Ga je naar Museum Belvédère, dan kom je voor wind, water en wad. Voor kunst uit het noorden van Nederland die verbindingen legt met gevoelsgenoten in andere Europese windstreken. Reisgenoten door de kunst.
Belvédère zou het museum van de verstilling zijn, was destijds de opzet. Verstilling betekent echter niet dat het er stil is of dat er geen publiekstrekker in de zalen kan worden tentoongesteld. Mercuur had wel die gedachte, maar Steenbruggen zocht na hem de grenzen op en liet ruimte voor het onverwachte. Toch sta je als bezoeker enigszins vreemd te kijken wanneer de grappenmakers onder de kunstenaars – het stripschap, de cartooneske tekenaars, de karikaturisten – met hun werk een plek krijgen aan de wanden.
Een vreemde eend?
Het profiel van Museum Belvédère blijkt echter breed genoeg om met Groeipijn Peter de Wit binnen te halen. Een tekenaar die op het eerste gezicht een vreemde eend lijkt in de bijt van de schilderkunstige traditie van het museum. Maar wie het profiel van Belvédère wat ruimer bekijkt, ziet dat er altijd ruimte is geweest voor kunstenaars die zich tussen schilderen en tekenen bewegen, voor illustratieve en stripachtige beeldtaal en zelfs voor ironie en humor. Te denken valt onder meer aan Joost Swarte, Hans Niemeijer en Martin Jarrie.

De tentoonstelling is daarmee niet zozeer een breuk met het museumprofiel als wel een proef op de som van hoe ver dat profiel kan worden opgerekt. Han Steenbruggen wil het profiel van Belvédère niet als een keurslijf laten werken. Hij wil het brede spectrum laten zien en ruimte geven aan het experiment. Naast Jan Mankes uit de vaste collectie past daarin dus ook Peter de Wit als tijdelijke attractie. De Wit is een geweldige tekenaar met actuele thematiek, zegt Steenbruggen. Maar misschien is hij zelf ook wel een grote fan van Sigmund. Wie weet.
Bij het bekijken van de tentoonstelling in een van de kamers in de westvleugel kan ik meer dan zo nu en dan een grinnik niet onderdrukken. En soms brengen de tekeningen mij zelfs tot ingehouden lachen, want te veel kabaal is ongepast. De met humor overladen tekeningen breken echter de stilte van het museum. De gedachten bij de cartoons vallen niet geruisloos in woorden op de vloer. Soms is een glimlach het enige geluid.



Peter de Wit brengt de klare lijn van Joost Swarte terug in dit museum. Swarte was er net voor de lockdown te zien, gecombineerd met Jarrie. Swarte, de geestelijke en zakelijke vader van de klare lijn, waarmee De Wit op een humoristische en speelse manier aan de haal gaat.
Meer dan Sigmund
Peter de Wit is natuurlijk vooral bekend van Sigmund, de dagelijkse cartoon in de Volkskrant. Maar stripfanaten kennen hem al veel langer, onder meer van Stampede! en De Familie Fortuin. Zijn tekenwerk beperkt zich dus bepaald niet tot de psychiater met de vileine opmerkingen. Met Doodleuk, een reeks tekeningen over de dood, en nu Groeipijn, over kinderen en hun ouders, laat De Wit opnieuw een andere kant van zijn tekentalent zien. Het zijn zelfstandige reeksen waarin hij zich meer vrijheid veroorlooft dan in de krantencartoon. De onderwerpen verschillen hemelsbreed – de dood tegenover het opgroeien – maar in beide gevallen gebruikt De Wit zijn scherpe blik en gevoel voor humor om iets alledaags van een andere kant te bekijken.
De tekenaar relativeert de actualiteit met een scherpe pen, gevoed door een puntig inzicht. Hij breekt het serieuze ouderschap open door de kinderen te laten zeggen waar het volgens hen op staat. Hen de hoofdrol te laten spelen. Wie zijn werkelijk de baas in huis? Wie laten van de wereldhuishouding geen spaan heel? De jeugd heeft de toekomst, dat blijkt eens te meer uit de tekeningen van De Wit. Hij staat de ernstige museumbezoeker meermaals op de tenen. Grappig is dat hij voor dit museum een speciaal toegesneden tekening heeft gemaakt. Vader met de kinderen op museumbezoek: “Kunst hoeft niet altijd mooi te zijn, hè. Misschien vonden jullie het wel mysterieus of verontrustend.” De kinderen: “Of gek”, “Of poepie”. Om te lachen.

De tekeningen uit Groeipijn zijn momenteel te zien in Museum Belvédère en ook gebundeld in het gelijknamige boekje. In die bundel vrij werk, verschenen bij Concertobooks, verdedigt Han Steenbruggen op de flap zijn keuze om het werk van Peter de Wit museaal te tonen. “Ik ben een trouwe Volkskrant-lezer. In de ochtendhaast sla ik altijd veel over, maar nooit de dagelijkse strip van Peter de Wit.” Nou ja, nu weten we het. Doordat De Wit met slechts enkele trefzekere lijnen en opvallend open vormen zijn personages definieert, past hij in het profiel van het museum, vindt Steenbruggen. Met minimale middelen duidt hij een scène en weet hij emoties op te roepen. Bijna-niets wordt heel-veel. Dat sluit aan bij menig kunstwerk in de collectie.
Peter de Wit tekent in Groeipijn met milde humor en een vriendelijke knipoog, meent Steenbruggen. Daardoor ontwapenen de kleine scènes en worden grote olifantenproblemen gereduceerd tot kleine muizenoplossingen. De botsingen tussen jong en oud worden daarmee in perspectief geplaatst en genuanceerd. De Wit ziet de betrekkelijkheid van de struikelblokken in de opvoeding in, de plaats van ouder en kind binnen het gezin. We zijn allemaal jong geweest. Onbevangen tekenen als kind kan Peter de Wit niet meer, daar is hij zich van bewust. “Maar neem van me aan, het plezier en de intensiteit zijn er niet minder om.” Hij laat zijn fantasie los op de strubbelingen van het ouder-zijn en het kind-zijn en deelt ons dat via zijn tekeningen haarfijn mee.

Buiten de lijntjes
De tekeningen van Peter de Wit kleuren iets buiten de lijntjes van het Belvédère-profiel. Het museum zoekt daarmee de grenzen van zijn karakter op. Het experiment heeft een interessante uitkomst. De wrange, pijnlijke, liefdevolle, ontroerende en grappige tekeningen verbeelden herkenbare situaties. Deze kamerpresentatie in de westvleugel van Museum Belvédère is een verademing tussen alle min of meer ernstige vertoningen. En krijg ik er niet genoeg van, dan zoek ik in de museumwinkel de gebundelde groeipijnen op. Want heb je de tekeningen in het museum gezien, dan kun je ze mee naar huis nemen in boekvorm.
Groeipijn. Over kinderen en hun ouders. Peter de Wit. Uitgave Concertobooks, 2026. Publicatie bij tentoonstelling in Museum Belvédère te Oranjewoud, van 20 juni tot en met 20 september 2026.
































































