Een nieuwe driedimensionale realiteit

Alles wat dood is kan een tweede leven krijgen. Zo geschreven en nagelezen klinkt dat vreemd, het hoort raar. Alles wat leeft zou een nieuw leven kunnen krijgen, daar gaan sommige figuren voor wat betreft menselijk zijn van uit – onder een nieuwe hemel, op een nieuwe aarde. Hoe het dan met dieren en planten gaat wordt niet duidelijk en in het midden gelaten. Echter de mens kan een levend wezen dat de dood heeft gevonden niet weer tot leven wekken, daar is een hogere geest voor nodig zo zegt men. Maar dode materie kan wel een nieuw leven worden toegemeten. Hoewel leven dan een metafoor is, want levenloos blijft uitgestorven – niet zijn is ijdel.

Datgene wat in onbruik is geraakt, hetwelk de oorspronkelijke functie heeft verloren, kan opnieuw van betekenis worden en een bepaald belang worden toegekend. Een levend wezen zal die handeling niet kunnen uitvoeren, want de waarde van leven is verdwenen wanneer de functie van wezen stopt. Is de mens ontslagen uit het leven, door reorganisatie van het zijn of bezuiniging op de tijd, dan kan het lichaam solliciteren tot het een ons weegt… Dood is dood, voor het lijf althans. Een weggegooid stuk hout of een afgedankt brok metaal echter kan bij verandering in bedoeling en relevantie aan kracht en gewicht toenemen. Misschien zelfs meer waarde krijgen dan dat het voorheen had. In vaktermen noemt men dit dan een tweede leven. Dat vak is de kunst. Want het is een kunst om te recreëren, om te herscheppen.

Dat is wat Harrie Gerritz doet, herscheppen. Blader ik in zijn boek “Sculptures”, dan verwonder ik mij over het nieuwe leven dat de gevonden voorwerpen door zijn gedachten kregen toegemeten. Hij denkt zich nieuwe samengestelde vormen in, uit de materialen die hij langs de rand van het zijn vindt. “Harrie loopt soms als een strandjutter langs de Waal”, schrijft prof.dr. Nico Nelissen in de inleiding tot het boek. “Alles wat aanspoelt, lijkt zonder waarde: het is overboord gegooid, in het water terechtgekomen zo maar op de oever aangespoeld. Ook op andere plekken, zoals in afvalcontainers op bouwplaatsen vindt hij het materiaal dat hij in zijn sculpturen verwerkt.

Geen readymades

Harrie Gerritz is geen beeldhouwer, hij is een beeldbouwer. Van de voorwerpen, objets trouvés, stelt hij kunstwerken samen. Door een auto-ongeluk is zijn motoriek aangetast en laat hij de assemblage over aan een technisch assistent. Hij moet dus noodgedwongen het maakwerk uit handen geven, dat vergt overgave en vertrouwen. Om de ruimtelijke werken de vorm te laten hebben die Gerritz in gedachten heeft, dat het resultaat een-op-een is en de vormgever content is met de vormmaker.

Het zijn geen readymades, want Harrie Gerritz verheft een enkel gevonden voorwerp niet tot kunst maar vormt met verschillende onderdelen een ruimtelijke collage. Er ontstaat een nieuwe vorm met inhoud, waarde en betekenis. Met een heel ander belang dan dat het eerst had, zelfs wel tegengesteld daar aan. Het object heeft een eigen dimensie, het toont aan dat eenvoud het kenmerk van het ware is. Het herkenbare wordt omgevormd tot een abstractie die het meest lijkt op een architectonische sculptuur. Een bouwwerk waarin gewoond kan worden. Het nodigt niet uit tot een lijfelijke bewoning, maar geeft onderkomen aan de psyche. De mate waarin Gerritz de ruimte bezet met bouwsels zou in een enkele gedachte de woningnood oplossen. Maar dan wel de nood van het gemoed, het gevoel dat is geplet in de huidige digitale samenleving.

Gevonden voorwerpen

Blader ik dus door het boek, dat is uitgegeven bij Van Spijk Art Books en waarvoor genoemde prof.dr. en Cyrille Offermans een tekst hebben geschreven, dan zie ik een verscheidenheid aan bouwwerken. Bouwwerken die in vorm en uitstraling herkenbaar zijn. Ze zijn in de ruimte geplaatst als bestaande constructies, als zijn het maquettes van gebouwen, modellen voor een groter geheel. Van enkele van de houten bouwsels zijn rubbermallen gemaakt die daarna in brons worden gegoten. Ze kunnen aldus groteske vormen aannemen, theatrale decors voor een onwezenlijk schouwspel. Maar de vormen passen in de ruimte, zijn er voor gemaakt. Deze doen de omgeving geen geweld aan. Het is alsof de objecten altijd al zo tussen de bomen hebben gestaan, langs het water. Een gevonden beeldtaal met het accent van de omgeving.

Meestal vormt Gerritz gebouwde werken uit de hun betekenis verloren voorwerpen. Nieuwe belanghebbende objecten met een ongebruikelijk oogmerk, hoewel de intentie een moderne schoonheid bezit. Een verrassende vorm dat nog nauwelijks het oorspronkelijke doel waarborgt. Echter kunnen enkele tevens een menselijke gedaante aannemen. Een figuur dat communiceert met de omgeving, zoals ieder object van Gerritz in gesprek is met de sfeer waarin het geplaatst is. Iedere andere kring waar het zich in begeeft krijgt de sculptuur een nieuw leven, een voordien ongebruikt zijn. Het reageert anders, het respondeert tegendraads. Maar het blijft altijd in onderhandeling met de omgeving, en wanneer het groepsgewijs zich aanbiedt wisselt het van gedachte met deelgenoten. De bouwsels zijn over het algemeen gesloten, silhouetten van een verleven bestaan, maar sluiten daarmee niet de communicatie af. Er zijn allerlei vormen, verschillende figuraties, opgestaan in een nieuwe schepping met een andere aankleding dan waarin het gevonden is ooit. Een volgend leven betekent kleuring, een nieuw coloriet en een scala aan nuances.

Van de hel komt het gevonden voorwerp in de hemel. Verloren geraakt van het dagelijks gebruik krijgt het een kunstzinnige betekenis. Harrie Gerritz vindt in de dakloos zwervende materialen een nieuw belang. De stukken hout en brokken steen, los gezaagd en afgebroken van de benutting, worden tot kunstwerken. Staan op een voetstuk waar ze voordien ter ondersteuning van een toepassing waren. Deze zelf het onderstel of de sokkel waren, maar nu zijn verheven en opgericht. Torens, poorten, dorpen, kerken, huizen. Monumenten voor hergebruik. Het terugwinnen van vormen. Een kringloopproces, vanuit de massa naar de kunst, van een kunstzinnige interpretatie naar een concreet kunstproduct. Harrie Gerritz is een recycler, een hergebruiker. “Aan een aangespoelde boomtak wordt een nieuwe interpretatie gegeven en aan een gevonden verroest stuk ijzer wordt een nieuwe betekenis toegekend”, schrijft Nico Nelissen. “Harrie collectioneert, interpreteert, modelleert en componeert zijn gevonden objecten tot een nieuwe driedimensionale realiteit.

Harrie Gerritz. Sculptures. Tekst prof.dr. Nico Nelissen, Cyrille Offermans. Uitgave Van Spijk Art Books, 2025.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *