Schiermonnikoog. Het had een kunstenaarskolonie kunnen zijn. Zoals Oosterbeek, Laren, Bergen, Nunspeet en Katwijk. Een plek waar kunstenaars ontsnappen aan de stedelijke drukte en inspiratie ontdekken in de natuur, in rust en eenvoud, om vernieuwing in hun kunst te vinden. Het kunstzinnige eiland is wel een inspiratiebron voor kunstenaars en voor vakantiegangers die zich te goed willen doen aan alles dat de andere eilanden missen: rust in de ongerepte natuur, ruimte op het brede zandstrand, zicht vanaf de donkerste plek. De focus ligt er op natuurbeleving, niet op massatoerisme. Een ideale plek om het landschap te koesteren in de kunst, de landelijke eenvoud te borgen in schilderen, tekenen, schrijven en fotografie.
Hoewel Groningen, weg van de stad, voldoende aanknopingspunten heeft om creatieve geesten stof tot nadenken te bieden, blijft het eiland waar de tijd schijnt stil te staan ongedurig trekken. Op diverse plekken in Nederland vinden kunstenaars elkaar, doen het met elkaar en stuwen de kunst tot sublieme hoogte. Waarom dan Schiermonnikoog genoemd als landschap van rust en ruimte om te creëren en te recreëren? Het eiland is onderwerp van een uitgave over de Groninger Kunstkring De Ploeg. Op het hoge land vonden de leden inspiratie, maar brachten ook het stadsleven in beeld, maakten portretten en werkten naar model. Dat was voor de meesten van hen voldoende; slechts een handvol leden sloeg de vleugels uit en voer naar het eiland.


De illusie van de werkelijkheid
Komt in het boek “De Ploeg op Schiermonnikoog” van Peter Jordens de kunstkring genoegzaam aan de orde, de uitgave neemt het lid Jan Jordens voornamelijk op de korrel. Inderdaad: de kleinzoon schrijft met verve over zijn schilderende grootvader. Jordens heeft zijn verblijf op het Waddeneiland intenser beleefd dan alle andere schilders van De Ploeg. Daar vindt hij het wonder van stilte, het gevoel van vrijheid, in de natuur van bos en duinen. In eerste instantie legt hij de werkelijkheid van het landschap vast, maar naarmate de tijd verstrijkt geeft hij uitdrukking aan wat hij innerlijk waarneemt. De illusie van de werkelijkheid, vastgelegd in schetsen en waterverven, verdwijnt langzamerhand en de beelden gaan door spetterende kleuren op in abstractie. Het gebaar krijgt de overhand in vegen en spatten kleur. “In plaats van een opgeroepen werkelijkheid zien we scheppende fantasie”, lees ik in de uitgave. “We zien een schilder vorm geven aan zijn innerlijke beleving wanneer hij zich met de spontaniteit van de penseelstreek vrijelijk kan uiten in louter vorm en kleur.”
Het ging Jordens op den duur minder om de impressie dan om expressie. Minder om de duinen en het bos dan om de sfeer die tussen het helmgras en onder de bomen te vinden is. In die beslotenheid ontdekt hij zichzelf en vindt hij zijn ultieme uiting. In die stilte kan hij zich vrijelijk ontplooien. Hij schildert de natuur niet om de natuur, maar om het stille leven. Als metafoor voor de abstracte werkelijkheid die je niet ziet maar kunt voelen, aanvoelen. Die je hoort in de glijvlucht van strijkende zeevogels, in zuchtende wind door het stugge gras. Het is de ziel van het eiland die Jordens aanspreekt. Het verhalende van de figuratie speelt geen rol; het is het ongrijpbare van de emotie dat zich uit in de expressie van een ultiem gevoel. In de kunst van Jordens ligt de eigenheid van Schiermonnikoog besloten. Zo voelt het eiland aan.



De waarheid van zijn kunst, de echtheid van het eiland
In iedere volgende compositie die Jordens aan zijn oeuvre heeft toegevoegd, zocht hij de stemming van het moment, de emotie van het ogenblik. In de waterverven, meestal en plein air geschilderd, kon hij de tijd vastleggen, de ontroering bevriezen. Terwijl de werken volop in beweging zijn en een dynamische aanblik hebben, is de gebeurtenis stilgezet. De bewogenheid krijgt uitdrukking. Jordens is zoekende naar een innige verbondenheid met de natuur. Om daar uiting aan te geven in een abstracte vorm en kleur. De vluchtigheid van sfeer en de doorzichtigheid van gevoel trekken sporen in de composities van Jordens. Het is de waarheid van zijn kunst, de echtheid van het eiland. Wie de rust van Schiermonnikoog zoekt, vindt die in het werk van Jan Jordens. De stilte kleeft aan de veelvormigheid in kleuren en verfstreken, een paradox die het werk kenmerkt.
“Stilte en rust geven Jordens de ruimte om door middel van een vorm van abstractie uitdrukking te geven aan een ultiem gevoel van artistieke vrijheid.” Het wordt diverse keren door verschillende schrijvers en recensenten in andere bewoordingen herhaald. Het is de rode draad in het boek, waaraan De Ploeg als richtsnoer is geknoopt, maar nauwelijks als leidraad fungeert. Jordens is lid van de groep, maar gaat een eigen weg. In de abstractie, meer dan in het impressionisme, kon hij door beelden emoties oproepen en de innerlijke beleving laten figureren. Een intuïtief-emotionele natuurbeleving. Echter, niet de abstractie is het doel, maar het resultaat van de ontwikkeling die is doorgemaakt. “Hij is er niet naar op zoek geweest en ook is het niet de uitkomst van enig theoretisch inzicht of artistieke overweging.” Het moest daar gewoon op uitkomen om de beleving vorm te geven.


Het weergeven van het wezen van de dingen
Het boek “De Ploeg op Schiermonnikoog” is een spreekbuis voor diverse auteurs om in de voetsporen van het gevoel dat Jordens had op vooral dit Waddeneiland uitdrukking te geven. De schrijvers voelen mee in zijn beleving, hebben eenzelfde ervaring in de stilte van zijn composities. De ondervinding van het in vrijheid kunnen creëren, uiting geven aan het eigen ik zonder zich te laten leiden anders dan door een lijnenspel van glooiingen, het ritme van de golven, de opwekkende zeelucht, het aroma van het naaldbos. Het is een ode aan het eiland, een epos over de kunst.
Natuurlijk spreekt Jordens’ kunst door de woorden, maar veeleer door de vele composities die in het boek staan afgedrukt. Daarmee is het een catalogus, een overzicht van zijn werken gemaakt op en door Schiermonnikoog. Het plezier van vormgeven straalt ervan af, druipt als het ware van de bladzijden. De werken schijnen nog nat van emotie, lijken pas zojuist geschilderd met jeugdige overmoed. Jordens wilde geen kindertekeningen maken, maar tekenen met natuurlijke expressie. Hij wilde terug naar dat aangeboren vermogen dat voor een volwassene in die vorm niet meer toegankelijk is, waarbij de natuurlijke afbeelding het aflegt tegen de innerlijke ervaring. Hij vond deze zeggingskracht in de abstractie.
Niet alleen komt Schiermonnikoog als inspiratiebron naar voren, ook is er een korte levensbeschrijving en aandacht voor andere vormen van uitdrukking in de kunst. In zijn werk als tekenleraar kon Jordens zijn idee van kunst voor kinderen, kunst door kinderen, kwijt. “Kinderen leven in een primitieve gedachtenwereld”, vond hij. “Ik ben daarom altijd huiverig geweest om met kunst bij ze te komen. Weten zij veel van impressionisme en kubisme? De geraffineerde kijk van ons ouderen is hun vreemd. Maar… ze maken zelf kunst. (…) Aanvankelijk vertellen zij, al tekenende, van hun innerlijke ervaring eer dan van wat hun oog zintuiglijk waarneemt.” En dat is waar Jordens zelf uiteindelijk ook op is uitgekomen: op het weergeven van het wezen van de dingen. Er zijn aanknopingspunten, er blijven herkenningsmomenten, ingevingen van figuratie. Maar de echte beleving van het bepaalde moment op die specifieke plaats kan alleen in de werken ervaren worden door open te staan om in te voelen en aan te voelen. En dat kan door het boek door te bladeren, de ogen de kost te geven, de woorden te overwegen. Meer dan de andere Ploegschilders spreekt Jan Jordens tot de verbeelding, mijn verbeelding.
De Ploeg op Schiermonnikoog. Peter Jordens. WBOOKS, 2025.

Leave a Reply