Categorie: Afslag BLV

  • Oude verhalen, nieuwe werelden

    Wie een nieuwe wereld schept moet niet vreemd opkijken wanneer er mensen zijn die daar niet inpassen. Is het de grote schepper niet ook overkomen? Hij schiep een fantastische wereld, maar de mens wist er geen raad mee. Het had zo mooi kunnen zijn! In dat eerste geval was er helemaal niets. Alles was woest en ledig. Die Schepper is de blauwdruk van de kunstenaar: Hij maakte van niets iets en zag dat het goed was. Het is een godenverhaal. Zo’n vertelling die de kunstenaars Édua Mária László en Huba Hónigh maar al te graag zouden willen verbeelden. Ook zij scheppen een nieuwe wereld, maar niet uit het niets.

    De geschiedenis als grondstof

    László en Hónigh moeten het in Afslag BLV echter doen met wat voorhanden is, met dat wat de geschiedenis hen heeft overgeleverd. En met dat feitenrelaas creëren zij een wereld die er voorheen niet was. Een nieuwe wereld, maar geen nieuwe aarde. Ze willen het kind niet met het badwater weggooien. Oude waarden zijn van levensbelang, dat blijkt telkens weer. De kunstenaars plukken van overal elementen die zij nodig achten om in een andere context te gebruiken. Zo lijkt de tentoonstelling in Afslag BLV een samengeraapt allegaartje. Wie echter zijn of haar ogen de kost geeft, zoals de kunstenaars voordien hebben gedaan, zal een afgemeten en evenwichtige presentatie kunnen beschouwen.

    Afslag BLV, Édua Mária László, Huba Hónigh, Myth Makers

    De kunstenaars grijpen terug in de tijd, want dat is wat voorhanden is om te gebruiken. De overgeleverde verhalen en door de tijd ontstane geloofssystemen vergelijken en voegen ze samen om tot een afwijkende beeldtaal te komen. De beeltenissen doen wel vertrouwd aan omdat wij eraan gewend zijn, maar door de gewijzigde betekenis is onze ervaring anders. Alhoewel we vooruit willen kijken en liever niet achterom. Wij kunnen echter leren van het verleden de toekomst in. Wanneer we niet toch maar wat vaker over onze collectieve schouder willen kijken.

    László en Hónigh proberen het verleden te kennen. Herkennen er zaken in die nu plaats vinden, want het verleden echoot in het heden. Wat eens was, keert als het getij terug, eb en vloed in een eeuwige golfbeweging. Ze staan aan de zijlijn en zijn toeschouwer, observeren de tijdslijnen en geven daaraan nieuwe betekenissen en leggen andere verbanden. De kunstenaars verbinden door lijnen te trekken, overeenkomsten te zien. Van daar naar hier en terug. Ze leren van de geschiedenis en proberen oude waarden nieuwe betekenissen te geven. Wat als. Stel dat.

    Monument voor de fietsende Nederlander

    Om grip te hebben op een en ander is de tentoonstelling in Afslag BLV in drieën opgedeeld. Zo heeft de bezoeker van de ruimte beter overzicht en kan houvast vinden aan de thema’s Nederlandse identiteit en globalisatie, de oudheid, zelfmythologie. Vooral dat laatste is bijzonder interessant, maar daar kom ik later op terug. Vanaf het begin is het Huba Hónigh die archiefmateriaal verwerkt tot collages. Niet enkel in het platte vlak op een drager, maar ook gaat hij de ruimte in. Opvallend in het verhaal van Nederland is de “Rain Totem”, een toren van fietsen en wegmeubilair verheft zich als een geïmproviseerd monument in de tentoonstellingsruimte. De installatie lijkt een ode aan de fietsende Nederlander. Niet snelheid of efficiëntie staan centraal, maar de vanzelfsprekendheid waarmee de fiets al generaties lang deel uitmaakt van het dagelijks leven.

    In “de oudheid” werken de kunstenaars samen om hun eigen mythen te creëren. Oude verhalen vormen derhalve het vertrekpunt voor nieuwe verbeeldingen. De klassieke vertelling vormt de voedingsbodem, onder de oppervlakte aanwezig om de verbeelding te voeden, maar niet om simpelweg geïllustreerd te worden. Elementen uit de geschiedenis zijn gebruikt om te spreken in de actuele tijd. Vanuit die symbolische wereld uit lang vervlogen tijden kijken de kunstenaars naar het hier en nu. Zij worden onderdeel van het vroeger om in het heden te spreken. Ze maken zichzelf tot geschiedschrijvers. Historici, niet om het verleden over te schrijven maar om het te overschrijven. Er een eigen laag aan toe te voegen.

    Een persoonlijke mythologie

    In de derde ruimte maakt Édua Mária László zelf de overlevering. Door religie, liturgie en christelijke symbolen in haar kunst binnen te voeren probeert ze deze tot een persoonlijke geloofsbelijdenis op te zetten. Er is meer tussen hemel en aarde, dat is wat de Myth Makers mij willen doen geloven. En ik denk dat het zo is. In devote beschouwing kniel ik welhaast voor het altaar in deze ruimte neer, maar ik houd me in, ik zal gezien zijn! Ik pas mij aan deze nieuwe wereld aan en voel me als Adam in het paradijs. In de ruimtelijke kijkplaat kan de beschouwer zijn of haar ogen de kost geven. Er valt voldoende te consumeren. De museale presentatie valt niet, ondanks de opdeling, in delen uit elkaar. Er is een opbouw in balans, zoals de collagekunst evenwichtig kan zijn. Op het eerste gezicht schijnt het als los zand aan elkaar te hangen, maar bij nadere beschouwing en aandachtige blik blijkt het een hechte constructie te zijn.

    Afslag BLV, Édua Mária László, Huba Hónigh, Myth Makers

    Aan die nieuwe wereld van deze levende legenden kan ik me wel aanpassen. Ik hoef niet van de appel te proeven om mij te laven aan de vruchten van deze mythevormers. Hun tuin van heden in Afslag BLV ligt er aangeharkt bij. Er groeit nergens kruid op een ongewenste plek. Wel is ruimte gelaten voor de eigen interpretatie en ontdek ik hier en daar een niet eerder gezien plantenras. Probeer er een Latijnse naam aan te geven, maar kom niet verder dan tulipa sylvestris. Deze kunstenaars hebben van iets niets anders gemaakt. Het verleden vormt de voedingsbodem voor een nieuwe werkelijkheid. Dat niets zegt alles over dat hun nieuwe wereld reflecteert op – zich spiegelt aan de bestaande aarde. Dus daar ben ik wel vertrouwd mee, zoals ik ook wende aan de blauwdruk van de Schepper.

    Tentoonstelling “MYTH MAKERS”, werken van Édua Mária László en Huba Hónigh bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 7 juni tot en met 23 augustus 2026.

    Afslag BLV, Édua Mária László, Huba Hónigh, Myth Makers

  • De werkelijkheid op dubbele afstand bij Lars van Wieren?

    Alledaagse mensen. Van die figuren die we elke dag kunnen tegenkomen en die langs ons gaan. In de winkelstraat, op het dorpsplein, langs de levensweg. Die je eenmaal ziet en dan nooit meer, maar die wel beklijven. In een soort van déjà-vu komen ze terug. Herkenbare personen, maar niet de buurman of buurvrouw. Wel alsof je ze eerder hebt gezien, hebt getroffen. Echter niet in het veld, onderweg of gaandeweg. De bekende gezichten komen van beeldschermen, reclameborden en uit tijdschriften, dagbladen. Ze komen zo vaak voorbij dat ze familiair lijken, vertrouwd zijn. Kennissen, kameraden. Geen vrienden, daarvoor is de afstand tot het bekende en beroemd-zijn te groot. Maar ze zouden wel zo op de koffie kunnen komen of bij een diner kunnen aanschuiven, proosten op het leven tijdens een intiem feestje. Mensen van alle dag, die algemeen bekend zijn, met uitgetekende gezichten.

    Tweedimensionale afbeeldingen

    Hoewel ik veronderstelde buiten de galerie nog zo’n bekend gezicht te hebben gezien, zijn de door Lars van Wieren afgebeelde mensen van een andere tijdruimte, een andere dimensie. Bekend door de droombeelden waarin ze zijn gemaakt en waarmee ze het leven kleurrijker maken. De mensen zijn wel echt, maar de personages waarmee ze worden vereenzelvigd, zijn bedacht. De figuren spelen een rol, figureren in een leven dat niet bestaat. Of althans: dat een bedachte afspiegeling is daarvan. Het zijn wordt erin uitvergroot, is grotesk opgebouwd. Deze wereld is een maakbare omgeving, die vertrouwd aandoet omdat ze zo nauw tegen de waarheid aanschurkt.

    Die gezichten ken ik dus van schilderijen, schermen en andere tweedimensionale afbeeldingen. Het is het herkennen, maar niet het weten. De gelaatstrekken merk ik op, die kan ik thuisbrengen. Maar waar die woning staat, is mij onduidelijk. Ik onderscheid iets, maar identificeer het niet. Dat is dan ook niet het doel van de schilder. Omdat de personen op bestaande mensen moeten lijken, daagt het Van Wieren uit ze te schilderen. De figuren zijn echter niet zichzelf, maar spelen een rol in de beeltenis, die een afwijkend onderwerp van de figuratie kan hebben.

    De wezenlijkheid

    Minder is de werkelijkheid het oogmerk van de kunstenaar, meer om een vreemde fantasie vorm te geven. De aan de herkenning morrelende personages spelen een spel waarvoor geen script bestaat. Ze improviseren een dialoog of zijn in samenspraak met de omgeving. Het decor is een entourage waarin niet verwacht wordt dat ze acteren. De kunstenaar ontmaskert de actie, niet om de handeling, maar om het schilderproces. De affaire is slechts een opstap, een aanleiding om zichzelf en de kijker uit te dagen. De realiteit biedt houvast, maar wordt door de samenstelling van de compositie makkelijk losgelaten.

    De kleurige schilderijen zijn expressief in opzet. De impressies hebben over het algemeen aan de werkelijkheid tegengestelde kleuren. Dit gegeven, en het feit dat er een mate van onderscheid en besef van het zijn – de wezenlijkheid – is, maken de composities tot fascinerende fantasieën. Door die tegenstelling van realisme en surrealisme, waarheid en droombeeld, blijft het enigszins flauwe thema energiek.

    Avontuurlijke voorstelling

    Van Wieren vestigt de aandacht op het rollenspel: dat de mens voor de buitenwereld vrijwel nooit zichzelf is. Dat er altijd een mate van afstand zit tussen de zichtbare figuur en het verborgen personage. Tussen het fysieke zijn en het geestelijke wezen. De werkelijkheid vanuit een ander perspectief zien, is de waarheid van deze kunstenaar. Om de realiteit heen lopen, er eens achter kijken om de voorkant duidelijker te zien. Wie de achtergrond kent, zal de schepping beter begrijpen. Voor de kunstenaar geeft een ander standpunt een scherpere blik op zijn eigen werk. Daarom brengt hij wijzigingen aan in het te verwachten beeld en zet hij de werkelijkheid naar zijn hand. Om voor de kijker de beeltenis boeiend te maken en voor zichzelf avontuurlijk.

    Hoewel Van Wieren verwacht afstand te hebben gecreëerd in zijn werken – gezien de titel van de tentoonstelling Double the distance zelfs een grote verwijdering – ontwaar ik toch een vertrouwde omgeving. Wel met een werkelijkheid die tegen de waarheid aanschurkt, maar die zo echt schijnt dat dit nauwelijks opvalt. De historische figuren zijn uit de tijd, maar Van Wieren brengt ze terug in herinnering. “De voorstellingen en figuren lijken uit een andere tijd te komen en wekken de illusie van een droomachtig tijdsbesef, waarin aandacht en concentratie zich losmaken van het heden”, lees ik thuis op het infoblad – op afstand van de tentoonstelling zelf, maar in het bezit van de foto’s die ik er maakte. En zo is het, als het daar geschreven staat: verhalend.

    Double the distance. Schilderijen van Lars van Wieren bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 8 maart tot en met 17 mei 2026.

  • Joyce Zwerver beweegt zich als een jong wolfje in de beeldende kunst

    Hoe verplaats je iets dat stevig verankerd is, zo zwaar en lomp dat het niet wijken wil. Hoe hard je ook duwt, het blijft trekken aan een dood paard. Er zijn dingen die nu eenmaal niet verplaatsbaar zijn, zo vast staan als een huis. Zo hard zijn als steen. Hoe verander je iets dat niet anders wil zijn, dat hetzelfde wil blijven. In het verleden hebben kunstenaars getrokken aan de gevestigde orde. Die orde voelde zich thuis in de regelmaat van de werkelijkheid. De echtheid was de regel. Daarvan afwijken werd in een bepaald tijdsgewricht benoemd als ontaarde kunst. Het was een moreel verval, maar de kunst wilde juist verder bouwen op ingeslagen wegen. Geen rationalistische en objectiverende benadering van stijl en techniek, maar een emotionele en lichamelijke ervaring van het beeld. Er moest plek zijn voor de beleving van maker en kijker, de kunst moest stemming maken. Jezelf vinden in een kunstwerk kan betekenen dat het afwijkt van de werkelijkheid, of althans de realiteit op een meer abstracte manier laat zien.

    Joyce Zwerver, Afslag BLV

    De kunstenaar wil vernieuwen, vooral zichzelf

    Hoeveel afstand kun je van een afbeelding nemen en toch nog een afbeelding behouden?” vertaal ik de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg. Hoe ver kan dat dode paard uit elkaar worden getrokken om uit de vleeshompen nieuw leven te laten ontstaan. De kunstenaar is een schepper, maakt van niets iets, vormt met het dode materiaal een levend beeld. Dus werd de gevestigde stijl, het als normaal en als kunst beschouwde -isme, van de ivoren toren onderuit gehaald. De stroming veranderde van richting en de loop begon zich te vertakken. In die delta vinden diverse kunstvormen hun weg. Soms wordt de stroom breed en sterk, een andere verzandt en sterft een stille dood. Maar voortdurend is het schoppen tegen heilige huisjes totdat de schopper zelf heilig wordt verklaard. De kunstenaar wil vernieuwen, vooral zichzelf. Een vernieuwend kunstenaar ben je niet zomaar, dat is niet iedereen gegeven. Veelal loopt de vernieuwer de massa vooruit en trekt hij een peloton van herscheppers achter zich aan.

    Joyce Zwerver kan zo’n wegbereider zijn, de tijd zal het leren. Flauw gezegd heeft zij haar naam mee. Ze schept vreugde in het rondtrekken door de beeldende kunst. Als min of meer beginnend kunstenaar is zij nog zoekende naar de voor haar passende manier van uiten. Ze wil bergen verzetten, nieuwe wegen vinden, artistiek transformeren. Niet oude paden verharden, maar versteende velden cultiveren. In haar installatie opgetuigd bij Afslag BLV laat ze beelden actief bewegen. Niet letterlijk maar figuurlijk – formaties rotsen, hopen stenen en bergen keien bewegen op het oog langs elkaar en maken nieuwe zienswijzen mogelijk. Het vergt een andere manier van kijken, een vermogen je in te leven in gemanipuleerde beelden.

    Joyce Zwerver, Afslag BLV

    De berg is in parten gehakt

    Op haar manier wil Joyce Zwerver de kunst in beweging zetten. Haar aanpak is esthetisch in orde. Het omvormen van landschappelijke structuren, in dit bijzondere geval bergen en rotsformaties, heeft een eigen handschrift. De fotografische printen worden dusdanig bewerkt, dat de oorsprong nog wel zichtbaar is maar het resultaat een abstracte uitweg biedt. Het is niet langer de berg die ik zie, deze heeft zich in handen van Zwerver verplaatst in een kunstzinnige afbeelding. Op een creatieve manier is de formatie bezield, maar verliest zij iets van de magische kracht die zij van nature heeft.

    De berg is in parten gehakt, de delen schuiven langs elkaar en breken de zichtlijn. Door een gat in de vluchtige lucht ervaar ik een instabiele kracht. Door gaten in de bergwand pieken wolken. De werkelijke sterkte is verkracht en wordt opnieuw geboren tot een verschoonde intensiteit. Het betreft geen panorama gezien vanaf een toeristische zichtlocatie, een mooie foto voor in een album als herinnering. Het heeft het vergezicht van een ruimtelijke constructie, uitzicht met kunstig perspectief. “Door het beeld te ontleden, verschuiven, vervormen en opnieuw op te bouwen, ontstaat een reeks werken die balanceren tussen landschap en abstractie” lees ik op het expositieblad. De abstractie is binnen de werkelijkheid gebracht door beeldelementen op te drijven. Die delen worden zelf niet abstract, want nog steeds zijn het realistische details, maar verhouden zich non-figuratief tot het achterplan waaruit zij zijn genomen of waarlangs zij bewegen. Daardoor heeft het bestaande beeld een andere vorm aangenomen, is het herschept, het dode paard is tot leven gekomen.

    Joyce Zwerver, Afslag BLV

    De serie sculpturale collagewerken, waarbij samengestelde vormen de ruimte zoeken, hebben in de idee van Zwerver een verbindende factor gevonden. De gebroken rotsformaties maken samen een bergmassief onder de blauwe hemel. Dat blauw verbindt de afzonderlijke composities, zodat het geheel een plaatsgebonden karakter heeft. Afgestemd op de lokale zaalruimte van Afslag BLV wordt de bezoeker, word ik, de installatie ingetrokken. Het blauwe pad dat door de ruimte leidt echoot op de wanden, dit te volgen trekt de omgeving aan mij voorbij. Niet alleen hangen de bergen van Zwerver, deze staan ook los in de zaal. Als driedimensionale decorstukken vullen ze het zicht op. Het experiment met het verzetten van bergen is geslaagd te noemen. Het duurzame karakter is breekbaar geworden, de eeuwigheid heeft een einde. Maar om op deze manier het solide bouwwerk van de kunst op te schudden, zelfs als de grote boze wolf omver te blazen, is een sinecure. Zwerver is het kleine wolfje en staat aan het begin van haar carrière. Er valt nog veel om te spitten, maar ze heeft de juiste spade ter hand genomen.

    Tentoonstelling “To Move Mountains”. Sculpturale collagewerken en een site-specific installatie van Joyce Zwerver bij Afslag BLV, dependance van Museum Belvédère in het centrum van Heerenveen. Van 7 december 2025 tot en met 15 februari 2026.

  • Gedachten bij een versplinterde ruimte

    De ruimte onderzoeken in het platte vlak. Zonder hoogte, lengte en breedte toch de verdieping in. Niet alleen de zichtbare ruimte, dus de sfeer om ons heen. De marge die ons als persoon is gegeven, de bewegingsvrijheid die we hebben, de derde dimensie. Echter ook het platte vlak op zich, de lengte en de breedte, een vlak gebied, de tweede dimensie. In de oppervlakte ben je niet gebonden aan perspectief of volume, je vertaalt de ruimte naar een effen inhoud. De kunst geeft de mogelijkheid om op het platte vlak de ruimte te suggereren. Zo zodat de kijker meent diepte te zien, terwijl deze flinterdun is – niet dikker dan een vel papier of een stuk doek. Hoe kan hooguit een halve centimeter dikte een diepte zijn. Het is suggestie, schijn, illusie.

    In dat horizontale gebied, waar geen verticaal het vlak doorsnijdt, kan de kunstenaar allerlei thema’s onderzoeken. Kan de beeldend schepper experimenteren met algemene vraagstukken, gegevens en kerngedachten. Het platte vlak kan onderdeel worden van onderwerpen die oplossingen duiden. Niet meteen zichtbaar of tastbaar, maar wel voelbaar. De kunst beweegt zich op het gebied van de emotie. Je voelt een schepping aan of niet. Het neemt je op of je loopt er aan voorbij. Het pakt je bij de strot of je laat het links liggen. Maar ook de afwijzing van een creatie is een gevoel. Kunst ontroert, positief of negatief. Het doet iets met je ook al meen je van niet.

    Compositie en waarneming

    Terug naar de thematiek die volgens de artiest moet worden onderzocht. Dat heeft verschillende ingangen en diverse uitvoeringen. Elke kunstenaar laat zich op de eigen manier inspireren, pakt een persoonlijk subject om er een afzonderlijk object van te creëren. Het beeld is een vertaling van het zichtbare, geen kopie van de werkelijkheid. Het heeft een aparte realiteit. Er kan een waarheid in worden herkent, een echtheid aan worden toegekend. Het is de ruimte die de maker aan de gedachte geeft. Daartegen kan de kijker een eigen denkwijze aan zetten. Wanneer compositie en waarneming op dezelfde lijn zitten heeft de maker de juiste golflengte gevonden. Dat luistert nauw, want de antenne staat niet altijd goed afgestemd. Soms heeft het werk meerdere momenten van kijken nodig om op te vallen. Ook kan de kijker het (in)zicht trainen door regelmatig meerdere werken in dit thema te beschouwen.

    Waar wil ik naartoe? Ik stap de fysieke ruimte van Afslag BLV binnen om er het geestelijke werk van Victor van Loon te ondergaan. Bij dat ervaren van de kunstwerken vallen mij de gedachten in zoals ik hierboven in tekst heb gegoten. De tentoonstelling is een selectie uit verschillende periodes en series. Zo gepresenteerd dat de opbouw van en de groei in onderzoek naar thema’s als aantasting en transformatie beeld krijgen. Het experiment om tot een subliem kunstwerk te komen is te schaduwen. De moeiten die getroost worden zijn tussen de werken door te onderscheiden, hoewel mislukkingen in deze context niet worden getoond. De ontwikkeling in denken, het evolueren van de gedachte, om genoemde thema’s in beelden te vatten ontvouwt zich binnen de ruimte van de galerie.

    Eenzaam en alleen

    Van Loon maakt gelaagd ruimtelijke modellen van uitgesneden en verknipt papier of karton, voegt daar eventueel enkele stoffelijke resten aan toe, om dit vervolgens in een plat vlak om te zetten. Hij converteert de objecten fotografisch tot een tweedimensionale afbeelding. Het is denkbeeldig ruimtelijk. Het beeld denkt zich in de derde dimensie te bevinden en de kijker wordt op het verkeerde been gezet. In de werken onderzoekt de kunstenaar letsel en verval. Verkent verandering, maar vooral vervorming en herschepping. In zijn werk wordt de gedachte hergebruikt om anders te kijken. Mijn gedachte om zijn idee te doorgronden.

    De fotografische composities hebben het beeld van een stukgeslagen raam of een geëxplodeerde ruimte waarbij de scherven in het rond vliegen. Een dynamisch geheel waarbij de indruk tot uitdrukking is getransformeerd. Dat is wat het nu is. Eerder gaf de gemengde techniek op papier het effect van grafiek. Een bestorven kalme omgeving als stilte voor de storm. Een wereld waarin de gedachten tot bedaren kunnen komen voordat de hel losbreekt. En dan trekt Van Loon het bos in. Eenzaam en alleen tussen stammen naaldhout.

    Hij wordt zijn eigen model en portretteert zijn lichaam tussen het groen. Dat is de speurtocht om deze ingeving te observeren. Twee pagina’s uit een dagboek beschrijven de merkwaardige gebeurtenissen, de wonderlijke inspiratie die de natuurlijke omgeving geeft. “I remember the sounds of screaming birds & the rushing of wind in the tops of the trees.” Hij legt zich in het natte gras terwijl mieren rond zijn ontblote lijf krioelen. In Afslag BLV zie ik deze ervaring terug in de stills van wat een korte film kan zijn. Langzaam wordt Van Loon opgenomen door de natuur. Bij nadere beschouwing blijkt dit een voortgaande compositie in de studio te zijn, waar een bovenlichaam fotografisch wordt opgeslokt door uitgesneden fragmenten materie. Maar de idee is duidelijk. En de uitleg bij de expositie meldt het: “(…) deze beelden als gelaagde en verzonken ‘innerscapes’: reservoirs vol tekens en sporen, waarin het onder het oppervlak sluimert en woekert.” Want daar gebeurt het, onder het zichtbare beeld als een addertje onder het gras.

    Nightshades. Victor van Loon. Afslag BLV, Minckelersstraat 11 te Heerenveen. Van 7 september tot en met 16 november 2025.

  • Kunst is de afslag nemen om van de vertrouwde route te raken

    Wanneer alles al is gezegd en geschreven. Ieder beeld een afbeelding heeft gekregen en elke stemming een melodie. Wat kan er dan nog worden toegevoegd om de beleving compleet te maken. De cirkel lijkt al rond. En toch weten kunstenaars – beeldmakers, toonzetters, woordvormers – daar iets origineels aan toe te voegen, iets wat nooit eerder gezien of gehoord is, nooit is opgemerkt. Een ingeving, een inspiratie, om wat niets is iets te laten zijn. De kunstenaar recyclet het ongeziene in een object wat gezien kan worden, het ongehoorde in gehoord kan zijn. Een lege drager krijgt beeld zoals nooit te zien, te lezen of te horen was. Veel beeldbouwers vinden letterlijk het wiel opnieuw uit, omdat de kunst zich blijft door ontwikkelen, blijft voorwaarts gaan. Dat is de kopgroep die voor het peloton uit koerst. De voorlopers komen het eerst aan de meet, terwijl de volgers op een afstand nakomen. Het is een metafoor die de spijker op de kop slaat.

    Heeft de componist slechts 8 noten om mee te werken en de beeldend kunstenaar maar 6 kleuren om mee te scheppen. Toch zijn daar genoeg mogelijkheden tussendoor om niet gelijkend te klinken en om niet overeenkomend te tonen in vergelijking met een eerder gemaakte compositie. Een reproductie van wat was, een kopie van dat is, is een verrijking van het bestaande wezen, een aangename variatie op het thema. Toch weten voortrekkers, noem het influencers, niet te variëren maar nieuw uit te vinden, een thema te verbreden niet te verlengen. Zij zijn origineel in denken en doen. Zij weten het scala aan onderwerpen te vergroten. Is de verlenging een kopie van techniek en verbeelding, de verbreding geeft een ander inzicht en uitbeelding.

    Mee in de algemene emotie

    Is de kunst een kopie van de werkelijkheid, het vernieuwende is een beeldende afdruk van de beleving. Wat ik zie kan herkenning geven, maar aan het abstracte beeld herinner ik mijn emotie. Het raakt mij in de ziel, kan overdonderen. Maar het kan zijn dat mijn antenne niet staat afgesteld op de zender en ik de essentie mis van het beeld dat ik beschouw. Dat kan. Maar dat hoeft geen probleem te zijn zolang het gepresenteerde maar in de waarde blijft waarmee het klaarblijkelijk is gemaakt en wordt aangeboden. De voorlopers, de lijsttrekkers, gaan immers aan de meute vooruit. Nu, vandaag en hier wordt de kwaliteit nog niet gezien, omdat het begrip er nog niet is. Pas later, morgen en daar is er herkenning in het tentoongestelde en wordt het begrepen. Dat is de kant die zichtbaar is, de tastbare werkelijkheid, althans de waarheid volgens deze individuele kunstenaar. Het onzichtbare dat zich achter het beeld bevindt, dat is het gevoel en deze is universeel. Ook wanneer ik het aanraakbare niet kan vatten, ga ik mee in de algemene emotie.

    Deze alzijdige emotie is strak aanwezig op dit moment in Afslag BLV bij het Kunstenaarscollectief De Tegel. De vier kunstenaars van het collectief onderzoeken hoe beelden, materialen en concepten verschuiven in betekenis. Zij vragen zich in hun composities af wat echt is en wat een kopie, waar ligt de grens tussen origineel en reproductie zo willen ze weten. In hun werk proberen ze daarom het evenwicht uit tussen herkenning en vervreemding, tussen constructie en illusie. Met mij als toeschouwer bevragen zij de werkelijkheid opnieuw en vanuit diverse tegenstrijdige standpunten. Het onderzoek geeft een persoonlijke visie en kan visueel vervreemdend werken. De uitkomst kan voor de maker duidelijk zijn, maar voor de beschouwer raadselachtig.

    De hand van de meester

    De bedoeling kan op die vage scheidslijn tussen oorspronkelijk en nabootsing liggen of beter gezegd tussen authentiek en replica. Dat kunst een doorslag is van de realiteit was vastgesteld. Dus kunst is sowieso een kopie, waarin de werkelijkheid op een andere manier dan de zichtbare realiteit wordt benaderd. Dan spreekt men van echt en waar, van origineel en oorspronkelijk. Maar het model voor het beelden is te vinden in de ruimte om ons heen, de omgeving, de natuur, het zijn. Kunst leert ons anders naar de dingen kijken, beter observeren, aandachtig luisteren. Het benadrukt en maakt opmerkzaam. Ook al is alle decoratie verdwenen en is de essentie van het beeld gebleven, dan nog is in de abstractie een realiteit te ontdekken.

    Terug naar de Afslag, die een afslag in de kunst aanwijst. Van het bekende pad dat herkenning geeft en een vertrouwde route volgt, stuurt deze afslag op een weg naar een conceptuele benadering van creëren. Niet alles wat gezien is kan meteen worden aanvaard als waar en echt. De composities in Afslag BLV schijnen individuele maaksels en geen producten van een collectief. Toch zijn deze de opbrengst van een kritische reflectie en onderlinge dialoog. Een eigen gedachte wordt in de groep gegooid en is besproken. Men heeft het er over, de kunst in het algemeen en de eigen waarheid. En dat geeft bijzonder originele afschriften, die aangeven dat deze onlangs afgestudeerde kunstenaars in de kopgroep voor het peloton uit koersen. Niet de uitgestippelde etappe volgen, maar een afslag nemen om aan de meet te komen. Daarin zijn elementen van en uit bestaande en eerder ontwikkelde composities te onderkennen. Een nieuw inzicht staat nooit op zichzelf en staat altijd onder invloed van de omgeving, van het toen en daar, van het hier en nu. Maar doordat deze kunstenaars de werkelijkheid opnieuw bevragen geven zij een origineel antwoord op herkenning en vooral op het waarnemen van emotie. De menselijke relatie krijgt een illustratief beeld, de intermenselijke verstandhouding heeft beeld omschrijving. Meest op een abstracte manier, maar ook wel aangrijpend en is de juiste snaar geraakt. Zoals echte kunst de juiste toon zet en een kopie altijd door de mand valt. In het origineel de geest zit en uit de reproductie het hart gestoken is. Zelfs artificiële intelligentie mist het menselijke vakmanschap, nog. Maar wanneer zal de hand van de meester node gemist worden?

    SIMULACRA. Tentoonstelling Kunstenaarscollectief De Tegel. Abel Kamps, Indira de Boer, Jens Buis, Sverre van der Velde. Bij Afslag BLV, dependance Museum Belvédère, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 2 maart tot en met 18 mei 2025.

  • Faces in the crowd, het masker van de mens

    In Afslag BLV is het geen aapjes kijken. Het is meer dan dat. De aapjes kijken naar mij. Ik kijk niet op iets toe wat ik beschouw als een curiosum, een merkwaardige ervaring, maar het is wel een bijzondere belevenis. Bij binnenkomst voel ik niet meteen betrokkenheid, pas minuten later heb ik het vermogen mij in te leven in het gegeven. Ik ken dan wel geen enkele van de door Robert Geveke geportretteerde voorbijgangers, maar dat is niet zo verwonderlijk. O ja, ik zie Hannie Schaft, want de zwartwit foto van de verzetsvrouw is weer erg actueel. Maar voor de rest zijn de koppen als de gezichten op een datingsite, waardoor ik ongeïnteresseerd naar links veeg of erlangs scroll. Aapjes kijken. Passanten in de massa, zonder uitdrukking. Voor een moment aandacht, voor een tel niet ongezien.

    Het is een kleurige variatie aan gezichten. In zichzelf verzonken blikken. Ze kijken langs of dwars door mij heen. Vooral dat laatste maakt mij ongedurig. Rusteloos loop ik door de ruimte, gejaagd doordat ik steeds blikken in mijn rug voel. De expositie maakt me paranoia. Ik voel me bekeken, terwijl ik hier ben om te kijken. De kunstenaar bestudeert in zijn werk het gedrag en de mimiek van de figuren, ieder afzonderlijk, elk op een eigen manier. Van de onpersoonlijke objecten in het grote geheel van een groep mensen maakt hij persoonlijke figuren. Het draait niet om herkenning, het is geen individu. Het gaat om de vorm en het kleurgebruik. De realiteit is tot een abstract beeld gemaakt.

    Figuren als figuranten

    Het groepsportret van wat een muziekband lijkt bijvoorbeeld, vier harige jongens die apathisch en onverschillig in de lens kijken, is een karakteristiek. In hun koele oogopslag zetten zij zich letterlijk van de wereld af. Sterren die weten wat ze willen en doen wat ze kunnen. En zo kijken meerdere enigszins verwezen ogen vanaf het portret de ruimte in. De maskers gaan niet af voor de schilder, hoewel hij wel tot de persoon probeert door te dringen. Het diepste wezen durft hij bloot te leggen, maar kan geen vinger achter het zijn krijgen. In de portretten van Geveke is de typering van weinig belang. Het is de houding en de oogopslag die herinneren aan een gevoel. Deze stralen een emotie uit, meest doordringend met een blik als van een arend.

    Omdat het kenmerk van de zonderling minder voorop staat, daarom zijn figuren wel als figuranten afgebeeld. Hebben geen blik waaruit een wezen kan worden gepuurd. Enkel de stand van het lichaam geeft informatie, het gelaat heeft wel enkel neus en mond – de ogen ontbreken. De ogen, die meestal de vensters tot de ziel zijn. Deze figuren zijn gebeeldhouwd uit de werkelijkheid. Deze gestalten zijn, hoewel gefantaseerd realistische figuren, abstract onpersoonlijke beelden. Ze geven geen krimp en zijn zo hard en onbewogen als waren ze van steen. Achter deze façade echter schuilt een gevoelige geest, een harde bolster met een blanke pit. Door het materiaalgebruik, de zachte pastel vlakt de hardheid van het wezen af, ogen de portretten bedachtzaam en zijn ze zich van de vergankelijkheid van het leven bewust. Ondanks de haast en het rumoer van vandaag de dag trekken zij zich terug in zichzelf en vat Geveke juist dit moment, geeft ze pas op de plaats. Eigenlijk een contemplatieve benadering. In zijn overpeinzing achter de tekentafel bespiegelt hij het zijn.

    Woorden aan idee bij het zichtbare

    Wanneer Robert Geveke gaat zitten en kijken, observeren en beschouwen, komt hij tot geschetste portretten. Dan documenteert hij de mens in elke vorm en iedere hoedanigheid. Ik stel me hem zo voor dan op een stoel zittend op het terras achter een kop dampende koffie. Het schetsboek in de hand, in dit geval met gekleurde bladen, en het potlood of de pen in de aanslag om meteen toe te slaan wanneer zich een onbenullig moment voordoet om te vereeuwigen en zodoende belangrijk te maken. Het schetsmatige karakter van een snelle gewaarwording staat een gedetailleerde verwerking echter niet in de weg. De tekeningen zijn kronkels of droedels, schetsen in de marge van het leven. Reële werkelijkheden krijgen een arrangement in de werkelijkheid van zijn eigen verhaal, de vertelling van Robert Geveke. Hij geeft woorden aan zijn idee bij het zichtbare. De letters zijn de lijnen, de woorden de vlakken in de tekening. Wie de taal kan lezen doorziet de beeltenis, die meer is dan een illustratie.

    Geïnstalleerd in een wolk van gekleurde vellen aan een wand van Afslag BLV geeft het een getinte realiteit weer. Beschouw ik de veelvormigheid van de massa. Zie ik ook hier weer niet het individu als eenling, maar bekijk de levendigheid van de lichamelijke expressie. Mensen die zich verschuilen achter de onpersoonlijke mimiek, omdat ze niet herkent willen worden maar zich toch op plekken begeven waarop ze kunnen worden geïdentificeerd. De expositie “Maquillage” is als de opgemaakte mens op TikTok, Facebook of X. Het figuur wil figurant zijn, maar toch met kop en schouders boven het maaiveld uitsteken. Onopvallend opvallend. Kwetsbaar in wezen, lichtgeraakt van binnen, maar hard in zijn, ongevoelig van buiten. Aapjes kijken, dat is wat het is.

    Maquillage. Expositie tekeningen en schilderijen van Robert Geveke bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Te zien van 8 december 2024 tot 16 februari 2025.

  • Rappe registraties van meegemaakte momenten

    Het is eigenaardig, om niet te zeggen vreemd, om nu de ruimten van Afslag BLV binnen te lopen. Daar in die dependance van Museum Belvédère worden doorgaans al dwarse verbanden getoond, maar dit keer is de uitstalling wel erg tegendraads. Afslag heeft een eigen programmering die afwijkt van hetgeen in de hoofdvestiging wordt getoond. Het is met recht een afslag van geëffende paden. En kan dienen als opstap voor het ‘echte’ werk. Afslag BLV biedt doorgaans ruimte aan jonge talentvolle kunstenaars, meest uit de noordelijke provincies maar er piept ook weleens een kunstenaar van elders tussendoor. Wanneer ze ooit bekeken zijn in de Afslag kan het zo maar zijn dat deze later nog eens gezien kan worden in Belvédère. Vooral is het een podium voor kunstenaars die onlangs aan een academie zijn afgestudeerd, of in het laatste jaar daarvan zitten en hiermee kunnen proeven aan het publiekelijk tonen van hun werk. 

    Tot 18 november valt in Afslag BLV het werk van Klaske Bootsma te zien. En het is een eigenaardige, zo niet vreemde opstelling, ik schreef dat al hierboven. In de eerste plaats hangen alle werken aan de wanden onder ooghoogte, zodat ik op de kleine schilderijen neerkijk en bijna door de knieën moet om deze op waarde te schatten. Een tweetal composities hangt hoger en is qua formaat groter en meer opvallend. Zelfportretten die genoeg hebben aan haar voorletter of een vaag beeld van het gezicht. Het frontaal afgebeelde gelaat confronteert me met een spiegelbeeld, een reflectie van de kunstenaar, toevallig ook met een K. 

    Metafoor op het leven

    Op de grond zijn een groot aantal tekeningen uitgelegd, dat bevreemdt nog het meest. Nauwelijks geordend lijken ze klaar te liggen aan de wanden geprikt te worden. Maar ze zijn daar zo bedoelt gedropt schijnbaar voor het oprapen, als installatie van aan het leven ontvallen momenten. Deze tekeningen schetsen in eenvoud het zijn met een keur aan inspiratie. Snelle registraties van ingevingen bij geziene momenten van zijn. De expositie is nog niet klaar, lijkt het. Het staat symbool voor, het is een metafoor op het leven dat nog geleefd wordt. En alle geziene dingen in dat leven zijn het waard af te beelden. Bootsma doet dit dan ook. Allerlei onderwerpen, handelingen en voorvallen passeren de revue. Heeft zij met de schilderingen nog een abstracte hand van werken, de tekeningen vallen op door een schetsmatige versimpeling. 

    Klaske Bootsma is als schilder onlangs afgestudeerd en wordt met deze expositie in Afslag BLV meteen in het diepe gegooid, hoewel ze hiervoor ook al enige ervaring in het exposeren heeft. Haar kunst moet uit de veilige omgeving van het klaslokaal, uit de intieme sfeer van het atelier, de wereld in. Het gaat onder de mensen en iedereen vindt er wat van. Op de academie was opbouwende kritiek op het maakproces om verder te komen en te groeien in de eigen kijk op kunst. Dit scheppen na de studie is een schetsmatige en directe manier van werken, schrijft Bootsma op het blad bij de tentoonstelling. Ook lees ik daar haar motivatie: “Schilderen is voor mij een manier om mijn hoofd leeg te maken.” Want door waarnemingen, in de morgen de ogen openen en de hele wakkere dag observeren, raken de gedachten op den duur overvol. Met deze belevingen gaat ze aan het werk: “Wat me aanspreekt, vertaal ik direct in beelden. (…) Tijdens het maken van mijn werk denk ik ook na over mijn waarde als kunstenaar en hoe ik mezelf in mijn werk plaats. Dit beïnvloedt de keuzes die ik maak, soms schilder ik letterlijk mijn gedachten of vragen op het doek.” 

    Snel handschrift, rappe beoordeling

    Tijdens mijn rondgang door de ruimten van Afslag BLV denk ik na over de waarde van Klaske Bootsma als kunstenaar en hoe ik haar kan plaatsen in de bonte kleurwaaier van de kunst. Ze zal haar plek weten te vinden, door Academie Minerva en het Frank Mohr Instituut in vruchtbare aarde gezaaid zal ze opbloeien en de kunstwereld verrijken. Maar voor nu is de persoonlijke vorm nog niet gevonden en lijken de verschillende materialen en diverse formaten geen eenheid te vormen. Ze experimenteert nog volop en dat brengt een speels aspect in haar werk. Je ziet haar worstelen met het materiaal en de zeggingskracht. Wel onderzoekt zij op welke manier de door haar aangewende uiteenlopende elementen elkaar beïnvloeden, elkaar aanspreken en in gemeenschap werken. En hoe de beschouwer daarop reageert.

    De expressie volgt op een impressie. Iedere indruk leidt tot een uitdrukking. Vandaar ook dat de bladen op de grond gelegd tal van onderwerpen en thema’s hebben. De krabbels zijn dikwijls niet meer dan een snel handschrift, een rappe beoordeling van het ervaren moment in beeldende vorm. Hierin blijft ze bij zichzelf waar zij in de schilderijen nog wordt beïnvloed door stijlen en werken van andere kunstenaars. “It’s true” lees ik ergens tussen grimassen en lichaamshoudingen. Het is waar, geen fantasie, geen bedachte waarheid. Echter door een gefantaseerd idee los te laten op de werkelijkheid ontstaat een nieuwe realiteit – een andere wereld. Dit in Afslag is de wereld, het zijn van Klaske Bootsma. Wen er maar aan! En ik lees een paar stappen verder “can you please turn off the lights, it’s better if these things happen at night”. En daar heeft het museum waarbij afslag onderdak vindt zich aan gehouden. De spotlichten van de ruimten zijn uitgelaten, waardoor de dingen van Bootsma zich letterlijk in het half-schemer tonen. Het zet de sfeer van het in aanbouw zijn figuurlijk in het licht. Ik ontdek tussen de papieren geen verwachte notitie ‘under construction’. Maar de kunst van Klaske Bootsma is naar mijn mening in ontwikkeling, er wordt nog getimmerd aan het bouwwerk. Er zijn losse eindjes, maar die zullen gaandeweg geknoopt worden Waar ze terecht zal komen en hoe dit gaat rijpen valt af te wachten. Ze streeft ernaar het maakproces zo transparant mogelijk te houden, zowel visueel als conceptueel, dus dat zit wel goed. Want uit de knop ontvouwt zich over het algemeen een kleurige bloem. 

    11:37. Tentoonstelling schilderijen en tekeningen van Klaske Bootsma bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 1 september t/m 17 november 2024.

  • Langs de vloedlijn van Astrid Nobel is de cirkel rond

    Een visser gooit de hengel uit, de vislijn suist, het aas plast in het water. De visser staart naar de deinende dobber in de wiegende golven. Meditatie, concentratie. Hopend op een kracht uit de diepte om een kring op het water te laten. De drijver verdwijnt, beet! Dat ben ik, die visser. De jutter op zoek naar aangespoelde spullen langs het strand. Hij komt thuis met een zak vol bijzonder afval uit de zee. Lege schelpen, door stroming afgekloven botjes, stukjes touw. Het afval van de wereld heeft hij laten liggen. Zonder reden. Dat ben ik, die jutter. Zo voel ik mij. Wanneer ik Afslag BLV binnenstap en mij in die ruimte tussen de werken van Astrid Nobel begeef. Zij exposeert daar op verzoek van curator Albert Oost.

    Oost, zelf een veelzijdig creatief kunstenaar, jut het kunstlandschap af en vist er interessant werk uit. Eerst vond dat een plaats in zijn eigen galerie melklokaal. Nu al enkele jaren krijgt het onder de vlag van Museum Belvédère aandacht. Voor de dependance richt hij zijn pijlen op jonge kunstenaars, om hen een steun in de rug te geven en een duw richting de grote podia. Ditmaal kreeg dus Astrid Nobel deze opstap aangeboden. En deze kunstenaar zet met verve hiermee een vierde stap, daar ze al eerder haar werk solo presenteerde in Groningen en Amsterdam en in 2019 al de aandacht van Oost had voor zijn melklokaal.

    Pigmenten uit fossiele botten

    In Afslag BLV nu sta ik langs de waterkant, aan de vloedlijn. Overzie de golven die eendere en overeenkomende vormen maken. Op en neer, heen en weer. Hypnotiserend. Op de stilte van de diepte maakt het oppervlak beweging. Op de stilte van het doek maakt de materie leven. Die materie waarmee Nobel haar schilderijen opbouwt bestaat uit natuurlijke materialen. Pigmenten haalt zij uit fossiele botten, aangespoeld op het strand. Met zeewater en caseïne aangelengd zet ze kleuren op de met gesso geprepareerde drager. In een ander geval maalt Nobel kleur fijn uit schelpen, walvisbot en vissenwervels. Stampt ze zeezand en ijzerpoeder. Filtert stookolie. Zij hergebruikt de verloren schatten van de zee.

    Het natuurlijke materiaal geeft de composities een vervreemdende inhoud. De schelpen worden niet ingeplakt om er een herinnering van de zonvakantie van te fröbelen, zoals te vinden in de plaatselijke souvenirwinkel op de boulevard. Met het gebruik van zee gerelateerde materie geeft Astrid Nobel aandacht aan zowel de ernst van de klimaatcrisis als de kracht en schoonheid van de levende natuur. Het herinnert haar aan hoe het kan zijn, maar lang op alle plekken niet meer is. Deze diepere bodem in het stille water valt niet meteen te doorgronden. Het verhaal achter de werken gaat mee op een begeleidend papier. De tekst opent de ogen en verruimt de blik. Geeft een nieuwe kijk op de beeltenissen. Hoewel de werken bij nadere beschouwing zelf al “een verwantschap met en aandacht voor ander leven” prijsgeven.

    Tot de horizon zweven

    Op het droge staar ik over het water daar aan de zee, het Noordzeestrand. Beschouw de bewegingen van het aankomende en aflopende water, verdwijn gefocust in het niets van de eindeloze golven, de eeuwige einder. Bij het werk van Astrid Nobel heb ik eenzelfde ervaring. Het gevoel tot de horizon te kunnen zweven en niet te weten wat daarna is. Loopt het rond door of val ik van het plat af. Van een afstand kijk ik, maar wordt in de ruimte opgenomen. Dat is de kracht van de kunstenaar. Maar ook de werking van de composities zelf. Dat het mij in zich opneemt, mijn gevoel overneemt. Dat ik verdrink in de golven. Ik moet worstelen om weer boven te komen. Hoewel ik misschien onder zou willen blijven.

    Het wateroppervlak kan ook het karakter van een sterrenhemel krijgen. In een kolkende spiraal van lichtpunten bereikt het werk neerwaarts een hoogtepunt. In de eerste ruimtes van Afslag BLV heeft de kleur van het strand de overhand, terwijl de laatste zaal het blauw van de zee geeft. De overgang van land naar water is karakteristiek “Zandhonger”. Een imposant dubbeldoek waarin golven zich spiegelen, of eigenlijk de ribbels op het strand reflecteren in de deining van de zee. Het zand lekt, het verwatert. Het water houdt huis en neemt van het land. Het is niet meteen duidelijk dat deze vormgeving betekent dat de golfslag de vijand is. Maar bij nadere intensieve beschouwing, een serieuze inleving in de beeltenis, weet je wat ik zie.

    Vloedlijn door de afslag

    Naast de golfbewegingen is de cirkel van levensbelang voor het werk van Nobel. De cirkel als bron van cultuur, waar het water de grond geeft aan voortgang en ontwikkeling. Die cirkel staat ook voor de levenwekkende zon overdag en tevens het schijnsel van de maan ´s nachts. Voor de kunstenaar is de cirkel het universum, waarin het leven rond is. De levenscyclus na het eind een nieuw begin vindt. Dat uit de dood een volgend leven opstaat. Dit indenkend is er hoop voor opwarming en afkoeling, voor verschijning en verdwijning, kortom voor de klimaatcrisis. Zal de wereld zichzelf kunnen oprichten na de aanval van haar bewoners. Ondertussen houdt Nobel de veranderingen en afwijkingen aan de vloedlijn in de gaten. Geeft daar voor ons beeld aan. Door gevonden materialen te verwerken, die in zichzelf al rijke ervaring en kennis met zich dragen. Dit gevoel en weten zet zij aan tegen geleerde conclusies, plaatselijke historie en de eigen belevingen.

    Er loopt een stukje vloedlijn door de afslag. Schelpen zijn aangespoeld. Botten geven teken van leven dat eens was. Het is een puntdicht, een poëtisch éénregelige zin, geschreven in enkele beelden. Een eenvoudige installatie passend bij het karakter van de tentoonstelling. Een vormgeving die tot nadenken stemt. Tot overdenken maant. Wanneer de volgens zijn vertrokken, weggejaagd of door ziekte gedood, heerst er stilte. Een oorverdovende stilte tekent de atmosfeer. Het water staat ons aan de lippen. Het zand glipt ons tussen de vingers.

    Stilte na de Stern. Tentoonstelling schilderijen en installatie van Astrid Nobel. Te zien van 9 juni tot en met 18 augustus 2024 in Afslag BLV, Minckelersstraat 11, Heerenveen.

  • Vormen zonder vermeend doel bij Afslag BLV

    Wanneer ik de ruimte binnenloop is het alsof ik over de drempel  van een stoffenzaak stap. In deze ruimte geurt het als in die winkel, vergeven van raam- en vloerbekleding. Het ruikt er geurig natuurlijk naar wol. Niet naar schaap, maar naar het bewerkte product van deze viervoeter. Het ruikt zoet en huiselijk. Na enige tijd is de neus er echter aan gewend en lijkt de lucht neutraal te geuren, ruik ik niets meer. Of het moet de vers gezette koffie in het naast deze kunstruimte gelegen museumcafé zijn. Ik ben de drempelloze dependance van Museum Belvédère binnen gelopen. Zonder drempel is de kunst die daar wordt getoond echter niet. In Afslag BLV, gelegen in het centrum van Heerenveen, laat het museum hedendaags werk zien om podium te zijn voor jonge talentvolle kunstenaars. Talent wordt bewezen door afgestudeerd te zijn en werkbijdragen te ontvangen. Het talent heeft een voedingsbodem gevonden, maar moet nog groeien en bloeien. Heeft nog niet altijd de vaste vorm gevonden. De kunstenaar zoekt naar een bij hem of haar passende duiding, die sluit aan de idee van de bezoeker – de kijker naar het werk.

    De voorstelling is ongrijpbaar

    Terug naar de geur die de ruimte bij eerste betreden vult. Het blijkt te komen van de getufte wol die is gebruikt door de daar op dit moment exposerende kunstenaar voor een eigentijdse wandbekleding. Uiteraard bekleedt tweedimensionale kunst altijd de wand. Dit getuft wollen werk heeft echter het karakter van een reliëf dat in elementen uiteen kan vallen. De abstracte uiting beschouw ik als losse vormen, niet als beeltenis op zich. Dat betekent niet dat het niets voorstelt, van die simpele gedachte over een abstract werk moeten we af. De voorstelling is ongrijpbaar. In de gegeven vorm is een beeltenis te zien, maar die verstandelijke vanzelfsprekendheid geeft het objectief kijken een rugzak. Een last om vrijuit van de compositie te genieten, zonder meer. Het menselijk verstand wil herkenning, wenst iets tastbaars te zien dat schakelt aan een begrip. Maar dat bevatten, dat inzicht, wordt in deze vervangen door gevoel. De presentatie is ongrijpbaar, hoewel de inspiratie grijpt aan de werkelijkheid. De realiteit is het water waaruit geput wordt, de grond waarin gewoeld wordt, de lucht waarin de bezieling zweeft. De ervaren beelden worden opgeslagen en komen als beeldend kunstwerk tevoorschijn, wanneer de tijd er rijp voor is. De abstractie heeft daarom een kern van waarheid, een werkelijkheid in zich. Dat is de waarheid van de kunstenaar. De kijker naar het werk moet een vertaalslag maken om de essentie te achterhalen, te sluiten aan de duiding om het te begrijpen.

    Geen band met de ruimte

    Om mijn verstand te vriend te houden wens ik datgene wat ik bekijk te benoemen, te identificeren. Mijn ogen zoeken onderscheid, dat is een natuurlijk proces – het valt niet tegen te houden. In eerste blik kan ik daarom niet onbevangen kijken. Het verstand tuurt naar invulling, zingeving, verklaring. Deze drang naar interpretatie moet ik uitschakelen om fris en afstandelijk te kunnen beschouwen. Verstand op nul, blik op oneindig, zoiets. Echter, geeft de maker mij wel een handvat door het werk een titel te geven. Lastig, want dan word ik een richting in gestuurd die ik misschien helemaal niet wil. Leidt de kunstenaar mij naar een besloten duiding, een afgesloten toelichting. Gaat de compositie zonder titel dan kan ik neutraal kijken. Kan ik zien wat ik wil zien. En dat is in het geval van Dieke Venema een verademing.

    Naast de zacht aanvoelende composities in getufte wol heeft Venema enkele metalen objecten en een tweetal monotypes op canvas in de ruimte gebracht. De verwerking van het wandkleed in aan elkaar gerelateerde elementen is monumentaal maar weinig indrukwekkend. Het materiaal geeft niet de degelijke fijnheid die de figuratie verlangd. De groots bedrukte canvas vormgeving heeft wel van een imposante kwaliteit. De werken met een enkele drukgang getekend toont een sferische massa kolkende non-figuratie. Daarin figureren vormen die niet getekend lijken. Ik zie ze, maar kijk ik anders dan zijn ze verdwenen. Het aluminium, brons en betonstaal heeft eenzelfde structuur als het wol. In abstracte zin dan wel te verstaan. Het zijn vormen zonder een vermeend doel, buiten een denkbeeldige betekenis. Ze vullen de ruimte maar hebben er geen band mee. De vormen staan op zichzelf, maken geen verbinding met de omgeving. Kunnen echter wel aanleiding zijn voor een reactie en een vervolg, lees ik in de bijgeleverde tekst. Maar is dit niet altijd het geval, dat de kunstenaar werk laat groeien op wat hij of zij daarvoor heeft gemaakt. Dat ieder volgende compositie een reactie is op het vorige, dat het eerdere aanleiding is om nieuw werk te maken. De expositie in Afslag BLV is te klein van omvang om die voortgang in de beleving van Venema te onderkennen.

    paper, scissors. Expositie werk van Dieke Venema bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 3 maart tot en met 19 mei 2024.

  • Wiebelende pudding en verbeterde records bij Afslag BLV

    Misschien is het wel gedaan met dat orthodoxe schilderen. Dat rechtzinnig penseel en verf hanteren. Dat klodderen op een stuk linnen. Dat modderen met materie om de realiteit te kopiëren of juist een nieuwe werkelijkheid te maken. Dat trouw vasthouden aan de klassieke gulden snede om een compositie esthetisch op te zetten.

    Worden Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan aan de kant geschoven als niet meer van deze tijd zijnde? En natuurlijk zijn deze meesters allang uit de tijd gegaan, maar hun werk wordt nog steeds alom  gewaardeerd en gerespecteerd. Misschien moeten we Appel, De Kooning en Corneille wel afschrijven als niet meer ter zake doend. Is het vakwerk van Armando en de  meesterlijke arbeid van Marlene Dumas en Maaike Schoorel klassieke actualiteit.

    Want dat gepruts met pigment en doek is zo te saai in de gestreste wereld van vandaag en morgen. Is dat zo? Zo te? Dat overdenk ik achterover leunend in de loungebank bij de solotentoonstelling van Dinnis van Dijken. Afslag BLV geeft hem de ruimte om zijn visie op en filosofie over de schilderkunst te ventileren. Het zwarte leer van het meubel omarmt me en ik beschouw de kunst om mij heen. En inderdaad merk ik geen klassiek bewerkte doeken op. Zie ik geen romantische landschappen en dromerige stillevens, geen idyllische portretten. Zelfs zie ik geen kleurrijke abstracten en veelzijdige composities zonder titels. Wat ik vanaf de gezellige bank en vanuit mijn luie houding zie doet mij bijkans van verbazing opspringen.

    Dat het anders kan

    De omhaal van woorden die ik lees op het bij de tentoonstelling horende informatieblad wordt in het opgehangen werk in eenvoud verbeeld, merk ik op. Met humor en ernst verhaalt het werk in eigentijdse thematiek over de hedendaagse wereld. De wereld waarin alle tastbare zichtbaarheid snel moet kunnen indalen. De (jonge) mens van deze tijd heeft geen twee ogenblikken tijd lang bij een illustratie stil te staan. Is niet meteen het beeld duidelijk en herkenbaar dan wordt deze snel geswipet. Verder, het volgende. Deze wereld is van de snelle blik, hoewel een slow movie verbazend veel kijkers trekt. Maar dat zijn bij wijze van spreken kijkers van de oude stempel die de snelheid van heden ten dage beu zijn, meer dan. Zij vermaken zich met de simpele eenvoud en geven handenvol geld uit aan de Van Goghs, Appels en Armandos. Omdat ze het klassieke beeld niet kunnen loslaten, want vroeger was alles beter. Dinnis van Dijken ziet dat anders en draaft met zijn tijd mee. Probeert zelfs in de kopgroep te blijven om het peloton achter zich te laten. Hij wil de massa laten zien dat het anders kan, dat de schilderkunst een hernieuwde plaats kan vinden binnen een maatschappij “die wordt bepaald door het vermogen van memes om de tijdgeest van ons onrustige tijdperk, met zijn wereldwijde politieke omwentelingen en nooit eindigende crises, in te kapselen.” En of het hem lukt de schilderkunst als drager van betekenis verder te ontwikkelen om met een hernieuwde blik te kijken kan een ieder die zijn werk ziet zelf bepalen.

    One hit wonder

    Het werk spreekt niet altijd een duidelijke taal om het te kunnen verklaren. Wat dat betreft gaat het voorbij aan de snelle blik. Heeft het meer dan enkele ogenblikken nodig om begrijpelijk te zijn. Het is geen snelle hap, maar moet goed gekauwd en nog eens herkauwd worden om verteerbaar te zijn. Zoals het goede schilderkunst betaamt. Dat het geen vluggertje is, maar tijd krijgt om in te dalen. Daarom, zou je kunnen zeggen, bevindt het werk van Dinnis van Dijken zich op de grens van oud naar nieuw. In het niemandsland, op het grensgebied. Het laat wat was niet los, want het verleden maakt toch het heden. En tegelijk kijkt het vooruit, naar dat wat komen gaat. In de toekomst. Het maakt zich los en loopt vooruit, tegelijk kijkt het over de schouder terug. Misschien slaat het op de driesprong een verkeerde weg in die dood loopt op den duur. Is Van Dijken geen blijvertje, maar een eendagsvlieg, een one hit wonder.

    Slap that Jello and watch it Wobble

    Voor nu kijk ik mijn ogen uit. Verwonder me over de frisse wind die door deze kunstruimte waait. De kunstenaar lijkt door de opgehangen werken meer een tekenaar dan een schilder. Hij tekent met verf in klare lijnen de beeltenis, zwart op wit. Dit beeld heeft een humoristische ondertoon waar de boventoon van onderzoek overheerst. Hij (her)gebruikt wel cartoons zoals Roy Lichtenstein dat deed in de popartperiode, maar dan anders. Het bevestigt dat zijn werk op het scherpst van de snede in het heden terugziet op het verleden. Van Dijken slaat een eigen weg in wanneer hij timescores als kunstwerken opzet. Ouders zijn trots wanneer de kinderen de eigen records verbeteren, dan verschijnt er een lachende emoticon in de lijst. En wanneer het minder gaat het tegenovergestelde. Net als de uitgeschreven recepten voor broodjes in de serie “Sharing is Caring” wordt het doodnormale tot kunst verheven. Want de wereld van nu is niet elitair, er zijn geen hoge drempels meer door de sociale media waarop iedere scheet die dwars zit op een plankje wordt vast gespijkerd. Is dat het voorland van de nieuwe kunst? De roosters van het spel zeeslag, battleship, krijgt een eigen canvas. Bij het schilderij waarop enkel een kruis staat afgebeeld glimlach ik wanneer ik de titel lees: Here we are.

    Het werk waaraan de tentoonstelling de titel ‘Slap that Jello and watch it Wobble’ dankt toont het vrijwel enige gekleurde schilderij in deze ophanging. Een rode gelatinepudding in een witte vorm siert in olieverf het linnen. Trilpudding noemde ik dat zoete toetje vroeger, omdat de substantie begint te bibberen wanneer je het aansnijdt. In geval van Dinnis slaat hij ertegen en begint het te wiebelen. Achter het tweedimensionale beeld van het dessert bevindt zich in het schilderij een speaker. Met de mobiele telefoon kan de bezoeker deze luidspreker activeren om muziek van een playlist op Sonos of Spotify te beluisteren. Dat doe ik dan ook en zak daarbij terug in de behaaglijkheid van de bank. Zet mijn oren open voor muziek van onder meer Thomas Azier, Israel Nash en Chris Smither. Op de klanken van Det går over droom ik weg naar de neopop in de kunst. De smaak van een pitabroodje komt in mijn mond. Wat een heerlijke tentoonstelling daar in Afslag BLV!

    Slap that Jello and watch it Wobble. Schilderijen van Dinnis van Dijken bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 3 december 2023 tot en met 18 februari 2024.