Het is fijn wanneer je niet altijd serieus hoeft te zijn. Dat je naast ernstige sonnetten ook rijmpjes op papier kunt zetten. Dat je niet altijd plechtig hoeft te schrijven, maar ook eens zingend uit de band kunt springen om de treurigheid te verdrijven. Luchtig en lichtvoetig, light verse of zoals Drs.P het noemde: plezierdichten. Rikkert Zuiderveld is een woordkunstenaar die zich van diverse vormen en stijlen binnen de dichtkunst bedient. Die met ernst kan schrijven, maar daarnaast vrolijk de pen kan hanteren. Hij gaat virtuoos om met het woord, is een meester in de taal. Kan makkelijk liedteksten maken als een psalmdichter, maar tovert ook eenvoudig verzen en vergezichten uit de mouw, en bewerkt het papier creatoef met oneliners, limericks, topos en de haiku. Net zo makkelijk. En in elke vorm omzeilt hij een kwinkslag niet, want ook in ernst is de glimlach dichtbij.
En dan beeldend kunstenaar Marius van Dokkum, hij ziet de humor in de wereld. Ook al probeert de mens zo ingetogen mogelijk met ernst het zijn te leven. De schilder/tekenaar haalt het leven in zijn creaties als het ware onderuit, zaagt figuurlijk de poten onder de stoel vandaan en zet de hoogmoed beeldend te kijk. Maar ook kan hij heel serieus aan realistische portretten werken en ruimtelijke beelden vormen. Zijn beschouwingen van de wereld zijn werkelijk, hij doet er echter wat zout en peper bij om de eigenwaan enigszins te kruiden, de inbeelding uit te beelden en de opgeblazenheid door te prikken.

De kip of het ei
Rikkert en Marius vonden elkaar al eens in het genre diergedichten. Een kijk op de wereld door de ogen van de mens op het dier. Echter eerder het dier dat meent mens te zijn, althans zich zo tracht te gedragen. Een samen optrekken van twee fantasten middels geïllustreerde gedichten of tekeningen met ondertitels, waarin dieren net mensen zijn en mensen zich gedragen als zijn het dieren. In een soort van fabels, fabelachtige poëzie, voer Rikkert diverse gedachte en bedachte dieren ten tonele. “Ik ben geen duif en geen parkiet / geen kraai en geen kanariepiet / en ook een ekster ben ik niet, / ik ben gewoonweg kierewiet.” Stel je dat eens voor, maak daar eens een beeld van. Marius bedacht bij de verzen beeldende illustraties. Tekeningen die de woorden tot leven wekken.
Illustreerde Van Dokkum bij de eerste samenwerking “Door de wolf geverfd” nog ongekleurd de poëzie van Zuiderveld om de woorden te versterken met uitleggende beelden. In de nieuwe uitgave “de rijmelaarse kat” nemen de vrolijk gekleurde tekeningen een meer prominente plaats in. Zijn de rollen omgedraaid en is het dat de gedichten het tekenwerk illustreren. Wat was er eerder de tekening of het vers, de kip of het ei. Daardoor is het echt een kijkboek geworden meer dan dat het een (voor)leesboek is. Of dat het kind zich kan vinden in de tekening, opgaan in de creatie van de kunstenaar die aansluit bij de fantasie. Het kind kan zelf een verhaal bedenken bij de beelden, waar de volwassene de uitleg in de rijmen krijgt. Maar natuurlijk kan de ouder weer kind zijn en zich verkneukelen aan en in de tekeningen. Het hoeft niet altijd zo serieus te zijn.

Woord en beeld
De dieren in de Rijmelaarse Kat bevolken een wonderlijke wereld. In hun doen en laten zijn het net mensen. Meneer De Uil van de Fabeltjeskrant wist dat destijds al goed te duiden zittend op zijn boomtak: “Want dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensen-wensen, en dezelfde mensen-streken.” De wereld bekijkend met een knipoog. Want het schijnt allemaal niet zo ernstig als het lijkt, althans in de westerse wereld. Het is een dolle boel daar in het rijk van de gelaarsde kat, het sprookje dat ook al het menszijn op de hak nam. Echter is het land van de rijmelaarse kat surreëel, de fantasie viert er hoogtij. Marius van Dokkum weet dynamiek te brengen op papier, de tekeningen zijn in het platte vlak volop in beweging. Vooral in de grote complexe platen valt er veel te zien en voldoende op te merken. Het zijn waarlijk kijkplaten met oog voor detail zonder het grote geheel uit zicht te laten.
Waar Rikkert Zuiderveld in taal virtuoos karakters kan neerzetten, zo meesterlijk tekent Marius van Dokkum deze op papier. De dieren hebben allemaal de aard van de werkelijke dierenwereld, maar acteren net iets meer uitvergroot het temperament van de mens. In de tekeningen beleef ik de dierenwereld zoals deze zich in vertaling van de mensenwereld aan de fantasie van Van Dokkum voordoet. In de gedichten herbeleef ik deze beelden in taal. En andersom. Ik lees de verzen, beleef de woorden, en herbeleef deze vrolijke fantasie in beelden, de tekeningen die aan de gedachte vorm geven. Gewone alledaagse voorvallen en gebeurtenissen krijgen woord en beeld: “Een luipaard is geen paard / en hij is ook niet lui. / Hij heeft alleen wel vaak / een slaperige bui.” En dat dan in een letterlijke opvatting uitgebeeld met een wolk in gapende slaap. En er is een apart over dieren die aan sport doen. En mol die verspringt, tennissende konijnen, een varken dat zich schoonspringt, kippen aan het biljart, een wielrennende Klara koe, een zeilende olifant en nog vele splorten meer. Hoe de kangoeroe roeit daarvoor moet zelf maar een “de rijmelaarse kat” aangeschaft worden. “Zwemmen / Alle vissen wilden meedoen, / ook de haring en de schol. / Maar de walvis dook in ’t water, / en toen was het zwembad vol.”

Voorstelling fantaseren
Door de afbeelding raakt de handeling mijn ogen. Door de gedichten raakt het de taal. Kan ik de gebeurtenis benoemen. Kan ik het begrijpen, gaat de papieren beweging vooraf aan mijn fantasie. Wordt het benoemd nog voor ik er zelf duiding aan kan geven. Dan staat het vast, hoewel het een spel met taal is in combinatie met het getekende. Door het gedicht in relatie te brengen met de afbeelding is de handeling duidelijk. Dat is wel jammer, het maakt de beleving statisch. Ik kan niet zelf een voorstelling fantaseren. Eigenlijk zal ik me als een kind laten voorlezen zonder in het boek te kijken. Dan krijg ik zelf mijn beeld voor ogen en deze kan sterk afwijken van kunstenaars interpretatie. Of ik ben het kind dat plaatjes kijkt en niet kan lezen nog. Echter ben ik de volwassene voor welke beide dingen – het woord en het beeld – zich samenvoegen, zodat ik de fantasie van zowel van Van Dokkum als van Zuiderveld herbeleef. En die fantasie heeft vele uitwassen. Ik kan me voorstellen dat Rikkert weleens schaterlacht bij de taalvondsten die hem invallen. En dat Marius grijnst wanneer hij het potlood grappige lijnen laat tekenen. Het is allemaal niet serieus en met ernst hoeft dat ook niet.
De rijmelaarse kat. Teksten Rikkert Zuiderveld, illustraties Marius van Dokkum. Uitgave Art Revisited, 2025.


Leave a Reply