“Nadat wij van de 5, 2 schepen verloren hadden, dreef het Walvisch-spek en de Traan om ons heen, op welker reuk de Beeren in menigte af kwamen, waarvan wij eenige dood schoten, die door het volk van de twee bij ons zijnde schepen, wegens gebrek een leeftogt, werden ingezouten. De zoodanige, die er dadelijk van aten, vonden dit vleesch niet onsmakelijk, maar na verloop van twee dagen, ging hun het vel in den mond en van den tong als mede op andere plaatsen van het ligchaam en van handen en voeten af.” Bij het lezen van deze passage uit het dagboek van de Amelander walvisvaarder Hidde Dirks Kat kreeg Dolph Kessler kippenvel op meerdere plaatsen van het lichaam. Mij lopen de rillingen over de rug wanneer ik het dagboek in bewerkte vorm naar 19e eeuws Nederlands verder doorlees.

De jacht op een walvis. Tekening: Egbarta Veenhuizen (315 x 170 cm. / 2016).
Het boek waarin dat ‘Dagboek van eener reize ter walvisch- en robben-vangst gedaan in de jaren 1777 en 1778’ staat afgedrukt, vond ik in de vitrine bij de presentatie van Egbarta Veenhuizen in Museum Belvédère. Daar had de kunstenaar tot voor kort een kamer ingericht met werken geïnspireerd op haar verblijf op Groenland. “Tijdens een reis in het voorjaar van 2015 naar Groenland sloten wij (…) dat land in ons hart”, schrijft Kessler. Een plek die tot de verbeelding spreekt, op dit moment eerder hot dan cool. Een half jaar later ontdekte Kessler bij toeval het dagboek van de walvisvaarder. Hij raakte in de ban van Hidde Kat. En ook partner Egbarta Veenhuizen liet zich inspireren door de 18e eeuwse dramatiek.

Installatie “Groenland” van Egbarta Veenhuizen in Museum Belvédère.
Veenhuizen heeft mij gevraagd haar kunstzinnige doen en laten met betrekking tot Groenland, in museum en atelier, filmisch vast te leggen voor een door mij te maken internationale video van het project. Om met huid en haar in de materie op te gaan, leek het mij verstandig het boek dan maar te lezen, dat beschikbaar kwam toen de tentoonstelling werd uitgeruimd. En het blijkt ook mij aan zich te binden. Niet alleen door de spanning van het huiveringwekkende avontuur, ook de gedetailleerde beschrijving van het leven en werken van de ‘wilden’ en de eigen gevoelens en angsten van Kat boeien mateloos.
Bijgeschaafde tekst
Het door Wijdemeer in 2018 uitgegeven boek heeft als kern het journaal van de Amelander walvisvaarder Hidde Dirks Kat. Het verhaal is een van de inspiratiebronnen voor Veenhuizen om de bewoners van Groenland en hun historie te betrekken bij en in haar kunst. Tegelijkertijd schiet Dolph Kessler met de fotocamera in de aanslag een grote serie platen van de omgeving aldaar en de bewoners van Groenland. Het dagboek werd onderdeel van een project in het culturele hoofdstadprogramma 2018. De schrijver Kat is dan ook van verschillende kanten tegen het licht gehouden. Het dagboek is literair doorgenomen. Er is onderzocht waarom het pas 40 jaar na de scheepsramp van 1777, in het jaar 1817, wordt uitgebracht. Het past in een tijd dat historisch waargebeurde verhalen hoog worden geacht en dat het verhaal als lering en vermaak voor schoolkinderen kan dienen. De scherpe kanten worden echter van het origineel afgehaald. Het wordt herschreven in de spelling van die tijd en niet in het ouderwetse Nederlands van Kat.


Titelblad 1e uitgave dagboek Hidde Dirks Kat, tekening Egbarta Veenhuizen
De passage op 7 oktober “de Klok 9 uur gingen wy met ons 49 Man weg, twee bleeven in de Sloep leggen, die niet gaan konden, de eerste dag verdronken daar verscheiden van het Volk by ons, ik zelfs raakte 2 maal tussen de Schotsen, en over het Hooft toe nat, maar kreegen my weer, moesten toen met die natte Kleeren loopen…” wordt in het dagboek van 1818: “Sommige onzer, pogende van de eene op de andere schots te komen, geraakten, door de gladheid van het ijs, tusschen de schotsen, in het water, verdronken, en werden tusschen het ijs verpletterd. Ik zelf geraakte tweemaal van het ijs af, doch werd telkens weêr opgehaald en gered door de twee haken, vóór dat het ijs zich weêr toesloot, en moest zoo met mijne natte kleederen al den volgenden tijd gaan, hetwelk mij ongemeen verzwakte.” De taal van het hart wordt overmatig omgeven met dramatiek, alsof het een script geworden is voor een rampenfilm of avontuurlijke opera.
“Des kreegen wy zo een hoge Zee”
Het is de meest vergeten schipbreuk uit de vaderlandse geschiedenis. Maar met het opzetten van het project en de verschijning van het boek proberen de samenstellers deze vergissing recht te zetten. Want het is me nogal een geschiedenis. Bij tijd en wijle een dramatisch verhaal met de nodige ontberingen in de diepvrieskou van Groenland. Het avontuur begint naar verhouding zo melodramatisch meeslepend mooi. Monsterde Kat als commandeur voor zijn vaart op een groot aantal schepen aan om een succesvol bedoelde walvisvaart aan te vangen. Maar hadden ze nog in de thuishaven wel in de gaten welke beproeving en ellende de zeelieden te wachten zouden staan aan de overzijde van de Atlantische Oceaan tegen de poolcirkel? Konden ze zich kleden tegen de strenge kou en de snerpende wind? Tweehonderdvijftig jaar geleden was de maatschappij daarop nog niet ingericht. Lezen we nu over de verschrikkingen, dan kunnen wij ons daar nauwelijks een voorstelling bij maken. Maar toch, wanneer je de originele tekst van Kat volgt, is het als een dramatische film waarbij de Hel van ’63 een hittegolf is.


Schilderij Abraham Storck (1644-1708) Foto zuidkust Groenland: Dolph Kessler
De originele tekst is dus logischerwijs geweld aangedaan. Het oorspronkelijke manuscript is herschreven naar de tijd dat het is uitgegeven om het makkelijker toegankelijk en leesbaar te maken. De achttiende-eeuwse schrijfwijze is in de nu alweer verouderde moderne spelling gezet. In die tijd werd de taal aangepast en vernieuwd en keek men anders aan tegen werkelijkheden en de realiteit. Maar hoewel er kommer en kwel is weggeschreven, blijft staan dat de reis allesbehalve een pretje moet zijn geweest. “…des kreegen wy zo een hoge Zee, dat wy dagten, dat wy de dag niet weer beleeft zouden hebben, die Schotsen stieten ze geweldig tegen malkanderen, dat het droevig was te hooren.”
Ongekerstend maar sociaal vaardig
Eerst, aangekomen bij het ijs, worden er een aantal walvissen gevangen. Maar al snel vergaan er enkele schepen door storm en onweer, door aanvaring met ijsschotsen. Wanneer het schip van Kat als verloren wordt beschouwd en de omgeving overloopt van traan en vet van uitgebeende walvissen, komen ijsberen op bezoek. Natuurlijk is er nauwelijks plek om te schuilen, dus zal de vijand bestreden moeten worden. Het levert welkome proviand op, want de scheepsbeschuiten raken op. Kat schrijft beeldend, ik kan me inleven. Van dag tot dag word ik meer matroos: ik sta op een vrije walvisloze dag aan de reling en kijk over de uitgestrekte ijsvlakte. Sluit ik mijn ogen, dan zie ik welhaast niets anders dan wit ijs en zwart water. Voelt de punt van mijn neus koud aan, dan beginnen mijn bevroren tenen te tintelen. Beeldend beschreven voel ik de ontberingen aan den lijve.


Het afspekken van een walvis Foto: Groenland in 2015, Dolph Kessler
Maar er is hoop. Want hoewel er bemanning doodvriest, staat hulp paraat. Wat Kat steevast ‘wilden’ noemt, zijn Inuit – de autochtone inlanders. Ondanks dat deze ongekerstend zijn, hebben ze christelijke hebbelijkheden en zijn sociaal vaardig. Een lang verhaal kort: hoewel het boek bij de uitgever is uitverkocht, valt het vast nog te lezen bij de bibliotheek of is aan te schaffen via de boekhandel. Kat en zijn bemanning — wat er nog van over is — worden gered en belanden in de thuishaven. Ze zijn helden. Twee opvarenden publiceren meteen hun dagboek. Kat echter is zo onder de indruk van zijn wederwaardigheden en houdt het verhaal eerst voor zich. Tientallen jaren later geeft hij toch toestemming zijn ervaringen te boekstaven. Zelf acht hij dit niet dermate noodzakelijk, maar men vindt dat het niet vergeten mag worden. Ameland, want daar slijt Hidde Dirks Kat zijn laatste jaren, is trots op zijn walvisvaarder die na deze rampzalige reis dan maar de koopvaardij ingaat.

De koude rillingen
Het boek is een volledig naslagwerk met daarin een kaart, waardoor de tocht over zee per mijl en aan land per kilometer kan worden gevolgd. Het dagboek van de Amelander walvisvaarder staat derhalve centraal, maar de uitgave is extra bijzonder gemaakt door er interessante teksten aan toe te voegen. Zo wordt de bewerkte versie die in 1817 is uitgegeven onder de loep genomen. Wat deed het veranderen, waarom waren de wijzigingen noodzakelijk, is het script zorgzaam aangepast? Kat blijkt niet alleen de tocht van dag tot dag te beschrijven om zo de unieke historie in de geschiedenis te plaatsen, ook is hij een opmerkzaam mens en bekijkt nauwgezet de behuizing en vervoermiddelen van de Inuit. De walvisvaart krijgt aandacht en Groenland in de tijd van de walvisjacht. Het levensverhaal van de man en het Ameland van Hidde Dirks Kat worden in afzonderlijke hoofdstukken beschreven. En er wordt gedetailleerd gekeken naar het feit of Kat een held te noemen is.
Fotograaf Dolph Kessler omschrijft wat hem en zijn partner Egbarta Veenhuizen raakte op dat grote ijs. Maar eerst was daar het dagboek dat dit grote ijs beschreef en Kessler de koude rillingen over de rug deed lopen en waarvan hij bijzonder warm werd van binnen. De diagnose: koorts. Koortsachtig ging het paar op zoek naar de sporen van Kat. Veenhuizen met een schetsboek, Kessler met de fotocamera. In de ban van het landschap werd het een project voor Kunstmaand Ameland 2015 en later onderdeel van Culturele Hoofdstad 2018. En nog steeds reist Veenhuizen met haar Groenlandinstallatie langs musea en denkt erover bij de al bestaande figuren nieuwe te maken en te laten aansluiten bij het verhaal.
Het dagboek van de Amelander walvisvaarder Hidde Dirks Kat. De meest vergeten schipbreuk uit de vaderlandse geschiedenis 1777-1778. Diverse schrijvers. Tekeningen Egbarta Veenhuizen. Fotografie Dolph Kessler. Uitgeverij Wijdemeer, eerste druk januari 2018.









































