Twee jaar geleden kwam ik voor het eerst in contact met het werk van Valère Wittevrongel. Dat was toen in Kunstlokaal No.8 in Jubbega. Mijn betoog begon toen min of meer op deze manier: “Over het algemeen wordt de bezoeker van deze lokaliteit kunst getoond die beroep doet op inleving, ervaring en gevoel. Inleving om de composities op waarde te schatten. Ervaring, de geoefendheid in het kijken naar non-figuratief werk. En gevoel om de belevenis objectief te beleven. Dat heeft tijd nodig bij de ongeoefende kijker, maar is er eenmaal doorzicht in wat gezien is, begrip te doorgronden dan komt het beeld tot leven. In de tweede dimensie ga ik dan als beschouwer de diepte in. De vormgeving aan de oppervlakte geeft gelaagdheid in de verschillende niveaus prijs. Om de compositie te doorzien moet ik staanblijven en verderkijken.” Die tekst zou ik hier op dit moment letterlijk zo over kunnen nemen, en dat doe ik dus ook. Niet omdat Wittevrongel mij dezelfde werken laat zien, wat zal betekenen dat er nauwelijks voortgang in zijn kunst aanwezig is. Geenszins, hij groeit en bloeit op dezelfde vruchtbare grond, zijn bodem. Echter de sfeer is hetzelfde gebleven. In de ruimte van Museum Galerie Heerenveen weet de kunstenaar eenzelfde atmosfeer te brengen. Zijn stemming heeft witte wanden nodig, de ambiance moet het werk ondersteunen en niet afleiden. Zo kan de bezoeker geheel ongedwongen en objectief op de schilderijen ingaan, deze beleven en ervaren.

De plattegrond van de gedachte noem ik het werk van Valère Wittevrongel. Het is geen realistisch gegeven, maar een abstract gevoel. Doordat er niets in te zien is, geeft het alles weer. Zonder vooringenomenheid kan ik in het werk opgaan, dit ondergaan. Mijn verstand kan op nul en de blik op oneindig, omdat ik niets hoef te zien en me geen voorstelling behoef te maken. Overal wil de mens een beeld hebben om er waarde aan te hechten. Er iets in zien zonder dat het een voorstelling heeft, non-figuratief is. Maar bij Wittevrongel, die zijn inspiratie ordent in vlakken en kleuren, kan ik gedachteloos kijken – afwezig welhaast. Zo gezegd kan het werk meditatief zijn: in stilte overpeinzen, kalm geen oordeel vellen. De gedachte in vlakken verdelen om in kleuren de diepte in te gaan. Het is niets en toch is het alles, herhaal ik mezelf. Want herhaling is toch onder meer de kracht van deze kunstenaar. Hij herhaalt zichzelf om het werk te hernieuwen. Het schijnt een eenheidsbrij, maar is voortdurend een variatie op het thema.
Het werk van Wittevrongel heeft geen titel, niet anders dan een plaats- en tijdsbepaling van waar en wanneer het is gemaakt of in welke serie het thuishoort. Voor de kunstenaar van waarde maar voor de beschouwer nietszeggend. Een titel zou de gedachte sturen, een kant op laten gaan die niet gewenst is. Het werk moet ongedwongen tegemoet worden getreden vindt de kunstenaar zelf, een titel leidt af en bevooroordeeld de gedachte. Het wil niets zijn. Geen landschap in de zin van een horizon op een derde van het beeldvlak. Het heeft wel dat voorkomen, maar het is een spel met kleur en vlakverdeling. Toevallig overeenkomend met ons beeld van wat een landschap is.

Tijd nodig zich te openen
Wittevrongel zoekt naar een figuratieve diepte. Hield hij zich steeds bezig met de oppervlakte, waarin vlakken en lijnen door kleurwerking en lichtinval een doorzichtig spel spelen. Nu is die oppervlakkigheid niet meer voldoende en gaat de kunstenaar met kleur op zoek naar een diepzinniger uitdrukking. Hij brengt doelbewust onrust in de orde. Niet om verwarring te zaaien, maar om de spanning op te voeren. De stilstand lijkt in beweging. De waterspiegel komt in beroering wanneer er een blad opvalt, de aanraking van een steen geeft opwinding. De rust raakt verstoord en komt tot leven. In dat leven zoekt Wittevrongel een ander niets, vindt er een diverse abstractie. Geen verdieping in het zijn, want de werken gaan in het niets al diep genoeg om met iets aan het oppervlak te komen.
De kunst van Valère Wittevrongel heeft tijd nodig om zich te openen. In eerste instantie lijken het dood geverfde werken, ondoordringbaar omdat het meest een ode aan het zwart schijnt. Later varieert hij met unikleuren. Door goed te kijken, de tijd daarvoor te nemen, geeft het werk de inhoud prijs. Zie je ruimte waar eerst enkel leegte scheen te zijn. In gedachten heb ik de ruimte nodig om de leegte op te vullen. Het is geen kunst van de korte blik, maar van de lange adem. Kijken om te zien, dat is het devies. Dat heeft op de keper beschouwd geen woorden nodig. En laat ik dan de woorden voor wat ze zijn, het oordeel links liggen, er niet meer omheen praat. Dan zie ik dat de verf in dunne laag is opgebracht, waardoor de structuur van de drager zichtbaar blijft. Daardoor lijkt het of de kleur tot leven komt en zich intensiveert. De penseelstreek is nauwelijks zichtbaar, laat staan in het ogenblik voelbaar. Egale vlakken die in intensiteit van tint en bestreken met vernis naar voren komen of zich juist naar achter bewegen. Als in een coulisselandschap geeft dit ruimte aan het zicht. Ook schijnen de vlakken onder en over elkaar langs te schuiven, er is gezichtsbedrog, een optische illusie. Het vlak op zich is de huid van het canvas zonder hoogte en diepte, maar de kleur en het licht maken er een perspectivisch geheel van. Het neemt zich tot je of stoot je af. Het slokt je op of spuwt je uit. De tijd zal het leren. Voor het geoefende oog is het makkelijk werk, maar voor de lekenblik is het niet eenvoudig te doorgronden. Het is in orde, maar doordat het niets is geeft het onrust. Je krijgt er geen vinger achter en dat schuurt. Orde en onrust dus, echter als metafoor voor het werk van Valère Wittevrongel. Een Vlaamse Fries, dat geeft regelmatig verwarring.
Orde en onrust. Schilderwerken van Valère Wittevrongel bij Museum Galerie Heerenveen (MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 24 augustus tot en met 5 oktober 2025.


Geef een reactie