen met geloofwaardige platen. We herkennen de generaal op de grote stille heide, de timmerknecht en de stalknecht krijgen een gezicht, Bartholomeus en dominee Germs zijn met taal en teken vereeuwigd. Het zijn welhaast avonturen uit een bekende stripreeks met allitererende titels. Een komische ontsnapping uit Veenhuizen heeft ooit ook stripbeeld gekregen in het blad MaXiX. Het helaas vroegtijdig ter ziele gegane Vlaamse stripblad, maar toch.
Van den Brink schrijft om de verhalen heen en niet enkel over het gevangeniswezen – ook de geschiedenis van het dorp is toegelicht. De tijd waarin geleefd wordt. Zo zijn de verhalen tevens naslagwerken. Hoe Veenhuizen als kolonie is ontstaan en welk nobel streven er aan ten grondslag ligt. Dit nieuwe boek gaat over de jaren voor WO2, de tijd dat de inrichting vooral in het begin het karakter droeg zoals waarvoor en waartoe het bedoeld was. Gaandeweg merkt de lezer al lezend de verandering doordat de maatschappij verandert, landlopen uit de tijd raakt en plaats maakt voor criminele vergrijpen. Deze beginjaren zijn per overlevering tot de schrijver gekomen. Als volksverhalen mond-op-mond vertelt en door gegeven. Ze zijn doorregen met nostalgie en romantiek. Hoewel het een aparte en afgesloten wereld was, dat dorp in Drenthe, ligt het open en bloot in het landschap vanwege het boek. Maar ook bijvoorbeeld door schrijfster Mariët Meester, dochter van de bovenmeester van de dorpsschool, die tevens op meer literaire manier over haar leven en zijn in Veenhuizen schrijft. Dit en dat lezende zou ik er zo willen binnen stappen en het regime ondergaan. Het komt vriendelijk over. Zelfs de zwaarste straf wordt poëtisch beschreven. Een verhaal met een gouden randje.

Cliffhanger
Het is een tip van de sluier die Van den Brink met deze spannende avonturenroman oplicht. Geromantiseerde verhalen derhalve of gedramatiseerde romantiek daarom. Verhalen doorgaans vertelt aan de bar van een bruine kroeg met een borrel onder handbereik. Sterke verhalen, waarbij de toehoorders aan de lippen van de verteller hangen, zoals de lezer op de punt van de stoel zit bij de avonturen opgetekend door de schrijver. Het schijnt verzonnen en vooral overdreven, maar het is allemaal de waarheid uit een andere wereld. Niet altijd uit de eerste hand tot Van den Brink gekomen, maar desondanks even nagelbijtend spannend en zenuwslopend. Zeemanslatijn gelijkend, maar geen broodjeaapverhalen, in de loop van de tijd hoogstwaarschijnlijk enigszins aangedikt. Of sensationeel bewerkt om het vlot leesbaar te houden. Meeslepende voorvallen zonder bloedvergieten. Natuurlijk valt er weleens iets minder fraais voor, maar dat wordt met de mantel der liefde toegedekt.
Mooi gevonden en uitgewerkt is de cliffhanger aan het slot van het boek: Ons gezin aan de Oude Gracht. Het persoonlijke verhaal van de schrijver dat als afsluiting dient van de jaren Veenhuizen, van het begin bij de oprichting van de inrichting tot het uitbreken van WO2. Prachtig om zo een open einde te maken om door te zetten naar het volgende deel. Dat smaakt naar meer. En er is meer, veel meer.
Bajesverhalen Veenhuizen. Voel de spanning, beleef de historie, geniet van de humor. Teksten Clemens van den Brink. Bewerking Ivo van den Brink. Herziene editie, Uitgeverij Business Rocketeer, 2025.

Geef een reactie