De Bijbel mag dan het meest verspreide en gelezen boek zijn, het Dagboek van Anne Frank doet daar nauwelijks voor onder. En nogmaals, in vergelijking met de Heilige Schrift is haar dagboek een van de meest invloedrijke boeken ter wereld. Het is geen geschiedenisboek over de Holocaust, maar een dagboek van een tienermeisje dat midden in de onderduik zit. Het is persoonlijk en historisch tegelijk, want het is een stukje geschiedenis gezien van onderop. Geen benadering van bovenaf, als in een helicopterview het grote geheel bekijkend, maar in kikkerperspectief een gedetailleerde ervaring uit de eerste hand. Het is alsof de lezer aan tafel schuift in het Achterhuis, het onderduikadres van onder meer het gezin Frank. Want er zitten meerdere mensen op elkaars lip in de naar verhouding kleine ruimte. Dat geeft spanning en ongemak, maar ook intieme gezelligheid. Dat tienermeisje, waarvan de ontwikkeling in de kiem gesmoord wordt, is daar getuige van, maakt deel uit van de kleine groep mensen die tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld zijn.


De dagboeken van Anne Frank, schriften volgeschreven met emoties en ervaringen, bleven achter in het Achterhuis nadat de onderduikers door de Duitsers waren afgevoerd. De rondslingerende papieren werden bij elkaar gezocht, maar later bleek dat niet alle schriften behouden zijn gebleven. Er is een hiaat in de geschiedschrijving, een leemte in de voortgang van het dramatische verhaal. Vader Otto Frank is van het gezin de enige persoon die de verschrikking van de oorlog overleefde. Hem werd na terugkeer uit Duitsland het door zijn dochter geschreven werkstuk overhandigd, waarop hij het in gecensureerde vorm de wereld in heeft gebracht. Met het inmiddels bekende gevolg. Anne Frank werd het toonbeeld van de Joodse onderdrukking in de Tweede Wereldoorlog. Zij staat symbool voor zes miljoen anonieme stemmen. Haar portret is het logo van de Holocaust. Het is een moreel document, een herinnering en tegelijk een waarschuwing.
Spanning is rode draad door dagboek
Haar dagboek toont een tijdloos perspectief. Anne Frank benoemt de dingen die ieder tienermeisje meemaakt. Natuurlijk beschrijft zij de angst van de oorlog, de hoop dat er een einde aan komt, maar ook de ruzies met haar ouders, haar lichamelijke ontwikkeling en verliefdheid, het dromen over de toekomst. Het dagboek staat niet op zichzelf. In de schriften schreef Anne de dagen van zich af. Ze noteerde wat er zoal voorviel in het huis achter vaders kantoor aan de Prinsengracht in Amsterdam. Daardoor krijgt de lezer een goede indruk van doen en laten, leven en welzijn tijdens een periode van complete afsluiting van de buitenwereld, uit zelfbescherming. Niet te vergelijken met onze corona-isolatie, want in de onderduik moest je voortdurend op je hoede zijn om niet ontdekt te worden. Die spanning loopt als een rode draad door het dagboek.


Vader Otto Frank achtte het nodig dat de wereld kennis nam van de periode van afgezonderd leven. Van een geïsoleerde tijd voordat men als ‘Untermensch’ is afgevoerd om in een buurland het leven te laten, simpelweg omdat men niet paste in de ideologie van een superieur Germaans ras. Hoewel dochter Anne openlijk over die tijd en zichzelf had geschreven, vond vader het echter niet nodig al deze zielenroerselen kenbaar te maken. De tijd was denkbaar nog niet rijp om de meest intieme details in druk te laten verschijnen. Daardoor zijn bijzondere onderdelen, die een andere blik op die periode kunnen werpen, achterwege gelaten. Vader Otto heeft dus de dagboeken van dochter Anne geredigeerd en gecensureerd en deze versie de wereld in gestuurd. Die bewerking werd een van de meest gelezen boeken.
Echte wereld verweven met haar droomwereld
Naast de dagboeken waarin Anne Frank haar leefwereld spontaan, enigszins rauw en soms wat rommelig heeft beschreven, bestaan er andere geschriften van haar hand. Zo was ze doende de dagboeken om te werken tot een roman. Tevens is er een schrift met verhaaltjes gevonden, een mooie-zinnenboek en een andere roman over het leven van de bedachte figuur Cady. Deze Cady komt sterk overeen met haar eigen zijn. Anne voerde vele fictieve personen op; zo had ze een denkbeeldige vriendenkring. De echte wereld werd verweven met haar droomwereld, maar voortdurend hield ze de realiteit in het oog. Ze had dan ook weinig anders dan de mensen met wie ze noodgedwongen moest leven, en weinig anders dan ingebeelde vriendinnen aan wie ze haar hart kon luchten. Zo noemde ze haar dagboek Kitty om het meer vertrouwd te maken en zichzelf beter uit te drukken.


“[Z]al ik ooit nog iets groots kunnen schrijven, zal ik ooit nog eens journaliste en schrijfster worden? Ik hoop het, o ik hoop het zo, want in schrijven kan ik alles vastleggen, m’n gedachten, m’n idealen en m’n fantasieën.”
Wetenschappelijk onderzoek dagboek
Onderzoekers Peter de Bruijn en Elli Bleeker, verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur, hebben de bewaard gebleven manuscripten van Anne Frank tegen het licht gehouden en vergeleken met eerdere publicaties die al aandacht besteedden aan de dagboeken. Daaruit is een uiterst interessante wetenschappelijke benadering in boekvorm verschenen bij Walburg Pers. Uit het onderzoek komt naar voren dat het tienermeisje na de oorlog een professioneel schrijfster wilde worden. Haar schrijfsels in het Achterhuis zijn daar al een voorbode van. Ze herschreef zelf het dagboek en bracht daarin meer structuur aan met een bewuster taalgebruik. Hoewel ze meerdere malen in brieven, gericht aan fictieve personen, kenbaar maakte dat waarschijnlijk niemand interesse zou hebben in haar wederwaardigheden, wilde ze toch later haar roman van het Achterhuis uitgeven.


De onderzoekers volgen de teksten van Anne Frank nauwgezet en laten in hun uitgave Anne Frank, schrijfster zien hoe Anne als schrijfster zelf te werk is gegaan. “We hebben haar gevolgd vanaf het moment dat ze haar rood-wit geruite dagboek begint en al snel op zoek gaat naar een creatieve manier van schrijven – de briefvorm – die het bijhouden van een gewoon dagboek overstijgt.” Ze had talent en zette verschillende literaire strategieën en technieken in om haar dagboek te transformeren tot een roman. Die werkwijze is lang onderbelicht gebleven. Er is weinig geschreven over de tekstuele en thematische verbanden die tussen de fictieve teksten en het dagboek of de roman bestaan. Deze kruisbestuivingen halen de onderzoekers naar voren en zullen daarmee de belangstelling voor Anne Frank als schrijfster ongetwijfeld vergroten. En zo wordt de ‘dagboek-Anne’ en de ‘toneel-Anne’, wordt de tiener die geloofde in de goedheid van de mensen – de populaire heldin – eindelijk serieus genomen als de schrijfster die ze werkelijk was en wilde zijn.
Natuurlijk doen er legio meer verhalen over de verschrikking van de oorlog de ronde en zullen er vele dagboeken zijn geschreven, maar het Dagboek van Anne Frank verwoordt al deze schrijfsels. Zo werd zij door haar manuscript de spreekbuis van de Holocaust en ook het medium voor kinderen in de oorlog. Zij overleefde het niet, maar zag wel een toekomst:
“(…) dat ik later wil gaan schrijven, zoal geen schrijfster worden, maar dan toch naast m’n beroep of andere taak het nooit verwaarlozen. O ja, ik wil niet zoals de meeste mensen voor niets geleefd hebben. Ik wil van nut of plezier zijn voor de mensen die om mij heen leven en die mij toch niet kennen, ik wil nog voortleven ook na mijn dood!”
ANNE FRANK, schrijfster. Peter de Bruijn & Elli Bleeker. Uitgave Walburg Pers, 2025.

Geef een reactie