De beelden op het terrein van Museum Belvédère lijken daar op een natuurlijke wijze aanwezig te zijn. Alsof de objecten zoals de bomen in het museumpark daar zijn gegroeid. Daarmee voldoen de objecten aan wat Staatsbosbeheer destijds rond het gebouw als invulling van de openbare ruimte voor ogen had. Namelijk het creëren van een bescheiden bos, zodat het museum welhaast naadloos zou opgaan in de omgeving. Dat de zwarte schoenendoos de aanwezigheid nauwelijks merkbaar kenbaar zou maken. Van dat plan is in de loop der jaren weinig terecht gekomen, nog altijd staat het opmerkelijke museumgebouw met de strakke architectuur te schitteren als afsluitend bouwwerk in de achtertuin van Landgoed Oranjewoud.
De beelden van Henk Visch schijnen daar destijds tussen de jonge aanplant gezaaid en deze zomer te zijn opgekomen. Ze vormen een ongekunstelde eenheid met het transparante bos en dichtbegroeide grasveld. Om de objecten beter zichtbaar te maken en ervoor te zorgen dat het publiek er ongehinderd omheen kan lopen zijn er paden in het grasveld gemaaid. Jammer eigenlijk, want zodoende krijgen ze bijzondere aandacht en worden uitgetild boven het maaiveld. Feitelijk zoals het museumgebouw zich ook verheft en opstijgt boven de omgeving. Worden ze meer dan de omringende beplanting, zijn een toevoeging terwijl ze van nature op de juiste plek staan, één zijn met de habitat.

Taal van abstracte beelden
Over de beelden die naar mijn idee een eenheid zijn met de omgeving dacht ik eerstens niet te schrijven, want over een boom zet je meestentijds ook geen boom op. De beelden zijn er gewoon, je kunt ze bekijken en bewonderen. Er omheen lopen of in het lange gras gaan liggen en de verplaatsing van lucht langs de harde maar levendige huid horen schrapen. Er iets van vinden, maar dit niet uiten. Dat is voor de beelden niet noodzakelijk om aan te spreken. De bloemen in het veld hebben ook geen woorden nodig om te zijn wat ze zijn. En de bomen in gelid geplant verdienen geen kritiek om het bestaan te verantwoorden. Dus loop ik om de werken van Visch en meen er het mijne van, maar laat de sculpturen zichzelf uitdrukken. Ik heb een indruk.
Zo bezoek ik nog eens vaker het museumpark en laat de taal van de abstracte beelden tot mij komen. Echter de communicatie tussen figuratie en herkenbaarheid laat mij stilvallen. Ik heb er geen woorden voor, kan ze maar niet bedenken, vallen mij niet in. De beelden schijnen meer in zichzelf gekeerd dan dat ze zich tot mij richten. Ik moet moeite doen om interactie te hebben met Henk Visch die via de werken tot mij spreekt. Ik sta daar op dat grasveld letterlijk met de mond vol tanden.

Daarom besluit ik er niets over te schrijven, er geen beschouwing op los te laten, mijn kritische kijk in te slikken. De beelden zijn er gewoon, ik accepteer hun aanwezigheid. Ik nam er genoegen mee, had er vrede mee en deed er het zwijgen toe. Totdat ik het essay van Peter van Lier op de website van De Moanne, podium voor kunst en cultuur in Fryslân, onder ogen kreeg en belangstellend las. Ik ben fan van deze dichter en essayist, die de wereld filosofisch bekijkt en met een korrel zout kruidt. Na zijn beschouwing over het enkele werk “Unguided Tours” tot mij genomen te hebben, kon ik mij niet langer stil houden over de rest van de groeisels die staan te bloeien tussen akkerschermen, zuring, boerenwormkruid, sintjacobskruid en al die andere wilde zaailingen. Ik vond ook iets te zeggen van “Subterranean Man”, van “Piazza del Popolo”, over “The Shadow” en “Die Sammlung”. Ik voel mij die man die woorden eet, liggend in het zojuist gemaaide gras – de harde sprieten prikken in mijn huid. Ik neem stilzwijgend de omgeving tot mij, ik consumeer de woorden die tot mij komen en waaruit ik mij een idee vorm. Mij een voorstelling maak van wat ik aan vervormde figuratie om me heen zie.

Menselijke gestalten
Geen enkele menselijke figuur in dit museumpark gevormd in brons heeft een natuurlijke gestalte. Er is altijd wel iets verwrongen in de houding, is de pose van het lijf onbestaanbaar. Voor het gevoel klopt er iets niet, de emotie moet de verdieping zoeken om de standen te duiden. Wat zie ik en wat zegt mij dat. Of moet ik wat ik zie simpel voor waarheid aannemen en er geen diepere betekenis in wensen te zien. Het beeld is er gewoon, niet meer en niet minder, zoals de eik in mijn achtertuin. Daar uit een eikel ontstaan en tot wasdom van een meter of tien gekomen. Zo zijn de sculpturen uit het brein van de kunstenaar ontsproten en geplant in het museumpark. Die kun je zwijgend aanschouwen, stil beschouwen. Peinzend en bedachtzaam bewandel ik de gemaaide paden die als olifantenpaadjes vooraf al platgetreden zijn. En na de woorden van Peter van Lier is mijn visie gekleurd, maar wel in de tint die bij mij past. De kleurstelling vloekt niet, de woorden smaken mij als zoete broodjes. Van Lier is de engel die mij op de tong piest.
De figuren van Henk Visch zijn geen mensen. De menselijke gestalten figureren gevoelens. Drukken emoties uit en kunnen daarom zich vervormen als contortionist ofwel slangenmens. De houdingen vloeken met de gangbare anatomie van het lichaam. Je zou er een plaatsvervangende hernia van oplopen. Geen mensen, wel sculpturen van brons, metaal en aluminium. Werken die herkenbare vormen aannemen, omdat de emotie een tastbare uitweg dient te hebben. De balans tussen abstract en realiteit is in evenwicht op de figuratie. Het is waarheid wat ik zie en eventueel kan bevoelen, maar het is niet echt. De emotie blijft een aftreksel van de werkelijkheid, het kan niet grijpbaar echt zijn. Het is een aandoening als een virus dat niet bestreden moet worden. Het ontroert maar is niet te doorgronden. Je kunt niet omschrijven waarom het een wel mooi is en het andere niet. Om dat gevoel te bepalen dien je te leren kijken. Je blik moet wennen, een korte oogopslag geeft geen doorslag. Kijken en beschouwen, het beeld proeven, de smaak overwegen. Stil staan en bewonderen.

Kan het leven uitdrukken?
Enkel de essentie van de emotie krijgt vorm en heeft naam. Het gevoel komt niet simpel overeen met de titel. Soms is de naamgeving meer abstract dan de vorm is. Om emotie ruimtelijk vorm te geven is geen sinecure. En om dit daarnaast toegankelijk te maken voor publiek verdient een schoonheidsprijs. De schoonheid van de vormgeving, de kern van beelding. Laat ik eens lezen hoe Peter van Lier daarin staat. Met zijn filosofische ondergrond graaft hij zich diep in de materie in. Ondergraaft hij mijn objectieve blik misschien wel. Ik ben min of meer bevooroordeeld wanneer ik een derde keer een rondgang maak door het museumpark. Want hoe formuleerde hij dat ook alweer, ik citeer: “Het beeld is voor mij de ultieme weergave van een filosoof die zich met het gehele zijn van de werkelijkheid inlaat, met alles wat aanwezig is tussen hemel en aarde. In die hoedanigheid drukt het beeld beschouwelijkheid uit of contemplatie. (…) De titel van het beeld is Unguided Tours, wat te vertalen is met: ‘Rondleidingen zonder gids’. Die rondleidingen kunnen door de lichamelijke gebreken niet fysiek worden uitgevoerd, maar wel mentaal. Vlij je deze zomer nog neer in het bloemenveld voor het Museum Belvédère en bezie dit beeld dat zich zo bewust lijkt op te houden tussen hemel en aarde. Laat je geest meevoeren op de toer die het ons voorspiegelt. Kijk net zolang naar het beeld tot het niet meer vreemd of afstotend aanvoelt, maar vertrouwd en misschien zelfs aanlokkelijk.”
En dan zie ik geen haas met gespitste oren aan de overkant van het Grand Canal ofwel de Prinsenwijk staan. Dan zie ik de angst in de ogen van het beest wanneer het voor de koplampen van een snel naderende auto komt. Die emotie is bevroren in brons. Hij hoort en ziet alles, maar in deze tel is al die kennis vergeten. Stroomt er geen bloed maar adrenaline door de aderen. Heeft een brons aderen? Kan het leven uitdrukken? Heeft het een kloppend hart of beeld ik me dat in om het koude brons in gedachten te kneden tot warme klei. Er mijn idee in te vormen, vorm te geven, uit te drukken. Terug naar de haas. Het staat rjocht op en del langs de waterkant. Stokstijf als een reiger op jacht. Het overlevingsmechanisme staakt in het moment; de moeilijke keuze tussen vechten of vluchten. De grize giet him oer de grouwe; de koude rillingen zetten de rug op slot en de oren op scherp. In “Nightlife” is de dood nader dan het leven. Het tedere konijn tussen het riet is een angsthaas, een held op sokken om sloffend een goed heenkomen te zoeken.

Op die manier bevriest Henk Visch een emotioneel moment. Zit er meer achter de vorm op het eerste gezicht. Met Van Lier vlij ik mij in het hoge gras en kauwend op een strootje overdenk ik het hier en nu. Peinzend haak ik aan het moment en tel tot tien voordat ik me aan een mening waag. Want een standpunt geeft een voorstelling, terwijl de vorm geen oordeel verdient om de stelling die het heeft in te nemen. De beelden hebben waarde zoals deze zijn. Hun existentie is de essentie van het wezen. Ze drukken datgene uit wat in woorden nauwelijks een afdruk kan hebben. Dus laat ik mijn ogen sluiten en van het nabeeld op mijn netvlies genieten. Het een waarde toedichten die persoonlijk eigen is. In gedachte contact maken met de schepper dezes om de weerklank van zijn emotie te vatten.
En natuurlijk kan ik heel best mijn eigen smaak bepalen, daarvoor heb ik Peter van Lier niet nodig. Kan ik heel goed feilbaar het verschil tussen professie en amateurisme kennen. Echter Van Lier zet mij op een spoor, zet de wissel om zodat ik net een andere kant oprijdt. De zaken van gene zijde bekijk terwijl ik normaal gesproken aan deze kant van de feiten sta. De filosoof biedt mij een onveilig terrein aan, dat ik met gezonde belangstelling betreedt. En ik filosofeer en redeneer er op los, al 1681 woorden lang.
Unguided Tours. Henk Visch. Beelden in het museumpark en kamers van de westvleugel. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud. Van 28 juni tot 21 september 2025.

Geef een reactie