Museum Belvédère bezit een schilderij dat maar moeilijk in samenhang met andere werken uit de collectie getoond kan worden. Het zal overigens niet het enige kunstwerk in de collectie zijn dat meestal achterblijft in het depot en maar zelden zichtbaar is voor het publiek. Maar deze specifieke eenling krijgt toch met enige regelmaat een plek op zaal, omdat directeur-conservator Han Steenbruggen het zo mooi vindt. Het betreft een werk van Anne Marie Blaupot ten Cate en toont een dromerig geschilderd portret van twee vrouwen. Geschilderd in haar Parijse jaren, schrijft Steenbruggen in het voorwoord van een biografie over haar leven: “(…) alles zoveel zachter en subtieler op elkaar afgestemd. Die ritmische opeenvolging van ogen, monden, schouders en armen, het versluierde coloriet en de donkere accenten rond en boven de figuren. Het zijn die beeldende middelen waarmee ze de melancholie in de blik van de twee vrouwen diepere betekenis geeft.”


Dit schilderij is min of meer het vertrekpunt om een avontuurlijk verhaal over haar leven te schrijven. Hoewel deze “Twee vrouwen” een ingetogen karakter hebben, geldt dat zeker niet voor de maker ervan. Anne Marie Blaupot ten Cate, geboren in Nijehaske onder de rook van Heerenveen, dreigt een vergeten kunstenaar te worden. Althans: zij verdween mogelijk anoniem in de vergetelheid van de kunstgeschiedenis. Wijlen Susan van den Berg verdiepte zich in leven en werk van Blaupot ten Cate, maar kon deze beschouwing niet afmaken vanwege haar plotselinge overlijden in 2023. Van den Berg had al eerder in een boek aandacht gevraagd voor een onopgemerkte kunstenaar: Hanny Korevaar. Kunsthistorica en publiciste Van den Berg, nog maar net aan Museum Belvédère verbonden als conservator, stond bij leven bekend om haar nauwgezette studie van de kunst en de kunstenaars waarover zij schreef. De uitgaven van haar hand mogen kleine parels in de kunstbibliotheek heten. Van een biografie over Blaupot ten Cate is het echter niet gekomen en ook voor het samenstellen van een tentoonstelling ontbrak Steenbruggen aanvankelijk de moed. Niet meer nadat Hanneke Boonstra zich had gemeld. Boonstra wist niets van de plannen van het museum, maar werkte al aan een onderzoek dat zou uitmonden in een biografische schets en een bescheiden tentoonstelling.


Tussen figuratie en abstractie
In de schaduw van de kunstgeschiedenis leeft Anne Marie Blaupot ten Cate een heftig en bij tijd en wijle stormachtig bestaan. Hartstochtelijk op zoek naar erkenning, bewegend tussen grootheden die haar niet onopgemerkt voorbij lieten gaan. Tegelijkertijd ontwikkelt zij driftig een stijl die wordt omschreven als lyrisch expressionisme en later als intuïtieve abstractie. Wat haar bovendien bijzonder maakt, is dat haar werk nooit helemaal opgaat in één stroming. Ze beweegt tussen figuratie en abstractie, tussen Parijs en Noord-Afrika, tussen schilderkunst en textielkunst. Daardoor houdt haar oeuvre iets zwervends en ongrijpbaars — alsof het voortdurend onderweg is. Want zij is een wereldburger die nooit langer dan enkele jaren op één plaats verblijft en dikwijls terugkeert naar waar ze eerder was.
Haar leven en werk vormen een zoektocht naar vrijheid — eerst in de zichtbare werkelijkheid, later steeds meer in kleur, ritme en innerlijke beweging. “Een schilderij is ritme, beweging, klank en kleur”, zegt ze daar zelf over. “Zoiets als dansen.” De kunst van Anne Marie Blaupot ten Cate lijkt zich niet te willen laten vastzetten in één stijl of richting. Haar werk beweegt. Alsof het onderweg is naar iets wat niet volledig zichtbaar wordt, maar zich slechts laat vermoeden — dat er meer schuilgaat achter de afbeelding dan wat zichtbaar is. Eerst nog herkenbaar in mensen, steden en landschappen, later steeds vrijer in kleur, ritme en gebaar. Niet de werkelijkheid zelf wordt geschilderd, maar de adem ervan.


Door een intieme tentoonstelling achter in de westvleugel van Belvédère krijgt de museumbezoeker een glinstering te zien van het ritme, de beweging, de klank en de kleur waarvan Blaupot ten Cate zich bediende. Hoewel klein van opzet maakt de tentoonstelling groots zichtbaar waarom Van den Berg en later Boonstra haar uit de schaduw voor het voetlicht wilden brengen. De dromerige sfeer die zowel in het figuratieve werk als in de abstracties naar voren komt, zet zich af tegen de dreiging van het dagelijks bestaan. De zorgen en moeiten waarmee zij te kampen had, worden niet verwerkt in de schilderijen. Haar depressieve momenten, verloren liefdes, geldzorgen en de oorlogsdreiging krijgen geen plek in de overwegend montere verbeeldingen. Wel lijken de geportretteerde figuren in zichzelf gekeerd, melancholisch, haast hulpeloos in hun blik. Het kijken is doordringend en houdt de aandacht onwillekeurig vast. Deze fysieke openheid sluit de beschouwer als het ware op; de voorstelling magnetiseert het beschouwende oog.


Menselijk en zintuiglijk
Wat bij het werk van Anne Marie Blaupot ten Cate opvalt, is dat de vormen nooit hard worden. Zelfs wanneer haar werk richting abstractie schuift, blijft het menselijk en zintuiglijk. Alsof verf geen materiaal is, maar een gevoelslaag. Haar doeken hebben iets muzikaals; kleurvlakken raken elkaar zoals tonen dat doen in een compositie. Niet bedacht vanuit theorie, maar vanuit intuïtie. Je zou kunnen zeggen dat zij schilderde zoals een dichter schrijft: zoekend naar een innerlijke ruimte waarin de zichtbare wereld oplost in stemming, herinnering en beweging. Haar werk bezit daardoor iets nomadisch — alsof het nergens definitief wil aankomen. Parijs, reizen, textiel, licht, aarde en stilte vloeien er ongemerkt in samen.
“Ik kom steeds weer tot abstractie, maar is het dan geen uitvlucht? Abstracte kunst kan zo gemakkelijk zijn, dat is zeker. Met het rein abstracte kan ik nog wel wat verder komen wat ritme, kleur en compositie betreft. Maar ik geloof het toch te moeten zoeken in een combinatie van droom en werkelijkheid, van innerlijk beleefde emoties en sensaties.” De beschrijving die Hanneke Boonstra van deze kunstenaar geeft, is samengesteld uit de vele bewaard gebleven brieven. Deze memorabilia zijn voor biografieën van tal van kunstenaars een vruchtbare voedingsbodem gebleken. Hoe zou dat tegenwoordig zijn, in onze digitale tijd waarin men nauwelijks nog tot een geschreven brief komt? Blaupot ten Cate heeft vele kantjes volgeschreven om het thuisfront van haar wederwaardigheden in en door de wereld op de hoogte te brengen. Haar doen en laten, haar leven en werk.


Het is een onstuimig leven dat zich nauwelijks laat beteugelen. Zoveel maakt de lezer op uit deze uitgave. Maar dat heftige bestaan, het leven levend tot het gaatje, vindt nauwelijks weerslag in haar schilderijen. Tussen alle drukte door lijkt het schilderen een rustpunt te zijn geweest. Een stiltemoment. En nog werkt dat zo wanneer ik in het museum langs haar werken loop. De manier waarop het zijn in beeld is gebracht, zet aan tot nadenken. Natuurlijk zijn daar de weemoedige portretten, maar ook de dansende abstracties. “Abstract schilderen is eigenlijk een combinatie van stemmingen, die al werkend tot een schilderij uitgroeien. Pas later herken je dingen die je er onbewust hebt ingebracht.” Het onderbewuste speelt een grote rol in zowel het maken als het kijken naar de kunst van Blaupot ten Cate. Zij was een componist die muziek verdichtte in schilderijen. Als een dans over een kleurig podium. Zo zal de wereld haar herinneren.
Anne Marie Blaupot ten Cate. Een onstuimig leven. Auteur: Hanneke Boonstra. Uitgave: Waanders Uitgevers, 2026. Kamerpresentatie Museum Belvédère, 21 februari tot en met 7 juni 2026.

Leave a Reply