Ongeloof opzijzetten en overgeven aan de waarheidsfictie

Het is dat ik de wekker slaapdronken uit de tijd sla en daardoor half uit mijn nachtrust kom, nog niet helemaal wakker, dan wel fris en fruitig ben. Op de grens verkeer tussen droom en werkelijkheid en dat het paspoort vrijwel verlopen is. De douane houdt me tegen, doorzoekt mijn weten, maar stuurt me niet rechtsomkeert. Ik mag terug naar het vaderland – mijn realiteit. Dat de deur op meer dan een kier staat maar nog niet open is, dat de hefboom halverwege het opwaarts bewegen stokt. Ik krijg wel een beeld, maar dat is half af. De werkelijkheid is wazig, nog. Het is een niemandsland, van echt en onecht te onderscheiden.

Voordat ik me in de ogen wrijf, de slaap afleg om opgewekt uit bed te stappen, word ik beelden gewaar in figuraties zoals Aaron van Erp op papier en doek placht te zetten. Hij schept mij een wereld tussen droom en werkelijkheid, die schemerig is en nooit volmaakt. Meestal is het in zijn gedachten een nachtmerrie waaruit ik ontwaak. Of in elk geval een niet te definiëren ervaring. Geen schone schijn. Geen natte droom. Maar een illusie als metafoor van de werkelijkheid. Geen bedrog derhalve, want de schepping van Van Erp stijgt uit boven de waarheid. Is nog heftiger dan de werkelijkheid en streeft de waarheid voorbij.

En ik zit beduusd op de rand van mijn bed. De gedroomde beelden schieten door mijn hoofd en langs mijn blik. Omdat ik me in het schemergebied van in slaap zijn en wakker geworden bevind, is de figuratie incompleet maar grotesk volkomen. Tegen een abstract decor van verschoten kleuren spelen zich surrealistische situaties af. Suggestief, waarbij ik denk te weten wat ik zie maar op een verkeerd been ben gezet.

Verweesde sinistere werelden

In de schilderijen en tekeningen ontvouwt zich een waar slagveld. Is het schilderij nog weleens bevallig van toon, de tekening is genadeloos scherp en meest zwartgallig. Daar spat het bloed figuurlijk en hangt het vlees letterlijk. Droom ik nog even door of is de werkelijkheid echt zo ongenadig niet van deze wereld. Vol ongeloof schuif ik de dag nog even voor me uit. Wil ik de morgenstond nog geen goud in de mond leggen. Liever soezel ik door, nog even met de ogen gesloten. Maar daar doemen dan voor mijn netvlies weer de onprettige types die voornamelijk onaangename interacties met elkaar aangaan op. De beeltenissen van Aaron van Erp zitten in mijn hoofd en dreunen door, zoals een vervelend lied blijft rondzingen heb je het eenmaal gehoord. Zijn figuraties, nauwelijks definieerbare ietsen in onheilspellende handelingen, grijpen mij bij de kladden wanneer ik de uitgave “Suspension of Disbelief” heb door gebladerd. Aaron van Erp doet mij geloven in de waarheid van zijn werk, door mijn ongeloof in zijn manier van tekenen en schilderen opzij te zetten om in de context van de bizarre tonelen te doen geloven.

De verweesde sinistere werelden waar een stille dreiging rondwaart laten mijn zicht niet los heb ik eenmaal inzicht gekregen. De rauwe waarheid is onverpakt, de realiteit niet mooier gemaakt dan dat deze is. Geen zoete droom, maar een zoute nachtmerrie. Zoals in de nacht de plek en de situatie waarin de handeling zich afspeelt onbekend blijft, althans niet grijpbaar wanneer uit de slaap gewekt: het is maar amper na te vertellen, enkel in de fantasie lijkt het verzonnen. Zo is de geschilderde omgeving even ongrijpbaar en abstract. Het zal een landschap zijn, want vaak is er wel iets van een horizon. Het zal een huiskamer zijn, want vaak is er wel een plint en hangt iets van een tekening aan de muur en staat er een tafel. Het is niet meer of minder een decor, de actie bepaalt iets van een verhaal.

Van Erp maakt schilderijen waarin hij nog weleens correcties kan doorvoeren, een figuratie die bij nader inzien niet past wegvegen maar het wezen toch laten. Zo zodat de kijker de geschiedenis van het werk voor ogen houdt. In tekeningen kan Van Erp niet op zijn schreden terugkeren. “Tekenen is veel directer”, zegt hij daarover. “De strijd is eerder gestreden en het komt veel sneller op een punt dat er geen weg terug meer is. (…) Je accepteert wat je hebt, of je verscheurt de boel.” Daarom schrik ik bij de tekeningen wakker, terwijl de schilderijen mij nog even laten dagdromen. De schilderijen schijnen kunstzinnige fantasieën, terwijl de tekeningen vertellen waar het op staat; de gewelddadige waarheid.

Wat wij niet willen zien

Het werk van Aaron van Erp past een schoonheidsideaal niet, ze beantwoorden niet aan het principe van de esthetica, het zal derhalve niet in de huiskamer boven de bank hangen. Het werk is afstotend en in meerdere gevallen zelfs afstotelijk, omdat het ons een spiegel voorhoudt. Ons fundamenteel gebrek en ons onherstelbaar tekort spiegelt in zijn schilderijen, onze blinde razernij en onstuitbare drift kan niet vergeleken worden met een beest. Want wij hebben een geweten, terwijl het dier uit gaat van instinct. Wij onderscheiden goed en kwaad. Verheerlijken het kwade, omdat het ons verder brengt dan het goede. Dat is wat Van Erp ons schrijnend voorhoudt en ons doet walgen. Niet het werk schrikt af maar onze getoonde onhebbelijkheden staan ons niet aan. De kunst van Aaron van Erp toont scherp wat wij niet willen zien, waarvan wij denken niet te kunnen genieten. Wel ter lering, niet ter vermaak. Maar “Aaron van Erp kent geen symboliek, geen afgemeten interpretatieschema’s, geen propagandaplaatjes en belerende scènes. Geen goed en geen kwaad.” schrijft Henk Visch.

Want het boek telt enkele interessante bijdragen van kunstcriticus Kees Verbeek, beeldend kunstenaar Henk Visch dus, museumdirecteur Ron Dirven en kunstverzamelaar Henk Pijnenberg. Samen met galeriehouder Jeroen Dijkstra geven zij mij van diverse kanten inzage in denken en werken van Aaron van Erp. Het opent wel mijn inzicht, maar laat dikwijls teveel aan achtergrond zien. Wanneer de voorkant – de zichtbare afbeelding – wordt omschreven, de achterkant – het ten grondslag liggend denkbeeld – is getoond raakt het werk een zeker magie kwijt, de betovering verdwijnt min of meer. Ik zal graag zelf willen weten wat ik zie, terwijl de bijdragen mij toch een zekere richting insturen. De titels van de werken wijzen dan echter een andere koers, dat is weer aangenaam. Die titels geven de werken een vermakelijke draai, geestig als een boer met kiespijn. Zo kan de titel een doekje voor het bloeden zijn, een schone pleister op een stinkende wonde. Ik ben een martelaar, pijnig mijzelf met “Suspension of disbelief” en ik vind het fijn.

Suspension of Disbelief. Aaron van Erp, schilderijen en tekeningen. Tekstuele bijdragen van Jeroen Dijkstra, Kees Verbeek, Henk Visch, Ron Dirven en Henk Pijnenburg. Uitgave Livingstone Editions & Van Spijk Art Books, 2025.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *