Wie een nieuwe wereld schept moet niet vreemd opkijken wanneer er mensen zijn die daar niet inpassen. Is het de grote schepper niet ook overkomen? Hij schiep een fantastische wereld, maar de mens wist er geen raad mee. Het had zo mooi kunnen zijn! In dat eerste geval was er helemaal niets. Alles was woest en ledig. Die Schepper is de blauwdruk van de kunstenaar: Hij maakte van niets iets en zag dat het goed was. Het is een godenverhaal. Zo’n vertelling die de kunstenaars Édua Mária László en Huba Hónigh maar al te graag zouden willen verbeelden. Ook zij scheppen een nieuwe wereld, maar niet uit het niets.
De geschiedenis als grondstof
László en Hónigh moeten het in Afslag BLV echter doen met wat voorhanden is, met dat wat de geschiedenis hen heeft overgeleverd. En met dat feitenrelaas creëren zij een wereld die er voorheen niet was. Een nieuwe wereld, maar geen nieuwe aarde. Ze willen het kind niet met het badwater weggooien. Oude waarden zijn van levensbelang, dat blijkt telkens weer. De kunstenaars plukken van overal elementen die zij nodig achten om in een andere context te gebruiken. Zo lijkt de tentoonstelling in Afslag BLV een samengeraapt allegaartje. Wie echter zijn of haar ogen de kost geeft, zoals de kunstenaars voordien hebben gedaan, zal een afgemeten en evenwichtige presentatie kunnen beschouwen.

De kunstenaars grijpen terug in de tijd, want dat is wat voorhanden is om te gebruiken. De overgeleverde verhalen en door de tijd ontstane geloofssystemen vergelijken en voegen ze samen om tot een afwijkende beeldtaal te komen. De beeltenissen doen wel vertrouwd aan omdat wij eraan gewend zijn, maar door de gewijzigde betekenis is onze ervaring anders. Alhoewel we vooruit willen kijken en liever niet achterom. Wij kunnen echter leren van het verleden de toekomst in. Wanneer we niet toch maar wat vaker over onze collectieve schouder willen kijken.
László en Hónigh proberen het verleden te kennen. Herkennen er zaken in die nu plaats vinden, want het verleden echoot in het heden. Wat eens was, keert als het getij terug, eb en vloed in een eeuwige golfbeweging. Ze staan aan de zijlijn en zijn toeschouwer, observeren de tijdslijnen en geven daaraan nieuwe betekenissen en leggen andere verbanden. De kunstenaars verbinden door lijnen te trekken, overeenkomsten te zien. Van daar naar hier en terug. Ze leren van de geschiedenis en proberen oude waarden nieuwe betekenissen te geven. Wat als. Stel dat.
Monument voor de fietsende Nederlander
Om grip te hebben op een en ander is de tentoonstelling in Afslag BLV in drieën opgedeeld. Zo heeft de bezoeker van de ruimte beter overzicht en kan houvast vinden aan de thema’s Nederlandse identiteit en globalisatie, de oudheid, zelfmythologie. Vooral dat laatste is bijzonder interessant, maar daar kom ik later op terug. Vanaf het begin is het Huba Hónigh die archiefmateriaal verwerkt tot collages. Niet enkel in het platte vlak op een drager, maar ook gaat hij de ruimte in. Opvallend in het verhaal van Nederland is de “Rain Totem”, een toren van fietsen en wegmeubilair verheft zich als een geïmproviseerd monument in de tentoonstellingsruimte. De installatie lijkt een ode aan de fietsende Nederlander. Niet snelheid of efficiëntie staan centraal, maar de vanzelfsprekendheid waarmee de fiets al generaties lang deel uitmaakt van het dagelijks leven.


In “de oudheid” werken de kunstenaars samen om hun eigen mythen te creëren. Oude verhalen vormen derhalve het vertrekpunt voor nieuwe verbeeldingen. De klassieke vertelling vormt de voedingsbodem, onder de oppervlakte aanwezig om de verbeelding te voeden, maar niet om simpelweg geïllustreerd te worden. Elementen uit de geschiedenis zijn gebruikt om te spreken in de actuele tijd. Vanuit die symbolische wereld uit lang vervlogen tijden kijken de kunstenaars naar het hier en nu. Zij worden onderdeel van het vroeger om in het heden te spreken. Ze maken zichzelf tot geschiedschrijvers. Historici, niet om het verleden over te schrijven maar om het te overschrijven. Er een eigen laag aan toe te voegen.
Een persoonlijke mythologie
In de derde ruimte maakt Édua Mária László zelf de overlevering. Door religie, liturgie en christelijke symbolen in haar kunst binnen te voeren probeert ze deze tot een persoonlijke geloofsbelijdenis op te zetten. Er is meer tussen hemel en aarde, dat is wat de Myth Makers mij willen doen geloven. En ik denk dat het zo is. In devote beschouwing kniel ik welhaast voor het altaar in deze ruimte neer, maar ik houd me in, ik zal gezien zijn! Ik pas mij aan deze nieuwe wereld aan en voel me als Adam in het paradijs. In de ruimtelijke kijkplaat kan de beschouwer zijn of haar ogen de kost geven. Er valt voldoende te consumeren. De museale presentatie valt niet, ondanks de opdeling, in delen uit elkaar. Er is een opbouw in balans, zoals de collagekunst evenwichtig kan zijn. Op het eerste gezicht schijnt het als los zand aan elkaar te hangen, maar bij nadere beschouwing en aandachtige blik blijkt het een hechte constructie te zijn.

Aan die nieuwe wereld van deze levende legenden kan ik me wel aanpassen. Ik hoef niet van de appel te proeven om mij te laven aan de vruchten van deze mythevormers. Hun tuin van heden in Afslag BLV ligt er aangeharkt bij. Er groeit nergens kruid op een ongewenste plek. Wel is ruimte gelaten voor de eigen interpretatie en ontdek ik hier en daar een niet eerder gezien plantenras. Probeer er een Latijnse naam aan te geven, maar kom niet verder dan tulipa sylvestris. Deze kunstenaars hebben van iets niets anders gemaakt. Het verleden vormt de voedingsbodem voor een nieuwe werkelijkheid. Dat niets zegt alles over dat hun nieuwe wereld reflecteert op – zich spiegelt aan de bestaande aarde. Dus daar ben ik wel vertrouwd mee, zoals ik ook wende aan de blauwdruk van de Schepper.
Tentoonstelling “MYTH MAKERS”, werken van Édua Mária László en Huba Hónigh bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 7 juni tot en met 23 augustus 2026.













































