“Je zult maar mens zijn; het is een heel gedoe.”

Vroeger wist ik wat ik later worden wou. Geen piloot of brandweerman. Later als ik groot was werd ik vrijgezel.” Waarom vrijgezel? Dat doet Midas Dekkers fijntjes uit de doeken in zijn biologisch-filosofische beschouwing “Het menselijk tekort”: een analyse van de mens en zijn natuur. Hij ontleedt het menselijk tekort niet als een handicap, maar laat juist zien dat het gebrek de charme van de mensheid vormt. Het tekort maakt de mens tot mens. De behoefte geeft de mens een reden om te leven. Zonder deficiëntie zou de wereld misschien volmaakt zijn, maar ook saai en levenloos. Juist het menselijk tekort blijkt de motor achter het succes van onze soort, zo betoogt Dekkers.

Volmaakt? Liever niet

Als kind wou ik volmaakt zijn”, stelt Dekkers eerder in dit boek vast. “Dat leek me een redelijk verlangen. Waarom zou je met minder genoegen nemen? Eenmaal volmaakt was je van alles af. Nooit meer klachten. Over al een tien voor. Vriendjes bij de vleet. Want altijd het zonnetje in huis. En in mijn uitspraken zo onfeilbaar als de paus.” In zijn navolgende uiteenzetting constateert de bioloog echter dat niemand volmaakt is en dat ook niet zou moeten willen zijn. Want volkomen foutloos maakt niet gelukkig, al schijnt dat voor iemand die gebrekkig is wel het hoogste goed te zijn. “Mij smaakt het overigens best, het leven”, leidt Dekkers zijn essay in. “Soms is het wat te zout, een enkele keer een tikje aangebrand, maar juist door de imperfectie goed te hachelen.

Midas Dekkers, Atlas Contact

Wees blij met het menselijk tekort”, oreert de bioloog. “Dankzij onze gebreken hoeven we ons nooit te vervelen. Het tekort is er niet om weg te werken maar om te koesteren. Als schlemiel is de mens me het liefst.” Okay, genoeg citaten. Laat ik zelf een poging wagen die imperfectie te doorgronden. Al zal ik dat niet zo kunnen verwoorden als deze gekscherend genoemde professor in de weetnietkunde. Hoe meer hij weet, hoe nadrukkelijker hij laat zien hoeveel er nog te bevragen valt. Zijn kracht schuilt niet in het geven van definitieve antwoorden, maar in het ontregelen van vanzelfsprekendheden. Hij doet dat met een indrukwekkende belezenheid en een biologisch inzicht dat hij lichtvoetig en met veel gevoel voor humor weet uit te drukken.

Een boek dat rood kleurt

Tijdens het lezen kleurt het boek rood, maar alleen in mijn verbeelding. Het fysieke exemplaar blijft onaangeroerd. Mijn aantekeningen bewaar ik in een digitaal bestand, waarin ik de alinea’s bijeenbreng die later om een nadere beschouwing vragen. Zo zet ik al lezend de bakens uit voor een recensie die nog geschreven moet worden. Want ik lees nooit alleen het boek, maar ook de recensie die erin verborgen ligt. Zoals het beeld al in de steen zit en er alleen nog uit bevrijd hoeft te worden. Het complete boek verdient aandacht, alle beweringen, formuleringen en stellingen zijn meer dan de moeite waard ze hier te citeren. Dus raad ik aan zeker het boek aan te schaffen, want ik hoef hier niet in herhaling te vallen. Dat zou mijn tekort als schrijver mistroostig duidelijk maken.

Met de bioloog op pad

Midas Dekkers is vooral bioloog, maar zeker ook een begenadigd verhalenverteller die zijn gehoor op de punt van de stoel krijgt. De bioloog verdringt echter in diverse alinea’s van het boek de filosoof. Ik zit in de klas bij meester Dekkers wanneer hij met vaktermen smijt en de natuur bij de naam gaat noemen. De vertelling lijkt meerdere malen van de hak op de tak te gaan, maar alles vloeit wonderwel naadloos in elkaar over; was je hier ben je in een volgende zin opeens daar en heb ik niets van de transitie gemerkt. Met Midas Dekkers als gids meander ik door het boek; losse eindjes worden moeiteloos aan elkaar geknoopt, zoals een cabaretier in een onemanshow zijn publiek aan zijn lippen krijgt. De tekst blijft vloeien, wat dat betreft komt Dekkers niets tekort. In tegenspraak met wat hij schrijft schijnt hem al het menselijke vreemd. In zijn boek staat hij boven de menselijke wet en bekijkt het gepeupel in vogelvlucht, in helicopterview. Hij stelt vast, vindt er iets van en maakt ons schlemielen daarvan deelgenoot.

Cornelis Cornelisz, De Zondeval

Het menselijk tekort komt op velerlei vlakken en momenten aan de orde. Het doorspekt het bestaan. Het leven is als een Franse schimmelkaas. De schimmel, het tekort, maakt de smaak – zout het leven. Een tekort is bijvoorbeeld het geloof, het vaste vertrouwen in een hogere macht. De religieuze God en Zijn aanbiddende volgers doorrijgen door het boek, telkens weer. Het lijkt de hoeksteen van de beschaving. Vanuit een uitgesproken biologisch wereldbeeld echter onderzoekt Dekkers de mens niet als een volmaakt geschapen wezen, maar als het resultaat van een evolutionair proces. Hij is de bioloog die vanuit de natuur de mens probeert te verklaren. Hij is niet de dominee die met een bezwerend opgestoken vinger de waarheid verkondigt. Als bioloog beziet hij de schepping door de bril van de evolutie. Daarbij legt hij mens en dier naast elkaar en ontdekt hij telkens weer verrassende parallellen. Dieren zijn soms net mensen en andersom: mensen zijn soms net beesten.

De smaak van het tekort

Eigenlijk zijn de dieren in de wereld het hoogste goed. Zij hebben zich aan het zijn aangepast, waar de mens aldoor het beter lijkt te weten. Die eigenwijze zelfingenomenheid maakt de mens tot de knulligste soort op aarde. ‘Waarom ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog merkt gij niet op?’ Het tekort van de ander wordt wel uit en te na bekeken, maar het eigen gebrek wordt over het hoofd gezien. Dekkers ziet dat in zijn boek, en ook daarbuiten in andere door hem geschreven publicaties, scherp aan en legt de vinger op de wonde. Vaak fluisterde ik “au” al lezende, op het moment dat de schrijver mij met zijn woorden prikte. Hij is geen zachte heelmeester die stinkende wonden maakt, maar Midas Dekkers zegt waar het op staat om zijn medemensen uit de tent van zelfgenoegzaamheid te lokken. Het tekort is geen probleem, maar je moet er niet teveel op varen. Met humor spreekt hij de waarheid. Met een cynische hamer slaat hij de spijker op de kop.

Mijn eigen tekort

Wanneer ik dan na de laatste zin in het boek voldaan mijn ogen sluit zie ik hem voor me, Midas Dekkers, al schrijvend achter zijn bureau, gniffelend bij iedere woordspeling en bedachte metafoor. Het moet een lust wezen hem te zijn. Ware ik niet al een heel eind onderweg in mijn leven, had ik vroeger als kind geen Ivanhoe of Winnetou willen zijn maar schrijver en Midas Dekkers. De wil was er, bioloog leek mijn vak, maar ik koos voor een pretpakket om in rap tempo van school af te zijn. Dus werd het de kunstacademie, want daar werd vrijwel iedereen aangenomen bij getoond talent voor het verbeelden van gedachten. Maar bij het lezen van zijn “Het menselijk tekort” begint dat manco toch te kriebelen. Van beeldend kunstenaar werd ik schrijver, maar Midas Dekkers zal ik nooit zijn. Dat is mijn tekort. Als mens.

Het menselijk tekort. Midas Dekkers. Uitgeverij Atlas Contact, 2025.

Midas Dekkers, Atlas Contact

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *