Doe ik de bundel verspreide gedichten van Adrie Krijgsman open. Begin ik niet bij het begin zoals te doen gebruikelijk. Maar laat het lot beslissen wat als eerste mijn blik zal kruisen. Dan plots wordt het mij warm van binnen, terwijl ik best zeker weet dat toeval niet bestaat. Op pagina 57 valt het boekje open, jawel, bijkans het midden van de 116 pagina’s tellende softcover. Mijn oog kijkt, mijn geest leest: Van nieuwe jaren, en de dingen die komen. En het is alsof over mijn schouder de dichter dezes de woorden hardop in mijn oor fluistert. Dat hij terugkomt op zijn geschreven woorden, omdat hij daarin hard zichzelf is tegen gekomen ofwel met zijn kop tegen de muur gestoten is, daar was het plafond en hoger kon hij niet komen. Het was op, klaar, gedaan.
Dit gedicht op pagina 57 verzucht nog een toekomst, het werd een hiernamaals. Krijgsman sluit dit verspreide gedicht af met “het jaar heeft mij ontvangen / en na een korte nacht / alweer koortsvrij verklaard / om alle dagen te behagen / met zotteklap en flauwe kul / bevestigd met een zwaluwstaart / in het absurde van Kierkegaard”. Wij, achterblijvers en ongenode gasten per vergissing aanwezig, weten inmiddels beter. Deze dichter heeft het leven gelaten, is uit de tijd gegaan. Maar deze dichter heeft nochtans de deur niet achter zich dicht getrokken. Hij moest wel zijn lichaam verlaten, maar zijn geest zwerft nog rond in zijn nagelaten oeuvre aan vertellingen, bespiegelingen, reisnotities, gedichten en romans.
Diverse daarvan werden mij ter bespreking door hem om niet gezonden, omdat hij van een eerste beschouwing gecharmeerd was en ik zelfs de achterflap van een volgende uitgave haalde. De, zoals later bleek bij leven, laatste bundel heb ik zelf besteld: Verspreide gedichten 2019-2024. Om het postuum door te nemen, het in mij te nestelen en als nagedachtenis vervolgens te bespreken. Zo gedacht, zo gedaan.

Nogmaals dank en hartelijke groet
Laat ik het verspreide beschouwingen 2020-2024 noemen, waarin ik door de tijd acht uitgaven van Krijgsman mocht bespreken. En waarmee hij telkens erg blij was getuige de reacties: “Met hoop en lef zou ik er bijna trots van worden!”, “En weer zo’n heerlijke, doorwrochte beschouwing (…)”, “Ja, hier word ik wel blij van natuurlijk. Ik had al wat positieve reacties binnen, maar dit is dan een soort Nobelprijs zonder geldsom.” en “Een mooie beschouwing over mijn ‘koffietafelboek’ Dwarswegen (…)”.
En ook kreeg ik van hem persoonlijke bedanken, die mij dierbaar waren en blijven: “Dag Jurjen. Ontzettend bedankt weer voor je prachtige beschouwing. Ook voor je terechte kritiekpuntjes. Die begrijp ik en ik heb daar zelf ook mee geworsteld. Keuzes voor een ‘mooi’ kunstboek of een toch wat rommelig aandoend overzicht. Het werd het laatste. Nogmaals bedankt!” (Dwarswegen), “Dag Jurjen. Ik wil je weer ontzettend bedanken voor de prachtige beschouwing. Hoewel ik niet van plan ben om te stoppen met schrijven is zo’n positieve beschouwing toch ook een goede stimulans om door te gaan. Nogmaals dank!” (De lente van 23), “Dag Jurjen. Ontzettend bedankt voor de doorwrochte en goed geanalyseerde beschouwing over Tergus. Ik ben er weer heel blij mee!”, “Jurjen, weer met mijn grote dank! Een prachtige beschouwing van Hlub! Ik heb geprobeerd er subtiel een verwijzing naar de Gazastrook in te leggen, maar ben daar blijkbaar onvoldoende in geslaagd, want bij jou kom ik het niet tegen. Geen probleem, de lezer haalt eruit wat hij eruit haalt – en de lezer is de baas! Nogmaals dank en hartelijke groet, Adrie.”
Ik kom mezelf al te vaak tegen
Maar genoeg veren in mijn reet, over tot de “Verspreide gedichten” waarbij mijn eerdere omschrijvingen van het werk van Krijgsman stand houden. Hoewel ik de gedichten in deze bundel niet eerder onder ogen had, komen ze mij toch meer dan bekend voor. Dit komt naar mijn mening doordat de woordkeuze en schrijfwijze van Krijgsman mij inmiddels vertrouwd in de oren klinken, of beter echoën in mijn hoofd. Wanneer ik mijn ogen sluit zie ik zijn woorden tot beelden worden. Adrie Krijgsman neemt mijn gedachten mee, wijst me de weg in zijn woorden. De zinnen lees ik over en weer, de regels beklijven wanneer ik de woorden stil in mezelf hardop herhaal. In de gedichten van Krijgsman kom ik mezelf maar al te vaak tegen. Het sluit aan op mijn alledaagse ervaring. Ben ik van dezelfde generatie, dat de jas me zo past. Dat ik aanvoel wat zijn gevoel is bij de dingen. De dingen zijn de ideeën die mijn starende blik kruisen, die over zijn velden of daken komen aanwaaien. Ze passen, daarom vind ik het makkelijk ze te lezen. Verwonder me over hoe de woorden meanderen door de zinnen, dansen in de verzen. De stroom is onstuitbaar. Met lust duik ik erin, in wellust zwem ik erdoor.
Want citeerde Adrie mij eens op het moment dat ik zijn vergeten filosoof had gelezen en besproken: “Het is een verademing, en dat zeg en schrijf ik niet om bij hem in een goed blaadje te komen om weer eens een vermelding op het omslag van een door hem in eigen beheer uitgegeven boekwerk te krijgen. Krijgsman behandelt kunst en literatuur op een luchtige wijze, maakt van filosofie een jip-en-janneke wijsheid. Laagdrempelig en vermakelijk, maar voortdurend met een serieuze ondertoon. Somtijds is hij een cynicus om daarna te worden tot scepticus. Een sarcast, ironisch knipogend naar de samenleving die hij op reis achterlaat.”

Dichter, denker, kunstenaar
En “Krijgsman heeft een speelse geest, een filosofische trant van schrijven. Hij houwt de woorden op het papier zodat ze levende beelden worden. Hij is een lyrisch schrijver, die uiterst gedetailleerd de omgeving en de overdenkingen beschrijft. Met een stijlvolle uitdrukkingsvaardigheid, van zo’n intieme intensiteit dat het voor een liefhebber van taal, van mooie poëtische taal, alleen al daardoor de moeite waard is om ze te lezen.”
Van deze woorden is geen punt en komma teveel gezegd of te weinig geschreven. Ook bij de verspreide gedichten lees ik diezelfde lust in het omschrijven van het leven, de wellust om er een vinger achter te krijgen. Hij legt meermaals zijn vinger op zere plekken van leven en welzijn door in diepzinnige woorden te zeggen waar het op staat. Voor hem bleek het leven maar een vinger lang te zijn, maar zijn bespiegelingen en opvattingen over het doen en laten, reuring en geraas van mens en maatschappij doet stof opwaaien en zal lang nawerken. In zijn filosofische reflecties en mijmeringen blijft hij over zijn graf heen ons een spiegel voorhouden waarin tekortkoming en zelfgenoegzaamheid op de hak worden genomen. In puntige taal dat als een twee snijdend mes de ziel klooft. Krijgsman zou je een wolf in schaapskleren kunnen noemen, een kater die je niet zonder handschoenen kunt aanpakken. Hij is altijd een jonge hond gebleven, die stoutmoedig en vurig het leven bleef beschrijven tegen de klippen op langs de bierkaai. Dichter, denker, kunstenaar.
Leeg geschreven, punt geraakt
Proactief met een over het algemeen positieve kijk op het leven en een sterk arbeidsethos wist Krijgsman zijn tijd efficiënt te beheren. Hij stelde niet uit tot morgen wat vandaag gedaan kon worden, volgde zijn dagelijkse routine en prioriteerde de zaken. Daardoor was hij een veelschrijver en daarmee een woordsmid die een grote productie aan uitgaven op zijn naam heeft staan. Dit formulerende voel ik zijn warme adem in mijn nek, bij wijze van spreken. Kijkt hij over mijn schouder aandachtig mee naar de manier waarop ik zijn nalatenschap memoreer. Vanaf zijn leefgebied tussen de sterren nu ziet hij neer op de aarde. Heeft het zwarte gat gevonden in de witruimte van parameters. Lijkt te zijn leeg geschreven, de punt geraakt. Tussen de regels door is echter niet alles gezegd en dus een komma gezet. Beeldend uitgeschreven kan zijn levenswerk nog jaren mee.
Hoewel naast het leven staand nu, voor eeuwig uit de tijd, geven zijn woorden hoop en schetsen een zekere toekomst. Noem hem een profeet in eigen land, een ziener die het allemaal wel gezien had maar het leven nog zo lief was. Zijn zijn echoot in woord en beeld.
“Vloekende vlierbessen, tierende bramen, de scheldroep der / kerkuil in vroege ontluisterende morgen. De schimpende / bijen die stervend bij bloemen hun opwachting maken. Ver- / schrompelde morgen met opstootjes tegen onleefbaarheid. / / Gaan we wel redden! De moedige, nieuwere wereld is / straks natuurkundig bereik, want genetische voortgang heeft / woordloos gelijk, met betere bijen en bramen. De / nieuwere wereld wordt veel bestendiger, mooier nog.”
Verspreide gedichten 2019-2024. Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2024.



























