Het zwarte randje van het bruine goud

Ik ben een liefhebber. Dat mag ik wel eerlijk toegeven. Ik houd erg van chocola. Puur, melk, wit. Hoewel wit geen chocola is, zeggen de kenners. Met hazelnoten, boerenjongens, zeezout, toffee of nougat. Heerlijk, daar kun je me ’s nachts voor wakker maken, bij wijze van spreken. Chocola geeft me een goed gevoel. Alleen al de lekkere smaak en het smelten van chocolade in de mond zorgen voor een directe psychologische beloning en troost. Het past in mijn dieet om de wereld door een roze bril te bekijken. Maar het is oppassen met de calorieën en verzadigde vetten.

Dat ik een liefhebber van kunst ben, sluit hier mooi bij aan. Van realisme tot abstract, van Cobra tot Zero, van impressionisme tot expressionisme. Nee, daar hoef je me ’s nachts niet voor wakker te maken – beter van niet – maar ik maak bij daglicht graag tijd voor een voor mij oogstrelende presentatie waarvan ik een goed gevoel krijg. Nu wil het geval dat beide liefhebberijen op dit moment samenkomen in Museum Belvédère.

Het zwarte randje

De bitterzoete smaak van chocola. De kunst van Fransix Tenda Lomba. Die chocola mag dan wel een bruine lekkernij zijn, het heeft natuurlijk ook een zwart randje. Achter de zoete smaak van de cacaoboon schuilt een geschiedenis van kolonialisme, uitbuiting en slavernij. En ook vandaag is de productie van cacao niet vrij van kinderarbeid en armoede. Daar begint bij Lomba het bittere in de zoete smaak. Hij laat mij niet alleen naar chocolade kijken, maar ook zien wat erachter schuilgaat.

De figuren in zijn composities lijken van chocola. Van die Sinterklazen of Paashazen. Om in te bijten. Maar de adder onder het gras ligt op de loer. Het is te mooi om waar te zijn. Lomba laat wel degelijk de naakte waarheid zien, het zwarte randje aan het bruine goud. Verpakt in een veelkleurig papiertje; de sfeer zoals het verlichte Westen die ervaart van het donkere Congo, de geboortestreek van Lomba. Het is de buitenkant. In de gelaagde afbeeldingen houdt de kunstenaar zich groot, maar het verdriet is nooit ver weg. Ellende verpakt als lekkernij, hoe bitter wil je het hebben.

Bruin goud

Chocola. Zoet voor de één, bitter voor de ander. Zoet voor de consument die het in diverse variëteiten op de markt vindt. Bitter voor de mensen aan het begin van het productieproces, die krom liggen om met een zakcent afgescheept te worden. Chocola, het bruine goud. Alleen lijkt dat goud onderweg naar de supermarkt steeds meer waard te worden, terwijl degene die de cacao plukt er nauwelijks beter van wordt.

Die uitbuiting, die scheve verhouding, wil de kunstenaar symboliseren in beeldmerken die relateren aan cacao en chocolade. Le bon chocolat lijkt met hand en tand te worden verdedigd. Niet door degenen die de cacaobonen oogsten, maar door de producenten die er veel munt uit slaan. Côte d’Or schuift de olifant naar voren; Afrika wordt gezien als de producent van die cacaoboon waaruit het bruine goud wordt gewonnen.

De olifant

De olifant wordt zo een beeldmerk dat ongemerkt een hele koloniale en economische wereld met zich meedraagt. Daarom zien we de dikhuid terug in de composities van Lomba. Chocola is de wikkel waarin hij de koloniale geschiedenis en de postkoloniale samenleving verpakt, de economische relaties tussen Afrika en het Westen én de manier waarop grondstoffen zoals cacao wereldwijde netwerken van macht en afhankelijkheid creëren.

Niet meteen zie je die zwarte bladzij als je naar de vrolijke omslag kijkt. Het werk oogt opgeruimd, zoals in Congo zelfs van een triest feit een feestelijke gebeurtenis kan worden gemaakt. Maar achter de grijnzende grimas wellen de tranen. Dat is bij Lomba ook het geval. Als een boer met kiespijn.

Op de website van het museum lees ik dat hij in zijn werk bekende logo’s combineert met motieven die zijn ontleend aan Afrikaanse en westerse beeldtradities en dat hij historische figuren schildert die gedrenkt lijken in chocolade. Waar zijn persoonlijke geschiedenis en die van Congo uitgangspunt zijn voor zijn kunst, vormen cacao en chocola daarbij de symbolen van verbinding tussen continenten, tussen verleden en heden, tussen productie en consumptie én tussen mensen.

De felle kleuren in de setting van mens, dier, plant en boon zetten de beschouwer op het verkeerde been. Niet ndombolo zet de sfeer, maar de Congolese rumba. De composities drukken verdriet, protest en hoop uit. Ridders met sabel en speer staan model voor eeuwenlange onderdrukking, die voortduurt tot de dag van vandaag. Nog altijd wordt niet alleen de cacaoboon geroosterd en uitgeperst, ook de arbeider op de zongeblakerde plantage wacht eenzelfde lot. De uitbuiting is prachtig gesymboliseerd in de compositie Le choc est là, waarin de cacaoplukster iconische Delftsblauwe souvenirs in haar mand heeft verzameld. Het legt de link met Nederland, dat in het slavernijverleden zeker niet aan de zijlijn stond toe te kijken. Zo worden meerdere culturen door Lomba binnen het werk gehaald.

Hoewel chocolade geen Nederlandse uitvinding is, heeft Nederland er wel een bijzondere geschiedenis mee. Nederland verdiende historisch veel aan cacao uit de koloniale wereld, terwijl de mensen die de cacao produceerden daar niet evenredig van profiteerden. Als dank kregen ze aardewerken klompjes en molentjes, de Hollandse variant van kralen en spiegeltjes. Lomba kan zich daar nog altijd, tig jaar na dato, kwaad over maken en reageert dat af in zijn kunst. Het zijn echter geen boosaardige schilderijen. Om de boodschap klaar en duidelijk over te brengen, blijft hij zich op een vriendelijke manier uiten.

De wikkel

Ik zie niet letterlijk bloed, zweet en tranen, maar het lichaamsvocht sijpelt wel tussen de kleurige vormen door. In de beeltenissen houdt Lomba zich groot. Wanneer hij de angst en pijn werkelijk zou afbeelden, loop ik eraan voorbij en wend mijn blik af. De echte ellende is te confronterend. Daarom is die verpakt in mooie kleuren en esthetisch verantwoorde figuratie. Wie zich echter de tijd geeft en een moment langer tussen de werken verblijft, kijkt door die fraaie laag heen en merkt de verborgen boodschap. Zoals je in proza of poëzie tussen de regels door de verholen waarheid kunt lezen, kun je in deze gelaagde kunst de werkelijkheid peuren.

Hoewel geschoold in Amsterdam in de geest van een Nederlandse traditie, brengt hij toch zijn culturele roots in in de westerse kunst. Hij laat wat wij een primitieve beeldtaal noemen los op onze manier van vormgeven aan de verbeelding. Vanuit het oogsten van de cacaoboon kijkt hij op naar de consumptie ervan.

Hij kijkt als het ware over mijn schouder wanneer ik op de bank voor de tv zit te smikkelen van het bruine goud. Vanaf nu, na het bezoek aan zijn werk in het museum, zit hij als een duiveltje op mijn schouder en bedenk ik mij driemaal voor ik een stuk van de reep breek.

Mijn gemoed is bezwaard, mijn geweten ontaard. Bij iedere hap krijg ik de bittere smaak in mijn mond. Kan ik nog hard maken dat ik liefhebber ben? Kan dat nog met de wetenschap van nu? Lomba opent ogen. Met zijn kunst dicht hij de bevrediging.

Kamerpresentatie Fransix Tenda Lomba – De bitterzoete smaak van chocola. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 70, Oranjewoud. Westvleugel, van 20 juni tot en met 20 september 2026.

Fransix Tenda Lomba, Museum Belvédère

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *