Jan Henderikse: voorbij het etiket ZERO

Impressionisme. Cobra. ZERO. De kunstgeschiedenis is dol op etiketten. Ze scheppen overzicht, al is overzicht niet altijd hetzelfde als inzicht. Tijdens het bladeren door SUPER! rijst bij mij de vraag: waarom verrast Jan Henderikse mij, terwijl ik ZERO al dacht te kennen? Uit de getoonde werken blijkt dat ZERO voor Henderikse een vertrekpunt was, geen bestemming. Hij is weliswaar een van de gezichten van deze kunststroming, maar zijn werk ontwikkelt zich voortdurend. Zijn fascinatie is veel breder dan de esthetiek waarmee Nul meestal wordt geassocieerd. Hij verzamelt objecten en werkt met aan de kunst wezensvreemde voorwerpen. Zijn verzamelen is geen hobbymatige drang, maar een manier om de werkelijkheid te begrijpen.

Geen bestemming, maar een vertrekpunt

Henderikse verzamelt geen mooie dingen; hij verzamelt wat de wereld voortbrengt. Daardoor wordt zijn werk antropologisch. Hij kijkt naar wat mensen maken, gebruiken, weggooien en bewaren. Hij kiest uit een eindeloze stroom van spullen en dingen die wij gebruiken, liefhebben en even gemakkelijk weer afdanken. “Mij interesseert alles wat de mens beweegt“, zegt hij. De werkelijkheid vindt haar weg naar de kunst.

Jan Henderikse ontdekt in en door zijn werk de wereld. Niet romantisch, verhalend of anekdotisch, maar vanuit de overtuiging dat de werkelijkheid zélf kunst kan zijn. Het is geen commentaar op de wereld, maar een vorm van aandacht: een manier van kijken die het toevallige en onopgemerkte een plaats geeft in de kunst. Dat gaat verder dan de uitgangspunten van ZERO. Want Jan Henderikse past in ZERO, maar ZERO past niet helemaal in Jan Henderikse. Er is geen vakje waarin Henderikse werkelijk past.

De werkelijkheid anders zien

Het is bij Henderikse een kwestie van kijken. Kunst leert anders kijken. Niet naar het landschap, het interieur, het portret of het stilleven, maar naar de dingen waarmee wij leven. De dagelijkse voorwerpen verdienen volgens Henderikse meer aandacht dan wij ze gewoonlijk geven. Door ze te verzamelen en te ordenen houdt hij ons een spiegel voor. In die reflectie zien we onszelf. Is dat kunst? Jazeker. Niet omdat een bierdop of een kurk mooi is, maar omdat de kunstenaar ons dwingt aandachtiger te kijken. Schoonheid blijkt niet uitsluitend te schuilen in het uitzonderlijke, maar evenzeer in het alledaagse.

Jan Henderikse zoekt de emotie niet in een persoonlijk handschrift, maar in de werkelijkheid zelf. Hij zegt als het ware: kijk niet naar mijn gevoelens, maar naar de wereld. Die is al wonderlijk genoeg. Niet de grote emotie staat centraal, maar de spijker, de bierdop, de herhaling en het toeval. Zijn werk is geen protest om het protest, maar een uitnodiging om de werkelijkheid opnieuw te bekijken.

De werkelijkheid als materiaal

De recente aandacht voor de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers laat zien dat kunstenaars nog altijd de werkelijkheid als materiaal gebruiken. Toch is Henderikse geen Schippers. Waar Schippers de werkelijkheid ontregelt, laat Henderikse haar spreken. Antoon Melissen vat de kracht van Henderikses werk treffend samen: “Terugblikkend op een oeuvre dat ruim zes decennia beslaat, doet de veelzijdigheid maar weinig af aan dat wat het verbindt. Henderikse is schatgraver in eigen achtertuin en verplaatst de dagelijkse werkelijkheid met flair naar het domein van de kunst. (…) Het residu van ons dagelijks leven – spullen en dingen, troep en trash – confronteert ons ook met onze verlangens, onze onverzadigbare consumptiedrang en de vluchtigheid van het bestaan.” Meer dan een beschrijving van een oeuvre is dit een beschrijving van een manier van kijken. Henderikse toont niet alleen de werkelijkheid, hij leert ons haar opnieuw te zien. Niet door haar te veranderen, maar door haar te isoleren, te ordenen en een andere context te geven.

Henderikse verwoordt zijn werkwijze zelf misschien nog wel het duidelijkst: “Niet alleen in mijn assemblages, ook in de literatuur neem ik de eenvoudige dingen van het leven over en verhef ze tot kunst. Zoals mijn kurkenreliëfs – zo neem ik ook het Nederlands volkslied over en noem het mijn gedicht. Het zal dan onder mijn naam verdergaan.” De kunstenaar eigent zich de werkelijkheid niet toe; hij laat zien dat zij al betekenis in zich draagt. Ook Jan Schoonhoven zag dat scherp. Henderikse, schreef hij, “aanvaardt de werkelijkheid zoals deze zich aan hem voordoet. Hij voegt er geen commentaar aan toe, hij moraliseert niet en drijft nergens de spot mee. Het gekozen voorwerp blijft zichzelf en krijgt juist daardoor een nieuwe betekenis.” De voorwerpen blijven wat ze zijn; wij leren ze anders te zien.

Jan Henderikse, Antoon Melissen, Van Spijk Art Books

Dat maakt Henderikses werk nog altijd actueel. In een samenleving waarin spullen steeds sneller worden gekocht, gebruikt en afgedankt, nodigt hij uit opnieuw naar diezelfde voorwerpen te kijken. Niet als afval of gebruiksartikel, maar als dragers van menselijke aanwezigheid. Zijn kunst veroordeelt de consumptiemaatschappij niet; zij houdt haar een spiegel voor. De kunstgeschiedenis plaatst kunstenaars graag onder een noemer. Impressionisme. Cobra. ZERO. Zulke etiketten bieden overzicht, maar geen volledig inzicht. SUPER! laat zien dat Jan Henderikse weliswaar uit ZERO voortkomt, maar zich er nooit door laat begrenzen. Het etiket verklaart een deel van zijn kunstenaarschap, niet de kunstenaar zelf.

Jan Henderikse SUPER! Antoon Melissen. Van Spijk Art Books, 2026.

Jan Henderikse, Antoon Melissen, Van Spijk Art Books

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *