Categorie: Brave New Books

  • Een jonge hond langs de bierkaai, een wolf in schaapskleren

    Doe ik de bundel verspreide gedichten van Adrie Krijgsman open. Begin ik niet bij het begin zoals te doen gebruikelijk. Maar laat het lot beslissen wat als eerste mijn blik zal kruisen. Dan plots wordt het mij warm van binnen, terwijl ik best zeker weet dat toeval niet bestaat. Op pagina 57 valt het boekje open, jawel, bijkans het midden van de 116 pagina’s tellende softcover. Mijn oog kijkt, mijn geest leest: Van nieuwe jaren, en de dingen die komen. En het is alsof over mijn schouder de dichter dezes de woorden hardop in mijn oor fluistert. Dat hij terugkomt op zijn geschreven woorden, omdat hij daarin hard zichzelf is tegen gekomen ofwel met zijn kop tegen de muur gestoten is, daar was het plafond en hoger kon hij niet komen. Het was op, klaar, gedaan.

    Dit gedicht op pagina 57 verzucht nog een toekomst, het werd een hiernamaals. Krijgsman sluit dit verspreide gedicht af met “het jaar heeft mij ontvangen / en na een korte nacht / alweer koortsvrij verklaard / om alle dagen te behagen / met zotteklap en flauwe kul / bevestigd met een zwaluwstaart / in het absurde van Kierkegaard”. Wij, achterblijvers en ongenode gasten per vergissing aanwezig, weten inmiddels beter. Deze dichter heeft het leven gelaten, is uit de tijd gegaan. Maar deze dichter heeft nochtans de deur niet achter zich dicht getrokken. Hij moest wel zijn lichaam verlaten, maar zijn geest zwerft nog rond in zijn nagelaten oeuvre aan vertellingen, bespiegelingen, reisnotities, gedichten en romans.

    Diverse daarvan werden mij ter bespreking door hem om niet gezonden, omdat hij van een eerste beschouwing gecharmeerd was en ik zelfs de achterflap van een volgende uitgave haalde. De, zoals later bleek bij leven, laatste bundel heb ik zelf besteld: Verspreide gedichten 2019-2024. Om het postuum door te nemen, het in mij te nestelen en als nagedachtenis vervolgens te bespreken. Zo gedacht, zo gedaan.

    Nogmaals dank en hartelijke groet

    Laat ik het verspreide beschouwingen 2020-2024 noemen, waarin ik door de tijd acht uitgaven van Krijgsman mocht bespreken. En waarmee hij telkens erg blij was getuige de reacties: “Met hoop en lef zou ik er bijna trots van worden!”, “En weer zo’n heerlijke, doorwrochte beschouwing (…)”, “Ja, hier word ik wel blij van natuurlijk. Ik had al wat positieve reacties binnen, maar dit is dan een soort Nobelprijs zonder geldsom.” en “Een mooie beschouwing over mijn ‘koffietafelboek’ Dwarswegen (…)”.

    En ook kreeg ik van hem persoonlijke bedanken, die mij dierbaar waren en blijven: “Dag Jurjen. Ontzettend bedankt weer voor je prachtige beschouwing. Ook voor je terechte kritiekpuntjes. Die begrijp ik en ik heb daar zelf ook mee geworsteld. Keuzes voor een ‘mooi’ kunstboek of een toch wat rommelig aandoend overzicht. Het werd het laatste. Nogmaals bedankt!” (Dwarswegen), “Dag Jurjen. Ik wil je weer ontzettend bedanken voor de prachtige beschouwing. Hoewel ik niet van plan ben om te stoppen met schrijven is zo’n positieve beschouwing toch ook een goede stimulans om door te gaan. Nogmaals dank!” (De lente van 23), “Dag Jurjen. Ontzettend bedankt voor de doorwrochte en goed geanalyseerde beschouwing over Tergus. Ik ben er weer heel blij mee!”, “Jurjen, weer met mijn grote dank! Een prachtige beschouwing van Hlub! Ik heb geprobeerd er subtiel een verwijzing naar de Gazastrook in te leggen, maar ben daar blijkbaar onvoldoende in geslaagd, want bij jou kom ik het niet tegen. Geen probleem, de lezer haalt eruit wat hij eruit haalt – en de lezer is de baas! Nogmaals dank en hartelijke groet, Adrie.

    Ik kom mezelf al te vaak tegen

    Maar genoeg veren in mijn reet, over tot de “Verspreide gedichten” waarbij mijn eerdere omschrijvingen van het werk van Krijgsman stand houden. Hoewel ik de gedichten in deze bundel niet eerder onder ogen had, komen ze mij toch meer dan bekend voor. Dit komt naar mijn  mening doordat de woordkeuze en schrijfwijze van Krijgsman mij inmiddels vertrouwd in de oren klinken, of beter echoën in mijn hoofd. Wanneer ik mijn ogen sluit zie ik zijn woorden tot beelden worden. Adrie Krijgsman neemt mijn gedachten mee, wijst me de weg in zijn woorden. De zinnen lees ik over en weer, de regels beklijven wanneer ik de woorden stil in mezelf hardop herhaal. In de gedichten van Krijgsman kom ik mezelf maar al te vaak tegen. Het sluit aan op mijn alledaagse ervaring. Ben ik van dezelfde generatie, dat de jas me zo past. Dat ik aanvoel wat zijn gevoel is bij de dingen. De dingen zijn de ideeën die mijn starende blik kruisen, die over zijn velden of daken komen aanwaaien. Ze passen, daarom vind ik het makkelijk ze te lezen. Verwonder me over hoe de woorden meanderen door de zinnen, dansen in de verzen. De stroom is onstuitbaar. Met lust duik ik erin, in wellust zwem ik erdoor.

    Want citeerde Adrie mij eens op het moment dat ik zijn vergeten filosoof had gelezen en besproken: “Het is een verademing, en dat zeg en schrijf ik niet om bij hem in een goed blaadje te komen om weer eens een vermelding op het omslag van een door hem in eigen beheer uitgegeven boekwerk te krijgen. Krijgsman behandelt kunst en literatuur op een luchtige wijze, maakt van filosofie een jip-en-janneke wijsheid. Laagdrempelig en vermakelijk, maar voortdurend met een serieuze ondertoon. Somtijds is hij een cynicus om daarna te worden tot scepticus. Een sarcast, ironisch knipogend naar de samenleving die hij op reis achterlaat.

    Dichter, denker, kunstenaar

    En “Krijgsman heeft een speelse geest, een filosofische trant van schrijven. Hij houwt de woorden op het papier zodat ze levende beelden worden. Hij is een lyrisch schrijver, die uiterst gedetailleerd de omgeving en de overdenkingen beschrijft. Met een stijlvolle uitdrukkingsvaardigheid, van zo’n intieme intensiteit dat het voor een liefhebber van taal, van mooie poëtische taal, alleen al daardoor de moeite waard is om ze te lezen.

    Van deze woorden is geen punt en komma teveel gezegd of te weinig geschreven. Ook bij de verspreide gedichten lees ik diezelfde lust in het omschrijven van het leven, de wellust om er een vinger achter te krijgen. Hij legt meermaals zijn vinger op zere plekken van leven en welzijn door in diepzinnige woorden te zeggen waar het op staat. Voor hem bleek het leven maar een vinger lang te zijn, maar zijn bespiegelingen en opvattingen over het doen en laten, reuring en geraas van mens en maatschappij doet stof opwaaien en zal lang nawerken. In zijn filosofische reflecties en mijmeringen blijft hij over zijn graf heen ons een spiegel voorhouden waarin tekortkoming en zelfgenoegzaamheid op de hak worden genomen. In puntige taal dat als een twee snijdend mes de ziel klooft. Krijgsman zou je een wolf in schaapskleren kunnen noemen, een kater die je niet zonder handschoenen kunt aanpakken. Hij is altijd een jonge hond gebleven, die stoutmoedig en vurig het leven bleef beschrijven tegen de klippen op langs de bierkaai. Dichter, denker, kunstenaar.

    Leeg geschreven, punt geraakt

    Proactief met een over het algemeen positieve kijk op het leven en een sterk arbeidsethos wist Krijgsman zijn tijd efficiënt te beheren. Hij stelde niet uit tot morgen wat vandaag gedaan kon worden, volgde zijn dagelijkse routine en prioriteerde de zaken. Daardoor was hij een veelschrijver en daarmee een woordsmid die een grote productie aan uitgaven op zijn naam heeft staan. Dit formulerende voel ik zijn warme adem in mijn nek, bij wijze van spreken. Kijkt hij over mijn schouder aandachtig mee naar de manier waarop ik zijn nalatenschap memoreer. Vanaf zijn leefgebied tussen de sterren nu ziet hij neer op de aarde. Heeft het zwarte gat gevonden in de witruimte van parameters. Lijkt te zijn leeg geschreven, de punt geraakt. Tussen de regels door is echter niet alles gezegd en dus een komma gezet. Beeldend uitgeschreven kan zijn levenswerk nog jaren mee.

    Hoewel naast het leven staand nu, voor eeuwig uit de tijd, geven zijn woorden hoop en schetsen een zekere toekomst. Noem hem een profeet in eigen land, een ziener die het allemaal wel gezien had maar het leven nog zo lief was. Zijn zijn echoot in woord en beeld.

    Vloekende vlierbessen, tierende bramen, de scheldroep der / kerkuil in vroege ontluisterende morgen. De schimpende / bijen die stervend bij bloemen hun opwachting maken. Ver- / schrompelde morgen met opstootjes tegen onleefbaarheid. / / Gaan we wel redden! De moedige, nieuwere wereld is / straks natuurkundig bereik, want genetische voortgang heeft / woordloos gelijk, met betere bijen en bramen. De / nieuwere wereld wordt veel bestendiger, mooier nog.”

    Verspreide gedichten 2019-2024. Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2024.

  • Hlub: zie mij, voel mij, raak mij aan

    Hlub, Hlub is een schreeuw om hulp. Maar wie verstaat het? Het lijkt wel het zwijgen van de vis, het woordloos communiceren onder water. Blub, Blub. Of is het een gesmoorde kreet om het zwijgen te doorbreken, juist, om aandacht te vragen. Dat moet ook wel om uit de benarde positie te komen die over 86 pagina´s is uitgeschreven. Het betreft een man op het strand, verzandt door de getijden. Hij is alleen, wil dat graag zijn maar toch ook weer niet. In het onderhavige verhaal krijgt de man gezelschap van zijn filosofische gedachten en daarmee haalt hij herinneringen op uit het verleden. Want met gedachten ben je nooit alleen, heb je altijd gezelschap. Met je mijmeringen kun je de hele wereld in huis halen. De man alleen is hoofdpersoon en lijdend voorwerp in dit verhaal. Het verhaal van Adrie Krijgsman. Autobiografisch beschreven in de eerste persoon enkelvoud, uit de eerste hand dus.

    De mensen daar op het strand lopen letterlijk over hem heen aan het slot van het relaas. Men ziet hem niet, hij wordt niet opgemerkt. Half verscholen onder het zand als een scheermes schelp. Hij is daar verzeild geraakt om er te verpozen, te ontsnappen uit de dagelijkse bezigheden. Een pijn rechts onder de ribben lijkt roet in het eten te gooien en zorgt uiteindelijk voor een gillend Hlub. Een wulk voor de schelpenverzameling is de boosdoener. De man bukt en de pijn schiet door zijn lendenen, hij valt als een blok en voelt dat het laatste uur heeft geslagen. Hlub, hlub!

    Verbeelding en realiteit

    De scheidslijn tussen droom en werkelijkheid is poreus. De grens kan zonder paspoort worden overgestoken. In dat mistige grensgebied, de nevel over het niemandsland, is de fantasie koning over prins waarheid. Het boek leest als een waar gebeurd verhaal waarin elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval of waanideeën. Er gebeuren zoveel bedenkelijk onwerkelijke dingen in de vertelling, dat het weer meer een surrealistisch gelijkend schilderij in een stroom van woorden is. Dat verbeelding en realiteit af en aan bewegen gelijk het zeewater met eb en vloed.

    Het verhaal aan één stuk (mag het een onsje meer zijn) lijkt geschreven om in een enkele adem uit en door te lezen. En dat is me waarlijk gelukt met een sixpack trappistentripel onder handbereik. Ik zit nog na te puffen en uit te hijgen, want er is tussen begin en eind – tussen pagina 4 en pagina 90 – geen verlet of rustmoment omschreven. Het is echter eigenlijk oprecht vloeken in de kerk om het boek in één avond uit te lezen. Want Adrie Krijgsman heeft er uiteraard meer avonden aan zitten schrijven en bijgeschaafd. Gestreept en geschrapt. Kill your darlings, dat. En dan zal ik vervolgens het bloed, dat zweet en die tranen in een poep en een scheet, in een vloek en een zucht verwerken. Dat is heiligschennis, ongekend! Hlub!

    Leest lekker weg

    Als een cabaretier die een one-manshow op toneel brengt en de draad lijkt kwijt te raken omdat hij ieder eindje oppakt om een boom op te zetten en over uit te wijden, maar tot besluit de losse draden weer aan elkaar weet te knopen. Zo laat Krijgsman het verhaal als een marathonschaatser gladjes over de baan glijdt aan een stuk doorlopen over de pagina’s. Er is geen hoofdstuk indeling, laat staan dat er afgesloten dan wel afgeronde alinea’s zijn om even over uit te ademen en in op te laden voor een nieuwe krachtsinspanning. Hoewel van inspanning nauwelijks sprake is, want de te lezen tekst vergt dan wel spierballen maar het leest lekker weg zoals dat heet. Voor de vuist weg, a prima vista, de titel bereidt me hoegenaamd niet voor op de inhoud. (Hoewel de illustratie op de omslag, met het krijtteken van een misdaadscene op een bed schelpen, me op weg kon helpen.)

    Geen enkel moment echter kan ik mijn gedachten laten afdwalen of de aandacht door een venster naar elders laten vervliegen. Ik moet als lezer bij de les blijven anders raak ik de draad die de schrijver krampachtig vasthoudt op mijn beurt zomaar kwijt. Ik moet mee in de maalstroom van gedachten, denkbeelden, beweringen. Er is geen ontkomen aan wil ik de strekking van de vertelling weten, de zin van het verhaal doorgronden. In de laagdrempelige filosofische beredenering, Adrie Krijgsman zo karakteristiek eigen, voert hij mij wel losjes langs en door de wereld van zijn gedachten. Hij kan zo heerlijk voor zichzelf uit mijmeren en mij toch naadloos meenemen in zijn overpeinzingen.

    In doodsnood

    Het is een lust de beslommeringen, de zorgen en narigheid van de hoofdpersoon te weten, want de mens heeft het meest plezier in het gebrek van de naaste, die andere. Maar, vraag ik me al lezende af, wat heb ik eraan dit te weten, dit persoonlijke relaas te kennen. Te weten hoe Adrie Krijgsman aan dat strand terecht is gekomen. In doodsnood is hij en ziet zijn leven als in een film aan zich voorbij trekken met alle zijpaden en kronkelwegen, uitstapjes, dagdromen en nachtmerries. Heeft die kennisoverdracht een diepere grond en betekenis of is het gewoon afleiding van hem en voor mij van en uit het dagelijks leven. Voor enkele momenten mij terugtrekken en mij begeven in de lijdensweg van een ander. Het leidt af, ik recreëer er een avond mee. Maar heeft het iets te betekenen, kan ik door de lagen heen lezen. De diepere grond ontdekken, de basis van het verhaal. Waarom werd het geschreven. Waar gaat dit over? Wat is dit voor droombeeld? Eigenaardige gedachtenworsteling, denkvoorstelling die normaal gesproken er weinig toe doet. Maar Krijgsman houdt het hele boek door ernstig de aandacht vast. Zijn hak op de tak gelijkende gedachtegang is een vloeiend voortkabbelend verhaal. Als tijdverdrijf geschreven tot lering en vermaak voor mij. Of om de denkbeelden en persoonlijke zienswijzen in een ingepakt cadeau aan de wereld kenbaar te maken. Omfloerst een mening uiten, want er zitten legio adders onder het gras.

    Wakker uit de droom

    De wens is de vader van de gedachte. Adrie wil naar zee, vermaak aan het strand. Liefst met vrienden, maar iedereen is bezet. Maar hij is toch graag alleen. Bij het begin van de vertelling is hij al op het strand, om een aantal pagina’s verderop terug te gaan in de tijd. Mij te laten weten hoe hij liggend als een gestrande potvis aan zee is beland. Is het een droom? Is het fantasie of is het de waarheid. De verbeelding heeft altijd een kern van waarheid. Maar voor dit verhaal is een zeker weten van weinig belang. Het kan waar zijn, maar er is geen man overboord wanneer ik van een koude kermis thuis op de koffie kom. Hij schrikt wakker uit de droom, want hoort een deurbel of de wekker in zijn oor. Ik als lezer sukkel dan in een hazenslaap en ben gewaar van zijn nachtmerrie. Want een pijnscheut trekt door zijn lendenen, het houdt hem die dag naar het strand danig bezig. Het verhaal is aan de kapstok van het leven gehangen. De schrijver wisselt van kledingstuk wanneer de gesteldheid van het relaas dat weer verwacht. De pijn is een jas, geliefde Mia is een vest, herinneringen zijn veelkleurige shirts en blouses. De trui van het filosofisch mijmeren past het best en houdt warm.

    Krijgsman schrijft wel reisverhalen die in andere boeken zijn gedrukt. Dit, deze bespiegeling van een zijn, is een gids door zijn gedachten. Langs de paden van zijn brein, het cerebrum dat de structuur van een walnoot heeft. Zijn wereld in een notendop. “Zolang ik niet alles weet, niet echt alles weet, is er altijd reden voor twijfel.” Dus komt aan het eind van het verhaal toch weer oud zeer omhoog, komt God om de hoek kijken. Krijgsman is er klaar mee of toch niet? Het is een open slot, want de sleutel is kwijt. “Ik lijk mezelf niet meer te begrijpen, wat op zijn minst vreemd is.”

    Hlub! Een vertelling. Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2024.

  • Het web gesponnen, het weefsel gewoven, het leven geleefd

    Stel je voor. Ik denk mij in. Beeld in gedachten af. Schilder mij een man krom gebogen achter een weefgetouw. Zwoegend en zwetend vervlecht hij horizontale en verticale groepen draden tot een weefsel. Bloed, zweet en tranen – schering en inslag. Werp ik een blik over zijn schouder zie ik dat de draden reeksen letters zijn, die woorden vormen en zinnen rijgen. Met deze horizontale letterreeksen weeft de man, laat ik hem voor het gemak Adrie noemen, een patroon dat door verticale regels een weefsel wordt. Een spinsel van woorden, een netwerk van denkbeelden, een complex gedachtegoed. Adrie windt zich over allerlei zaken op en rolt zijn doen en laten voor mij uit. In levensbeschouwelijke bewoordingen, met een duidelijke visie op politiek en religie, schrijft hij mij zijn waarden van het bestaan voor. Zijn bestaan, dat een spiegel voor mijn zijn kan zijn. Hij dringt niet op en praat niet aan, houdt geen voet tussen de deur. Maar legt in filosofisch eenvoudige teksten uit waar het volgens hem op staat, waar het volgens Adrie naar toe zou moeten gaan om de wereld leefbaar te houden.

    Niet uitstellen tot morgen

    In zijn recent uitgebrachte boek “Weefsels” laat Adrie Krijgsman in taalbeelden zien hoe alles in dit leven op deze wereld aan elkaar vast zit en met elkaar te maken heeft. Torn je een draad uit het weefsel los is de doek meteen geen lap meer, mist er een lijn om het geheel compleet te maken. Proactief met een over het algemeen positieve kijk op het leven en een sterk arbeidsethos weet Krijgsman zijn tijd efficiënt te beheren. Hij stelt niet uit tot morgen wat vandaag gedaan kan worden, volgt zijn dagelijkse routine en prioriteert de zaken. Daardoor is hij een veelschrijver en daarmee een woordsmid die een grote productie aan uitgaven op zijn naam heeft staan. Want met dat ik “Weefsels” lees valt er een nieuw boek door de brievenbus. “Hlub!” is een beklemmende vertelling staat achter op het omslag, met de komst van een smerige grijze hond, een oude geliefde en de dood die steeds dichterbij komt. Maar daarover later geschreven…

    In ”Weefsels” stelt Krijgsman doordringende vragen aan zichzelf en aan mij als lezer. Hij had de scherpzinnige antwoorden daarop best voor zichzelf kunnen houden, maar zijn intelligent geestige zienswijze moet de wereld in, moet kenbaar gemaakt worden en gekend zijn. Het maakt er de wereld een zucht beschouwelijker op, het leven een moment meer levenskrachtig. Door de zienswijze van anderen op mij te laten inwerken, door nieuwe draden aan mijn weefsel toe te voegen, krijgt mijn mening een grotere inhoud en kan ik de zon achter de wolken zien schijnen. De dichterlijk-filosofische bespiegelingen van Adrie Krijgsman in “Weefsels” zetten mij aan het denken, reflecteren mijn kijk op de wereld. Hij schrijft ware woorden.

    Verhaal van de profeet

    Evenwel in woorden gaat hij tekeer, nochtans in zinnen kat hij het zijn af. Maar niet zo dat hij er afstand van neemt, de schrijver is onderdeel van het bestaan zoals dat op dit moment zich voordoet. Hij moet wel mee, zelfs op reis volgt het zijn hem als een schaduw. Daarnaast kan hij wel tegen huisjes die voor anderen (schijn)heilig zijn trappen en ze als de grote boze wolf omver blazen. Gebouwd op zand zijn deze een prooi voor deze denker, van de rots schuift hij ze zo pardoes af het fjord in. Echter altijd op zijn met omhaal van woorden persoonlijk vriendelijke manier. Zo’n stijl dat je in hem gelooft, als in de zalfjes van de kwakzalver of het verhaal van de profeet die niet geëerd wordt in eigen land. Hij windt zich op als een klok, blaast zich op gelijk een kikvors. Spreekt zijn afkeer uit in volle woorden als verweer tegen de holle woorden van de kopstukken van toen die nu politiek gezien nog bovenaan de lijst prijken. In een steekhoudende omhaal van woorden zegt hij waar het op staat. Want in een land als Nederland mag je denken wat je wilt, de gedachten zijn vrij, en je uitspreken en opschrijven wat je denkt en meent – maar hoed je voor de kwaadsprekers, de doemdenkers, de complottheorieën. Zij proberen je kapot te maken, onderuit te schoffelen, want alleen hun waarheid is werkelijkheid. Krijgsman verweert zich filosofisch kranig, wast hen de oren met taal die zij niet kennen.

    Eiland van melk en honing

    Weefsels, dat zijn structuren en vlechtwerken die op veel platformen in de maatschappij te vinden zijn. Krijgsman heeft het erover. Maar vooral schrijft hij over en ageert hij tegen de politieke weefsels. Ergert zich aan de stroperige samenstelling van het parlement, dat dit maar niet van de grond wil komen. Bij het voltooien van de bundel “Weefsels” is dat daar in Den Haag nog niet naar ieders tevredenheid afgerond, dus Krijgsman kan zich nog naar hartenlust opgeilen. Zo zou het schrijven gedateerd kunnen heten, maar de manier waarop Adrie de wederwaardigheden in de tijd zet is het tijdloos en van alle tijden. Hij strooit met metaforen. Belijdt het verleden, zet zijn vroeger in de schijnwerper. Het is de vluchtigheid van terug. De spiritualiteit van toen en daar. In ‘Woorden dichten taal’, een hoofdstuk dat erop lijkt het boekje levensvatbaarheid te geven in combinatie met de laatste oprisping ‘het verdikken van dunne boekjes’, dansen de zinnen in mijn gedachten langs hersenkwabben en ruggenmerg. Op de wijze van Krijgsman heeft hij een melodieuze compositie gemaakt. De dichter in de schrijver richt zich hierin op. Het is het meest vrolijke deel in de bundel, een partitie die ik graag nog eens weer opsla en overlees. Er is rijm en binnenrijm, er is metrum en ritme, parlando en epiek. Het is een tekst die eenvoudig als voordracht kan worden gedeclameerd. In de bundel is het een oase, een eiland van melk en honing.

    Adrie Krijgsman diept zijn kennis niet enkel uit zichzelf op. Hoewel hij peilloos kan duiken in het eigen wezen en met filosofische denkbeelden boven water komen. Of graven tot de harde bodem is bereikt om softe mijmeringen op te halen, starend peinzen. Integendeel, hij heeft een boekenkast vol andere diepe denkers en put daar naar believen uit. Het is een bron waarin hij bij tijd en wijle een emmertje gooit dat vol quoten naar boven wordt getakeld. Het geeft de tekst grond, een basis waaruit blijkt dat niet alleen Krijgsman de wijsheid in pacht heeft. Er zijn zoveel overige wijsheden waarop hij kan aansluiten of kan aanhalen om zijn eigen kunde te staven. Zijn denkbeeld te staven en zienswijze te bevestigen, zijn waarheid en mening te rechtvaardigen. Een filosofie wordt uit meerdere denkbeelden en ideeën gevormd. Weefsels ontstaan uit meerdere draden en patronen, schering en inslag.

    Weefsels, dichterlijk-filosofische bespiegelingen. Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2024.

  • Reisgids door het leven van een vergeten filosoof

    Zoals in de zweterige zomerzon een gekoeld biertje van de tap op een beschaduwd terras wonderen doet, zo leest de proza en poëzie, ja bekijkt de kunst van Adrie Krijgsman zich. Het is een verademing, en dat zeg en schrijf ik niet om bij hem in een goed blaadje te komen om weer eens een vermelding op het omslag van een door hem in eigen beheer uitgegeven boekwerk te krijgen. Krijgsman behandelt kunst en literatuur op een luchtige wijze, maakt van filosofie een jip-en-janneke wijsheid. Laagdrempelig en vermakelijk, maar voortdurend met een serieuze ondertoon. Somtijds is hij een cynicus om daarna te worden tot scepticus. Een sarcast, ironisch knipogend naar de samenleving die hij op reis achterlaat.

    Poëtisch tuurt hij naar de einder

    Het is voor mij kortom een verademing om tussen al de boeken die ik lees door een uitgave van Krijgsman ter hand te nemen. Tussen al die catalogussen over deze en gene tentoonstelling, levensbeschrijvingen van kunstenaars, light verse en axiomatische poëzie. Hoogst interessant, maar het vergt aandacht en concentratie. Dat is in mindere mate het geval met en bij het werk van Adrie Krijgsman. Natuurlijk houdt hij me bij de les. Ik kan, hoewel de tekst filosofisch is en soms een minder realistische kijk op de werkelijkheid geeft, in zijn beeldende verhalen verlicht op adem komen. Of bij zijn verhalende beelden mijn blik op oneindig bepalen en het verstand uitschakelen. Dan neemt de kunstzinnige filosoof mij aan de hand mee zijn wereld in. Poëtisch tuurt hij naar de einder en dichterlijk is de omgeving beschreven. Qua taal en beeld is hij van veel markten thuis, zoals dat heet, hoewel hij altijd op reis is en zelden thuis – in gedachten en lijfelijk. Om maar niet als kikker van de lage landen in de snavel van de ooievaar te belanden, maar de politiek van de koude grond te ontvluchten en van een afstand tot de aanval over te gaan. Maar telkens keert hij terug naar het land waar hij eigenlijk weg wil.

    In één ruk uitlezen

    Om de uitgave andermaal, of op de letter voor een derde keer, aan te prijzen nog dit. Las ik op de achterflap van een roman die bij ons op de leestafel ligt, in dit geval ‘Het Wilde Eiland’ van Karen Swan: “Dit is een boek waar je zolang mogelijk van wilt genieten, maar dat je ook in één ruk wilt uitlezen”. En precies zo vergaat mij dat met ‘De Vergeten Filosoof’. Ik wil zo lang mogelijk genieten van die gedetailleerde beschrijvingen van de omgeving, waar Adrie Krijgsman een patent op schijnt te hebben. Zijn kunstzinnige geest neemt waar om die waarneming en ervaring in een filosofische beleving uit te schrijven. Er ontvouwt zich voor mijn ogen en in gedachten een Krijgsman-landschap. Maar lekker is maar één vinger lang, deze nieuwe uitgave maar 125 pagina’s dik. En ik wil het boek in één ruk uitlezen, omdat ik het resultaat van de zoektocht naar de vergeten filosoof wil weten. Dat houdt de schrijver tot het laatst toe namelijk onder de pet.

    De meest effectieve speurhond

    Zijn reis voert naar Frankrijk, op zoek. Een reis in het spoor; de mens wil een doel. Een prettige en nuttige invulling naar het zuiden. Een voor Krijgsman interessant samenspel van reizen, schrijven en filosoferen. Dus via Google, “de meest effectieve speurhond”, bij de zoekwoorden filosoof en Carcassonne op Pierre Bayle gestuit. Toeval? Hoewel deze denker wordt betiteld als wereldberoemd, moet Krijgsman met het schaamrood bekennen hem over het hoofd te hebben gezien, als culturele allesvreter vaag wetend van zijn bestaan en als onwetende nitwit dus vergeten.

    Ook niet zo verwonderlijk, hoewel er digitaal talloze verwijzingen naar de filosoof zijn, er een prijs naar hem vernoemd is, hij in de Nederlandse canon is opgenomen en er een monument in Rotterdam staat; Bayle, een kluizenaar die afgezonderd voor zijn tijd tot verrijkende dan wel in onze tijd verreikende gedachten is gekomen. Van de Gouden Eeuw stammend en daarvan op latere leeftijd in Rotterdam een graantje meepikkend. De van oorsprong Franse wetenschapper heeft een groot en veelzijdig oeuvre op zijn naam staan. Dus voor Krijgsman reden zijn kennis op te poetsen en op zoek te gaan naar verblijfplaatsen en het reilen en zeilen van in de loop der tijd enigszins op de achtergrond geraakte filosoof. Een vakantiereis met een missie. Niet alleen het doel Bayle beter te leren kennen, maar ook stad en land waarin hij vertoeft te onderzoeken op heden en verleden. Tijdens de reis doet hij de ene ontdekking na de andere, komt hij nader tot Pierre Bayle. En hij maakt mij daarvan breedvoerig deelgenoot met zijn uitgave “De vergeten filosoof”.

    Zijn liefde voor de natuur

    Wie denkt dat Krijgsman enkel zijn zoektocht beschrijft heeft het mis. Telkens is het eigenlijke onderwerp in zijn boeken de kapstok waaraan het verhaal is opgehangen. Maar spuit hij zijn afkeer en goodwill in meest filosofische benadering uit over mens en maatschappij, en beschrijft meer dan terloops zijn liefde voor de natuur. Net als Bayle dat in zijn geschriften deed zaait ook Krijgsman verwarring in zijn bedenkingen, controversieel, uitdagend. Krijgsman wil zich niet al te veel vereenzelvigen met die vergeten filosoof, maar toch telkens strooit hij de overeenkomsten door de tekst. Zij delen onder meer en boven alles het altijd kritisch doorvragen, voorbij de eigen identiteit.

    Op goed geluk reist Krijgsman stad, dorp en land af in de veronderstelling een spoor op te kunnen pakken van de mens die hem in doen en laten inspireert om een vinger achter zijn leven te kunnen krijgen. Een zijn dat als een jas om zijn wezen past, zijn boek daarover geschreven is het carbonpapier tussen beide levens. Hij ontdekt stukje bij beetje, letter voor alinea, de levensloop van Bayle, zodat hij mij een biografie van deze mens kan uitschrijven. Na de poëtische omhaal van woorden over streek en omgeving gaat hij dieper in op de zoektocht en de vindplaatsen. Laat Krijgsman mij weten wat hij was vergeten.

    Pierre Bayle, zo ontdekt Krijgsman, heeft als filosoof geen gidsfunctie. Hij brengt ons, zijn onwetende opvolgers in de tijd, aan het twijfelen over de zin, van het bestaan? Want een juiste filosoof, in gedachten van Krijgsman, stelt vragen, de consumptiemaatschappij geeft antwoorden en de kunstenaar laat ze vonkend langs elkaar schuren. “Laat mij daarnaast dan maar reizen door leerzame teksten en veelzijdige texturen van het landschap.” Bayle twijfelt aan zichzelf, want is dan in staat zijn eigen zelf te relativeren om zich beter in te leven in het standpunt van de ander. En dat is, lees ik tussen de regels door, tevens het geval bij Krijgsman zelf. De twijfelaars bezitten de halve wereld, omdat zij oog en oor hebben voor de andere helft.

    De vergeten filosoof. Een reis in het spoor van Pierre Bayle. Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2024.

  • Wielerknecht Henk op koers in het light verse

    Is Henk een brokkenpiloot. Een ongeluksvogel? Je zal het denken, de titel op het omslag van het wielerboekje dat aan hem is opgedragen beschouwend. De k van zijn naam valt, neemt een vlucht. Van de koers? In een ravijn? Henk zelf echter fietst vrolijk berg op in zijn fleurig oranje tricot. Met zijn witte petje steekt hij monter af tegen de bergflank in de achtergrond van zijn rit. In die houding en dat silhouet heeft hij wat weg van Jan Janssen of Joop Zoetemelk. Het is geen luchtfietser die Henk. Hij weet waar hij het over heeft. Hij staat met beide voeten stevig op de pedalen. In een criterium staat hij zijn mannetje en in de tour is hij een uitgelezen knecht. Hij gaat niet voor geel, maar koerst achterin het peloton als een soort van ranglijstduwer. Samen met compagnon en teamgenoot Han blijven ze voor de bezemwagen uit en beleven noemenswaardige avonturen.

    De zinnen rangschikken tot dynamische vlugschriften

    De humor van een Gerrie Knetemann loert aan de meet. Ligt als een adder onder het gras in de berm. U merkt wel beste lezer, mijn kennis van het wielerlandschap heeft het millennium niet gehaald. Ik ben blijven steken tussen de spaken van die klassieke legendarische renners. De wielergoden die tot de verbeelding spreken en door de toekomst zijn ingehaald. De humor van die roemruchte Kneet hebben Henk en Han geërfd. Althans wordt hen toegedicht door een twaalftal poëten die lichtvoetig uit hun woorden komen. De zinnen rangschikken tot dynamische vlugschriften. Met de snelheid van een afdaling vervliegen de korte gedichten in de tijd. Daarom hebben twee dichtende wielerfanaten deze verzameld en tot een handzaam boekje samengesteld.

    Schermafdruk van Google Maps

    Deze vederlichte verzen die Henk toejuichen langs de lijn zijn in techniek een vervolg op de door dichter Peter Knipmeijer bedachte topo’s. Met die in een keurslijf gegoten dichtvorm zijn de beoefenaars vrij zich in woorden over de aardbol te bewegen. Een voorbeeld? Welnu, van liedjessmid Rikkert Zuiderveld dan een exemplaar: “In ’t Ouwehandse dierenparadijs / zijn alle dieren danig van de wijs. / Zelfs op de apenrots staan zij te wenen / en klinkt het oude lied ‘Waarvoor, waa RHENEN’.” Het is de bedoeling namelijk dat de topo inhoud heeft en relateert aan een plaats, rivier of landstreek op de wereldkaart. Die plaats, in dit geval Rhenen waar het dierenpark is gevestigd – met een schermafdruk van Google Maps, vormt fonetisch het slot van het vierregelig gedicht. Die plaats verliest daarmee de topografische betekenis en gaat op in het plezierdicht.

    image

    Verzameld topo-werk

    Want dat is wat het is, een lolletje tussendoor, een afleiding voor de serieuze dichter. Zich zwoegend in het zweet des aanschijns om een creatief resultaat te bereiken omdat de uitgever smacht een nieuwe bundel uit te brengen of het maandblad regelmatig een actueel gedicht verlangt en het weekblad in een bijlage het politieke landschap in rijm op de korrel wil nemen. Tussen al die serieuze verwachtingen is het een verademing eens een frivoliteit te dichten. Dat kon al in de vorm van het lichte vers, light verse, en bijvoorbeeld het ollekebolleke of de limerick. Maar nu is daar de topo bij gekomen. En meteen al na de lancering heeft deze vorm een vlucht genomen. Kon er al vrij snel een bundel worden samengesteld met verzameld topo-werk.

    De topo heeft als medium het platform Facebook om gepubliceerd te worden. Maar de social media zijn vluchtig, dus is een geprinte uitgave een middel om de topo vast te houden en niet te laten verdampen op het internet. Nu is er een tweede boekwerkje, dat als onderwerp of thema de Tour de France heeft. In de bundel zijn zogenoemde vervolgtopo’s opgenomen, omdat de ene dichter op de andere reageert. Zo ontstaat er als het ware een sliert opeenvolgende korte gedichten. Een soort van langgerekt peloton dat door haarspeld bochten en over passen slingert. Versnelt in de afdaling en traag peddelt bij de klim.

    De leukste bloemlezing uit 200 verzen

    Henk en Han ervaren de vervelende situaties van het renner zijn aan den lijve. De onhebbelijkheden die het fietsen over lange afstanden met zich meebrengt. De harde kont, de blauwe ballen, de stijve benen, het ergerlijke publiek. Het plassen onderweg, om de diarree maar niet te noemen. De stoelgang is een bijzonder probleem in de rondgang. Het wordt breed uitgemeten en gedetailleerd beschreven in “Tour de Henk”.

    Door het boekje worden in 150 topo’s de ritten van de Tour gevolgd. Van de eerste tot de laatste etappe. En de rustdagen krijgen ook hun plaats. Als de schrijvende pers achter op de motor laveer ik door het peloton. Maar blijf haken achterin de ploeg waar ploeggenoten Henk en Han zich van hun beste kant laten zien. Wat zal ik graag verslag doen van de gebeurtenissen op het parcours. Over Henk die in de 3e etappe snoeihard valt en tijdens de tweede rustdag bezoek krijgt van een bus vol schrijvers. Maar daarvoor ligt die praktische uitgave dus voor. Die gekocht en gelezen moet worden. De leukste bloemlezing uit 200 verzen van een groep enthousiaste plezierdichters. De topo werkt aanstekelijk, het is een verslaving en kan nog wereldwijd doorgaan.

    Een eerste plaats is snel gedeeld

    Toch kan ik het niet laten een enkel dicht te citeren, een vers omfloerst te declameren. Want het zijn alle pareltjes waar de zwijnen wel pap van lusten. En na de tour zijn er de rondjes om de kerk. Dus kunnen de plezierdichters deze thema-topo alom vervolgen geven. En weer val ik terug op de nestor in het peloton, Zuiderveld, die zijn etappe onlangs bij het Nederlands Kampioenschap Light Verse dichten won. Niet dat hij naast zijn schoenen kan lopen, want de rest bewegen zich tevens dynamisch in de kopgroep en koersen voor het jagende peloton uit. Een eerste plaats is snel gedeeld. ‘Maar wat een gezever, kom eens tot een punt’, hoor ik u hardop denken. ‘Al die bla-bla en dat gezwets komt jouw artikel niet ten goede.’ Okay dan, een topo in etappe 4: “Soms dromen Henk en Han van het verleden. / De tijd dat ze nog koppelkoersen reden: / ‘In Frankrijk had men destijds nog bezwaren / omdat men dacht dat wij een koppe LOIRE’.” En om af te kicken van de tourtopo-doping een kunststukje heet van de naald: “Een goed gevoerde wielerbroek is fijn / als middel tegen zak- en zadelpijn, / al heb je na wat jaren geen probleem meer / dan is je hele achterwerk van z EEM LEER.”

    Tour de Henk. de Tour de France in 150 topo’s. Remko Koplamp & Maarten van Petersen e.v.a. Uitgave in eigen beheer bij Brave New Books, 2023.

  • Novelle over een lustig verleden, een verlangend heden en een dreigende toekomst

    Hij gaat op reis in de lente van 23. Op vakantie in de herfst van zijn leven. Zoals hij dat voor deze al vaker deed. En weer doet, en nog eens. Hij is een notoire wandelaar, een fervent reiziger. Een pelgrim op weg naar gemaakte herinneringen. Daarvan doet hij verslag in weer een nieuwe handzame uitgave. Plaatst het verleden in het heden en kijkt bezorgd de toekomst in. Het reisverhaal dat hij over de tocht schrijft is een deel van zijn leven. Een dwarsdoorsnede van zijn voorjaar dit jaar. Het schijnt fictie, echter is de werkelijkheid. Door zich in een ander ego te verplaatsen over berg en dal, door bos en veld zet hij mij bij aanvang op het verkeerde been. Maar al snel vind ik tussen de regels door Adrie Krijgsman in de lente anno 2023. Kan zijn reis daarbij volgen op Facebook, de plek waar hij zijn muze Erato na jaren ook terug vindt. En vervolgens fysiek gaat vinden.

    Op zoek naar de echte gefantaseerde dame die de hoofdpersoon in deze uitvoering opviel in zijn klas Nederlands toen vroeger. Een smeulend verlangen dat in hem is opgestookt door een digitaal evenbeeld. Heb ik niet zelf ook van die begeertes, zo’n hoop een verloren liefde eens terug te vinden. De kern is een onvervulde wens, die Krijgsman laat uitkomen. Een bedachte zucht naar genegenheid en samenzijn. Een droom die geen bedrog is. Hij houdt in zijn fantasie van de persoon als dichter, minder als vrouw. Maar de lust laait op wanneer hij haar ergens in Frankrijk ontdekt en zij zich tegen hem aanvleit.

    Een klein verhaal met een grote impact

    De wandeling door tijd en fantasie lijkt kop en staart te hebben. En natuurlijk, begaafd schrijver als hij is, weet Krijgsman waar te beginnen en op het juiste moment te eindigen. Maar het is een begin waar welke ik met de deur in huis val. Daaraan is een open eind geplakt na een periode van omzwerving. Want natuurlijk is er een leven voor de lente en zet het door erna. De fantasie mengt zich naadloos met de werkelijkheid. Want gezet tegen de actualiteit van de klimaatproblematiek staat het als het ware in de schaduw van de aanstaande wereldcrisis. Een klein verhaal met een grote impact.

    Op detail pikt het de vrolijke sfeer om niet in een depressieve stemming te geraken. Want het is nogal een kolossaal ding wat beschreven wordt. Als een Nostradamus voorspelt Krijgsman dat wat wij allen als struisvogels niet willen horen. En daarom leidt de onderhuidse lust, de liefde voor de natuur en de omgeving, mij af van de eindtijd. Krijgsman beschrijft de plek waar hij is met grote nauwkeurigheid en oog voor schoonheid. De geluiden die hij hoort, de geuren die hij ruikt. Het is alsof ik naast hem zit voor zijn tentje in het groene gras. Boom over zeespiegelstijging, opwarming van de aarde en een verhitte herinnering.

    Het verhaal moet in ’n poep en ’n scheet uit

    Het dunne boek laat zich makkelijk lezen. De novelle over 78 pagina’s leest voor de vuist weg. Ik las het tenminste in één adem uit bij wijze van spreken. In het begin van de morgen wandel ik met de schrijver door de omliggende straten. In het boek is het avond. Na de koffie deze ochtend kom ik met hem thuis na zijn rit naar Spanje en weer terug. Niet dat ik vluchtig over de woorden heen lees, geenszins. Ik overdenk ieder leesteken, elke letter. Krijgsman heeft een soepele manier van schrijven, waardoor ik niet de zinnen nog eens behoef over te lezen om er de kracht van te ervaren. Met hem droom ik van zijn Facebookgeliefde met de dreadlocks, zijn muze, Erato, de beminnelijke. Want door zijn schrijven is zij me na gaan staan en dicht aan mijn hart gekomen. Het boeiende schrift houdt de aandacht vast. Het verhaal is verslavend. Het moet in een poep en een scheet uit.

    De tocht naar de muze leidt Krijgsman, aka de oudere docent Nederlands, naar Frankrijk en verder. Alleen, maar in gesprek met zichzelf. Dus dan ben je nooit eenzaam. Pas wanneer Erato in beeld komt wordt de tweespraak een echte dialoog. Maar zover is het uiteraard eerst nog niet. Krijgsman maakt zich dan druk over het klimaat. Over de toestand in de wereld. Met zijn revolutionaire jaren 60 mentaliteit kan hij het maar moeilijk verkroppen dat de aarde naar de verdoemenis lijkt te gaan.

    Boek geen pamflet over het politieke klimaat

    Als een moderne Don Quichot strijdt hij tegen molens. Hij is tenslotte over de Pyreneeën op het Iberisch schiereiland. Het is daar in de lente van 23 extreem heet en droog, maar er valt ook sneeuw en het hagelt. Een perfect moment om los te gaan over de dreigende klimaatcatastrofe. Het is tijd om ogenblikkelijk het roer om te gooien. “Als ik die onmacht, of cynische onwil misschien wel, tot me laat doordringen word ik daar intens verdrietig van. En ongelooflijk kwaad!” Maar het boek is geen pamflet, geen tirade over het politieke klimaat. De boosheid is niet de ruggengraat van de uitgave. De wrevel zijn de benen waarmee het verhaal op vaste grond staat. Niet gaat zweven op de roze wolk van een onbereikbare liefde.

    Adrie Krijgsman noemt de hoofdpersoon een wandelende tak. Op zijn eigen voettocht creëert hij met natuurlijke intelligentie een nieuwe werkelijkheid. Maar is die realiteit uit vers geoogste omgevingsbeelden, oude kennis, vooroordelen en fantasie wel zo origineel. Ik zou willen dat wat ik in de lente lees ongekend is, mij niet bekend voorkomt. Maar het verhaal staat zo dicht bij mijn eigen ervaring dan wel herinnering dat het oude koek lijkt. Krijgsman legt zichzelf veel vragen voor en zijn alter-ego weet daarop de antwoorden. Natuurlijk, want twee weten meer dan één. Mijmerend omschrijft hij sfeervol de omgeving. Filosoferend geeft hij behaaglijk beeld aan het zijn. Terloops ontrafelt hij de onmogelijke betekenis van het voorvoegsel ‘ont’.

    Een flegmatisch realist

    Het boek gaat over vrijheid, radicale vrijheid van denken, van fantaseren. Fantasie met een harde kern van waarheid. In werkelijkheid zoekt Krijgsman de stilte, de rust, het ongerepte zijn, het kleine wezen. Doet dat op in “plaatsen die op sociale media niet te vinden zijn, waar geen influencer zich druk over maakt en waarvan hooguit een paar afbeeldingen in een nooit bekeken nisje op het internet circuleren”. En bij iedere kalme stilte, in elke serene rust, komt Erato in gedachten boven drijven. Want zij is zijn muze, zijn inspiratie om alles uit dat laatste stuk van leven te halen dat er onbewust inzit. In haar bijzijn aangekomen gaat hij haar troosten in haar verdriet. Zet hij zijn eigen ik aan de kant voor haar wezen. Zijn romantische verlangen gaat de koelkast in. In het boek bestaat die Erato, maar is zij wel een feit. Of is zij fictie. Krijgsman beschrijft haar als een duidelijk persoon, niet als een vrouw die in nevels gehuld ’s nachts aan zijn slaapkamerdeur klopt. Maar hij kan tussen de regels door ook haar talent najagen, er zijn eigen gave van maken.

    Ik lees hem als een flegmatisch realist “die de werkelijkheid nooit helemaal, of misschien wel helemaal nooit, uit het oog verliest. Geen controlefreak is, maar wel alles onder controle houdt.” En toch laat hij een beetje onbezonnenheid, een beetje gekkigheid en ook zijn dwaze ‘confabulaties’ over verliefdheid soms toe. Wat is de werkelijkheid. Het staat als een huis, het leest als een tempel. Het is het evangelie volgens Krijgsman. De profetie van Adrie. Op zijn wandeling tegen het licht van de actualiteit neemt hij mij mee op een pelgrimstocht. Deze eindigt niet in Galicië, maar zet mij wel op het spoor van een onderhuids verlangen naar geborgenheid. De lust in een betere wereld. Want vroeger was toch echt alles beter en echter.

    De lente van 23. Adrie Krijgsman. Uitgave in eigen beheer bij Brave New Books, 2023.

  • Het plezierdicht is een variatie rijker: de topo

    Het is dikwijls zo. Dat iets eenvoudiger lijkt dan dat het is. Dat het makkelijker is een sinterklaasgedicht te rijmen, dan poëzie te schrijven. Maar hoe zit ik niet te zweten om bij een cadeau de juiste woorden te vinden. Woorden die grammaticaal correct passen in zinnen die toch nog wel ergens op slaan. Want de boodschap moet toch wel overkomen. Niet in een of ander Bargoens of fout dialect opgesteld, maar steekhoudend de ontvanger tot uitpakken verleidend. Het kan scherts zijn. Iemand anoniem op de hak nemend, want de ondertekening is toch altijd de bekende Sint en Piet. Maar komt de lezer niet goed uit de door de gever gebralde woorden, dan gaat deze laatste er zich mee bemoeien en geeft de ware Sint zich prijs.

    Het plezierdichten lijkt meer eenvoudig dan dat het in werkelijkheid is. Het schijnt zo makkelijk geschreven, ex-tempore. In het light verse zijn diverse vormen te onderscheiden. Maar altijd gaan ze net een sport hoger dan die 5 december rijmelarij. Want dat kan een ieder beoefenen. Iedere analfabeet zoals dat heet. Zolang het maar over het geschenk gaat, sprekend loopt en zingend rijmt. Maar van een versvoet of een metrum heeft de amateur in deze nog nooit gehoord. Wanneer het op het oog goed lijkt en op het gehoor juist klinkt krijgt het dichtwerk een voldoende. Maar de echte poëet wil toch een treetje hoger, een stapje meer. Deze wenst een format waarbinnen het schrijven gepast en gemeten kan worden. Deze wil een uitdaging.

    Peter Knipmeijer, topo, google maps, kompas

    Geografische aanduiding op Google Maps

    Het light verse dus of in beter Nederlands het lichte vers kent verschillende verschijningsvormen. Onlangs is aan de reeks van limerick tot ollebolleke een nieuw fenomeen toegevoegd. De topo. Bedacht door dichter Peter Knipmeijer. Een dichtvorm die toegesneden is op de moderne technologie van het internet. Het onderwerp van het vierregelig gepaard rijmende gedicht is een plek op de wereldkaart. Ofwel een geografische aanduiding op Google Maps of een soortgelijke app of site. Deze screenshot vormt dan het laatste woord of een gedeelte van de slotzin van het gedicht. Het verliest echter de eigenlijke aardrijkskundige betekenis en is niet enkel een bijwoordelijke bepaling van plaats. In het beste geval heeft het vers een link met de omgeving van het gekozen dorp, de stad of de streek. Het metrum tot slot is de jambische parameter.

    Op reis door Duitse gewesten ontdekte Knipmeijer een groot aantal met eigenaardige namen benoemde dorpen. Als plezierdichter was hij van mening dat deze namen schreeuwden om een bijpassend vers. Dus vond hij tussen neus en lippen door een versvorm die aansloot op zijn idee. Deze noemde hij de topo. Of #topo in vaktaal. Een aantal mededichters raakte enthousiast door het eenvoudige maar lastige rijmschema. En nog steeds dijt de groep van beoefenaars van dit vrije vers uit. De resultaten zijn vooral te vinden op de sociale media. Van de eerste lichting topo’s liet Knipmeijer een bundel samenstellen. Zijn productiviteit en dat van de andere dichters ligt hoog. Er kan en zal zo wel een tweede of derde bundel volgen. Er zijn namelijk geografische aanduidingen in overvloed. De ene nog poëtischer dan de andere. Onderwerpen in ruime mate voorhanden.

    Peter Knipmeijer, topo

    Godfried Bomans overtreffen

    Hoewel Peter Knipmeijer de bedenker is van deze versvorm, vindt hij dat de eer naar Godfried Bomans gaat. Deze schrijver heeft zonder het te weten een prototopo geschreven. Aan het slot van een limerick, we schrijven het jaar 1961, bediende hij zich van een topografische woordspeling die model kan staan voor de moderne topo. Als schrijver kan ik volgens voorstel van Knipmeijer de uitdaging aangaan om Bomans te overtreffen. Hijzelf en een dertiental met hem deden dat. Maar liever geniet ik gewoon van de diverse spitsvondigheden en flauwe woordgrappen die in de bundel TOPO de revue passeren.

    Het zijn er welgeteld 95 stuks die door de ballotage in de bundel terecht zijn gekomen. Ze lezen makkelijk weg, voor de vuist zoals dat klinkt. Hebben een begrijpelijk slotwoord waarvan ik de duiding in een enkele gedachte begrijp. Maar er zijn erbij die ik een paar maal moet lezen voordat het kwartje valt. En er zijn erbij die te flauw en afgetrokken zijn voor woorden. Met het grote aantal plaatsnamen die er op de aarde zijn lijkt de inspiratie schier onuitputtelijk. Vooral wanneer diverse dichters een eigen vers op eenzelfde plaatsnaam maken. Bekeken vanuit een ander standpunt.

    Peter Knipmeijer, topo, google maps

    Schreeuwt om geciteerd te worden

    Je zou de topo een omgekeerde limerick kunnen noemen. Maar in de limerick behoudt de plaatsnaam de geografische betekenis. Terwijl in de topo deze dat juist verliest en de woordelijke dan wel letterlijke betekenis van het woord krijgt. Het is aanlokkelijk om op deze plek te strooien met voorbeelden. Want de ene topo is nog lyrischer en geestiger dan de andere. Het schreeuwt om geciteerd te worden. Echter zonder de screenshot, zodat eigenlijk de bal naast het doel geschoten wordt. Maar toch, het zij te proberen. Ik lepel een tweetal op van de meester hemzelf. “Ik was laatst in een eethuis hier aan zee / Bestelde zacht gegaarde tongfilet / Die obers daar, die moesten mij wel haten! / Ik kreeg geen vis, ik kreeg alleen Margraten.” “Mijn buurman, Canadees, spreekt enkel Frans / En Frans voelt zich daardoor nu heel wat mans / Zelfs boven Jan maar dat is niet zo gek / Want Jan is een enorme Jan Québec.”

    Op Facebook worden de topo’s veelvuldig gepost. Het digitale platform is een mooie manier om de verzen de wereld in te krijgen. Knipmeijer zelf als godfather van het genre roert zich er. Maar bijvoorbeeld ook de meer serieus geachte Rikkert Zuiderveld leeft zich uit in het vrije vers, het plezierdichten. Hij weet sublieme topo’s op schrift te stellen, maar was er te laat enthousiast mee om de gedrukte bundel te halen. Maar wie weet staat hij in een volgende druk met “De Haagse euj, de Vlaamse zachte g, / het Mokums aai, de scherpe Grunn’ger t, / dat alles heeft zijn eigen logica. / Maar eentje hoor je noot: de Drentsche Aa.” Maar voor de bundel had Knipmeijer zich daar al over gebogen, dat mag de pret echter niet drukken: “In Tilburg woont mijn tante Desiree / Zij heeft zo’n hele mooie zachte g / In Assen woont mijn tante Agatha / Zij heeft een niet te harden Drentsche Aa.”

    En ik dacht stoutmoedig toen ik de topo’s op internet zag, dit genre in een handomdraai wel aan te kunnen. Had ik in het verleden immers weleens een haiku geschreven en me gemeten met een ollebolleke. Maar niet op de hoogte zijnde van de regels en voorschriften, werd ik terecht schoolmeesterlijk terecht gewezen. Maar na het lezen van Knipmeijer’s bundel wil ik dan nog een poging wagen:

    In Friesland daar is de eend het haasje / De jager noemt dit ferdivedaasje / De jonge kuikens vinden er de dood / Omdat de onverlaat de

    Peter Knipmeijer, topo, google maps, Jurjen K. van der Hoek

    Topo, Peter Knipmeijer e.a. Uitgeverij Trojka (Brave New Books), 2023.

    Peter Knipmeijer, topo, google maps, kompas, globe
  • Tergus, een dissociatieve identiteitsstoornis?

    Op de letter is het een flinterdun verhaal, breedvoerig opgeblazen. Zo zodat de lezer, wie dan ook, zich er in en zichzelf kan vinden. Hoewel daar wel enige moeite voor moet worden gedaan. Het schrale gegeven betreft de herinnering. Het terug denken aan een verloren liefde. Want hebben wij niet allen zo een ervaring in het verleden. Dat je iemand ziet of treft waar een dusdanige aantrekkingskracht vanuit gaat dat je er een heel leven aan blijft kleven, figuurlijk gesproken. Daarbij is het verhaal grondig en gedetailleerd uitgedijd met beschouwende overpeinzingen. De gedachten gaan meermalen op de loop over alles en nog wat. Maar het slaat nooit de plank mis, is nergens geneuzel. Het maakt het verhaal zo dik als een deur naar toen, in nu en op de toekomst.

    Adrie Krijgsman

    De hoofdpersoon in het verhaal van dichter, denker en kunstenaar Adrie Krijgsman, Tergus, heeft een dergelijke herinneringsbeleving. Met die heugenis probeert hij na jaren, als man op leeftijd, een kalverliefde opnieuw in zijn leven te brengen. De penvriendin diept hij op uit een stapel zorgvuldig bewaarde brieven, omdat hij op internet eenzelfde naam aantreft. Déjà vu. De dames, twee of één dat maakt Adrie niet volstrekt duidelijk, volgen samen een parallel spoor door zijn leven van nu, vanuit het verleden naar de toekomst, en zullen op de einder in een verdwijnpunt samen komen. Maar voor het zover is onderzoekt Tergus zijn herinneringen van gisteren in de gedachten van vandaag.

    Een boek voor elke dwaas die een vage jeugdliefde najaagt

    De vertelling van de dame en de heer kent vele omwegen en zijsporen. Krijgsman schrijft niet voor de luie, gemakzuchtige lezer lees ik ergens in het boek. Wanneer ik een makkelijk liefdesverhaal wil lezen pak ik er maar een doktersroman bij. Deze roman over de man Tergus is een boek voor elke dwaas die een vage jeugdliefde najaagt. Ik voel me aangesproken en met mij zovele meer, vermoed ik. Want zo’n vage jeugdliefde verschijnt uit de herinnering met het klimmen van de jaren. Het leven overziend, terugkijkend, is hij of zij daar plotseling weer en blijft in gedachten rondspoken.

    Het verhaal gaat bij Neck om naar Den Haag, ofwel mijl op zeven. De gedachten gaan nogal heen en weer. De oplettende lezer zal thema’s terug ‘horen’ komen. Soms blader ik terug, omdat ik dan denk hoe zat het ook alweer, wie was dat dan, wat gebeurde daar toen en daar. Krijgsman merkt zelf op dat het geen lineaire roman is en dat er geen strikt chronologische volgorde inzit. “De tekst is springerig en danst met de allure van een turnster tijdens de vrije oefening.” En ik dans mee en kom een keur aan van alles tegen. Het heet een psycho-filosofisch verhaal te zijn. Maar niet hoogdravend en zeker niet in vaktaal geschreven. Het leest makkelijk weg, hoewel de gedachten amper kunnen afdwalen. Krijgsman houdt de lezer eenvoudigweg bij de les, door verleden en heden af te wisselen met de toekomst. Actuele zaken waartegen hij getergd aanschopt, dat kan op een afstandje als Tergus.

    Der Sprechhund, een vervelende blaffer

    Krijgsman eigent zich mijn gedachten toe, zo zodat ik in zijn spoor wordt meegesleept het verhaal in. Tergus laat me niet los. Hij reageert al nadenkend en peinzend op het eigen zijn en daar zet hij dan de opborrelende hersenspinsels en gedachtenkronkels tegenaan. Want hoe vergaat dat mijzelf bij enige handelingen en activiteiten, meestal altijd heb ik daar wel overdenkingen en bespiegelingen bij. Heb ik er goed aan gedaan of had ik beter zus en zo. Het zijn moet overdacht voordat het leven er vat op krijgt. Ga ik ervan uit dat schrijver en hoofdfiguur een en dezelfde persoon zijn, kan Krijgsman naast de schoenen van Tergus staan en zichzelf bekritiseren. En op de hak nemen in de vorm van der Sprechhund, een vervelende blaffer die al bijtend in de kantlijn acteert en relativeert. Waar kom ik deze drie-eenheid meer tegen. Adrie als de vader, Tergus als de zoon en de hond als geest. Maar wanneer Tergus dan bij de schrijver op de koffie komt sta ik weer zoals vaker in het verhaal op een verkeerd been. Is er sprake van een dissociatieve identiteitsstoornis. Alles kan op papier.

    Door het boek heen namelijk dringt bij mij de gedachte zich op dat Adrie Krijgsman met zijn boek Tergus een autobiografie heeft geschreven. Dat het zijn verhaal is, dat hijzelf die Tergus is. De getergde ziel die maar niet de herinnering op de rit kan krijgen. Steeds gaat hij ten onder in zijn eigen verhaal, maar telkens weer komt hij uit zijn eigen woordgolven naar boven. Hij vist verder dan de zee naar het schier onmogelijke. En ergens went de camera zich van de set af naar de regisseur, die zijn script duidt. Op een filosofisch bedenkelijke manier omschrijft Krijgsman zijn hoofdpersoon, het hoe en waarom hij daarvan en omheen zijn verhaal zet. Het nut van zijn roman. Maar heeft een verhaal een reden nodig, is er anders geen redden meer aan?

    Geen liefdesgeschiedenis van 13 in een dozijn

    Het is onduidelijk welke koers mijn denkrichting zal gaan volgen, of wat mijn motieven zijn…” De schrijver is zijn eigen keurmeester. Hij rafelt zijn schrijven, scheurt het uiteen om zichzelf voor zichzelf te kunnen uitleggen. Van de strijd om het verhaal te duiden is de lezer getuige. De hersenspinsels worden verantwoord. Als in een film die van de hak op de tak gaat en de kijker in verwarring brengt. De lezer van de roman moet wennen aan de commentaren die de schrijver op zijn eigen schrijven heeft. Van alle kanten wordt de schrijver becommentarieerd. Maar steeds is het de schrijver die deze getergde en kritische figuren podium geeft en in het verhaal invoert. Het is alsof hijzelf zichzelf terecht wijst. Aan zelfkritiek doet in de andere hoedanigheden. Het leidt regelmatig van het verhaal af de filosofische bodemloze put in. Het houdt het verhaal op, maar maakt ook veel duidelijk.

    Adrie Krijgsman

    De schrijver stelt zichzelf vragen en direct ook aan de lezer. Zo ga ik wel meer met aandacht om met het verhaal, omdat ik denk dat mijn visie waardevol is in de loop. Maar het zijn retorische vragen en het verhaal is verre van interactief. Ik heb geen vat op het beloop, ik kan niet een andere weg inslaan want de schrijver heeft al, hoewel hij daar zelf minder zeker van is, de richting bepaald. Krijgsman heeft een speelse geest, een filosofische trant van schrijven. Hij houwt de woorden op het papier zodat ze levende beelden worden. Hij is een lyrisch schrijver, die uiterst gedetailleerd de omgeving en de overdenkingen beschrijft. Met een stijlvolle uitdrukkingsvaardigheid, van zo’n intieme intensiteit dat het voor een liefhebber van taal, van mooie poëtische taal, alleen al daardoor de moeite waard is om ze te lezen. Hoewel het lijkt alsof de woorden hem gemakkelijk uit de pen vloeien, weegt hij ieder woord en elke zin zodat de regels diep overdacht met inhoud op papier staan. Het vergt voor de lezer aandacht om niet van het padje te raken en te tuimelen in het ravijn van de standaard roman. Zo standaard is deze roman niet, geen liefdesgeschiedenis van 13 in een dozijn. Of het zou het strelen van het eigen ego moeten zijn. Krijgsman zit in Tergus, maar door het verhaal in derde persoon te stellen kan hij het van zich af schrijven en hier en daar van commentaar voorzien waarbij een duiveltje nog eens ongezouten daar weer op reageert. Het vlecht zich welhaast onontwarbaar in elkaar, zie daar als lezer maar eens een touw aan vast te knopen.

    Mengt zich al eerder het sprookje van Roodkapje en de Wolf zich in de tekst, aan het slot komt deze mare terug en vallen alle lekkernijen op de plaats. Hier blader ik weer terug om herinneringen op te halen. Weet ik nog wat ik gelezen heb, met aandacht. Want hoe zat dat met grootmoeder, waarvan de resten in de tuin worden gevonden. Wie is de wolf, is dat die keffende criticaster of was het Tergus zelf. Want dat keffertje raadde eerder de schrijver aan dat omaatje uit het verhaal te schrijven, wat deed die oude vrouw ertoe namelijk. Kill your darlings.

    Tergus. Roman van Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2022.

    Adrie Krijgsman