De wereld is wonderlijk eenvoudig

Het is het derde boekje in de Nartiden Reeks van de Stichting Narteks. Deze stichting biedt ruimte aan alternatieve poëzie en outsider art. Maakt zich sterk voor poëzie die de rand opzoekt. Poëzie die scherp houdt, scherp is. Deze gedichten laten zich niet zo even tussen neus en lippen beschouwen, tussen soep en aardappelen lezen. De experimentele poëzie is verhalend persoonlijk, heeft meestal een ruime bladspiegel nodig en doet zich vrijwel nergens rijmen, houdt de aandacht vast en nodigt met klem uit om meermaals gelezen te worden. Om de strekking te kennen, de inspiratie te doorgronden, is een nauwgezet attent en geconcentreerd begrip noodzakelijk. Het zijn kortom geen hapklaar rijmende regels. Het laat zien dat creatie en recreatie twee verschillende dingen zijn. “Wie zich aan de rand begeeft, verschilt.”

De derde grootheid in de reeks liet zich zien nog voor het tweede deel verscheen. Dat klopt, want een drieluik laat zich in drieën openen. Het is in beginsel gesloten, de inhoud afgedekt. Eerst gaat het linker luik open, dan het rechter en wordt het middendeel zichtbaar. Zo is het eerste Narteks drieluik dus ook opgebouwd. In een religieus drieluik, een triptiek, bevat het centrale deel de blijde boodschap met op de zijpanelen verwijzingen of onderschrijvingen. Het eerste drieluik in de Nartiden reeks kent geen grootheid of heeft een meer belangrijk tweede deel. Alle delen zijn even gewichtig met een individuele blik van de dichter in kwestie. Dat deze in een verkeerde volgorde verschenen liet mij denken aan zo’n geschilderd drieluik dat openklapt. Het linker deel besprak ik eerder: Willem Adelaar – Verloren in Berlijn. Het middendeel komt later: sadà\exposadà – Dat oord komst. Nu dus dan het rechter deel: Timon Vando – Baus maul.

lino © kine brettschreider

Debuut

Narteks koos een viertal gedichten uit het ongetwijfeld langzaam uitdijende oeuvre van deze dichter. Het vlugschrift is zijn debuut en hiermee zet hij een vastberaden schuchtere stap in het niemandsland van de poëzie. Verkent de randen en onderzoekt de grenzen. In de kerngedichten zegt hij veel maar niet alles over zichzelf. Timon legt het wezen van zijn dichtschap open en bloot voor de lezer neer. En die essentie is het zwaartepunt van zijn wezen. De dichter schrijft een tweetal brieven aan zichzelf, omdat er niemand anders voorhanden was om aan te spreken. De therapie, alles op te schrijven dat hem invalt, is voedzaam voor zijn kunnen. Het legt een groeizame bodem. De dichter zonder pen weet leegte uit te drukken. De leemte van de dichter die weet dat de woorden komen. In woorden vult hij mijn gedachten, want die brieven richten zich nu aan mij. Als blinde lezer – ik had geen oog voor zijn woorden eerst – krijg ik vervolgens een inkijk in zijn gedoe, zijn gehannes waarmee hij stampei maakt.

De woorden van toen en nu slaat hij op voor later – in gedachten verschijnen beelden die geen afdruk nodig lijken te hebben – de dichter heeft geen sluitingstermijn. Het geluk draagt hij mee. Keert de ziekelijke slaapzucht de rug toe. Want niets doen is hem vreemd. Er moet gewerkt worden, een calvinistische tick. Luiheid is des duivels oorkussen. Dus vormt de dichter zich duizend woorden. Een recept voor het leven, zijn leven. Handleiding hoe het zijn te benaderen, zijn wezen. Een eerste versie verdient een aangepaste tweede versie: kill your darlings. De levenscyclus van een hobbypaard dat tot werkpaard wordt. Vrije tijd is de dood voor doen, er moet gewerkt worden. De krampachtige klonterende nihilismen blijken retorisch waardeloos. De duim op delete veroorzaakt een cut paste, want schrijven is schrappen. Die duizend woorden zijn als de duizendpoot, een nijvere klasse van geleedpotigen. Heeft iemand weleens zoveel poten geteld bij de chilopoda? Vando schreef duizend woorden maar schrijft ze niet, vooral niet in de tweede versie. Het is als duizend-en-één nacht, even geheimzinnig en duister. De woorden aaneen geschreven zonder leestekens als een langgerekte regel, een boa constrictor – even listig als verraderlijk, om niet te zeggen opaak: een antitransparante bladspiegel.

Moet gelezen worden

Geen doorkomen aan? Jawel, want Timon laat mij erin (me)zelf reflecteren. Hij is mijn spiegel, in zijn woorden herken ik wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. Zonder houdbaarheidsdatum evenwel en al helemaal geen tijdslimiet die niet overschreden mag worden. Deze poëzie moet gelezen worden en weer en nog eens. Om te begrijpen, te doorzien. Poëzie van de rand doet een beroep op de lezer. Het loopt niet binnen als een goed glas trappistenbier, maar nipt als een kruidige beerenburg. Kleine slokjes, geen grote teugen. Daarom is deze Nartiden Reeks zo aangenaam. Een viertal gedichten per deel. Niet meer, ruim voldoende. Om van te nippen. Om te proeven. Zoals goede wijn wentelt over de smaakpapillen, zo rollen de woorden uit de Nartiden Reeks door mijn gedachten.

Bij Baus Maul houd ik de kikkers in de kruiwagen, hoewel mijn voorstelling en begrip wel eens links en dan weer rechts kan opspringen. Want het zoekt de randen van de gedachte. De boodschappenkar is leeg, ik heb niets aan te geven bij de kassa. Ook zonder meer komt minder, zonder slag komt stoot. Hakuna Matata: “de wereld is wonderlijk eenvoudig“. Het zijn de woorden met betekenis die de aarde gewichtig maken. Deze dichter beschrijft zijn spiegelbeeld. Die beeldtaal vertaalt zich in eenvoudige linosneden naar de hand van Kine Brettschreider. Zo is ieder deel van de Nartiden Reeks een collectors item, een rijk bezit. Want ieder boekje is met de hand gemaakt en kent een uiterst bescheiden oplage. Het is een kunstwerk in woord en beeld. Twee gevouwen bladen gebonden met een kleurig touwtje in een kaft. Ambachtelijk.

Baus Maul. Timon Vando. Nartiden Reeks 3. Stichting Narteks, 2025.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *