Christiaan Kuitwaard: waar stilte zichtbaar wordt

Hij heeft bij wijze van spreken vanuit de schaduw het vretende licht de ruimte gegeven. Op het moment echter dat dit licht alle donkerte had opgegeten veranderde Christiaan Kuitwaard zijn standpunt en breidde zijn gezichtsveld uit van het kopje op tafel tot het landschap bij Cornwall of de petgaten in De Deelen. Nog altijd is het licht wel de leidende factor en de verstilling het uitgangspunt. Dat is te aanschouwen in de tentoonstelling “Christiaan Kuitwaard – stilteschilder” in Museum JAN. In Amstelveen toont Kuitwaard een representatieve dwarsdoorsnede van zijn oeuvre. Het is derhalve een overzicht van ruim dertig jaren noeste arbeid in het atelier achter zijn huis in Oldeberkoop. Maar ook gaat hij wel het veld in om en plein air de stilte vast te leggen.

Licht dat stilte schept

Het licht dat schaduwen maakt van waaruit vormen opdoemen boeit Kuitwaard mateloos. Uit die vlakverdeling bouwt hij in eerste instantie zijn composities op, die schuren tegen de abstractie in de zin van versimpeling van het beeld. Door de werking van schaduw aangestoken door het licht komen voorwerpen aan het licht. Maar ook in de donkerte weet de vorm zich te manifesteren door een schijnsel op te vangen. Die tweestrijd, waarin het licht de duisternis ruimte ontneemt, voltrekt zich in stilte. Dat niet-geluid klinkt door in het werk. De serene stilte schreeuwt zich van de dragers.

Hoewel de tentoonstelling mensen trekt die zich willen wentelen in de stilte van Kuitwaard en zodoende afleiden van het ervaren ervan, kan ik mij concentreren op de werken omdat deze door vorm en inhoud de aandacht versterkt vasthouden. In iedere compositie kan ik mij laven aan wat de schilder met zijn werk verbeeldt. De stilte in zijn schilderijen straalt rust uit, of het nu de schittering van licht op water is of het rumoer van stammen in het bos, het rinkelen van kopjes of het ruisen van de wind. Alle drukte komt tot rust in de werken van Kuitwaard, zoals de tijd stopt in een schilderij. Het is een moment van contemplatie, alsof zich een vesper in het kunstwerk voltrekt: een verstilde ontmoeting van licht en donker.

In het getoonde overzicht ziet de beschouwer de schilder groeien in zijn werk. De ingeslagen weg lijkt een beperking te zijn, maar opent juist ongedachte perspectieven. Het licht speelt altijd een rol in de kunst bij elke kunstenaar. Zonder licht is er immers geen beeld en kan het penseel aan de wilgen. Kuitwaard echter gebruikt dat licht niet om de werkelijkheid uit te drukken, maar om een emotie vast te leggen. Ieder schilderij en elke tekening geven een gevoel bij het onderwerp weer. Een moment van ontroering dat de kunstenaar wereldkundig wilde maken. Het is zijn manier van communiceren. Zijn wil om duidelijk te maken dat gewone dingen heel bijzonder zijn. Het zijn de kleine dingen die het hem doen…

Het kopje en de schotel hebben van zichzelf al een bepaalde stilte in zich. Dat gebruik legt Kuitwaard niet vast, maar juist het nabeeld dat in het netvlies brandt en gezien wordt wanneer ik mijn ogen sluit. Dan opeens verliest het voorwerp de oorspronkelijke betekenis en leeft het dode ding. Water is van zichzelf nooit zo vlak als een spiegel. Er is altijd wel een rimpeling van wind of schittering van zonlicht, schaduw op en in het water. Kortom, water is voortdurend levend en in beweging. Christiaan Kuitwaard echter legt dat rumoer stil, maar behoudt de dynamiek. Het is alsof dat verbeelde water nog steeds kabbelt en klotst. Het is de kracht van de kunstenaar om beweging stil te leggen in versteende stroming; de beschouwer verplaatst de penseeltoets in gedachten.

Het ritueel van de maandag

Bij deze tentoonstelling is een derde deel in de reeks white box paintings verschenen. De 277 werken daarin opgenomen, de nummers 392 tot 668, worden integraal in het museum getoond. Uit nood geboren, schrijft curator Gijsbert van der Wal in zijn voorwoord. “Kuitwaard zat vast (…). Als op maandagochtend zijn echtgenote naar haar werk en zijn kinderen naar school waren, moest hij zichzelf weer aan het schilderen zetten en dat kostte weleens moeite – want wat dan precies, en hoe, en waarom eigenlijk.” Om zichzelf te stimuleren en activeren besloot hij op iedere maandag na die specifieke maandag in september 2010 een klein stilleven te maken. Daarvoor bepaalde hij de randvoorwaarden die na verloop van tijd werden opgerekt. Nog altijd echter moet het voorwerp, ook na nummer 668 van 30 oktober 2025, in één dag op papier of doek staan. Het is langzamerhand een ingesleten routine geworden die het schilderen als vanzelf op gang brengt.

Of zoals Gerbrand Bakker zijn zeer korte verhaal over een op de kop gezet kopje eindigt: “In mijn binnenste roert zich iets, precies zoals Kuitwaard met de white box paintings zijn werkweek in beweging zet.” Bakker is één van de elf schrijvers die hebben bijgedragen aan het boek. Ieder heeft een stilleven gekozen om er iets van te vinden. Het geeft een verrassende kijk op de serie werken. “In deze beker zit niets”, reflecteert Paulien Cornelisse. “Hij is leeg, al zou je kunnen zeggen dat de achtergrond het glas vult. En is de beker er zelf eigenlijk wel? Alleen de weerspiegelingen zijn te zien. Het is een herinnering van een beker die ooit ergens stond, die ooit door iemand helemaal werd leeggedronken.

De wereld opnieuw verbeeld

Voor het wekelijkse ritueel kan ieder voorwerp en elk ding in de huishouding worden gebruikt. Alles wat maar zijn blik kruist en waar zijn oog aan blijft haken, kan onderwerp van verbeelding worden. Het voorwerp maakt hij zich eigen, alsof het onder zijn handen opnieuw ontstaat. De serie is zo langzamerhand een kunstwerk op zich geworden, waaronder de kunstenaar zijn handtekening nog niet heeft gezet. Het is niet af en zal dat misschien nooit zijn. Het is dan klaar wanneer de maker uit de tijd gaat. Echter zal het geen punt zijn, maar een komma. Een onvoltooide compositie, als de Symfonie in b-klein, D 759, van Franz Schubert. Ooit aan begonnen maar nooit af hebben kunnen maken.

De stilte als monument

In een strak raster gehangen vormen de kleine schilderijen samen een monumentaal tableau, waarin de herhaling niet tot monotonie leidt, maar tot verdieping. De verstilde werken drukken zich rumoerig uit langs de wanden van JAN. De blik schiet alle kanten op en je kunt je nauwelijks concentreren op een enkel werk in de serie, omdat een andere afbeelding alweer de aandacht opeist. Tot rust kom ik bij de afzonderlijke werken uit het oeuvre van Kuitwaard. Zoals het zicht vanuit het atelier over de tuin naar het woonhuis. Geschilderd in elk jaargetijde met een eigen karakter van steeds hetzelfde beeld. Wat zal deze aanblik de schilder rust geven, turend door het raam de natuur van de wilde tuin in. Die contemplatie, dat beschouwend kijken, ligt in ieder werk besloten. In de essentie van het zien, uit de onderzoekende blik wordt een meditatief moment vast gelegd. Vrat het licht zich een weg door de schaduw; Kuitwaard laat de werkelijkheid goed smaken.

“Christiaan Kuitwaard – Stilteschilder”, tentoonstelling bij Museum JAN, Dorpsstraat 50 te Amstelveen. Van 11 april tot 13 september 2026. “277 WBP, 11 ZKV”, 277 white box paintings & 11 zeer korte verhalen. Uitgeverij Wijdemeer, 2026.

[zaalfotoos Eddy Wenting]

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *