De X-factor van Marc Fabels

Hoe kan ik de schuld krijgen omdat ik niet zie dat ik blind ben. Ik vertaalde vrij de titel van de verder Nederlandstalige dichtbundel van Marc Fabels. Ik probeerde de tape van het omslag los te trekken. Maar ik kon er letterlijk geen nagel achter krijgen. Die paarse plakband is onderdeel van de smoezelige tekening, maar zo realistisch aanwezig dat het net echt is. Die afbeelding van de tape daagt mij uit verder te kijken dan mijn neus lang is. Te doorzien waar het figuurlijk over gaat in de bundel. Maar hoe kan ik de schuld krijgen omdat ik niet zie dat ik blind ben. Blind ben voor de gedichten van Marc Fabels, als ik al ergens de schuld van moet krijgen. De vraag waar het grenzeloos vertrouwen was in de goedheid van zelfs de allergrootse klootzakken, blijft daardoor groezelig. In dat gestelde probleem, waarmee Fabels met de deur in huis valt en dat als een rode draad door de bundel loopt, maakt de dichter zich kwaad en vloekt ongegeneerd. Alsof een verwensing het antwoord kracht bij zet. De retorische vraag zet meteen de toon. Als je maar de juiste woorden sprak. Als ik de ogen maar opende om de poëzie van Marc Fabels te doorzien. Blijf ik blind voor zijn regels, dan vind ik ook de juiste woorden niet. En krab ik vruchteloos de tape af van de doornig getekende bloemen. Week ik echter de woorden los van de zinnen dan laat ik de tekst me wel bekomen.

De X die groot op het omslag prijkt, is veel meer dan een grafisch motief. Zij staat voor de blinde vlek, het kruispunt, het onverklaarbare en het ontbrekende. In woorden die titels vormen als crux, lux, rex en jinx fungeert zij als een soort magnetisch middelpunt waarrond de gedichten zich bewegen. De bundeltitel – how can I be blamed for failing to see that I’m blind – maakt van die X uiteindelijk een teken van het niet-zien: niet de onbekende die opgelost moet worden, maar de blinde plek die zich niet eenvoudig laat opheffen. Alles in deze bundel draait om de vraag wat het betekent om niet te zien dat je niet ziet. De X blijkt het punt waar al deze motieven samenkomen: het niet-zien, het zoeken naar betekenis, het afbreken van zekerheden.

De blinde vlek

Blindheid en niet-zien vormen een paradox: hoe kan ik verantwoordelijk worden gehouden voor het niet opmerken van mijn eigen onvermogen om te zien? De bundel voelt autobiografische kwesties aan de tand. Het bekentenisachtige aspect krijgt hier een universele lading. Het ‘ik’ spreekt weliswaar vanuit een persoonlijke ervaring, maar de blindheid waarover het gaat blijkt een menselijke conditie: niemand ziet zichzelf volledig. “Vind maar eens de juiste woorden die niet / iedereen al gebruikt of op zijn minst / een volgorde die recht doet aan je / onverwoestbare ijdelheid” Dat is waar ik ook mee stoei: de juiste woorden vinden en deze op volgorde zetten om, in dit geval, een dichtbundel juist te omschrijven. De letters in woorden te passen om wat staat geschreven te waarderen. “Vind maar eens een zin die niet / per seconde verandert, verdwijnt of / raadselachtig zwijgt / – liever staar je je / blind op het wit tussen de woorden alsof / de verlossing van al je voorgeprogrammeerde / dromen zich zal openbaren in een flits”. Fabels heeft mijn aandacht met dit eerste gedicht meteen te pakken. Ik lees mezelf erin: “vergeet het maar / zo uitverkoren / ben je niet”.

Met de handen in de ogen

Zijn gedachten meanderen rond afkeer en passie. Bloeien als de door hem getekende bloemen. Prikken als de doornen van die afgebeelde distels. En verdorren wanneer de concentratie verslapt. Fabels overdenkt zichzelf, bekijkt de man in de spiegel en vindt er het zijne van. Wie is de duivelskunstenaar die in gedachten alles tot goud laat worden? Wanneer hij maar de juiste woorden vindt. De X staat voor een woord dat onvindbaar is. Te mysterieus om de X in woorden te vangen. Het lijkt alsof de betekenis ervan is weggevallen, dat Marc Fabels in deze bundel zichzelf weer zoekt. Met de handen in de ogen wrijvend probeert hij in zijn eigen blik, herinnering of blindheid door te dringen. “wat heb je nou / eigenlijk gedáán / wát heb je nou / eigenlijk écht / gedaan / waar je niet / jaren later / met schaamte / voor het verkloten / van zo veel tijd / op terugkijkt?” Precies dat is het algemene in zijn teksten. Vraag ik me dat ook niet af waar ik mijn kostbare tijd ooit eens mee heb verkankerd.

In de kleine bundel, slechts 11 poëtische expressies, gaat het om niet-zien en het onzegbare. Steeds opnieuw keert hetzelfde probleem terug: zien wat zich onttrekt aan het zien. Om non-existente X-files waarvan de crux een exit strategy is. Een spel met de taal om het onzichtbare te beschrijven. Het verscholen ego in het licht te zetten, zodat ik als lezer in dat geheim kan doordringen. Er mezelf aan kan spiegelen, me erin verliezen, omdat het zo dicht bij mijn eigen identiteit ligt. Het is weinig dichters gegeven om zich zo nauw met hun lezers te verbinden. Althans in mijn geval raak ik aan de poëzie van Marc Fabels. Het doet me wat en zet mij aan de juiste woorden te vinden. De woorden die recht doen aan het schimmellinnen en het bladdergoud, de stapelzinnen en de hapertaal – broze beelden, loze woorden. Zelfs de allergrootste klootzak bloeit erbij, iets breekt in hem wanneer hij halverwege de bundel tot inkeer komt: het boekje niet terzijde schuift maar juist met stijgende belangstelling tot het einde leest.

Exit strategy

Het einde. Ook dat beschrijft Fabels. De titel ‘exit strategy’ roept de gedachte aan een geregisseerd vertrek op. In de context van de bundel kan die uitgang worden gelezen als een metafoor voor sterfelijkheid of dood. In dat meedogenloze vogelperspectief, de geest hangt boven de dode man, ziet de dichter zijn eigen afscheid aan. “ik zag heus wel hoe / de letters die je sprak / zich radeloze mieren rond / de genadeloos dichte kist / wisten terwijl ze woorden / wilden zijn maar toch / moet ik zeggen / heb je mooi gesproken / alles wat je vertelde / is exact / hoe ik was” En precies zo lees ik hem: zoals hij was, zo ben ik.

How can I be blamed for failing to see that I’m blind. Marc Fabels. Dichtbundel. Uitgave Paper Crown, 2026.

Marc Fabels

Reacties

Één reactie op “De X-factor van Marc Fabels”

  1. Marc Fabels avatar

    Gelezen, en ik vind het fantastisch! Je ziet en legt verbanden tussen vorm en inhoud die ik zelf nog niet zo scherp wist te articuleren. Ik raakte zowaar een beetje ontroerd aan het eind… Heel erg veel dank, Jurjen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *