In het najaar van 2008 maakte ik voor de Friesland Post een reportage over de Fryske Passie. Met Jan Rot, Eppie Dam en Gerben van der Veen had ik gesprekken. Dit artikel dat in de editie van januari 2009 in het maandblad stond, werkte ik om naar een verhaal voor de Heerenveense Courant. Dit artikel verscheen in maar 2009 in deze wekelijkse krant.
Na tien jaar Mattheus Passion zocht Gerben van der Veen een uitdaging in de traditionele zetting van dit monumentale klassieke muziekstuk. “Het was tijd voor iets anders”, zegt de Heerenveense dirigent strijdvaardig. “Ik wilde het werk met een kleine bezetting en een barokorkest uitvoeren. Dat had ik al eerder gedaan met de Johannes Passion. Op dat moment, nu een jaar geleden, kreeg ik een e-mail van Eppie Dam met een bladzijde uit zijn Friese vertaling van de Mattheus. Het sprak me meteen aan.” De uitdaging was gevonden.
De noten van Bach staan nog op de juiste plaats en hebben niets aan intentie verloren, maar de getoonzette Bijbeltekst is meer van deze tijd. Dam gebruikte voor zijn vertaling de Nederlandse hertaling van de Duitse woorden door Jan Rot. “Begin jaren tachtig had ik al het plan om de Mattheus Passion uit het Duits in het Fries te vertalen”, vertelt Eppie Dam, “maar toen beschikte ik nog over onvoldoende taalmacht en Fries idioom. In de jaren negentig deed ik een nieuwe poging, maar intussen vond ik de Duitse tekst te zwaar en te hermetisch. Dat veel buitenkerkelijken en ongelovigen erdoor worden aangesproken komt door de fenomenale muziek van Bach. Het verhaal nemen ze dan graag voor lief.”
“Het gaat mij om de muziek!”
Vanaf het allereerste begin geloofde Dam in de versie van Jan Rot. Hij vindt dat die getuigt van een eigenzinnige maar uiterst liefdevolle visie. “De kracht van Rot’s hertaling is dat hij het verhaal niet voor lief neemt, maar het juist wil vertellen”, is Dam van mening. “Het lijdensverhaal van Jezus is weer actueel en menselijk.”


“De Mattheus is geschreven en wordt bedoeld als een passie om het evangelieverhaal te verduidelijken”, licht Jan Rot toe, die zo heeft hertaald dat de woorden toegankelijk zijn voor een breed publiek. “Meer dan tweehonderd jaar later komt dat in je eigen taal heel helder binnen. Door het slopen van de taalbarrière, en de tijdbarrière, hoor je de muziek veel duidelijker en begrijp je waarom die heftig is: omdat het boze priesters zijn. Het gaat mij om de muziek! Anders ging ik wel boeken vertalen. Juist de muziek wint veel van de oorspronkelijke kracht in mijn hertaling.”
Langdurig groeiproces
In expressie zijn meer nuances te leggen met een kleine groep. Van der Veen weet dat een groot koor allure heeft en imponerend kan zijn. “Ik was jaren gewend bepaalde intenties te leggen”, zegt Van der Veen, “maar in de nieuwe versie bijvoorbeeld, loopt de verhaallijn in de koralen door. Bij Bach zijn het losstaande reacties, overpeinzingen door het koor. Bij Rot en Dam krijgen de koralen een heel andere lading. Als dirigent moet je natuurlijk zorgen dat alle noten er zijn, maar minstens zo belangrijk is het om te bepalen welke accenten je legt en wat voor karakter je naar voren haalt. Dat is een langdurig groeiproces.”

Hij had ook kunnen besluiten de Rotmatteus uit te voeren, maar Van der Veen heeft moeite met het Nederlands op de noten van Bach. Die taal heeft minder poëtische waarde vindt hij, het Fries is meer krachtig, kleurrijk en beeldend. Het komt heel dicht bij de felheid van het Duits.
Zoekgeraakte evenwicht hersteld
De dirigent zoekt niet enkel de uitdaging in de memmetaal, maar ook in de kleinere bezetting van koor en orkest. Kamerkoor Capella’92 van Centrum voor de Kunsten a7 aangevuld met enkele gaststemmen, een kinderkoor en barokorkest Florilegium Musicum.
“En dan zijn er nog vijf scholieren van het Bornego College die met ons meedraaien”, vult Gerben aan. “Ze hebben muziek in hun examenpakket en krijgen bij ons de unieke kans om een monumentaal werk als de Mattheus Passion van zo dichtbij mee te maken.”

De Fryske Matteuspassy heeft op zaterdag 28 maart 2009 de première in de Grote Kerk van Leeuwarden. Een dag later zal het Fries op de noten van Bach klinken in de RK kerk van Heerenveen.
“Veel toehoorders respecteren het verhaal, maar hebben er verder weinig mee,”vindt Eppie Dam. “Zij worden nu met het verhaal geconfronteerd. Want het mag uit betrokkenheid of ergernis zijn, de Rotmatteus dwingt tot de punt van de kerkbank. Het zoekgeraakte evenwicht tussen tekst en muziek is door Rot hersteld.” Het is een luisterpassie, vooral om de mensen wakker te schudden.
Hart en ziel gegeven
“Ik heb heel goed gekeken wat er stond”, zegt Jan Rot, “maar ook weloverwogen dingen veranderd. Er zitten een aantal saaie stukken in de Bijbel, daar voel je dat Bach alle zeilen bij moet zetten om het interessant te houden. In mijn Nederlands komt de kruisdood heftig aan. Dat is echt verschrikkelijk, het doet pijn.”
Rot was zich er voortdurend van bewust aan iets bijzonders te zitten. Geen heilig huisje, maar meer een kathedraal. Een nationaal bezit. Een grote bek en veel moed had hij daarvoor nodig, en weemoed. “Ik heb werkelijk hart en ziel gegeven. Over elk lidwoord is wel vier keer gewikt en gewogen. Maar je moet niet aan de noten van Bach komen. Er zitten wel wat lichte tonen in, zoals ik houd van grapjes op een begrafenis. Dat geeft lucht om daarna extra hard toe te slaan.” En tot slot: “De allermooiste uitvoering, voor de eeuwigheid, dat blijft gewoon de Duitse.”
Heerenveense Courant, 26 maart 2009


Leave a Reply