Het is er het seizoen voor. Dat denk ik. Omdat deze maanden van september tot en met november voor zover ik me kan herinneren verbonden zijn met het fenomeen paddenstoel. Wanneer de bladeren van de bomen zijn gevallen, schijnt het moment daar voor de zwammen om deze netjes op te ruimen. De vochtig warme grond met nevel over de velden lijken de aangewezen omstandigheden voor deze schepsels. Geschonden takken en gehavende stronken geven onderdak aan de mysterieuze wezens die er zomaar uit het niets opeens zijn. Het spreekwoord klinkt daarom welluidend en correct: ‘als paddenstoelen uit de grond schieten’. Want gisteren waren ze er niet, maar vandaag staat er opeens een heksenkring in het groene gras.

Niet alleen herfst
Echter, niet enkel is de herfst het jaargetijde waarin de paddenstoel zich op z’n gemak voelt. In ieder seizoen kan hij de kop opsteken, hoewel elke tijd een eigen vorm van groeien heeft. Ik lees dit wanneer ik het bijzonder leerzame boek van Geertje Geertsma bekijk. De tekenaar heeft niet alleen een kunstboek afgeleverd, maar geeft samen met anderen in tekstuele bijdragen een biologieles over de paddenstoel. Geertsma zwerft al jaren door het Stadspark Groningen met haar ogen naar de grond gericht. Haar blik legt de magische wereld van de paddenstoel vast. Wat ze ervaart, van de gangbare Vliegenzwam tot de zeldzame Parasietbeurszwam en van het Gewoon Fluweelpootje tot het Knikkend kalkkopje, neemt ze mee naar haar atelier. Daar tekent ze uit de herinnering in fijne lagen wat ze heeft gezien. De paddenstoelen die ze op papier zet zijn dan ook niet naar de natuur getekend en daardoor onbruikbaar om de soort te herkennen. Maar wat geeft het, het is de schoonheid die herkend wordt.


De paddenstoelen die Geertje Geertsma tekent geven uitdrukking aan haar emotie bij het onderwerp. Ze werkt vanuit een theoretische grondslag, die haar kunst een diepere conceptuele gelaagdheid geeft. Het concept betreft hier het seriegewijs benaderen van het thema paddenstoel. Het boek heeft als titel ‘4 Seizoenen 100 Paddenstoelen’ en is opgezet rond het 100-jarig bestaan van het Stadspark. Geertsma vond daarin de aanleiding 100 soorten paddenstoelen en slijmzwammen te tekenen en als boek uit te geven. Inmiddels heeft ze er door haar gedrevenheid 17 bij gemaakt en moest het titelblad worden aangepast. Het grote boek heeft als extraatje een klein broertje gekregen. Bij dat miniatuurboekje heb je bijkans een vergrootglas nodig om teksten te lezen en afbeeldingen te zien. Het bevat 43 van de allerkleinste soorten uit de grote broer, maar dan op ware grootte samengebracht en niet sterk verkleind afgedrukt. Het is een literair kleinood naast de officiële uitgave. Een leuk hebbedingetje.
De paddenstoel is uitermate geschikt als decor voor een sprookje, als zitplaats voor de kabouter, als bankje voor de elf en als dansvloer voor de heks; de tovenaar brouwt er een drankje van. Het straalt iets geheimzinnigs af, heeft een mysterieuze bijsmaak. Misschien is het plotseling verschijnen ervan daaraan ook debet. En dat het zoveel verschillende verschijningsvormen heeft. Het overal de kop kan opsteken, geen plant is en geen dier, op zichzelf staat en niet in een vakje past.

Leren zien
Uit de tekeningen van Geertsma kun je de liefde voor het onderwerp zien en aanvoelen. Ze heeft oog voor hetgeen anderen zomaar ongemerkt kunnen vertrappen. De kleine leefwereld in het grote park. De wildernis onder mijn voeten, waaraan ik voorbijloop en die ik niet opmerk. Die kleine exemplaren in dat miniboekje zijn daarvan een sprekend voorbeeld. Want wie kijkt nu op of om naar bekertjes, kopjes, vingertjes en wieltjes van amper 1 centimeter groot. Op mijn tenen loop ik niet door het park of het bos, over de weide en het grasveld. Ook neem ik geen vergrootglas mee wanneer ik met de honden een wandeling maak. Men ziet mij niet liggen in het natte gras of op de drassige grond. Na het bekijken van het boek van Geertje Geertsma is de aandrang dat te doen wel groter geworden, is mijn nieuwsgierigheid gewekt om de natuur nader te beschouwen.
Geertje Geertsma doorkruist met een willekeurig plan het stadspark en speurt de bodem af naar de schoonheid van die omgeving. Haar wandeling lijkt op het schijnbaar ordeloos groeiende mycelium, het schimmelnetwerk dat de wereld bijeenhoudt. Het wortelstelsel van de zwammen vertakt zich kriskras ondergronds en verbindt de paddenstoelen met elkaar; het is haar navigatiesysteem. Tijdens die tochten slaat ze de zichtbare wereld op, maakt er foto’s van. Deze dienen als richtlijn, een geheugensteun, want ze tekent ze niet na. In haar hoofd heeft ze beelden gevormd die de basis zijn om te gaan tekenen. Ze verbeeldt wat ze zich herinnert, ze geeft beeld aan haar gevoel.
In haar kunst maakt ze het ongrijpbare grijpbaar, het onbegrijpbare begrijpbaar. Veel paddenstoelen zijn minuscuul van afmeting, op microformaat; Geertsma maakt deze handzaam, zelfs op ware kleine grootte. De meeste paddenstoelen zijn raadselachtig van karakter, ondoorgrondelijk van aard. De kunstenaar maakt juist doordat ze deze niet naar echtheid tekent inzichtelijk. Haar emotie bij de natuur geeft het onderwerp, dat in dit boek het thema is, een lichtzinnige dimensie bij een filosofisch perspectief.



De straatvegers van het bos
Een aantal ter zake kundigen doet in het boek een boekje open, licht een tip van de sluier op over het wezen paddenstoel. Onderwijst over de diverse soorten en verschillende vormen. Zwammen echter niet over het nijvere opruimwerk van schimmels, want ze weten dat het vakkundige vuilnismannen zijn, die schoon schip maken van park, bos en veld. Ieder jaargetijde heeft zijn eigen straatvegers van het bos. Niet zo snel als dat ze verschijnen hebben ze takken en stammen opgeruimd, het aanharken is een kwestie van tijd. Maar is eenmaal de arbeid aangevangen, dan verdwijnt op den duur de dood in de grond. Want alles ontspringt en groeit uit de aarde, maar verdwijnt na verloop van tijd daar ook weer in. Ashes to ashes, dust to dust, met hulp van de paddenstoel.
Het boek van Geertje Geertsma opent de ogen voor de schoonheid die de aarde voortbrengt. Kijk ik wel goed uit of ik niets vertrap onder de zolen van mijn laarzen wanneer ik van de gebaande paden in het bos afwijk. Natuurlijk mag dat niet, dat buiten de lijntjes kleuren, maar het kreupelhout inlopen en mij bukken totdat ik zwammetjes en elvenbankjes op ooghoogte heb, is met het kleine broertje van het grote boek wel heel verleidelijk. Met de tekeningen toont Geertsma niet enkel de liefde voor het vak, maar ook haar passie voor de natuur. Met genegenheid portretteert ze de vruchtlichamen van het mycelium tot in het kleinste detail. Ieder haartje en elk toefje, alle belijningen en variatie in kleur heeft ze hartstochtelijk in beeld gebracht. En dan te bedenken dat ze ‘slechts’ 117 exemplaren van de wereldwijd beschreven 160.000 schimmelsoorten heeft getekend. Wetenschappers schatten echter dat de werkelijke teller pas ergens tussen de 2 en 3 miljoen stopt. Zovele soorten zullen er in het Stadspark Groningen niet voorkomen, maar Geertsma kan nog wel even voort met deze serie. “Sommige knoopjes lijken op bloemen, andere op hersenen en soms zijn ze opgeblazen of grootsporig. Ze zijn mij een groot deel van mijn leven niet opgevallen tot ik beter leerde ‘zien’. Hoe is het mogelijk dat ik ze niet eerder zag!”
4 Seizoenen, 100 Paddenstoelen (en nog 17 extra). Geertje Geertsma. Plus een miniatuurboekje. Illustraties: Geertje Geertsma. Teksten: Geertje Geertsma, Lucette ter Borg, Jorinde Nuytinck en Rick Middelbos. Uitgeverij Blinuet, 2026.


Geef een reactie