Wie wat bewaart, die heeft wat. En meestal is dat ‘wat’ een zolder boordevol herinneringen. Want wanneer je iets bewaart, is het over het algemeen niet makkelijk ergens afstand van te nemen of iets weg te doen. Dan lijkt alles van waarde en neemt niets te veel plaats in beslag. Ook al kijk je er nauwelijks meer naar om, je mist het wanneer het verdwenen is.
Maar eens komt het moment dat je zult moeten opruimen, ontzamelen. Een keuze maken tussen hetgeen blijft en dat wat weg kan. Want wat zal men ermee doen wanneer jij er niet meer bent? Bij leven kun je beter zelf bepalen wat van waarde is, wat minder belangrijk is en wat weg kan. Van waarde blijft op zolder of verhuist naar een lager gelegen ruimte. Wat minder belangrijk is, kan aan deze of gene die het interessant vindt om te bezitten worden geschonken. En wat weg kan, dat kan gewoonweg weg — worden weggegooid. In “Top Hole Records, 46 jaar eigenwijs” laten Josh Haijer en Jan Schlimbach letterlijk en figuurlijk zien waar verzamelen en ontzamelen toe kan leiden.


Het klinkt echter allemaal zo zakelijk en verstandig; theoretisch klopt het als een bus. Maar uit eigen ervaring weet ik dat schiften in de praktijk geen eenvoudige zaak blijkt te zijn. Mijn zolder puilt zo langzamerhand uit, om maar niet te spreken van mijn boekenkast. Zo zal de bovenverdieping van Josh Haijer er denkelijk ook bij staan. Hij is een verzamelaar. En niet alleen van stoffelijke zaken, maar ook van anekdotische herinneringen. Niet alleen fysieke spullen, maar ook mentale gedachten. Dus zal zijn bovenkamer ook wel een rommeltje zijn, denk ik.
Het is rond …
Om niet te vergeten heeft hij alles daarom op schrift gesteld, want je zult in de tijd maar iets kwijtraken of niet meer kunnen vinden — niet op de juiste woorden kunnen komen. En wat er aan te zien en te betasten materiaal was, werd gefotografeerd. Zo is een omvangrijke database ontstaan, die als vruchtbare grond heeft kunnen dienen waarop een forse boom kon groeien. Met een enorme kruin en veel vertakkingen; een groot wortelstelsel houdt het geheel in evenwicht. De stamboom van Top Hole Records.

Labelbaas Josh Haijer heeft samen met journalist Jan Schlimbach een boek gemaakt als catalogus van een leven in de muziek, want dat zijn de herinneringen waar het hier om gaat. Een verkapte autobiografie van zelf musiceren en het uitgeven van wat anderen lieten klinken. Een biografie van zijn label Top Hole. Of eigenlijk een bijbel waarin diverse boeken de eer aan het label en de baas laten, een heilig boek dat alle lof toezwaait aan een brutaal idee dat is uitgegroeid tot een eigenwijs product.
… er zit een gat in …
De lijvige uitgave — want een zolder vol spullen en een hoofd vol gedachten hebben ruimte nodig — gaat voornamelijk over het label Top Hole Records. Het boek is een prachtig naslagwerk over de geschiedenis van Top Hole, juist omdat het niet alleen de bekende namen behandelt, maar ook de vele vergeten bands uit de Nederlandse underground bevat. Niet alleen kan Haijer terugkijken en trots zijn op wat met het label is bereikt, Schlimbach weet ook uit veel van de mensen die er nauw bij betrokken waren een verhaal los te trekken. Zo is het boek “Top Hole Records, 46 jaar eigenwijs” feitelijk een bloemlezing van de Nederlandse alternatieve popmuziek vanaf 1980. Want Top Hole heeft geen eigen gezicht; je kunt het product niet in een bepaald genrevakje stoppen. Top Hole is bij wijze van spreken van veel markten thuis, maar vooral met die kramen die bij andere uitbaters niet gezien worden.

Josh Haijer vroeg zich op een goed moment af of ik het boek al uit had, zodat ik erover kon schrijven. Ik denk dat dit zo’n vier weken was nadat ik op de socials had vermeld dat het bij de fijne post in mijn brievenbus was beland. Maar nee, zover was ik nog niet, want Haijer had immers zelf al bij het 40-jarig jubileum een boek willen uitbrengen. Die intentie moest danig worden bijgesteld, want er was zo veel informatie en er waren dusdanig veel verhalen te vertellen. En eigenwijs als het label is, werd niet gekozen voor het volgende klinkende jubileum, maar ergens tussendoor: 46 jaar in 2026. Dus wanneer de samenstellers de tijd hebben genomen om een standaardwerk af te leveren, hoe zou ik daar dan binnen enkele weken over kunnen schrijven? “Maar ons boek heet niet Top Hole 47 jaar!”
… en het draait
Het lezen van kaft tot kaft neemt nogal wat tijd in beslag. Want het zijn me een herinneringen die er door het boek worden opgehaald. Natuurlijk via de artiesten die in de labelcatalogus staan, die ooit in vooral de Blue Tape Studio in Luinjeberd hun muziek hebben opgenomen. Top Hole grossierde niet in one-hit wonders of hoge noteringen; daarvoor was de muziek misschien te weinig toegankelijk voor het grote publiek. Hoewel er toch op de longlist namen staan die je daarop niet verwacht, namen die meer zijn dan alternatief. Illustere namen van voor de minder verwende massa duistere groepen. In het wereldje vermaard. Die, evenals het label waarop zij hun werk uitbrengen, dwars eigenwijs zijn en weigeren muziek te maken voor Jan en alleman. Behalve dan wanneer Josh’ band The Security op pad gaat als The Happy Tunes en de jaren zestig terug op het podium brengt. Van nostalgie kun je leven.


Top Hole is niet vies van een dosis humor en brengt de kortste song ooit uit. “Nee’s niks” van De Raggende Manne duurt zes seconden en krijgt in Hilversum vreemd genoeg overmatig veel airplay. Het “Mèh” van The Boegies werd door Kees van Kooten geprezen als “een hoogtepunt van de anarcho-poëzie”. Een nummer van iets meer dan twee minuten dat desondanks is uitgegroeid tot een van de meest legendarische punknummers uit de Nederlandse underground. Juist de combinatie van absurditeit, eenvoud en onvergetelijkheid bleek aantrekkelijk voor Josh Haijer om het op te nemen in de stal van Top Hole Records. Het is rond, er zit een gat en het draait – van opname tot plaat, van vinyl tot cd. Meer van deze obscure muziek maakt van het label een opvallend vreemde eend in de bijt. In het boek wordt die eigenaardige vogel van alle kanten aangeschoten en de zevende hemel in geschreven.
Als je niet doorgaat bereik je niets
“Top Hole Records, 46 jaar eigenwijs” is ook wel een handboek voor bands, beginnend of gevestigd, door de verhalen uit de eerste hand die erin staan. En een gebruiksaanwijzing voor hoe je een label opzet en inricht. Hoe het werkt bij opnemen, mixen, uitbrengen en distribueren. Alles wordt middels werkers van het eerste uur uitgelegd. Diverse bands die aan Top Hole zijn gelieerd passeren de revue en halen herinneringen naar boven. Sappige anekdotes maken het boek prettig leesbaar. En natuurlijk verluchtigen de vele albumhoezen, affiches, bandfoto’s en andere beeldende memorabilia de teksten. Verder staat de volledige catalogus beschreven en is er een tijdlijn in de kantlijn waar veel belangrijke en minder belangrijke onderwerpen naar voren worden gehaald. Groepen gebruikten Top Hole als springplank om in het diepe van een majorlabel te duiken. En artiesten die Top Hole gebruiken als laatste strohalm in een afbrokkelende carrière. Het is allemaal opgetekend in het door Josh Haijer zelf op een bijzondere manier vormgegeven boek; een parel voor de verzamelaar.

Ik stond aan de zijlijn. Was wel muzikaal actief, maar had niet de kwaliteit om opgemerkt te worden. Ik stond weleens op het podium van Het Pakhuis met een batterij percussie en speelde ooit met een punkband in de Blue Tape Studio. Ik werd ook eens gevraagd om op een klokkenspel het intro te spelen voor een beoogde Hollandse hit. Maar verder dan een opname in een Groningse studio en een drietal songs in de studio van de Wereldomroep in Hilversum is het niet gekomen. Herinneringen.
Top Hole Records, 46 jaar eigenwijs. Josh Haijer & Jan Schlimbach. Uitgeverij Passage, 2026.

Geef een reactie