Mijn wilsbeschikking als gelukkig mens

Voorin, het staat er, zwart op wit gedrukt: Voor Harry. Twee bladen daarvoor staat met de hand geschreven: Voor Jurjen. Het is van mij, voor mij. Deze dunne gedichtenbundel, dik genoeg om er in te verdwalen, lijvig als het leven. Na de inhoudsopgave en zes regels van de Harry van Doveren val ik meteen met mijn neus in de ranzige boter. Schrijfster dezes, de poëte Kine Brettschreider, slaat met pen en papier wild om zich heen – het recept om te lezen doorregen met opiaten en opioïden. Direct is al duidelijk dat het minder duidelijk is. Dat het verkeerde been wordt uitgestoken, waarover ik als een ezel meerdere malen struikel. Desondanks houd ik de opdracht in het achterhoofd: “we willen dat iedereen ons zonder misverstanden begrijpt / misschien is het goed om eens te zeggen dat onze levenslust / zich afzet tegen de onveranderlijkheid van verveling”. Waar las ik dat eerder?

De dichter geeft aanwijzingen hoe dagelijkse dingen tegemoet te gaan. Korte notities als boodschappenbriefje voor de supermarkt van het leven. Harry, zo zou je kunnen zijn. Maar ik voel me aangesproken. Ze had het toch voorin geschreven? Maar de bundel is geen recept voor mijn leven, het is het voorschrift waar de dichter zich aan wil houden. Probeert te houden. Daaruit kan ik mijn eigen voordeel trekken. Want, maakt de kunstenaar niet vooreerst het kunstwerk voor zichzelf? Later, wanneer een gevoel overeenkomt met de kijker wordt een juiste snaar geraakt, klinkt het vertrouwd en kan het de wereld in.

Aandacht en geduld

Weeszinnen, lees ik, die kop noch staart lijken te hebben. Losse woorden, rondgestrooid dat het gedrukt staat. Maar tussen de regels door, zelfs tussen de woorden door, vallen er verbanden te ontdekken – relaties te leggen. Kine vermeldt veel niet, laat ruimte om te associëren. Alles klopt echter, valt niet uit elkaar maar past aan. Poëzie lezen vraagt aandacht en geduld. Sterker nog: als je een gedicht na één keer lezen meteen kunt doorgronden, dan is er iets mis met de poëzie of met de lezer.

hortensia

Dat Kine de hortensia als springplank neemt om een theebloem te worden is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Die bloemen fungeren in de bundel niet alleen als planten, maar ook als symbolen voor verschillende manieren van in het leven staan. Het is een dichterlijke hang naar harmonie, vrede en liefde. Door alle manieren te vinden om de plant te bemesten, te kruisen en te cultiveren is ze feitelijk bezig de wereld zichzelf te laten worden. Alle menselijke besmettingen te doen verdwijnen en terug te keren naar de hof van Eden. Het paradijs op haar vierkante meter onder dak in de kas of het atelier, de keuken. Nadat ze alle variëteiten in overvloed heeft uitgeprobeerd moet ze constateren dat het een onmogelijk streven is de wereld te veranderen door bij zichzelf te beginnen. Ondanks de aandacht te laten groeien om te verbinden kan zij in het diepst van haar gedachten geen waardevolle relatie opbouwen.

De theorie loochent de praktijk. In schoonheid is ze harmonieus oprecht, zoals de hydrangea. Ze richt zich op de enkeling, niet op de samenhang van onderdelen als in de bloomingteaflower. Ze dreigt erysimum te worden, derde keus, maar ze bezit veerkracht hoewel ze zich in de achtergrond het best op de plaats voelt. Dat is een aanname gezien het pseudoniem dat ze bezigt. Ze wil floreren vanuit haar eigen basis, zonder de behoefte aan applaus. Voor het voetlicht treedt ze met poëzie die is opgeslagen in dichtbundels. Dus waarom zou ze zich verontschuldigen geen theebloem te zijn. Waarom zal een dichter zich überhaupt pardonneren voor wat hij of zij niet is of juist wel wil zijn. De lezer verdicht lyrisch het bewustzijn om de geest te personifiëren.

theebloem

Kine geeft meermalen in haar verzen een opsomming van wat te doen, hoe te zijn. Waarom op aarde te zijn. In de geest van alter ego Ig is niet alles ijdelheid, integendeel. Ig lijkt daarbij zowel een personage als een afsplitsing van de dichter zelf, een stem waarin verschillende kanten van haar persoonlijkheid samenkomen. Ze bestaat uit diverse perspectieven, van verschillende kanten te bekijken. Een legering van gedachten, dus wel een theebloem. In Ig komen alle genen van Kine samen. Ik zie dat voor me, een bolletje met jasmijn, roos, goudsbloem en lelie. Een boeketje dat je schenkt als blijk van waardering. Voor Jurjen.

Iets moet er gebeuren

Na 22 jaren in het leven maakt Ig het testament op van haar jeugd. De wilsbeschikking staat er echter al na drie weken. Want Ig kent geen leeftijd, heeft geen grenzen. Voelde zich eerder een trekpoptt, Kine trok aan de touwtjes. En dat doet ze nog steeds, want Ig leeft voort buiten het diepst van haar gedachten. Wat heerlijk om zo gemaskeerd het leven tegemoet te treden. “de tijd vliegt niet zonder betekenis / iets moet er gebeuren / het weigeren / het kwetsen / / / doorgroeien en iets zeggen / geen lege loods zijn / waar iemand wanhopig rondrent

kine brettschreider, ig

Het wereldgemiddelde, de doorsnede van de mensheid, vindt het helemaal niet zo gek om het hoofd eens helemaal leeg te maken. Woorden en klanken die in de weg zitten uit te schrijven, van je af te schrijven, uit te spuwen. Dat braaksel heeft die Harry bijeen geveegd om poëzie, die zich niet als gedichten laat vermommen, uit te drukken. Geen fastfood, maar krachtvoer. Deze Kine doet dat eens netjes over op een meer gestroomlijnde en overdachte wijze. (Leven onder één dak maakt van de een en de ander een twee-eenheid.) De tweede lezing bij het lezen van gelukkig de mens stuurt het woordenboek iedere kant op die Van Dale maar voor mogelijk heeft gehouden. De eerste lezing is behoudend als een psalmboek. Echter het is een zaak van de bewuste klok en de onbewuste klepel. De bestaande tekst naar je hand zetten voor de goede verstaander onaf te maken.

Ik meen er fragmenten uit melodieuze liedteksten in te herkennen, die hier een andere betekenis hebben om aan de context te rammelen. Concrete observaties krijgen plots een vervreemdend karakter. Lichamelijk, alledaags en licht ontregelend. Het verklaart zichzelf niet volledig, het blijft rondzingen in beeldklanken. Die vervelende feedback piept en bromt mij tussen de oren. Zo kan ik dit dichtwerk vergelijken maar niet verklaren. Misschien is dat uiteindelijk ook precies de bedoeling van deze bundel: niet begrepen worden als een rekensom, maar ervaren worden als een toestand. Daar ik niet telkens besef wat ik lees, zingt het begrip vervelend rond in mijn hoofd. In de gelaagde poëzie lijkt de schijn te worden opgehouden. Schijnt het lijk uit de kast te komen. Maar ik kan die kast maar niet van het slot krijgen. Ligt de sleutel onder de mat of in de bloempot, achter het behang geplakt of boven de deur op het kozijn gelegd. En dan blijkt de kast helemaal niet op slot te zitten, ik kan zo bij de inhoud – het lijk aanraken en betasten.

Een boekje open

Begrijp ik wie of wat Kine is, denk ik haar persoonlijk te kennen, dan kan ik een vinger achter haar verantwoording krijgen. Dan vallen de woorden als een puzzel in elkaar, passen mij de regels en stemmen de zinnen overeen waar ze eerder dachten niet aaneen te sluiten. Het dichtwerk correspondeert met mijn geestelijk zijn. De brief is in duidelijk handschrift opgesteld. De dichter doet met deze bundel een boekje open. Het is een uiterst persoonlijk geschrift. In ‘sexo’ komt ze bij haar zeer toegewijde persoonlijkheid. Het is een ode aan haar derde keus, de Harry van de opdracht. Gedurende de bundel groeit hij uit van een naam in een opdracht tot een voortdurend aanwezige figuur in de achtergrond van de gedichten. Met hem wil zij door tegen wil en dank, tot de dood hen scheidt. Hij is haar icoon, idolaat maar niet overdreven schrijft ze hem voor zich uit in iets wat een toekomstig liefdeslied zal zijn. Harry wikt de woorden, waar Kine de tekst beschikt. “we wilden al vroeg terug de aarde in / meer nog dan dat we dieren zagen in de wolken / ik leverde dertien jaren in om even oud te zijn met jou / voor een minder moeilijk later of zullen we hand in hand” (…) “we zeggen We doen alle steden op dezelfde manier / daklozen in twee huizen waar we niet wilden zijn”

De twee beelddichten – nee, geen klankdichten, tralala – ter illustratie in de bundel vormen een verhelderend verkapte rebus overgoten met humor om de serieuze inval te verluchtigen. Hier kan mijn geest voor een moment het voorgaande overdenken en me voorbereiden op wat komen gaat. Als in de stille meditatie tijdens het avondgebed, de vesper. Contemplatief glimlach ik fluisterend bij ‘mama’. De jonge Kine, toen nog Angeline, weet niet wat te tekenen en vraagt mama om raad. Het advies is: teken maar een huis. Waarop de actie: een gearceerde cirkel. Tegendraads zoals de dichtbundel afwijkt van het rechte pad der poëzie. Ik houd ervan. Het is mijn wilsbeschikking als gelukkig mens.

kine brettschreider – sorry dat ik geen theebloem ben / vrede dat waren marsen. gaia chapbooks #46, 2026

kine brettschreider, gaia chapbooks

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *